Zomertruitje 15

Ik weet het, het wordt saai, maar dit is ook gewoon mijn archief, vandaar.

Toen Peggy zag dat ik zo’n zomertruitje met mouwtjes had gemaakt, wilde ze dat prompt ook. Zij die altijd gezegd had dat het zeker zéker ZEKER geen mouwtjes moest zijn. Juist ja.

Ik heb er dus eentje gemaakt, en ik vind het best knap. En nu twijfelt ze om aan de andere ook mouwtjes bij te zetten, iets wat eigenlijk wel kan. Serieus…

Ze vindt het wel precies korter dan de vorige, terwijl het exact hetzelfde model is, behalve de mouwtjes.

Verrassing!

Vrijdagnamiddag kreeg ik plots een verrassing: ik stond net buiten om de was op te hangen, toen ik iemand aan de voordeur zag staan: een van de verzorgers van ons pa!

Ze waren vrolijk aan het fietsen – een elektrische fiets om een rolstoel in te zetten en eentje met een zijwaartse tandem, waar ons pa eigenlijk zelf niet eens hoeft mee te trappen – en hij had gevraagd of het niet mogelijk was om hier even te passeren, aangezien dat dat amper een straat van het woonzorgcentrum is. Hij had hen dan ook feilloos naar mijn deur geleid, en dus stonden ze hier plots voor mijn neus. Al een chance dat ik thuis was, maar ze konden maar proberen natuurlijk. En ons pa, die genoot duidelijk, al kijkt hij op de foto redelijk ernstig. Fijn dat ze dit doen!

Amsterdam: rustig terug naar huis

We zaten rond een uur of acht aan een uitstekend, uitgebreid ontbijt in een fijne soort veranda cum tuintje, maar voor dat laatste was het veel te koud.

Iets over negen stonden we buiten, voor een wandeling van zo’n klein half uurtje, om tegen tien uur onze trein terug te nemen vanuit Amsterdam Zuid. Eigenlijk is dat laatste een veel beter idee dan Amsterdam Centraal: veel rustiger, en ook veel beter bereikbaar voor taxi’s en dergelijke. En voor ons dus ook te voet. Het was bijzonder rustig op dat uur in die Amsterdamse straten op een zonnige Pinksterochtend, en we genoten van de wandeling.

Er was zelfs nog tijd om even rond te lopen rond het station, en ook in Antwerpen hoefden we ons deze keer niet te haasten. Tegen kwart voor één waren we thuis, alwaar Wolf opa al had gehaald en Bart zonder omhaal eten op tafel toverde.

Hadden we langer in Amsterdam kunnen blijven? Natuurlijk. Maar dan kon ons pa niet bij ons blijven eten, en ik weet dat hij daar naar uitkijkt. Hadden we de overnachting kunnen overslaan en gisterenavond nog de trein terug kunnen nemen? Nah, want dan waren niet kunnen gaan eten en had mijn rug dat niet aangekund.

Maar dit, dit was perfect. En nu nog voldoende tijd om die rug te laten rusten, de was te doen en examens op te stellen.

Voor herhaling vatbaar, jawel.

Dagje Amsterdam

Ik had al eerder gezien dat er een tentoonstelling was in het Rijksmuseum rond de Metamorphoses van Ovidius: allerhande werken die door hem geïnspireerd zijn. En dus kreeg ik van Bart gewoon een dagje – en nachtje – Amsterdam cadeau. Zalig, toch?

Rond acht uur zaten we op de trein naar Antwerpen, waar we moesten lopen in het station: onze trein had stilgestaan in Berchem, waardoor de comfortabele acht minuten overstaptijd plots gereduceerd waren tot drie minuten. Gelukkig hadden we één rugzak voor ons tweeën, geen gedoe met rolkoffers en zo, dus we crosten doorheen het station, vlogen de roltrappen af, en sprongen op het nippertje in de laatste openstaande deuren van de klaarstaande Eurostar. Net na ons gingen die dicht, dus oef! Alleen… bleek het een dubbele trein te zijn, met in het midden een gekoppelde locomotief, zodat je niet doorheen de trein kunt wandelen. En uiteraard zaten wij op het verkeerde stuk…  Gelukkig kon de train manager – zo’n Eurostar heeft geen conducteur, no siree – ons nog een plaatsje toewijzen, niet naast elkaar, maar dat gaf niet. Oef.

Iets voor twaalf stonden we in Amsterdam en ja, het was er al behoorlijk warm. Toch gingen we op pad, richting Museumplein, toch een uurtje stappen. We zochten zo veel mogelijk de schaduwkanten op, zagen dat alle terrasjes stampvol zaten, zochten en vonden een brasserie waar het aangenaam zitten was, en vonden dus even verkoeling. En intussen pikte ik alle mogelijke caches op, voornamelijk labcaches.

Tegen half drie stonden we in het Rijksmuseum, waar we de lange rij om binnen te kunnen – ondanks de gereserveerde tickets – konden omzeilen dankzij mijn gehandicaptenkaart. Chance, want na die wandeling vond mijn rug het even welletjes, en stilstaan is moordend.

Ik ging even zitten, en daarna wandelden we door de expo: knap! Een paar dingen gezien, zoals de Caravaggio, die ik ook in mijn cursus heb gezet. En een paar andere die ik er wellicht nu ga inzetten. En uiteraard moest ik ook een foto nemen van de Laocoöngroep die daar staat, dat hoort zo. Ook de gekendste Archimbaldo hing er, en tot mijn grote verrassing en blijdschap ook een versie van Maman van Louise Bourgeois. Ik wil nog steeds ergens naartoe waar er een grote versie staat, en pas nu heb ik ontdekt dat er blijkbaar een in Tokyo staat. Had ik dat eerder geweten…

Ik beet op mijn tanden en we liepen nog even tot bij de Nachtwacht, want dat hoor je te doen in het Rijksmuseum, toch? Ze zijn het aan het restaureren en het was knap om zien. En in het passeren zagen we uiteraard nog wat andere dingen en passeerden we bij de bibliotheek. Hoe machtig is dat, zeg?

Toen was het tijd voor een vreemd blauw drankje, een benadering van een milkshake, op een terrasje in de buurt van het museumplein. Het zitten deed deugd, de frisse drank ook.

En toen gingen we het Stedelijk Museum binnen, want daar was een tentoonstelling rond onder andere Kho Liang Ie, een ontwerper met wiens bureau (dat hij destijds mee opgericht heeft) Bart nu samenwerkt. Kho Liang Wie? Het Stedelijk presenteert het eerste grote museale overzicht van Kho Liang Ie, die met zijn ontwerpen voor meubels en interieurs van de jaren 50 tot mid jaren 70 van de vorige eeuw een centrale positie innam binnen de Nederlandse vormgeving. Met zijn poëtische benadering en bijzondere materiaalkeuze gaf hij een speelse touch aan het strakke modernisme. Ook omringde hij zich met een groot internationaal netwerk en introduceerde hij nieuwe ontwerpers in Nederland.

Ja, het was de moeite. Knappe dingen gezien, fijne ontwerpen, vooral ook een strakke visie. Hij is trouwens degene die Schiphol heeft vormgegeven.

En toen was de pijp echt wel uit, maar die laatste tien minuten wandelen naar ons boetiekhotel De Ware Jacob moest nog kunnen. Daar ben ik wel meteen gaan liggen voor een uurtje, om te bekomen en de pijn te laten zakken.

Niet groot, maar geriefelijk, en met beneden een fijne lounge en zelfs een terras, en we kregen een welkomstdrink, maar waren beiden te lui om nog naar beneden te gaan en dat te halen.

Tegen half acht hadden we gedoucht, verse kleren aan en gingen we richting BAK, een restaurant aan het water. In het begin hadden we helaas geen uitzicht van aan onze tafel, maar zodra er een tafeltje vrij kwam, hebben ze ons verzet, en ja, dat was fijn. En het restaurant? Oké, niet wow, beetje hipster, en luide muziek, wat wel jammer was. Maar het werd een fijne date night met mijn lief.

En toen was het tijd om te slapen. Echt wel.

Nog een scoutshemdje, een muis deze keer

Het was lang geleden, ik geloof van maart vorig jaar. Ik doe dat nochtans echt graag, zo’n scoutshemd beschilderen. Ik ben langs geen kanten creatief, maar kan wel goed dingen natekenen, en eigenlijk is dit gewoon dat.

Deze keer werd het een muis op enkele graanhalmen, met vooral een speciaal lettertype. Ik geef het eerlijk toe: de letters hebben me meer tijd gekost dan de muis. De letters zijn dan ook geschilderd, terwijl de muis getekend is met een stift. Tsja, iets met fijnheid en zo. Maar ik vind het wel geslaagd, ja.

Random zwaard

Soms vraag ik me af wat mijn collega’s wel van me denken. Allez ja, heel erg wakker lig ik er nu ook weer niet van, daarvoor ben ik te oud geworden. Maar ik heb soms het gevoel dat ik onder ‘een speciaal geval’ val bij sommigen.

Ik bedoel maar: een paar dagen geleden ging ik in de pauze even in mijn vakje kijken of daar geen post of zo was bij gekomen. Post niet, maar wel een random zwaardje. Yup, er lag zomaar, zonder uitleg, een zwaard in mijn vakje. Niet dat ik dat nu zo erg vond, maar het verbaasde me wel enigszins.

Pas vandaag kwam de uitleg: een collega zag me staan aan mijn vakje en riep me toe dat ze dus een zwaardje op de speelplaats had gevonden tijdens toezicht, en dat ze dat dan maar in mijn vakje had gelegd, want ja, de kans was er wel dat dat iets met mij of mijn vak te maken had.

Euh…

Ja zeker? Maar het was niet van mij deze keer.

 

Dagje Dordrecht

Het was gewoon al te lang geleden dat we Hanneke nog gezien hadden, en omdat we niet weten hoe lang ze nog heeft – ze heeft al twee jaar extra op de teller staan, eind 2023 spraken de dokters van twee tot zes maanden – wilden Mireille en ik echt nog eens langs gaan, voordat we deze zomer naar Big Rivers komen.

Mireille is nog maar net zelf geopereerd, maar zag het gelukkig wel zitten, zolang we maar niet te wild gingen doen. Juist ja: de lamme, de blinde en de dove samen op stap gaan lekker wild doen, of wa? Drie fysiek beperkte dames dus, maar bon. Tegen twaalf uur draaiden we de parking aan Hannekes huis op, en ja, dat was een fijn, hartelijk weerzien. We kletsten even en gingen dan wat verderop in Dordrecht iets eten. Ik vermoed dat het bij zomers weer daar zalig zitten is, het was er ook nu al best druk. Lekker gegeten, overigens.

Daarna gingen we nog koffie drinken met taart erbij bij Hanneke thuis, maar tegen vijf uur was het stilaan welletjes, en ik hoorde Hanneke ook niet protesteren toen ik zei dat we richting huis gingen.

Eigenlijk valt de afstand Gent-Dordrecht best mee: anderhalf uur rijden, zelfs met stop in Antwerpen om Mireille op te pikken.

Toch eens kijken of we dat in juni ook niet eens kunnen inplannen, en hopelijk is Sabrina dan ook weer thuis, dan zijn de Vosjes weer compleet.

Toonmoment voor Merel: een toneelstuk

Merel volgt al sinds enkele jaren Woord en Dramalab aan de muziekacademie in Evergem, sinds dit jaar ook met een nieuwe leerkracht. Ze waren met vijf, een van het groepje is gestopt, en nu zijn er dus nog Lieze, Poppy en Olivia, en die komen blijkbaar wel goed overeen.

Gisteren brachten ze voor ons een wel degelijk bestaand toneelstuk, van zo’n 40 minuten, maar oorspronkelijk met een rol of tien. Die hebben ze dus zelf gereduceerd naar vier, met de nodige aanpassingen en toegevingen.

Het was bij momenten chaotisch, maar dat was ook de bedoeling: ze willen een toneelstuk brengen maar komen tot de constatatie dat ze er geen hebben. En dan gaan ze over tot alle mogelijke wanhopige en drastische maatregelen om toch iets op de planken te brengen, compleet met dansje en al. Yup, het was eigenlijk best goed, en Merel heeft wel een natuurlijke flair als ze op een podium staat.

Best wel trots op mijn jonkie, jazeker.

Asperges bij Sophietje

Sophietje, zo noemt mijn pa haar altijd. Zij is een vriendin uit het eerste en tweede middelbaar die ik nog steeds een paar keer per jaar zie, en met wie ik eigenlijk nooit echt het contact ben verloren. We kennen elkaar door en door, en vooral elkaars ouders, en dus kunnen we vrolijk zagen tegen elkaar over de nodige strubbelingen. Tsja.

Nu had ze Bart gevraagd om een van zijn boeken voor een tombola voor het goede doel, maar die moest nog wel bij haar in Aalst geraken. Ik ben dus deze middag na de les meteen naar Aaigem gereden, heb daar heerlijk gekletst, verse asperges met gerookte zalm gegeten, met haar tot in Aalst gereden om daar iets op te halen bij een vriendin, en dan nog in het terugkeren twee geocaches gezocht. We hebben meteen afgesproken om dat in de grote vakantie vaker te doen, want eigenlijk vindt ze dat geocachen ferm amusant, maar dan enkel met zijn tweeën.