Opnieuw thuis

Meer dan een maand heeft ons pa opnieuw in het ziekenhuis gespendeerd. Tsja.
Het probleem zit hem in zijn medicatie, of beter: het niet nemen van die medicatie. Niet moedwillig hoor, nee, maar als je je eerste pilletje moet nemen om zeven uur, dan een ganse resem om acht uur, en dan verspreid over de dag nog eens drie, waarbij de spreiding en de dosering echt van belang is, dan moet het juist zijn. En als je dan slaapt tot tien uur en dan pas de eerste pillen neemt, waardoor er al eens een en ander wordt overgeslagen, dan draait het in de soep, kan je stellen.

Ons pa had beloofd zijn leven te beteren, maar dat had hij de vorige twee keren ook beloofd. En dat is toen een aantal weken prima gegaan, maar op een bepaald moment begon hij slechter te slapen waardoor hij ’s morgens langer bleef liggen en liep zijn medicatieschema in het honderd. En dus ook de controle over zijn bipolaire stoornis.

Nu is hij dus gelukkig weer thuis, maar wel onder deels toezicht. Als in: ’s morgens komt er een verpleegster hem wekken en zijn medicatie geven, en ervoor zorgen dat hij ook effectief opstaat. ’s Avonds  komt er opnieuw iemand langs om te checken of hij alles genomen heeft zoals het hoort.

Ik hoop maar dat het deze keer goed loopt, want met de juiste medicatie zou hij nog serieus lang in staat moeten zijn om gewoon thuis te blijven wonen, want voor de rest is eigenlijk alles nog in orde. En vooral: dan hoeven we ons niet voortdurend zorgen te maken.

Twee maal Spoed op één dag

Het was me het dagje wel.

Gisterenavond was Wolf thuisgekomen met het bericht dat hij zijn duim nogal pijn had gedaan op de scouts. Mja, kan gebeuren natuurlijk. Het zag niet blauw en het stond niet dik, maar het deed wel pijn. En aangezien Wolf een nogal hoge pijngrens heeft, wilde ik het wel ernstig nemen, zeker gezien de historie met zijn rechterduim de vorige keer. Soit, we gingen het een nachtje afwachten.
Deze voormiddag zaten we dus op spoed voor foto’s. De huisarts van wacht zou ons toch maar doorgestuurd hebben omdat je in het weekend toch alleen in de ziekenhuizen foto’s kan krijgen. We moesten even wachten, maar het viel best mee voor een spoeddienst op zaterdag. Na de foto’s viel het verdict: niet gebroken, wel stevig gekneusd, en dus een soort brace voor zijn duim. En als het binnen de week nog altijd zo veel pijn deed, dan moest hij terugkomen.

Bon, dat was dat.

Alleen belde Roeland in de namiddag dat ons pa daar gezeten had, en dat hij opnieuw compleet manisch was. Maar deze keer wou hij het blijkbaar niet aanvaarden, zei Roeland. Daarom planden we een interventie: om half zeven hadden we alle drie bij ons pa thuis afgesproken om hem richting het ziekenhuis te brengen. Tot mijn verbazing was ons pa intussen ook zelf tot die conclusie gekomen en stond zijn basis gerief al klaar. Ik heb nog wat kleren toegevoegd, andere spullen, en om kwart over zeven stonden Roeland en ik met hem op de spoed van Jan Palfijn, tien dagen nadat hij er ontslagen was.

Intussen was ons pa helemaal in overdrive gegaan: hij ratelde en bleef ratelen en zei de meest ontstellende dingen. Ik bedoel maar: om je bloeddruk te meten moet je 30 seconden zwijgen. De verpleger is drie keer moeten herbeginnen, want zo lang kon ons pa niet zwijgen. Helaas zat de spoedafdeling van de psychiatrie (PAAZ) vol en ging hij richting een ander ziekenhuis moeten. Het UZ wilde hem wel opnemen, maar alleen als hij volledig ‘uitgewerkt’ was, zijnde bloedonderzoek, urineonderzoek, thoraxfoto’s, alles. Zucht. Het was serieus druk op de spoed, en we gingen moeten wachten. En ons pa maar ratelen…

Maar ook de inhoud van zijn betoog… Op een bepaald moment, ergens na negenen, begon hij tegen mij uit te vallen: dat ik niks waard was, dat ik hem, door te zwijgen op de rit de vorige woensdag naar huis, geen respect had betoond, en dat hij mij niet meer wilde zien, dat hij nooit meer ging komen eten, dat ik een slechte dochter was, dat ik niks voor hem deed en dus waardeloos was, dat hij spijt had dat hij me geld had gegeven (Unk? Daar wisten Roeland noch ik iets van, maar bon) en dat hij zeker niet met mij wilde meerijden, dat hij me niet meer wilde zien… Na twee uur constant gedram was dit er voor mij te veel aan. Ik ben huilend naar buiten gelopen, heb Roeland daarna gebeld dat het me speet maar dat ik dit niet aan kon, en ben naar huis gereden.

Roeland vertelde me dat hij ’s nachts tegen half twaalf met ons pa naar het UZ is gereden en dat hij uiteindelijk tegen half twee een kamer had. Blijkbaar hadden ze ons pa ondertussen wel een paardenmiddel gegeven, want tegen elf uur was hij eindelijk stil gevallen. Oef.

Chapeau voor mijn broerke en zijn niveau van zen. Daar kan ik nog iets van leren.

 

Droom…

Soms droom ik ervan een gedeeltelijk gehandicaptenstatuut te krijgen.

Niet dat ik ook maar één euro uitkering wil of een parkeerkaart, nee, ik zou gewoon willen dat mensen mijn rugprobleem au sérieux nemen. Dat mijn bezwaar om te gaan tellen op de verkiezingen – ik kàn niet al die uren zitten – aanvaard wordt. Dat ik niet aan het zeveren ben als ik op de parking van het grootwarenhuis vraag aan iemand om alsjeblief mijn tas in de auto te zetten. Dat ik helaas niet meer mee kan naar een concert of zelfs maar een receptie als ik niet af en toe kan zitten.
Omdat het knauwt aan mijn ego van energieke vrouw dat ik dat niet meer kan, al die dingen. Omdat elke medisch geschoolde die mijn röntgenfoto’s ziet, grote ogen trekt en niet begrijpt dat ik een full time job heb en een huishouden en hobby’s.

Gewoon, dat ik aan mensen kan bewijzen dat het geen plantrekkerij is, dat achter die façade, goed humeur en grote bek wel degelijk bij momenten een hoop pijn schuilt.

En dan dank ik mijn gezin dat zij zelfs geen woord nodig hebben, dat ze aan mijn gezicht voldoende zien dat het niet gaat, dat de kinderen spontaan de volle wasmand naar beneden brengen, en komen aanlopen om de auto uit te legen als ik boodschappen heb gedaan. En dat ze mijn hoekje in de zetel waar ik languit lig, niet als een verworven recht beschouwen maar als een noodzaak.
En dank ik mijn directie omdat die me goed genoeg kennen en er rekening mee houden. En omdat ze weten als ik zeg dat ik iets niet kan, dat dat ook gewoon zo is.

En dus droom ik van zo’n gehandicaptenstatuut, gewoon omdat ik aan mensen zou kunnen bewijzen dat het echt is.

Auw.

Lesgeven vandaag, dan met Kobe even tot bij mijn pa in het ziekenhuis en dan boodschappen doen staat vandaag blijkbaar gelijk aan plots misselijk worden van de pijn.
De rug vindt dat hij het recht heeft om wraak te nemen voor de esbattementen van dit weekend, heb ik de indruk.

Gelukkig doen mijn benen het wel nog en moet ik mijn krukken of stok niet boven halen, dat is het niet. Maar het zweet loopt me af en ik heb het moeilijk om me te concentreren. En ik weiger om pijnstillers te nemen want dan ga ik er gelijk los over.

Nope.

Ik ben blij dat ik nog de bewegingsvrijheid heb om te dansen zoals dit weekend – een millimeter verder en ik was verlamd – maar dat moeten boeten voor elk pleziertje, nee, dat is het toch niet.

Bah humbug.

Opname. Opnieuw.

Als we eerlijk zijn, moeten we toegeven dat ons pa al een paar weken manisch loopt. Hij had beterschap beloofd, ging zijn pillen extra stipt innemen en was zich vooral bewust van het probleem. Hij sliep amper nog: ging laat slapen, werd dan midden in de nacht wakker en ging rondspoken, en was vooral heel erg manisch bezig: plots moest zijn huis opgeruimd worden, kasten geleegd, kaders opgehangen, dat soort dingen, terwijl hij daar de vorige twee jaar gewoon niet naar omgekeken heeft.

Hij ratelde ook aan een stuk door, maar was de vorige twee zondagen eigenlijk best nog haalbaar, ondanks wat Jeroen beweerde. Vorige week maakte ik een afspraak met hem: hij ging deze week zijn slaappatroon regulariseren, want op deze manier stevent hij weer op een hartinfarct af, zijn lichaam kan zijn manische geest helemaal niet volgen. En als het niet in orde zou zijn, dan zou ik opnieuw met hem via spoed naar het ziekenhuis gaan om hem opnieuw te laten opnemen. Hij zag daar gelukkig het redelijk van in en ging akkoord.

Gisteren was hij… ongenietbaar. Ratelen, herhalen, blijven hameren op bepaalde dingen, ruzie zoeken… Zo manisch als de pest, hij heeft er anderhalf uur over gedaan om zijn bord leeg te eten, tot ik me ronduit kwaad heb gemaakt en hem het zwijgen heb opgelegd tot zijn eten ten minste op was.

Eerst pruttelde hij nog wat tegen, maar ik denk dat hij zelf genoeg aanvoelde dat hij helemaal fout bezig was, en dus stond hij hier deze morgen om twintig over negen. Helaas, we hadden afgesproken tussen acht en half negen omdat ik eigenlijk om tien over tien moet beginnen lesgeven op maandag. Maar hij was echt niet in orde: hij had vrijwel niet geslapen, had bijna geen evenwicht en beefde enorm. Hij voelde zich ook gewoon slecht, en ik mag er niet aan denken hoe hij nog met zijn auto tot hier is geraakt.

Soit, we gingen binnen via Spoed, de nodige onderzoeken werden uitgevoerd en zijn dokter werd ingelicht – ze was helaas op een congres, hoorde ik achteraf, en kon daarom niet onmiddellijk komen kijken – er werd een kamer op Neurologie geregeld, maar het bleef maar duren. Ik belde naar school om mijn zesdes een taak te geven, maar tegen elf uur liet ik ons pa toch in veilige handen achter op Spoed en reed alsnog naar school.

Om half één – ik moest lesgeven tot 12.05 uur, heb dan een uur permanentie waarvoor ik verontschuldigd werd, en moet dan om 13.45 uur voor de klas staan – stond ik terug in het ziekenhuis alwaar ons pa intussen op een kamer lag. Ik ging dan maar een broodje halen in het ziekenhuisrestaurant en at dat op bij een slapende pa, want die was intussen niet alleen doodop, er was ook een soort last van zijn schouders gevallen, zei hij. Ik vermoed dat hij zelf maar al te goed wist dat hij externe hulp nodig had, maar dat in zijn manie niet wilde aanvaarden. Al een chance dat hij naar mij wil luisteren en maar al te goed beseft dat ik het beste met hem voor heb, ook al kan ik daarvoor beenhard zijn.

En geloof me, er is bij mij ook een enorm gevoel van opluchting: ik maak me al drie weken serieus zorgen om hem, en nu weet ik dat hij tenminste veilig is. Oef.

Hopelijk slaap ik nu zelf ook wat beter.

EDIT: geslapen als een roosje vannacht. Echt.

Van brillen en zonnebrillen

Er zijn zo van die dagen waarin je spontaan precies meer verzet krijgt dan op andere dagen. Waarom weet ik niet, maar vandaag was er wel zo eentje.

Ik sprong fluks op de fiets, bracht bibliotheekboeken binnen, ging bij de fietsenmaker langs, sprong binnen bij de kapper voor een afspraak in de namiddag, en deed boodschappen.

Ik kookte, en na de middag liet ik me een fris kort kopje aanmeten bij de onvolprezen Songul hier op ’t dorp, en sprong daarna binnen bij de brillenwinkel aan de overkant om eindelijk eens werk te maken van die nieuwe bril én die nieuwe zonnebril. Ik ben mijn zonnebril op sterkte namelijk kwijtgespeeld: ik heb hem voor het laatst gehad in Brugge, en wellicht heb ik hem daar ergens laten liggen. Zucht. En de meest recente, de zonnebril die ik had laten maken op ons ma haar fijne Theobrilletje, daarvan is een oor afgebroken. En aangezien het om een oud model gaat, is hij niet meer deftig te repareren. Meh.

Maar bon, na bijna twee maanden heb ik er toch werk van gemaakt. Ik ben nog steeds zeer tevreden van mijn gewone dagelijkse bril, en heb daar dan maar nieuwe glazen voor besteld. Ik merkte al een tijdje dat ik ’s avonds, als ik moe was, mijn tvscherm niet meer zo scherp zag, dat soort dingen. En dat ik al wel eens koppijn durfde krijgen ’s avonds.

En dan was er nog de kwestie van een nieuwe zonnebril. Ik had geen zin om daar vierhonderd euro aan te hangen voor de bril alleen al, maar heb een fijn modelletje van Fendi gevonden, voor 180 euro. Tsja, brillen zijn duur… Ik heb wat getwijfeld, maar dus toch geopteerd voor een toch wel specialer geval, een beetje Dame Edna, eigenlijk. Maar ik vind dat ik er goed mee zie, en het hoeft niet altijd braaf te zijn, toch?

Het gaat me wel geld kosten: speciale, vrij zware glazen, ontspiegeld en krasvrij, voor mijn gewone bril, en dan nog de zonnebril met diezelfde glazen erbij: 630 euro. Ugh. Ik weet weer waarvoor ik gewerkt heb deze maand.

Rust

Blijkbaar ben ik gisteren toch nog iets dieper gegaan dan ik dacht: vandaag is het namelijk dat niet. Mottig, misselijk, en een rug die toch niet doet wat hij zou moeten doen.

Ik kan mezelf dus blijkbaar wél nog een beetje inschatten. Ik zal het vandaag dan maar rustig aan doen: de was en de plas, en ons pa. Meer dan voldoende, zou ik zeggen.