Deze ochtend dacht ik dat het wel ging lukken om les te gaan geven: ik was per slot van rekening al twee dagen braaf in mijn zetel gebleven, en ik zag er me ook op om naar de dokter te gaan voor een briefje.
Soit, een paracetamol gepakt en richting school. Het eerste uur les met mijn derdes ging vlot, het uurtje studie daarna met een handvol vierdes was ook geen enkel probleem, al begon het te minderen: ik vermoed dat de medicatie begon uit te werken en ik begon me mottig te voelen.
Toen ik tijdens het derde lesuur – een springuurtje en het lokaal was vrij – even ging liggen op een van de banken, met mijn sjaal onder mijn hoofd als kussen, stelde ik me toch de vraag wat ik eigenlijk in hemelsnaam aan het doen was. Nog vier uur lesgeven ging, als ik eerlijk was, niet lukken.
Ik heb mezelf en mijn spullen bijeen geraapt, ben gaan melden dat ik het niet volhield, heb nog een en ander van taak voorzien, en ben naar huis gereden, puur op wilskracht. Thuis heeft het geen vijf minuten geduurd voor ik in slaap lag…
Dus nee, die griep is zeker nog niet voorbij. En zoals de directie zei: liever nu ziek en vrijdag paraat dan omgekeerd. Want vrijdag is er de Beleefdag: 300 zesdestudiejaartjes komen les volgen, waarvan zo’n honderdtal een lesje Latijn bij mij moeten volgen, en dat is bijzonder belangrijk voor onze recrutering. Dus ja, vrijdag ziek zijn is geen optie.
En dus vandaag maar in mijn bed, met nog extra paracetamol, en duimen dat het lukt tegen vrijdag.
Meh.
