Beiruti met Gwen

We laten het altijd te lang liggen, onze keuze van restaurant. Gwen en ik leggen onze datum altijd vast op het moment dat we naar huis gaan bij de vorige afspraak, kwestie van zeker nog een leeg plekje te vinden in onze agenda. Maar de keuze van restaurant, da’s een ander paar mouwen.

Vanmorgen legde ik dus nog Beiruti vast, een Libanees restaurant in hartje Gent, in de Voldersstraat. Gwen kende het, maar was er nog nooit geweest omdat Erik dat zo niet zag zitten. Het zou dan ook redelijk authentiek moeten zijn, en alcohol kan je er niet krijgen. Nu, dat laatste was voor ons totaal geen probleem natuurlijk.

Het gebouw zit geprangd tussen enkele andere grote gebouwen, maar het is er verrassend ruim, met ook nog eens een tuin met terras, al was het daar nu toch te fris voor. Maar ook binnen is het ferm gezellig. De menukaart was voor ons wel degelijk Libanees, en dus gingen we voor een verrassingsassortiment, met een huisgemaakte limonade bij. We hebben het ons niet beklaagd: er zat zowat vanalles tussen, en vooral ook meer dan genoeg. De foto heb ik maar halverwege de maaltijd genomen, ik was dat compleet vergeten.

Alleen het dessert was niet zo ons ding, en veel keuze hebben ze niet, maar het was zeker oké. Iets om naar terug te keren, dat nu ook weer niet meteen, maar wel gezellig.

En daarna ben ik nog even gaan rondlopen op de Kouter voor een nachtelijke labcache, al kon ik die niet voltooien omdat ik bepaalde details op een gevel niet kon zien in het donker. Maar het was er wel, zoals altijd, mooi.

Revue

Onze agenda’s zaten de vorige weken overvol, maar deze week maakten Gwen en ik met plezier nog een avond vrij om samen te gaan eten. Zij koos Revue uit, op de hoek van de Nederkouter en de Ketelvest, iets waar Ernest toch redelijk enthousiast over was.

We hadden weer tot het laatste moment gewacht om een restaurant te zoeken, zodat we een plaatsje aan de bar kregen, maar op het moment zelf bleken we ook beneden te mogen zitten, op het terras langs het water, maar wel netjes afgeschermd met dikke plastiek en terrasverwarmers. En ja, het was er best aangenaam zitten, ja.

En het eten? Niet goedkoop, maar echt bijzonder goed. We namen een alcoholvrije aperitief en deelden gefrituurde scampistaarten met een excellent sausje bij. Daarna namen we allebei een kortgebakken stuk tonijn met gemengde groenten en een soort wilde rijst: om bij te kruipen, geloof me. Echt, maar echt lekker. Geef die kok een andere omgeving en een betere presentatie, en die haalt een ster, echt waar.

Een dessert hoefde niet, maar de bijzonder charmante jonge ober – fijn gesprekje gehad over toprestaurants – raadde met klem de tarte tatin aan, en jawel, die loste de verwachtingen in: met yoghurtijs en een dikke stroperige karamel.

De rekening was behoorlijk (80 euro per persoon), maar we hebben ook echt wel genoten. Dit is eentje dat ik ook aangeraden heb aan Bart, intussen.

Soit, we liepen samen terug naar de parking in de Savaanstraat en zagen dat het goed was. Wie immer.

 

Een dagje Brussel met Gwen

Het gebeurt niet vaak – om niet te zeggen nooit – dat Gwen in de week tijd heeft. Deze keer was het eigenlijk ook per toeval: in de voormiddag gaf ze een nascholing voor Latijn – waar ik dus naartoe ging – en in de namiddag zou ze diezelfde nascholing geven voor Grieks. Alleen… daar waren maar twee inschrijvingen voor, zodat ze het geannuleerd heeft, begrijpelijkerwijs. En dat zorgde er meteen voor dat haar woensdagnamiddag vrij kwam, een unicum!

Zij nam wel een trein drie kwartier vroeger dan ik, ik mag haar dan nog graag zien maar dat had ik er nu ook weer niet voor over, temeer omdat ik dan drie kwartier daar op archislechte stoelen moet zitten.

Soit, ze gaf een steengoede opleiding rond evaluatie en differentiatie – ik ga ze op school ook proberen geven – en tegen goed één uur sloten we daar af. We gingen dan maar iets verderop naar een Italiaantje waar ze nog niet was geweest, maar waar de pizza’s bijzonder lekker zijn, geloof me.

Een korte treinrit van Noord naar Centraal later liepen we de stad in: ik wilde een paar labcaches oppikken en vooral even langs de C&A passeren, want mijn twee roterende jeansbroeken waren allebei op hetzelfde moment aan het doorscheuren aan de binnenkant van mijn billen: in de ene zat wel degelijk een gat, bij de andere waren de vezels zich nog net met een laatste krachtinspanning aan elkaar aan het vastklampen. Bon, ik kocht meteen twee jeansbroeken, en wij kunnen vanaf nu ook verklaren dat we eens in de Brusselse Nieuwstraat zijn geweest. Not impressed, BTW. En verder hingen we gewoon heerlijk de toerist uit.

Enfin, er volgde nog een fijne koffie, en tegen zessen kwam Wolf ons oppikken aan Gent-Dampoort. Een hele stevige dag, eentje waarbij mijn rug niet kon rusten, integendeel, maar ik heb er wel intens van genoten.

Met Gwen in Baptist

De datum lag alweer een tijdje vast, het restaurant niet echt. Pas vanmiddag maakte ik nog een reservatie voor Baptist, hier wat verderop in Wondelgem. Deze zomer hadden ze nog bijzonder goed voor mij en Merel gezorgd, dus dat moest zeker kunnen.

Gwen kon niet voor acht uur, maar ook dat was geen probleem. We gingen voor gegrilde haloumi en gevulde kroketjes als voorgerecht, en ik ging voor scampisalade als hoofdgerecht.

Geloof me: een dessert hoefde niet meer, want ik had zelfs niet de volledige salade opgegeten, de porties zijn echt wel groot.

En verder? Verder hadden we het alweer over vanalles-en-nog-wat, het werk, de kinderen, het gezin, de ouders, het huis, de vakanties…

Yup, ik geniet echt van die etentjes, zo gewoon met ons tweetjes zonder storende factoren.

Op naar het nieuwe jaar!

125

Uit te spreken: één twee vijf. Dat is namelijk de naam van een restaurant op de hoek van de Molenaarsstraat, vlakbij ons nieuwe appartement.

Gwen en ik hadden afgesproken om te gaan eten, en wonder boven wonder hadden we hier op maandagavond nog een plaatsje vrij gevonden, aan de bar weliswaar, maar dat stoorde niet.

We hadden elkaar wel vorige donderdag gezien, maar dat was in professionele capaciteit en dus konden we niet echt kletsen. Dat hebben we vanavond dan maar ingehaald, vergezeld van ronduit heerlijk eten.

Veel keuze is er eigenlijk niet: drie hapjes, drie voorgerechten, drie hoofdgerechten, drie desserts. Gwen en ik deelden dan maar de grijze garnaaltjes op een tempura van courgette en de kroket van eend met chilimayonaise als hapje. Fantastisch lekker en verrassend.

Een voorgerecht hoefde niet, als hoofdgerecht nam ik Pluma Duroc met bloemkool en dragon, en Gwen ging voor de portobello met quinoa en witte kool. Opnieuw een voltreffer, geloof me.

In alle desserten zat helaas lactose, en ook al wilde de keuken met plezier iets aparts maken, Gwen ging toch gewoon voor een theetje. Zelf kon ik de crême brûlée niet laten liggen, en het was een van de verrassendste en lekkerste die ik al gegeten had. De crême was iets heel luchtigs, het krokantje kreeg je erbovenop, en eronder zat een ijs van kokos met gepofte rijst. Opnieuw bijzonder lekker.

Maar tegen dan begon mijn rug te protesteren tegen het gebrek aan leuning, dus we rekenden af en wandelden tot aan ons appartement. Onze verdieping staat er dus al.

En toen bleken we, toen we aan de auto’s kwamen, nog lang niet uitgebabbeld en zijn we tot aan ’t Floeren Foefke gereden, aan de andere kant van de straat.

Al bij al was het dus toch nog na elven, maar het werd een bijzonder aangename avond. Zoals het hoort.

Athena

Begin maart waren Gwen en ik naar Antwerpen getrokken voor die lezing, maar dat is niet hetzelfde als een hele avond gezellig kunnen kletsen bij lekker eten. Vandaag zaten we dus in de Athena in de Vlaanderenstraat, een Grieks restaurant dus.

We namen samen een grote meze, en kletsten honderduit, zoals dat hoort.

Goed, maar niet bijzonder, om eerlijk te zijn. En het dessert, dat viel eigenlijk zelfs tegen. Ik had een Creme Catalan brûlée, maar eigenlijk was dat een dikke pudding met een flauw korstje op. Nope, niet geslaagd, wat mij betreft.

Maar gelukkig is op zo’n avond het eten niet bepaald het belangrijkste, het is het gezelschap dat telt, en dat was weer, zoals altijd, in orde.

Mauro

Gwen stuurde me eerder deze week een berichtje met de vraag of we deze vakantie toch niet eens samen zouden gaan eten. We hadden eerst gezegd dat we dat in de feestperiode niet gingen doen, maar anders werd het wel heel erg lang voor we elkaar opnieuw zagen.

Vrijdag was prima voor me, ze moest wel voor taxi spelen, en dus koos ik een restaurantje vlakbij waarvan we beiden wisten dat het in orde ging zijn.$

Bij Mauro was ik al een paar keer geweest en zelfs al eens met Gwen, maar dat is me telkens zo goed bevallen dat we dat allebei voor herhaling vatbaar vonden. En vooral: het is maar een paar straten van bij mijn huis vandaan -zij het door heel de omleiding.

Stipt om zeven uur was Gwen hier in de buurt. Met opzet zo geformuleerd, ja, want door die werken was ze compleet haar kluts kwijt en heeft ze de hele wijk een paar keer afgereden. Ze belde toen ze amper 50 meter van ons huis stond, maar ze had het blijkbaar niet herkend. Soit, we waren netjes op tijd in het restaurant voor een aperitiefje, een hoofdgerecht en een dessert.

En uiteraard werd er honderduit gepraat. Het is eigenlijk vreemd hoe wisselend onze gesprekken zijn. Soms gaat het de hele avond over familie en kinderen en wordt er met geen woord gerept over ons werk, soms gaat het enkel over het werk en absoluut niet over de kinderen, en soms gaat het gewoon alle kanten uit, zoals vandaag. Nee, we hebben het niet gehad over familie en kinderen, maar wel over vrienden, bijvoorbeeld, en over (vroegere) collega’s en directeurs en burn-outs en al dat soort dingen, maar ook niet over Latijn op zich, of leerplannen en zo.

Al bij al werd het alweer een zeer aangename avond. Uiteraard, of we zouden dit niet blijven doen.

Nog eens de Griek

Gwen en ik hadden deze avond ook al vastgelegd de vorige keer, maar eigenlijk waren we allebei vergeten om te kijken voor een restaurant. Ik heb dan maar nog een aantal dingen afgebeld, maar veel is blijkbaar ook dicht op woensdag. Tsja.

Het werd dan gewoon nog eens de Griek: altijd goed, altijd gezellig, altijd open, en altijd parkeerplaats. Wat moet ne mens nog meer hebben? Fijn gezelschap, zo blijkt, en dat was er.

We hebben, zoals altijd, honderduit gekletst over vanalles en nog wat, zelfs over het werk deze keer.

Ik ben vooral blij dat we zowat een regelmaat hebben gevonden in onze etentjes, want we zagen elkaar echt veel te weinig…