Japan – dag 4: meer Tokyo

Om negen uur zaten we aan het ontbijt, om iets over tien waren we alweer onderweg naar het station. Jammer genoeg was het intussen aan het regenen, en dat zou nog wel even zo blijven.

De bedoeling was om nog voor de middag in de tempel van Edo te zijn, de oude stad van Tokyo. Alleen ging het van kwaad naar erger met Merels hoest en gesnotter, totdat ze er bij zat te huilen. We besloten om een apotheker te zoeken, maar ook hier bleven we maar zoeken tot we vaststelden dat die zich binnen in het station bevond, in de betalende zone. En daar bleken we dan eerst bij de dokter langs te moeten gaan, wat we dan maar deden, met de nodige wachttijd. Merel blijkt niet alleen een stevige zware verkoudheid te hebben, maar ook een lichte oorontsteking. Viraal of bacterieel kon hij niet vaststellen, en de vlucht zal er geen goed aan gedaan hebben, zodat hij haar antibiotica voorschreef, een middel tegen de hoest en een middel tegen het slijm. En nu maar hopen dat dat helpt…

We trokken alvast naar Asakusa met de grote Senso-Ji tempel, maar eerst gingen we ramen eten in een van de grote ketens. Euh… Het was er klein, pokkewarm en een half uur aanschuiven, met een gevoel van een fastfoodtent. Maar de ramen waren wel lekker.

En toen stonden we in het hart van het oude Tokyo, Edo dus, samen met een miljoen andere toeristen, waarvan een deel zich de moeite en het geld had gespendeerd om traditionele kleding te huren, Mooi, maar druk! We kochten er good luck charms, snoven de wierook op, en zagen dat het mooi was én een toeristenval.

Bon, een eind verder opnieuw de metro op, en nog wat verder de autonome trein die grotendeels op een eigen spoor in de lucht rijdt, wat zorgt voor knappe uitzichten op de eindeloze gebouwenzee die Tokyo is. We stapten uit aan een bekend punt met het gigantische Gundambeeld, en met een gigantisch winkelcentrum, waar de kinderen gingen shoppen en Bart en ik een koffietje dronken en ik uiteraard ook nog wel een geocache of twee meepikte.

En toen nog maar eens een minuut of twintig op die luchttrein, naar Teamlabs, een soortement instagram ervaringsding. Pokkedruk, maar dat is niks nieuws in Tokyo. En voor een deel tot aan je knieën in het water. Het meeste vond ik nu niet zo speciaal, maar wel de bewegende hangende orchideeënzee. Prachtig…

Bon, naar buiten, terug de trein op, en dan switchen naar een gewone metro. Euh… Het was intussen kwart over zeven, maar die trein zat stampvol, en dat is letterlijk te nemen: je werd geduwd en gestampt. Arwen kreeg het Spaans benauwd zodat we de volgende halte meteen zijn uitgestapt, in een zakendistrict, leek het. Wolf vond online een goed aangeprezen conveyor belt sushi op 12 minuten stappen, en daar gingen we dus naartoe. Online allemaal goed en wel, ter plekke vonden we het niet. Wij binnen in zo’n Mediamarkt-achtig iets, en blijkbaar zat dat restaurant daarboven op het zevende. En toen was er ook nog een wachtrij van een half uur, maar ergens anders ging het niet minder druk zijn, en we bleven dus wachten. Wel, het was de moeite waard. Zelden zo’n zottekot gezien, om eerlijk te zijn. Superdruk, superluid en super de max! Je bestelt iets met een aanraakschermpje voor je neus, wacht enkele minuten en het komt netjes voor je neus aan via die lopende band, met geluidssignaaltje en al. Wat een machine! Superveel en superlekker gegeten, en voor ongeveer 50 euro voor ons zes. En geloof me, Kobe deed het concept eer aan!

En toen was het voor iedereen welletjes. We spoorden naar huis, de kinderen gingen nog even rariteiten opsnorren in de 7/11, en dat was dat voor vandaag.

Eigenlijk hebben we nauwelijks iets gezien van de miljoenenstad Tokyo. We zijn pompaf, hebben de nodige kilometertjes op de teller, en toch… Ik denk dat je hier makkelijk een maand kan doorbrengen en nog niet alle interessante dingen gezien hebt. Tsja. Maar we hebben een klein smaakje van Tokyo te pakken.

18.000 stappen, btw.

Attest van handicap, en dit is geen aprilgrap

Toen ik gisterenavond laat nog mijn mail opende, zat daar een document van de FOD in. Met een bang hartje opende ik, las ik – las ik eerst nog verkeerd, want ze gaven een negatief advies op een tegemoetkoming – en zette me dan met tranen in de ogen even te zuchten. Ik was even compleet mijn kluts kwijt.

Hoezo? Ik had toch zelf in januari een nieuwe aanvraag ingediend voor de ‘erkenning van een handicap zonder financiële tegemoetkoming’? Klopt, en ze hadden daarbij vermeld dat ik minstens vier maanden ging moeten wachten voor ik een uitnodiging zou krijgen voor een afspraak met een adviserend geneesheer. En toen zat toch plots dit in de bus, zonder bijkomend onderzoek en al.

Blijkbaar was mijn dossier stevig genoeg, zeker met alle attesten van dokters en specialisten, en waren de rugfoto’s ook sprekend genoeg dat een afspraak niet meer nodig was.

Dit kwam dus compleet onverwacht, en het voelt dan ook dubbel aan, maar vooral als een grote opluchting. Dubbel, want niemand wil echt gehandicapt zijn, en dit is nu een officiële bevestiging daarvan, iets waar ik heel lang mee geworsteld heb. Maar dus ook een opluchting: ik heb eindelijk bewijs dat er echt iets grondig mis is met mijn lijf, dat ik geen plantrekker ben, of zoals Jeroen het ooit noemde: dat ik niet zo onnozel moest doen. Dat ik ondanks mijn energie en mijn positieve ingesteldheid echt pijn heb en sommige situaties voor mij echt niet evident zijn, en dat ik sommige dingen ook echt gewoon niet kan. En dat ik dat tegenover bepaalde collega’s, die me nog steeds niet serieus namen, nu ook dit attest kan tonen. Want geloof me, de overheid reikt dit niet zomaar uit, die doen echt moeilijk. Ik krijg er zelfs een parkeerkaart bij…

En dus heb ik erbij zitten huilen, ja. Vooral van opluchting: ik word eindelijk au sérieux genomen en kan bewijzen dat ik echt een handicap heb.

En die parkeerkaart, die is mooi meegenomen, net zoals de European Disability Card die ik ga krijgen. Zoals een gehandicapte vriendin van me zei: “Er mag ook nog eens een voordeel aan zitten ook, zeker?”

Rondje dokters voor ons pa

Althans, dat was de bedoeling. Ik ging hem ophalen en we stonden netjes op tijd in het ziekenhuis, alwaar ik hem aanmeldde aan de balie van de afdeling. Voor dokter De Meulemeester en dokter Claeys. Ha nee, kreeg ik als antwoord, niet bij dokter Claeys, want die is met verlof. Euh?

We hadden al sinds augustus een dubbele afspraak, maar blijkbaar was de psychiater met vakantie en hadden ze dat ons niet laten weten. Er was zelfs een nieuwe afspraak ingeboekt voor hem, op vrijdag 8 mei in de voormiddag, zonder me te raadplegen daarover. Ik ben dan aan het lesgeven, dus dat kon ook gewoonweg niet. Soit, het zij zo. We hadden tenminste wel een afspraak bij De Meulemeester, ons pa zijn gerespecteerde neuroloog die met pensioen gaat en hem toch graag nog een laatste keer wilde zien. Ik ga haar missen…

Ons pa zijn geheugentesten zijn prima, zijn Parkinson is eigenlijk best wel stabiel, maar hij schudt vrij veel en daar kunnen we niks aan veranderen: zijn medicatie verhogen zou een groot impact hebben op zijn andere medicatie, en dat is dus niet bepaald het gewenste effect.

Ze stelde ook vast, net zoals wij dat al wisten, dat hij eigenlijk wel behoorlijk wat achteruit is qua houding en qua stappen. Hij beweegt dan ook veel te weinig: kine krijgt hij om een of andere reden niet in het rusthuis, ook al zijn daar twee kinesisten en heeft hij een uitdrukkelijk voorschrift. Hij weet dat hij zelf minstens twee keer per dag de gang zou moeten op- en neerwandelen, maar ook dat gebeurt niet meteen. Wel zei ze meteen dat zijn rollator hoger moet staan, iets wat hij van ons altijd geweigerd heeft. Hij loopt nu wel wat rechter, ja.

Soit, al bij al geen slecht nieuws dus: hij is stabiel, gewoon al bijna 85…

En de volgende afspraken? Die liggen meteen in september. En nu maar hopen dat de psychiater dan niet opnieuw met vakantie is.

Anders elegant

Nee, voor een keertje niet ikke, maar wel Kobe. Het kalf.

Hij was al de hele week op SIS-week, een voorbereidingsweek in de scouts waarbij ze alle lokalen en het hele terrein klaar maken voor een evenement. Eigenlijk gewoon een excuus om allemaal gezellig daar te blijven slapen, me dunkt. Maar bon, hij mag dat gerust doen van ons. En dit weekend was er dus afterworkparty, een bingo en een silent disco en zo.

Ik had wel geëist dat hij zondagmiddag ging thuis zijn om te eten en dan naar die uitleg rond Japan te gaan. Er zijn grenzen, ook aan het hangen in de scouts.
Nu, gisteren stonden we toevallig met zijn tweetjes apart, toen hij zei: “Mama, ik moet je iets vertellen.” Ik vreesde al meteen het ergste, dat hij iets kapot had gekregen of zo… En toen stroopte hij zijn ene broekspijp op en trok ik daarop een wenkbrauw op. “Maar je mag niks tegen papa zeggen want dan gaat die meteen flippen!”

Bart was aan het gamen in zijn bureau, dus ik troonde Kobe mee naar de keuken in het volle licht en inspecteerde het getoonde scheenbeen. Hij had donderdagavond over een pallet willen springen, had ergens zijn sprong gemist en was nogal enthousiast tegen dat hout aangeknald. Zijn vrienden hadden gezegd, vrijdagochtend, dat hij misschien toch best eens bij een dokter zou passeren, maar dat had hij afgewimpeld. Intussen zag het hele been bont en blauw tot in zijn voet, stond het dik en gloeide het een beetje. Ik zag niet meteen etter of andere tekenen van een ontsteking, maar het was niet fraai. De wonde was ook nog niet helemaal dicht, dus ik heb het stevig ontsmet. Kobe heeft een hoge pijntolerantie, maar blijkbaar deed het toch ook meer pijn dan hij wilde toegeven. Op mijn uitdrukkelijke vraag is hij vandaag toch naar de dokter gegaan, om zeker te zijn dat het oké was, en voor een tetanosspuit. Dat laatste bleek niet nodig want nog actief van een vorig akkefietje, maar de dokter vond het inderdaad toch verstandig dat hij was gekomen. Er was geen ontsteking, maar we moesten het wel goed in de gaten houden.

Vandaag, na vier dagen, ziet het er dus nog zo uit:

Die zoon van me, die gaat nog eens helemaal blauw uitslaan, als hij niet oplet. Serieus…

Nieuwe ophthalmoloog

Van de ene -loog naar de andere: vandaag was het de beurt aan de oogarts dus. Ik ging vroeger samen met ons ma naar Eeklo, naar een oude studievriendin van haar. Zij behandelde zowat de hele familie, en dat was belangrijk, want zowat die hele familie heeft zware glaucoom. Maar die is uiteraard al lang met pensioen, het mens zou al tachtig zijn nu.

Ik verhuisde naar een oogarts die ook in het Jan Palfijn zat, maar een eigen praktijk had in Beke. Een no-nonsense mens, zoals ik ze graag heb. Alleen… die is vorig jaar ook met pensioen gegaan. Tsja, dat gebeurt al eens als ge zelf ook wat ouder wordt…

Eind mei kon ik dus opnieuw op zoek gaan naar een oogarts. Ze gaf haar patiëntenbestand niet meteen door, maar wist me wel te zeggen dat er een ophthalmologe in Mariakerke was met een specialisatie in glaucoom. Ha, voilà. Maar er was dus geen haast bij, vond ik, en ik was het eerlijk gezegd ook weer vergeten.

Bon, tot nu dus. Ik heb een vijftal keren moeten proberen voor ik iemand te pakken kreeg aan de telefoon, en de eerstvolgende afspraak was – hou u vast – 6 juli. Hmm, juist ja. Tenzij ik nu dinsdag om half elf kon, want dan was er een afspraak weggevallen. Euh, laat ik nu net een springuur hebben tussen tien over tien en kwart over elf. Ideaal dus, en was ik een paar minuten later, dan sprong het secretariaat wel eventjes in.

Ik dus netjes tussen school en huis naar de Amandelboomlaan bij een dokter die toch wel wat jonger is dan ik, dus waar ik hopelijk niet meer hoef te veranderen. Ik kreeg een gezichtsveldmeting, de oogdruk werd gemeten, mijn oogzenuw geïnspecteerd, en alles werd in orde verklaard. Mijn bril hoeft ook niet gewijzigd te worden.

Allez hup. Weer eentje afgevinkt. Nu nog de kaakchirurg en die mammografie, en we zijn hopelijk weer goed voor een tijdje.

Gynaecoloog

Vorige week ging ik voor het eerst met Merel langs de gynaecoloog, en toen vroeg hij ook hoe het met mij was. “Goed”, antwoordde ik, “intussen helemaal in de menopauze”. “Ahaa”, zei hij, “da’s normaal. En je neemt toch hormonen?”
“Euh, nee?”

Man, kreeg ik nu toch onder mijn voeten zeg! Dat hormoontherapie echt geen luxe is, want dat het beschermt tegen hart- en vaatziekten, nog steeds de nummer 1 doodsoorzaak bij vrouwen. Ik ging me ook goed in mijn vel blijven voelen en dat vel ging er ook goed blijven uit ziet. Blijkbaar verouder je zonder die hormonen echt wel sneller. Hij was zeer adamant, strijdlustig zelf, en dus maakte ik dan maar voor vandaag een afspraak.

Ik werd voor de rest helemaal oké verklaard, en ik kreeg een voorschrift voor hormonen en een mammografie. Allez hup.

Maar mijn gynaecoloog is dus duidelijk lid van de meendersclub. Serieus.

 

Good karma

Van een meevaller gesproken zeg!

Vorige zondag – allez ja, bijna twee weken dus – had ik ’s middags op iets gebeten en hoorde en voelde ik mijn voorlaatste kies onderaan rechts krak zeggen. Euhm, dat voorspelt doorgaans niet veel goeds.

Ondanks het feit dat ik ziek was, mocht ik toch langsgaan bij de tandarts, die niks kon zien aan de buitenkant en me doorstuurde naar een endodontoloog. Ze had er eentje in Lovendegem opgebeld, en ook een praktijk in de Savaanstraat, en ik kon dus op vrijdag 6 maart terecht in Lovendo. Meh.

Fast forward naar afgelopen woensdag: toen was er op school het studiekeuzeatelier voor onze zesdes, waar een hoop oud-leerlingen uitleg komen geven over hun studierichting. Voor tandheelkunde had zich niet meteen een student aangemeld, waarop Simon nog maar eens langskwam. Hij is al 12 jaar weg van school en gespecialiseerd als, jawel, endodontoloog. Hij kwam al voor de zoveelste keer met vuur zijn vak verdedigen. Ik had me bij hem aan zijn tafeltje gezet, want hij is echt wel een ongelofelijk fijne gast, eentje die ik ook altijd graag in de klas had. Het gesprek kwam dus op zijn specialisatie, waarop ik opmerkte dat ik ook een endo nodig had, en ik de uitleg deed over mijn tand.

Waarop hij doodserieus: “Oh, maar dan pak ik u er wel eens bij na mijn uren, ik werk in de Savaanstraat!” Moh… Puntje bij paaltje: hij is de vrijdagnamiddag vrij, ik ook, en hij moest vandaag toch in ’t stad zijn wegens een sollicitatie als lesgever aan ’t unief. Ik stond dus om 15.00 uur in zijn praktijk, waarop hij nota bene anderhalf uur bezig was om die tand te redden. Blijkbaar was die al ettelijke keren gevuld – er waren af en toe  stukjes afgebroken, dat weet ik nog – en zat er effectief een klein barstje aan de zijkant, waardoor er ook al licht tandbederf was. Hij heeft de hele boel vakkundig uitgeboord, schoongemaakt, opgevuld en op een natuurlijke wijze geboetseerd, zodat die tand nu ook echt weer helemaal oké aanvoelt.

Ik ben nog even blijven kletsen, heb beloofd om eens samen te gaan lunchen, en toen stond ik weer buiten met een verdoofde kaak maar een hopelijk geredde tand, en dat supersnel.

Serendipiteit, het is toch een dingetje. En Simon? Die is een schat!