Stomatoloog voor ons pa, deel twee

Vorige week schreef ik dat ons pa die afgebroken tand moest laten uithalen door een stomatoloog en dat we langs geweest waren.

Vandaag was ons pa er toch niet gerust in, maar bon. Op zich ging het allemaal bijzonder vlot: alleen de inspuiting voor de verdoving deed pijn, zei hij, de rest heeft hij niet gevoeld. De tand, allez ja, wortel is er zeer vlot uitgegaan, ze hebben het bijzonder grondig dichtgenaaid, en dat was dat: twintig minuten later stonden we alweer buiten.

Hij kreeg geen warm eten en ook geen koffie, en zat toch wel een beetje ongelukkig te kijken naar het slaatje met Russisch ei dat we hem voorschotelden, maar bon, daarin was de dokter categoriek geweest: geen warm eten of drinken tot morgen.

Ik ben benieuwd. Nu eerst rustig alles laten genezen, en dan zijn gebit in orde laten zetten zodat ook dat weer perfect past en hij normaal kan eten.

We zijn nog eventjes bezig.

Stomatoloog voor ons pa

Ons pa heeft al heel lang maar één tand meer, een van zijn snijtanden onderaan. Daar hangt dan ook zijn onderste gebit min of meer aan vast.

Alleen… Die tand is al een hele tijd gewoon afgebroken, een zwart stompje dus, en wellicht gewoon een tikkende tijdbom voor een stevige ontsteking. Ik had hem richting tandarts gestuurd, maar die zei, zoals verwacht, dat zij zich dat niet  ging riskeren, dat ze daar geen grip op ging hebben, en dat dat werk voor een stomatoloog was.

Vandaag trok ik dus met ons pa richting Jan Palfijn voor die stomatoloog, die, zoals verwacht, keek en zei dat hij die afgebroken tand er wel ging uithalen. En dat ons pa niet moest stoppen met zijn Clopidogrel, zijn bloedverdunners, want dat ze daar dan een speciaal bloedstelpend watje gingen insteken en dichtnaaien, dat dat op zich geen probleem zou vormen.

Al bij al zijn we maar tien minuten binnen geweest, en ons pa had precies verwacht dat ze die tand hier ter plekke gingen trekken, maar daar was ik zeker van dat dat niet zo ging zijn: dit zijn gewone consultaties, de heelkundige ingrepen zijn in een soort operatiezaal waar men, indien nodig, veel grondiger kan ingrijpen.

Deel twee is dus voor volgende week, en ons pa is er precies niet helemaal gerust in.

Neuroloog

De laatste tijd hebben ons pa en ik een abonnement op het ziekenhuis, maar dan wel gewoon omdat al zijn dokters daar zitten.

In januari was ik met hem naar de neuroloog gegaan en die wou toen een MRI scan van de hersenen om na te gaan of er iets veranderd was, aangezien zijn middellange geheugen precies dat niet meer is en de parkinson lichtjes verergerd is.

Vorige week zaten we samen in het ziekenhuis voor de scan, vandaag mochten we langsgaan om het verdict van die scan te aanhoren.

Awel, eigenlijk valt er niks te melden, en dat feit op zich vond de neurologe vreemd. De vorige scan was twee jaar oud en eigenlijk, zo verklaarde de radioloog, was er in zijn hersens niks veranderd. Eigenlijk zou er dus in zijn gedrag dus ook niks mogen veranderd zijn.

Er is – uiteraard – nog steeds letsel van zijn tromboses en de ventrikels zijn nog steeds verwijd, maar niet erger geworden. De doorbloeding is dezelfde gebleven. Ze had dus geen verklaring voor de veranderde symptomen en wilde dan ook zijn medicatie niet aanpassen, zolang het doenbaar is voor ons pa.

En zijn kortetermijngeheugen is nog steeds prima als hij zich focust: geen sprake van alzheimer dus, gewoon parkinson en tromboseletsel.

Allez hup. ’t Is toch weer een geruststelling.

Maagperikelen

Ik had het in oktober al geschreven: mijn maag doet niet wat ze moet doen. Stress, maar ook het feit dat ik intussen 30 kilo te zwaar ben, dat doet er absoluut geen goed aan.

In januari had ik er alweer opmerkelijk meer last van, en toen ik op een bepaalde avond gewoon al een Rennie of 5 had genomen en gewoon niet kon slapen van de stekende spasmen in mijn maag, vond ik het welletjes. Ik nam wat extra pantomed en maakte een afspraak bij de gastroloog.

Deze ochtend om acht uur zat ik dus bij die mens, en die wist me te vertellen dat het blijkbaar al va 2002 geleden was dat ik nog bij hem was geweest. Wat ouder, wat grijzer en met een bril, zo omschreef hij zichzelf. Geweldig sympathieke man, overigens. Een maagonderzoek – een vréselijke procedure – vond hij niet nodig: dat ging toch alleen maar bevestigen wat we allebei al wisten: mijn maag doet lastig, die afsluitklep naar mijn slokdarm is niet wonderbaarlijk teruggegroeid en mijn slokdarm zelf is geïrriteerd door de oesophagitis. Tsja.

Een mogelijke oplossing is vermageren. Hmpf. Dat wist ik al, dat zou voor zoveel dingen goed zijn, maar ik kan het gewoon niet opbrengen. Eten is voor mij een troost, een beloning, en ja, momenteel ook een suikerverslaving. I know.

Hij raadde me dan ook een maagballon aan, iets waar ik nog nooit van gehoord had. Een maagverkleining of maagring zou hij me niet aanraden, nee. Maar zo’n ballon, dat is iets dat onder zeer lichte verdoving ingebracht wordt in de maag, een ballon ter grootte van een sinaasappel, gevuld met een zoutoplossing. Na zes maanden of een jaar wordt die doorprikt en verdwijnt die gewoon met de stoelgang. En dat is ook het mooie eraan: als ik er echt niet mee kan leven, als ik het echt niet zie zitten, dan wordt die simpelweg doorprikt, en dat is dat. Gemiddeld vermageren mensen er 14 kilo, maar, zo waarschuwde hij, 3 jaar later zat 90% terug op zijn originele gewicht wegens het jojo-effect.

Ik weet het niet. Ik blijf het ingrijpend vinden.  Momenteel heeft hij gewoon mijn medicatie verhoogd, en vooral ook uitgelegd dat die Pantomed maar 10 uur werkt, vandaar de problemen ’s avonds. Ik mag dan ook een extra, kleinere dosis nemen ’s avonds als dat nodig is.

Hmmm.

Zucht.

 

Nog eens het ziekenhuis

Geen nood, het was opnieuw niet voor mezelf en het was ook niet erg: ons pa moest een scan hebben. Toen ze voor die huidkanker een echo namen, zag de radioloog dat hij een cyste had in de buurt van zijn nieren. Zijn commentaar was eigenlijk nogal vreemd: niks aan de hand, niks erg, maar toch een scan graag.

Hmm?

Enfin, toch maar het zekere voor het onzekere genomen en met ons pa richting ziekenhuis getuft. Allez ja, hij tuft eerst tot hier en dan rijden we samen naar het ziekenhuis. Op zich heeft hij mij niet echt nodig, maar ik ben wel zijn extern geheugen én extern gehoorapparaat ^^ En op die manier zijn we er allebei zeker van dat het verloopt zoals het hoort.

We hebben wel een behoorlijk tijdje moeten wachten – er kwamen twee spoedgevallen tussen, blijkbaar – en ons pa moest zo maar eventjes anderhalve liter water met contrastvloeistof drinken. De instructie was: “Zo veel mogelijk, maar als het niet lukt, is dat niet erg hoor!” Dat moet ge niet tegen ons koppige pa zeggen: op een dik kwartier had hij de hele fles soldaat gemaakt. En nog een kwartier later was hij al twee keer naar ’t toilet gelopen :-p

Enfin, scan, dan hier eten  en dan nam hij gewoon nog even de kousenmand voor zijn rekening. Een kwestie van gezellig nog een beetje blijven hangen, zei hij. Van mij niet gelaten.

Nu eens benieuwd wat de uitslag van die scan zal zeggen.

Dagje dokters met ons pa, deel 2

Ook vandaag was het bij momenten pittig. Na school, om half vier dus, reed ik naar Zomergem om ons pa op te pikken en te zorgen dat we om half vijf netjes in het Jan Palfijn stonden: tijd voor ons pa zijn halfjaarlijkse afspraak bij de neuroloog en de neuropsychiater. Alleen… het was deze keer meer dan een jaar geleden: in april, in volle coronatijd, was ons pa half in paniek geslagen bij het idee van een ziekenhuisbezoek alleen al, en omdat hij eigenlijk bijzonder goed is, hadden we het dan maar overgeslagen.

Deze keer vond ik het wel noodzakelijk en dat zei hij zelf ook. Bij de psychiater kwamen we tot de vaststelling dat hij zelf vond dat hij behoorlijk depressief is – Roeland en ik vonden eigenlijk van niet, maar we zien hem natuurlijk niet op een doodgewone ochtend alleen in zijn grote huis – maar dat hij zijn stabilisatiemedicatie niet stipt genoeg neemt. Ha ja, ’t kan niet missen dan!

Afspraak is dat hij ze nu veertien dagen echt wel twee per dag neemt, het uur is niet zo belangrijk, en dat er dan een bloedstaal wordt afgenomen zodat we zien of het niveau van dat medicijn voldoende hoog staat in zijn bloed. Als dat niet het geval is, wordt de medicatie bijgestuurd, maar hij zou zich in elk geval beter moeten voelen.

Een behoorlijk tijdje later mocht hij dan zijn uitleg doen bij de neuroloog, en die stelde vast dat zijn beven toch wel erger was geworden, dat zijn ogen achteruit zijn op een manier die niks te maken heeft met ouderdom en dat dat korte-termijngeheugen iets sneller achteruit gaat dan dat op zijn leeftijd normaal is. Alzheimer is het niet, dat uit zich op andere manieren.

Bon, MRIscan van zijn hersenen om te kijken of er effectief meer hersenschade is – dan valt daar niks aan te doen – of dat de oorzaak ergens anders ligt, wat misschien wel met medicatie bij te sturen is. En dan daarna opnieuw een afspraak, ergens in maart.

Zo blijft ne mens bezig, maar het is met liefde gedaan. En veel geduld, dat ook.

Dagje dokters met ons pa, deel 1

Stevig dagje vandaag: opnieuw beginnen lesgeven, compleet met halve klassen en dus de helft van de leerlingen die voor mijn neus zit, terwijl de andere helft van thuis uit volgt via de camera van mijn laptop. ’t Is een bezigheid als een andere, geloof me.

Maar bon, ik had dus les tot 12.55 uur, sprong in mijn auto, reed naar Zomergem, gooide daar bij ons pa snelsnel mijn eten in de microgolf en maakte dat we samen in Merendree bij de huidarts zaten om kwart voor twee. Ik moet het zeggen: we hebben geen halve minuut moeten wachten. Ons pa kon meteen binnen in een van de kabinetten, de laser werd op zijn arm gezet, en dat was dat.

Twintig na twee waren we weer thuis, kon ik de rest van mijn eten opeten en installeerde ik me in zijn goeie zetel. De rug doet namelijk al pijn sinds oudejaarsavond – geen idee waarom – en dus probeer ik die vooral zo veel mogelijk rust te gunnen. Het was er stil, alleen de kat zat op de vensterbank te spinnen, ik kon er eigenlijk niks anders doen, en dus zat ik onderuit in zijn zetel te lezen, met een koffietje erbij. En ik genoot, ik werd helemaal zen.

Tegen half vijf reden we opnieuw naar Merendree voor deel twee van de behandeling, het verbranden van de ongewenste cellen. En dat mag u gerust letterlijk nemen: ons pa houdt er een heuse brandwonde aan over en dat kan geen deugd doen.

Enfin, kwart over zes was ik weer thuis en kon ik wat schoolwerk doen. Maar ondanks het gerij was ik eigenlijk wel helemaal ontspannen.

Dik in orde!