Ik had voor mezelf dit voorjaar een vestje gehaakt, in dezelfde stijl als de talloze zomertruitjes, maar dan open vooraan, en met mouwtjes. In een mooi wijnrood, richting bordeaux. Het idee was dat ik dat ging dragen op de trouw van Jarne en Jade, maar om elf uur ’s avonds was het toen nog steeds 32°, dus echt nodig bleek ik het niet te hebben, nee. Ik heb er ook (nog) geen sluiting bij voorzien, al heb ik wel al knoopjes gekocht. Maar het kan ook een broche, of een speld, of een lintje worden. Of niks.
Ik had het wel mee naar zee, in augustus, toen ik met Gwen ginder een paar dagen zat. Ze vond het mooi, en ik bood aan ook eentje voor haar te maken, waarop ze geen nee zei.
Eergisteren had ik quiz en dan moet ik quasi voorbij haar deur passeren. Ik ben dan ook een paar minuten vroeger vertrokken, ben binnengewipt via de achterdeur, heb even gezwaaid naar Erik en hem een gelukkige verjaardag toegeroepen, heb een tasje met het vestje erin in Gwen haar handen gestopt, en ben weer vertrokken.
Gisteren kreeg ik een berichtje:
En ze meende het zelfs, want vandaag kreeg ik het volgende:
Awel, daar heb ik nu eens echt, echt deugd van!
Dus mochten er nog mensen zijn die iets dergelijks willen: laat maar weten. Of iets anders, als het maar gehaakt is. Want breien kan ik wel, maar dat kan ik niet al liggend, en dus vindt mijn rug dat niet zo fijn.



