Van dokters en tandartsen, maar geen kiné

Best dat ik vandaag niet gaan werken ben: het gaat dus echt niet. Mottig, misselijk, ultraslap, en jawel, op een bepaald moment 40.5° koorts. Nu, de meeste mensen zouden daar doodziek van zijn, maar zoals ik al eerder schreef: ik maak niet snel koorts, en als ik er maak, is het meteen hoge koorts. Dat was dus geen reden voor paniek.

De kinesist heb ik afgebeld: ik wilde hen ginder niet nodeloos ziek maken, ik kan wel een weekje zonder kine, zeker als ik toch alleen maar in de zetel lig te liggen. Ik had wel tegen drie uur een afspraak bij de dokter: gewoon voor een briefje voor de school. Dat ik griep heb en gewoon moet uitzieken, dat wist ik ook wel. Nu, blijkbaar is het verplicht dat ze me even onderzoekt, maar ze kwam uiteraard tot dezelfde conclusie: griep, en dus uitzieken. Ze ging me tot en met vrijdag schrijven zodat ik ook nog in het weekend kon rusten, maar aangezien ik sowieso vrijdag naar school moet, schreef ze me tot en met donderdag. Verder gaf ze me de raad die dag paracetamol af te wisselen met ibuprofen, zodat ik toch iet of wat op mijn benen ging staan, want ze twijfelde er oprecht aan dat ik er al door ging zijn. Deze griep is een venijnige, en de meeste mensen zijn een dag of tien plat.

Intussen had ik ook een telefoontje gekregen van de tandarts. Zondag had ik op iets kleins gebeten – niks speciaal hards of zo – maar ik had mijn voorlaatste kies rechts onder horen en voelen kraken. Ugh.

Ik had de tandarts gecontacteerd, en ze ging me er donderdag voor de schooluren bij nemen. Alleen was er straks om half vijf een afspraak vrij gekomen. Ik heb haar herhaaldelijk gewaarschuwd dat ik griep had, maar ze ging extra voorzichtig zijn, een stevig mondmasker dragen, handen extra wassen en verluchten. Ze was gewaarschuwd, zei ze.

Bon, ik dus bij de tandarts, puur op karakter. Ze keek de tand na, verklaarde dat ze niks kon zien aan de buitenkant, maar dat het een tand was die al meermaals gevuld was, en dat er wellicht een barstje aan de binnenkant zat dat zij niet kon zien, maar waarvoor ik naar een endodontoloog moest. Lovendegem of de Savaanstraat? Euh… Die in Lovendegem hadden een plekje op vrijdagnamiddag 6 maart, ten vroegste, en in de Savaanstraat was het niet beter. Blah. Nu maar hopen dat het bij gevoeligheid blijft en dat die tand niet méér pijn begint te doen.

Soit, een half uur later lag ik weer in de zetel, ietsje later sliep ik alweer.

Ja, het is een venijnig beestje, dit griepvirus.

 

Geplooid

Deze ochtend dacht ik dat het wel ging lukken om les te gaan geven: ik was per slot van rekening al twee dagen braaf in mijn zetel gebleven, en ik zag er me ook op om naar de dokter te gaan voor een briefje.

Soit, een paracetamol gepakt en richting school. Het eerste uur les met mijn derdes ging vlot, het uurtje studie daarna met een handvol vierdes was ook geen enkel probleem, al begon het te minderen: ik vermoed dat de medicatie begon uit te werken en ik begon me mottig te voelen.

Toen ik tijdens het derde lesuur – een springuurtje en het lokaal was vrij – even ging liggen op een van de banken, met mijn sjaal onder mijn hoofd als kussen, stelde ik me toch de vraag wat ik eigenlijk in hemelsnaam aan het doen was. Nog vier uur lesgeven ging, als ik eerlijk was, niet lukken.

Ik heb mezelf en mijn spullen bijeen geraapt, ben gaan melden dat ik het niet volhield, heb nog een en ander van taak voorzien, en ben naar huis gereden, puur op wilskracht. Thuis heeft het geen vijf minuten geduurd voor ik in slaap lag…

Dus nee, die griep is zeker nog niet voorbij. En zoals de directie zei: liever nu ziek en vrijdag paraat dan omgekeerd. Want vrijdag is er de Beleefdag: 300 zesdestudiejaartjes komen les volgen, waarvan zo’n honderdtal een lesje Latijn bij mij moeten volgen, en dat is bijzonder belangrijk voor onze recrutering. Dus ja, vrijdag ziek zijn is geen optie.

En dus vandaag maar in mijn bed, met nog extra paracetamol, en duimen dat het lukt tegen vrijdag.

Meh.

De eerste spoed van 2026

Het is ne keer wat anders, de spoed van Sint-Lucas. Hoezo?

Wel, vanmorgen om negen uur belde Wolf me: hij zat bij Arwen, maar hij had geen oog dicht gedaan van de pijn. Donderdag had hij examen gehad en had hij daarna een steek gevoeld aan de rechterkant van zijn torso, ter hoogte van zijn onderste ribben. Kan gebeuren. Ging wel overgaan.

Niet dus.

Vrijdagvoormiddag was Arwen hem komen halen, en beetje bij beetje was de pijn erger geworden: zijn hele rechterkant, en tegen ’s avonds ook zijn schouders, nek en rechterarm. Geen koorts, geen andere problemen, maar wel die pijn. ’s Nachts was zelfs ademen lastig geworden, maar gewoon door de pijn, het is niet dat hij kortademig was, en hij had dus geen oog dicht gedaan. Nu, dat is niet echt normaal voor een jonge, fitte gast van 21, zeker niet voor iemand met zo’n hoge pijntolerantie als Wolf.

Bon, ik hem dus gaan halen en richting Sint-Lucas gereden, want dat ligt naast ons nieuwe appartement en als het iets ernstig was, dan is dat wel makkelijk. Hij werd snel gezien door een triageverpleegkundige die oordeelde dat het voorlopig niks ernstigs was gezien nergens drukpijn, geen koorts, normale bloeddruk en saturatiewaarden. Ze stuurde ons daarom door naar de huisartsenwachtpost in het gebouw ernaast, en ook daar hoefden we nauwelijks te wachten. De dokter van dienst onderzocht hem grondig, maar kwam ongeveer tot hetzelfde oordeel: geen longproblemen, geen darmproblemen, niks ernstigs, maar wel geen echte diagnose. Wellicht is het een zenuw die ambetant begint te doen door de stress, de koude en het vele zitten, en verkrampt daardoor de hele boel. Voorlopig Diclofenac, wisselen van stoelen en houding, veel proberen bewegen, en afwachten. Als het niet betert of zelfs erger wordt: terugkomen en dan foto’s en dergelijke.

Hmpf.

Zoals Wolf zei: opnieuw een vage neuropathie, dan liever nog een ernstiger maar duidelijk probleem waarvoor een duidelijke behandeling bestaat. Geloof me: het Zeepreventorium zit nog steeds vers in ons beider geheugen.

Allez, te hopen dat het snel betert, want op deze manier studeren lukt uiteraard ook niet. Blah.

Geplooid

Het mocht nog een fijne dag zijn, met een nieuw bloesje in paars en rood en daardoor ook twee verschillende schoenen, het heeft niet geholpen.

Zoals ik eerder al zei, is de rug niet oké. Verre van oké.

Vandaag had ik gewoon les van 10.10 uur tot 12.05 uur, dan een uurtje tussen waarin ik zitten verbeteren heb en gekopieerd heb, dan twintig minuten om te eten en dan een half uur toezicht in de Creaclub.

Op zich allemaal niet zo zwaar, maar het blijft wel continu rechtzitten en in beweging zijn.

In de namiddag had ik les met mijn 22 tweedes, van 13.45 uur tot 15.25 uur. Die klas is echt een fijne groep: goeie leerlingen, aandachtig, meewerkend, al wat je wil. Maar het blijven kinderen van dertien die toch wel meer aandacht vragen dan pakweg achttienjarigen. Ik kan niet gewoon op mijn stoel blijven zitten, ik moet echt wel actiever zijn, zeker wanneer het om oefeningen gaat en ik dus mee schrijf op het bord.

En toen ging het fout. Ik had al serieus wat pijn en het was er niet op aan het beteren, integendeel. En toen werd ik misselijk. Nee, het is geen acute pijn zoals wanneer je je voet stevig hebt omgeslagen of in je vingers hebt gesneden. Het gaat om een druk die door heel mijn lijf gaat, en uiteindelijk word ik gewoon misselijk, met het gevoel dat ik ofwel ga overgeven ofwel ga flauwvallen. Geen van beide waren een goeie optie daar in de klas, vond ik.

Ik ben dus naar directie gestapt, gezegd dat het echt niet meer ging – “gelukkig” zie je dat aan mijn gezicht, ik zie er meteen bleek en getrokken uit, naar ’t schijnt – en ben naar huis gegaan. De leerlingen kregen een taak op maar waren behoorlijk onder de indruk, want ik plooi niet rap.

Thuis ben ik meteen in mijn zetel gekropen onder een deken met een heet kersenpitkussen in mijn rug, maar het duurde eventjes voordat de pijn voldoende wilde wegebben en ik in slaap kon vallen.

Nope.

Dit is niet fijn. Verre van.

Geen ambiance

Hmpf. Ik schreef gisteren nog dat het een zware week was, en blijkbaar vond mijn rug dat ook: die is het namelijk aan het opgeven.

Ik ken intussen mijn rug een beetje, en ik vrees dus dat er weer een zware ontsteking op mijn L5-S1 zit, de plaats van de anteriolisthese, mijn ruggengraat dus. Ik heb dat al eerder gehad, vorig jaar, en toen zette de dokter me prompt twee weken thuis. Allez ja, die had eigenlijk een maand gewild, maar ik wilde nog eventjes terug vlak voor de examens. En toen had ik al twee weken ontstekingsremmers genomen, op aanraden van de arbeidsgeneesheer, en ben ik na een goeie week opnieuw plat gegaan, met de hernia’s deze keer.

Ik ken het dus wel, ja, en ik voel dat het weer de foute kant aan het opgaan is. Nee, het is nog niet zo erg als vorig jaar, maar dat wil ik dan ook wel niet. Opnieuw ontstekingsremmers dus en alle mogelijke dingen afzeggen – alweer het halloweenfeestje al gemist – en braaf in de zetel liggen, zodat het werk kan doorgaan. En dus vanavond ook geen Ambiance: een soortement schoolfeest/fundraiser/goededoelending dat ik vorig jaar ook al moest laten passeren wegens de rug. Ik had kaarten voor zowel de spaghetti als het optreden/dansfeest, maar bon, ik heb het eten doorgegeven aan een collega die dat vergeten was, en het is sowieso sponsoring.

Maar ik vind dat dus wel jammer: ik ben misschien niet sociaal en dat soort dingen hoeft dan ook niet voor mij, maar ik vind het wel eens amusant. Niet dus.

Bon, morgen dan ook de Vampire sessie afzeggen: dat gaat niet beter zijn dan vandaag.

En de dokter? Die mijden we voorlopig nog even want anders zet die mij weer gewoon thuis en dan zit ik met de gebakken peren voor de examens.

Blah.

Iemand nog ergens een reserverug liggen die ik mag gebruiken?

Dry needling

Sinds de grote vakantie en dan vooral de drukke augustusmaand – Tallinn, Vlaardingen, Sofia – was mijn linkerknie lastig beginnen doen. Ik dacht: een beetje overbelast, het is een peesje aan de linkerkant en dat komt wel goed nu het wat rustiger wordt.

Hmm.

Niet dus.

De knie bleef lichtjes pijn doen, en ik had de kine al eens gevraagd om er even naar te kijken. De diagnose was dezelfde: gewoon voorzichtig zijn wegens wat overbelast.

Tot deze week. Om een of andere reden begon het plots veel erger te worden, en begon ook de kuit en vooral het scheenbeen voortdurend in kramp te schieten. Ik was aan het manken, ik kon geen goede houding meer vinden die pijnloos was en ik kon vooral niet echt meer slapen wegens continue pijn. Vreemd, zeer vreemd, want ik had echt niks extra belast, voor zover ik weet.

De kine voelde, probeerde plaats te creëren, ging even door op drukpunten en keek me toen aan: of ze dry needling mocht proberen, want dat dat die kramp zou kunnen counteren.

Nu, ik heb dat eerder al eens gehad in mijn schouder, en toen was ik misselijk geworden van de pijn. Ik stond er dus wel wat huiverachtig tegenover, maar een kuit is geen schouder, en ik zat echt wel in de problemen, dus…

De naaldjes gingen vlot, ik voelde ook wanneer ze op de drukpunten kwam, en het gaf eigenlijk quasi meteen resultaat: de ergste kramp was weg. Tegen ’s avonds was het echt wel wat beter, tegen de volgende dag was het weg. Maar dus ook weg. Als in: niet eens meer gevoelig.

Vreemd, zeer vreemd, maar wel bijzonder efficiënt. Ben ik fan van dry needling? Ja dus. Maar voorlopig nog steeds even niet in mijn schouders, nee bedankt.

Nog maar eens…

Jawel, ons pa heeft het weer eens zitten: er zit een stukje kip vast in zijn slokdarm en hij heeft alweer sinds zondag niet gegeten. Hmpf.

We eten al maanden op zondag enkel gehaktschotels en dat soort dingen, dus niks met grote stukken vlees. Nu riskeerde Bart het zich toch eens om kipfilet te bakken met appelmoes en kroketjes, een Vlaamse klassieker. Van ons pa mocht ik zijn vlees niet snijden, hij ging dat zelf wel doen. Goed, had ik gezegd, maar dan echt wel kleine stukjes snijden, en goed kauwen, want in het WZC krijgt hij enkel gemixte voeding.
Tot ik hem dus een groot stuk kip – ook te groot voor mij, ik zou het in twee gesneden hebben voor mezelf – in zijn mond zie steken, drie keer kauwen, en slikken.

En toen zat het vast. Moh. Vreemd.

De rest van de middag verliep dus zeer gezellig met een vader die de hele tijd slijm zat over te geven, met bijhorende geluiden, en die toch telkens weer een hapje eten nam, waarna hij uiteraard nog meer slijm overgaf. Tot ik, zoals bij de kleine kinderen, zijn bord gewoon wegnam.

Toen ik hem om vijf uur naar huis bracht, had hij nog steeds niks gegeten. Het gevaarlijke daaraan is dat hij ook zijn medicatie niet kan nemen op die manier.

Bon, ik ging het wel horen, zeker? Dinsdag stuurde Jeroen dat hij langs was geweest en dat ons pa nog steeds niks had gegeten. De verpleging wist me te vertellen dat hij gezegd had dat hij geen dokter wilde, het ging wel overgaan. Ik ben woensdagvoormiddag dus even langs gegaan en hij zat nog in zijn ondergoed, zonder hoorapparaten, zonder tanden: hij ging weer in zijn bed kruipen. Drinken ging min of meer, maar hij had nog steeds sinds zondag niks gegeten.

Uiteraard trek ik mij van een veto niks aan, want anders zitten we binnen de kortste keren weer op spoed met een ondervoeding en dehydratatie. Juist.

Ik ben dus beginnen bellen, en gelukkig kent dr. Sas zijn pappenheimers ook wel een beetje, want na een hoop geregel en geschuif mochten we dus vandaag al langsgaan, om 13.00 uur, zoals gewoonlijk, om het stukje eruit te halen en een eventuele dilatatie te doen. Alweer.

Uiteraard moest hij nuchter blijven, zoals afgesproken met de hoofdverpleegster van de Vroonstalle, maar ginder leest ook niet iedereen zijn briefing even goed, zodat ik deze voormiddag een schuldbewust telefoontje van een van de verzorgers kreeg: dat hij per ongeluk ons pa toch zijn ontbijt had gegeven, en dat ons pa dat vrolijk naar binnen had proberen spelen. En even vrolijk weer had overgegeven, natuurlijk. Veel kwaad kon het dus wellicht niet. Hij weet het nochtans zelf goed genoeg, maar had er uiteraard niet aan gedacht.

Bon, het was niet zijn vaste dokter, maar een andere die effectief bevestigde dat ze er een stukje kip had uitgehaald, maar dat er geen verdere dilatatie meer mogelijk was en dat het eigenlijk best oké zou moeten zijn. Ze ging voor ons pa zitten en spelde hem de les. Waarop hij zei dat hij niet had geluisterd, want een dame in de wachtzaal was rechtgestaan om haar tas te pakken en dus was hij afgeleid. Serieus, plaatsvervangende schaamte, het is een ding, geloof me. De dokter herhaalde nog eens: bij voorkeur gemixte voeding, en anders kleine stukjes en goed kauwen. “We zullen zien”, zei ons pa. Ik had goesting om door de grond te zakken.

Maar het zal simpel zijn: ik ga niet blijven alles op haren en snaren zetten omdat meneer te koppig is. In het WZC wordt het wellicht weer gemixte voeding, en ik ga hier, zoals bij de kindjes, alles fijn snijden. En dan zal hij wel zien.

Eindelijk een tand!

Het had wat voeten in de aarde, zou je kunnen stellen, maar ja, ik heb eindelijk weer al mijn tanden in mijn bakkes!

Twee weken geleden had de tandarts mijn mond gescand en alles doorgegeven aan het tandlabo, en eigenlijk had ik maandag de tand moeten krijgen. Niet dus: de freesmachine bij het labo weigerde dienst. Saar, mijn tandarts, had me er dan maar vandaag om 8.15 uur bij gepakt, nog voor de rest van haar afspraken, want anders ging het eind september geworden zijn.

Het was simpel: ze vees het plaatshoudertje uit de vijs, plaatste de tand erop, vees die vast, vulde op, en dat was dat. Ik had me al afgevraagd hoe dat precies in zijn werk ging, want zo’n tand kan je toch niet draaien? Er zit dus een klein vijsje in het midden van die tand, dat aangespannen wordt. Daarna komt daar een dotje teflondraad op, en dan wordt die tand gewoon opgevuld zoals een gaatje zou opgevuld worden. Waarom dan de teflon? Als de tand er ooit weer af moet, kunnen ze die openboren zonder de vijs kapot te maken, want dan zitten ze eerst tegen de teflon.

Soit, een tand dus. Het geeft een zeer vreemd gevoel in mijn mond, ik heb eindelijk weer een tand, en die zit voorlopig precies in de weg. Die spanning zal nog wel wegebben, maar dat heeft even tijd nodig. Ik hoop alleen dat er nu weer geen reactie van mijn lijf op komt, maar dat zien we dan wel weer.

En volgend jaar is het de beurt aan het zielige tandje dat ernaast staat, helemaal dood en afgevijld.