Maagperikelen

Ik had het in oktober al geschreven: mijn maag doet niet wat ze moet doen. Stress, maar ook het feit dat ik intussen 30 kilo te zwaar ben, dat doet er absoluut geen goed aan.

In januari had ik er alweer opmerkelijk meer last van, en toen ik op een bepaalde avond gewoon al een Rennie of 5 had genomen en gewoon niet kon slapen van de stekende spasmen in mijn maag, vond ik het welletjes. Ik nam wat extra pantomed en maakte een afspraak bij de gastroloog.

Deze ochtend om acht uur zat ik dus bij die mens, en die wist me te vertellen dat het blijkbaar al va 2002 geleden was dat ik nog bij hem was geweest. Wat ouder, wat grijzer en met een bril, zo omschreef hij zichzelf. Geweldig sympathieke man, overigens. Een maagonderzoek – een vréselijke procedure – vond hij niet nodig: dat ging toch alleen maar bevestigen wat we allebei al wisten: mijn maag doet lastig, die afsluitklep naar mijn slokdarm is niet wonderbaarlijk teruggegroeid en mijn slokdarm zelf is geïrriteerd door de oesophagitis. Tsja.

Een mogelijke oplossing is vermageren. Hmpf. Dat wist ik al, dat zou voor zoveel dingen goed zijn, maar ik kan het gewoon niet opbrengen. Eten is voor mij een troost, een beloning, en ja, momenteel ook een suikerverslaving. I know.

Hij raadde me dan ook een maagballon aan, iets waar ik nog nooit van gehoord had. Een maagverkleining of maagring zou hij me niet aanraden, nee. Maar zo’n ballon, dat is iets dat onder zeer lichte verdoving ingebracht wordt in de maag, een ballon ter grootte van een sinaasappel, gevuld met een zoutoplossing. Na zes maanden of een jaar wordt die doorprikt en verdwijnt die gewoon met de stoelgang. En dat is ook het mooie eraan: als ik er echt niet mee kan leven, als ik het echt niet zie zitten, dan wordt die simpelweg doorprikt, en dat is dat. Gemiddeld vermageren mensen er 14 kilo, maar, zo waarschuwde hij, 3 jaar later zat 90% terug op zijn originele gewicht wegens het jojo-effect.

Ik weet het niet. Ik blijf het ingrijpend vinden.  Momenteel heeft hij gewoon mijn medicatie verhoogd, en vooral ook uitgelegd dat die Pantomed maar 10 uur werkt, vandaar de problemen ’s avonds. Ik mag dan ook een extra, kleinere dosis nemen ’s avonds als dat nodig is.

Hmmm.

Zucht.

 

Nog eens het ziekenhuis

Geen nood, het was opnieuw niet voor mezelf en het was ook niet erg: ons pa moest een scan hebben. Toen ze voor die huidkanker een echo namen, zag de radioloog dat hij een cyste had in de buurt van zijn nieren. Zijn commentaar was eigenlijk nogal vreemd: niks aan de hand, niks erg, maar toch een scan graag.

Hmm?

Enfin, toch maar het zekere voor het onzekere genomen en met ons pa richting ziekenhuis getuft. Allez ja, hij tuft eerst tot hier en dan rijden we samen naar het ziekenhuis. Op zich heeft hij mij niet echt nodig, maar ik ben wel zijn extern geheugen én extern gehoorapparaat ^^ En op die manier zijn we er allebei zeker van dat het verloopt zoals het hoort.

We hebben wel een behoorlijk tijdje moeten wachten – er kwamen twee spoedgevallen tussen, blijkbaar – en ons pa moest zo maar eventjes anderhalve liter water met contrastvloeistof drinken. De instructie was: “Zo veel mogelijk, maar als het niet lukt, is dat niet erg hoor!” Dat moet ge niet tegen ons koppige pa zeggen: op een dik kwartier had hij de hele fles soldaat gemaakt. En nog een kwartier later was hij al twee keer naar ’t toilet gelopen :-p

Enfin, scan, dan hier eten  en dan nam hij gewoon nog even de kousenmand voor zijn rekening. Een kwestie van gezellig nog een beetje blijven hangen, zei hij. Van mij niet gelaten.

Nu eens benieuwd wat de uitslag van die scan zal zeggen.

Dagje dokters met ons pa, deel 2

Ook vandaag was het bij momenten pittig. Na school, om half vier dus, reed ik naar Zomergem om ons pa op te pikken en te zorgen dat we om half vijf netjes in het Jan Palfijn stonden: tijd voor ons pa zijn halfjaarlijkse afspraak bij de neuroloog en de neuropsychiater. Alleen… het was deze keer meer dan een jaar geleden: in april, in volle coronatijd, was ons pa half in paniek geslagen bij het idee van een ziekenhuisbezoek alleen al, en omdat hij eigenlijk bijzonder goed is, hadden we het dan maar overgeslagen.

Deze keer vond ik het wel noodzakelijk en dat zei hij zelf ook. Bij de psychiater kwamen we tot de vaststelling dat hij zelf vond dat hij behoorlijk depressief is – Roeland en ik vonden eigenlijk van niet, maar we zien hem natuurlijk niet op een doodgewone ochtend alleen in zijn grote huis – maar dat hij zijn stabilisatiemedicatie niet stipt genoeg neemt. Ha ja, ’t kan niet missen dan!

Afspraak is dat hij ze nu veertien dagen echt wel twee per dag neemt, het uur is niet zo belangrijk, en dat er dan een bloedstaal wordt afgenomen zodat we zien of het niveau van dat medicijn voldoende hoog staat in zijn bloed. Als dat niet het geval is, wordt de medicatie bijgestuurd, maar hij zou zich in elk geval beter moeten voelen.

Een behoorlijk tijdje later mocht hij dan zijn uitleg doen bij de neuroloog, en die stelde vast dat zijn beven toch wel erger was geworden, dat zijn ogen achteruit zijn op een manier die niks te maken heeft met ouderdom en dat dat korte-termijngeheugen iets sneller achteruit gaat dan dat op zijn leeftijd normaal is. Alzheimer is het niet, dat uit zich op andere manieren.

Bon, MRIscan van zijn hersenen om te kijken of er effectief meer hersenschade is – dan valt daar niks aan te doen – of dat de oorzaak ergens anders ligt, wat misschien wel met medicatie bij te sturen is. En dan daarna opnieuw een afspraak, ergens in maart.

Zo blijft ne mens bezig, maar het is met liefde gedaan. En veel geduld, dat ook.

Dagje dokters met ons pa, deel 1

Stevig dagje vandaag: opnieuw beginnen lesgeven, compleet met halve klassen en dus de helft van de leerlingen die voor mijn neus zit, terwijl de andere helft van thuis uit volgt via de camera van mijn laptop. ’t Is een bezigheid als een andere, geloof me.

Maar bon, ik had dus les tot 12.55 uur, sprong in mijn auto, reed naar Zomergem, gooide daar bij ons pa snelsnel mijn eten in de microgolf en maakte dat we samen in Merendree bij de huidarts zaten om kwart voor twee. Ik moet het zeggen: we hebben geen halve minuut moeten wachten. Ons pa kon meteen binnen in een van de kabinetten, de laser werd op zijn arm gezet, en dat was dat.

Twintig na twee waren we weer thuis, kon ik de rest van mijn eten opeten en installeerde ik me in zijn goeie zetel. De rug doet namelijk al pijn sinds oudejaarsavond – geen idee waarom – en dus probeer ik die vooral zo veel mogelijk rust te gunnen. Het was er stil, alleen de kat zat op de vensterbank te spinnen, ik kon er eigenlijk niks anders doen, en dus zat ik onderuit in zijn zetel te lezen, met een koffietje erbij. En ik genoot, ik werd helemaal zen.

Tegen half vijf reden we opnieuw naar Merendree voor deel twee van de behandeling, het verbranden van de ongewenste cellen. En dat mag u gerust letterlijk nemen: ons pa houdt er een heuse brandwonde aan over en dat kan geen deugd doen.

Enfin, kwart over zes was ik weer thuis en kon ik wat schoolwerk doen. Maar ondanks het gerij was ik eigenlijk wel helemaal ontspannen.

Dik in orde!

Dermatologen

Intussen is alles zo goed als achter de rug, maar ik moet toegeven: ons pa heeft ons de voorbije weken wel wat schrik aangejaagd. Onbedoeld, uiteraard!

Ons pa heeft op zijn bovenarm zo’n litteken van het pokkenvaccin, je weet wel, dat vaccin dat zodanig goed gewerkt heeft dat wij niet meer zo’n litteken hebben. Dat was altijd al een zwakke plek die vrij snel verbrandde in de zomer en zo. Sinds een paar jaar was dat quasi continu geïrriteerd. Ik had er niet veel acht op geslagen, ook al omdat ons pa er vaak aan krabde en dat dat het er uiteraard niet beter op maakte. Maar aangezien het precies toch niet beterde, had hij aan de huisarts gevraagd ernaar te kijken en die had hem richting Merendree gestuurd, naar een huidartsenpraktijk daar, zodat die er eens naar konden kijken.

Op vrijdag 22 oktober, in een ongelofelijk hectische dag, kreeg ik telefoon van hem, die ik uiteraard gemist had. In de speeltijd, tussen twee interviews door, belde ik hem terug. Hij was in alle staten: hij was net terug van Merendree en de dokters daar hadden op liefst vier plaatsen huidkanker vastgesteld. De voornoemde plek op zijn arm dus, maar ook het wondje op zijn voorhoofd dat daar ook al zeker een jaar was, maar waar hij dus ook aan bleef prutsen. Ik dacht dat het daarom was dat het niet genas, ook omdat oud vel standaard minder snel geneest. Ik had dus beter moeten weten… Daarnaast had hij ook nog een lelijke wrat op zijn borstkas, iets wat ik nog nooit gezien had, en een plekje op zijn onderrug. Juist.

Bon, alles kon gelukkig behandeld worden onder plaatselijke verdoving, alleen voor een echo moest hij naar het ziekenhuis. Hij had alle afspraken zelf al gemaakt en Roeland en ik hebben ons in een paar bochten moeten wringen om mee te kunnen gaan met hem.  Zelfs Bart is een keertje ingesprongen toen hij zelf een bepaalde afspraak – we hadden alles al geregeld – een paar uur verlaat had omdat hij het te vroeg vond. Tsja. We wilden hem echt niet alleen laten gaan: niet alleen kan je slecht zijn van zo’n plaatselijke verdoving en mag je dan niet met de auto rijden, maar hij vergeet ook standaard wat de dokters zeggen, of hoort de helft niet, en we zijn liever zeker van ons stuk.

Vandaag hadden de roostermakers van de examentoezichten me vrij gehouden zodat ik mee kon naar Merendree met ons pa. De behandeling van de plek op zijn arm stond op het programma, in twee stappen: om elf uur maakten ze er met een laser een massa kleine gaatjes in, en werd het ingewreven met een zalfje. Om twee uur moesten we er terug zijn: dan moest hij twaalf minuten onder een soortement hittelamp ermee, iets wat toch wel pijn deed. Ze hadden ons gewaarschuwd en hij had een paracetamol genomen op voorhand, maar toch…

Enfin, een stevige brandplek als gevolg, met een laagje Flamigel erop, en over vier weken nog eens herhalen, en dan zou ook dat moeten weg zijn. Het wondje op zijn voorhoofd is netjes genezen maar moet blijkbaar nog eens herhaald worden, omdat de woekering net iets dieper zat dan ze geanticipeerd hadden. Roeland gaat daar volgende week mee mee, ikzelf heb dan oudercontact. De plek op zijn borst en rug zijn volledig in orde, volgens de dokters.

De laatste behandeling is dus ergens begin januari, en dan zou alles moeten opgelost zijn. Ze willen hem wel nog om het half jaar even volledig nakijken, omdat hij blijkbaar gevoelig is voor huidkankers, maar momenteel is alles dus in orde. Oef.

Toch even bang geweest, jawel.

Positief…

Gisteren had ik al de hele dag de corona app op mijn gsm zitten checken: volgens de dokter zou het resultaat van Wolfs test gisteren bekend moeten geweest zijn. Maar blijkbaar is het echt wel druk momenteel.

Bon, deze morgen lieten we Wolf slapen – hij is echt wel ziek, met koorts en keelpijn en koppijn en een algemeen mottig gevoel, zoals een griep – maar Kobe was om acht uur de deur uit. Tien over acht stapten Merel en ik de deur uit om naar school te wandelen, toen mijn gsm eventjes zoemde: de corona app. En jawel, een rood scherm… Zucht.

We keerden om en stapten weer naar binnen, ik belde meteen de school om Kobe op te vangen aan de fietsenstalling en terug te sturen, en ik verwittigde ook Merels school.

En toen begon het circus helemaal: mijn eigen lessen afzeggen en taken en andere oplossingen voorzien, de kine afbellen, de kuisvrouw, de griffie, de kine, de psycholoog… En dan nog de rugby verwittigen, de orthodontist, de grootouders, de ouders van het liefje… Ik heb de hele voormiddag aan de telefoon gehangen.

En tussendoor was er ook nog de huisarts die ons heel klaar en duidelijk uitlegde wat wel en niet kon en wat de verwachtingen nu waren. Respect voor die mensen zeg, echt. Ik zou nu echt niet graag een huisarts zijn, die zijn gewoon overstelpt qua werk en vragen, en vooral routinewerk.

Maar bon. Concreet is Wolf besmettelijk tot vrijdag en mag hij niet buiten tot dan, tenzij hij nog symptomen vertoont, dan is het tot drie dagen na de laatste symptomen. De rest van het gezin echter moet in quarantaine blijven tot tien dagen na het laatste besmettelijke contact. Dat zal vrijdag dus zijn, aangezien we niet van plan zijn hem in zijn kamer op te sluiten. Maar wij zijn dus de pineut tot maandag negen november op die manier. Pas dan mag je er zeker van zijn dat er niemand bijkomend besmet is. Zolang we geen symptomen krijgen, worden wij ook niet getest.

Bon.

Een weekje van thuis uit lessen en taken voorzien, dan een anderhalve week vakantie, en dan zien we wel weer.

Meh.

Niet leuk.

 

Stress

Ik ben niet zo echt een stresskip. Allez ja, het hangt er een beetje vanaf over wat. Maar over mijn werk? Nah… Na 27 jaar lesgeven ken ik echt wel het klappen van de zweep en kan ik voor elk jaar improviseren wanneer er iets niet loopt zoals het zou moeten.

Maar ik merk wel dat ik de laatste tijd vaker en vaker hoofdpijn heb, en vooral ook maagpijn. Dat laatste is bij mij een serieus teken van stress: ik heb al altijd een zwakke maag en moet daar vrij zware medicatie voor nemen. Maar recent heb ik ze daar niet meer mee onder controle en moet ik voortdurend Rennies slikken om het maagzuur binnen de perken te houden en ervoor te zorgen dat mijn slokdarm niet wordt aangetast. Oesophagitis, als het ware.

Vanwaar komt die stress? Wel, ik vermoed dat het vooral latente stress is. Ja, ik vergeet al eens iets, en hier thuis loopt er al eens iets in het honderd, maar da’s niet anders dan anders. Ik kan het alleen maar op de coronatoestanden steken. Continu lesgeven met een mondmasker op en zo je stem forceren, de gezichtsuitdrukkingen van je leerlingen niet zien, niet weten wie er iets geantwoord heeft of dat antwoord niet begrijpen wegens dat mondmasker… Voortdurend je computer, bureau, afstandsbediening en stoel moeten ontsmetten als je weer eens van lokaal wisselt, opletten dat je niet te dicht bij een collega komt, eten op afstand van elkaar…

Alle spontaniteit is weg, het… gemakkelijke, het simpele, het gezellige, het vanzelfsprekende bij het lesgeven is weggevallen. En laat net dat nu hetgene zijn waar ik zo van kan genieten. Idiote vragen van leerlingen, onnozele verhalen en anekdotes tussendoor, op tijd en stond een slappe lach…

Nope.

En ik heb het gevoel dat ik vooral nog wat extra voorraad Rennie ga mogen inslaan, want dat we er nog niet meteen vanaf zijn. Ugh.

Eelt

Het is nu niet bepaald het meest sexy onderwerp, maar ik heb er wel behoorlijk last van. Ik ben een van die mensen met een onstuitbare eeltvorming op de hielen, en die gaat dan spontaan over in van die kloven, tot bloedens toe. Echt, in de zomer kan ik bij momenten echt lopen strompelen omdat gewoon stappen pijn doet.

Yup, ik smeer.  Ik smeer elke avond mijn hielen netjes in met speciale crème (Podexine, Scholl, Vögel, uiercrème van verschillende merken), en om de twee dagen haal ik er de eelt af onder de douche, werk ik ze nog bij met zo’n elektrische diamantvijl en toch blijven de kloven. Het moet iets genetisch zijn, want zowel mijn vader als mijn grootmoeder hebben dat ook.

Ik kan me ook vooral nog een commentaar herinneren van Kerygma, die het  vreselijk vond om in de zomer dames te zien lopen in prachtige sandalen, met dan van die zwarte kloofstrepen op hun hielen. Ze vond dat immens slordig en onverzorgd. Geloof me, daar kruipt bij mij alle dagen werk in en toch blijft dat.

Bon, een vraag dus: heeft iemand een wondermiddeltje? De gewone én gespecialiseerde crèmes van de apotheker werken niet afdoende, en ik slaap zelfs bij dertig graden met sokken aan zodat die crèmes kunnen inwerken. Want ja, zonder smeren zou het helemaal de hel zijn.

Stel u voor zeg, dat mijn lijf eens zou meewerken met iets…