Deze was me aangeraden, maar veel klassieker en clichématiger kan fantasy niet zijn, vond ik.
Het begint allemaal met Garion, een doodgewone weesjongen op een doodgewone boerderij. Tot hij uiteraard niet zomaar een jongen blijkt te zijn, maar een verloren gewaande prins die onder de hoede staat van zijn tante die dan een letterlijk eeuwenoude tovenares blijkt te zijn.
Er vormt zich een reisgenootschap, want Garion – die uiteraard ook over meer krachten blijkt te beschikken dan een gewone mens – heeft een missie om de wereld te redden, hoe kan het ook anders. Een duistere kracht heeft een magisch voorwerp gestolen en dat moet teruggehaald worden. Garion beseft dat hij niks meer kan geloven van wat hij weet, dat hij niemand meer kan vertrouwen en dat hijzelf niet is wie hij dacht dat hij was.
Soms is het best wel charmant hoe Garion naïeve vragen stelt, hoe hij een simpele kijk op de wereld heeft, zeker als hij dan in het gezelschap terechtkomt van andere koningen en koninginnen, maar vaak werkt ook dat net op de zenuwen. Ik ben ook niet bijzonder verrast door de schrijfstijl, die is ook soms nogal simplistisch.
Lees ik het vervolg? Dat wel, want dat zou dan weer zonde zijn, maar vind ik het écht goed? Nope, voorlopig niet. Ik heb al bijzonder veel verhalen gelezen over een weesjongen (of -meisje) dat dan plots een koning of koningin blijkt te zijn en de wereld moet redden van een of andere snoodaard, uiteraard geholpen door een select reisgezelschap van allerlei pluimage. Tolkien als inspiratie, iemand?

