Laatste schooldag

Nee, het was hem niet, die laatste schooldag, en dat lag niet aan de school, maar wel aan Moderna. Ja maat, van de eerste prik had ik enkel een zere arm, maar deze keer was het net iets meer: gigantische koppijn, mottig gevoel en gisterenavond gewoon echt kou. Ik kon er niet van slapen, ik heb zelfs gewoon mijn elektrisch dekentje weer even geïnstalleerd.

Ik ben dan maar in bed gebleven tot negen uur en heb me dan naar school gesleept om mondelinge examens in te kijken en de leerlingen uit te zwaaien.

Tegen half twee lag ik al onder een dekentje in de zetel, en nadat ik om twee uur Merel nog naar een verjaardagsfeestje had gebracht, heb ik geslapen tot zes uur of zo. Merci, Moderna!

Maar bon, een stevige Dafalgan later stond ik op Doornzele Dries om er samen met een vijftigtal collega’s te tafelen. Ik was nog steeds niet in mijn haak en heb het rustig gehouden. Het is gelukkig niet ver van thuis, zodat ik nog op een deftig uur in bed lag.

En nu anderhalve maand efkes geen school. Oef. Ik heb het nodig.

Vaccinatie deel 2

Eind mei kreeg ik mijn eerste vaccin, vandaag nummer 2.

Opnieuw kreeg ik zo’n ongelofelijk gevoel van tevredenheid, van welkom, van dankbaarheid, van “speekmedaalde” voor mezelf. Wat een sfeer…

Maar ik ben nu eenmaal geen begenadigd schrijver, toch niet wanneer je me vergelijkt met Tom Heremans. Ik las zijn column in De Standaard van 12 juni, en ik dacht: “Ja! Dat is het! Dat is het helemaal!”

Ik heb de column even opgezocht en hier, eigenlijk tegen de regels van het copyright in, herpost. Maar hij komt dus van Tom Heremans, en hij beschrijft perfect waarom ik me zo Gentenaar voel.

GRAAG GEDAAN, VADERLAND

Al die oude mensen, was het eerste wat in me opkwam toen ik van het parkeerterrein naar Hal 2 van Flanders Expo liep. Dat was confronterend, toch toen het me begon te dagen dat de stroom volk die samen met mij naar de hal toe bewoog, en de stroom die aan de andere kant van de nadarhekken terug naar het parkeerterrein trok, grotendeels bestond uit mensen van mijn geboortejaar, aangezien de vaccinatie tegen covid-19 per leeftijdsgroep gebeurt. Donkere wolken pakten zich alweer samen boven mijn hoofd en onder de stralende hemel, maar beide verdwenen als sneeuw voor de zon (Jezus Christus, die meteo­metaforen!) toen ik het vaccinatie­centrum binnenliep. Wat een geweldige sfeer hing daar. Niet uitgelaten of zo, geen feeststemming, dat zou misplaatst zijn. Eerder een serene sfeer van verbroedering, van respect, en ja, van hoop. Ik werd er van de weeromstuit goedgezind van.

Weet u wat ik denk dat het was? Ik voelde me welkom, en dat was lang geleden, of zo leek het toch. Ik wou de eerste vrijwilliger die me vriendelijk aansprak meteen knuffelen, maar dat mocht niet want ik was nog niet gevaccineerd. Het mocht ook daarna niet, want het was nog maar mijn eerste prik, en bovendien kende ik die vriendelijke mens helemaal niet, maar toch.

Mijn afspraak was om 11.51 uur, maar ik stond al om half twaalf bij de steward die bij wijze van begroeting een bus alcoholgel in de richting van mijn handen hield. ‘Welkom’, zei hij – misschien was het gewoon daardoor dat ik me zo welkom voelde, soms heeft een mens niet veel nodig. ‘Ik ben twintig minuten te vroeg’, mompelde ik doorheen mijn mond­masker, en ik stond al klaar om me te ergeren omdat ik een kwartier buiten zou moeten staan wachten, onder de verzengende middagzon bij 26 graden Celsius. ‘Helemaal niet erg, meneer’, zei de steward. ‘Beter te vroeg dan te laat. Loop maar gewoon door tot bij de volgende steward, die zal uw identiteitskaart inscannen en u verder de weg wijzen.’

Die volgende steward was al even vriendelijk, en die daarna ook. Goed, er waren misschien wat veel stewards, maar ze gaven me allemaal hetzelfde gevoel: ze waren blij dat ik gekomen was, ze leken zelfs dankbaar dat ik me wou laten vaccineren, ik gaf duidelijk blijk van altruïsme en goede burgerzin. En dan de verpleger die de prik zou zetten. Die vroeg me wie mijn huisarts was. Daar kon ik even niet opkomen, want ik ben vorig jaar verhuisd, ik heb een nieuwe huisarts maar ik ben nog maar één keer op consultatie gegaan. ‘Helemaal niet erg’, zei de verpleger vriendelijk. ‘Linkerarm of rechterarm?’ Zelfs dat mocht ik kiezen. Niets gevoeld van de prik. En achteraf kreeg ik een foldertje mee waarin ik nog eens uitgebreid werd bedankt voor mijn bijdrage aan de volksgezondheid. Heerlijk Alle-Menschen-werden-Brüder-gevoel kreeg ik ervan: hoe we er met zijn allen toch maar mooi in slagen om samen zoiets ongelooflijks te organiseren. Ik liep op een wolk (gaan we weer) terug naar mijn auto. Mijn week kon niet meer stuk.

Ik vond het bijna jammer dat ik de dagen nadien geen bijwerkingen kreeg van het vaccin. Ik had best wel wat willen afzien voor het vaderland, maar ik voelde me kiplekker. Daar werd ik een beetje kregelig van. Of zou dat net een bijwerking zijn?

Vaccin!

Jawel, de eerste zit erin!

Deze namiddag reed ik richting Flanders Expo, en inderdaad, ik kan alleen maar bevestigen wat zovelen me al verteld hadden: het is schitterend georganiseerd!

Bij het oprijden werd me gevraagd of het voor een vaccin was, mijn parkeerplaats werd me toegewezen, een andere steward wees de weg naar de voetgangerstunnel, nog eentje aan het eind van de tunnel – hij stond onder een parasol wegens te veel licht – wees me de ingang, en daar werd mijn vaccinatiebrief gescand. Nog iemand anders wees me de correcte gang en het juiste nummer, en daar werd ik opgevangen door iemand die me zei even te wachten. Een dame leidde me naar een hokje, en daar, eindelijk, een verpleegster met een spuit.

Ik heb haar even gewaarschuwd over mijn gevoelige nervus vagus, en ze vroeg me, enigszins bezorgd, of ik dan niet liever had dat ze er een echte dokter bij haalde? Nah, hoefde niet voor mij, zolang ze maar niet in paniek zou slaan als ik zou flauwvallen. Gewoon laten liggen, zei ik, ik ging wel weer bijkomen.

Maar nee, geen enkele reactie op de inspuiting, des te beter.

Ik ging nog een kwartiertje in de wachtzaal zitten, en dat was dat.

Vakkundig, efficiënt, zeer zeer vriendelijk, overal hulpvaardige gezichten, en vooral ook mensen met een grote glimlach. Want ja, we zijn al één keer gevaccineerd. Oef.

Yes!

Daarstraks liep er een smsje binnen: de uitnodiging voor de vaccinatie! Hier in Gent krijg je geen vast uur, maar moet je inloggen en kan je zelf kiezen wanneer je gaat.

Ik kwam thuis van het werk, logde in en legde vast voor maandag 14.54 uur. Bart had quasi gelijktijdig zijn uitnodiging gehad, maar in plaats van romantisch samen onze prik te gaan halen, komt hij ’s avonds van kantoor en gaat hij dan langs gaan.

En blijkbaar is het voor ons Moderna, wat ervoor zorgt dat we binnen een maand prik twee moeten halen, 29 juni, een week voor we naar Frankfurt gaan.

Dik in orde, zou ik zo zeggen. Laat die zomer maar komen!

 

Pericula tergi

Al de hele week voelde ik mijn rug. Als in: ik besef de hele tijd dat ik een rug heb, ook als ik zit of lig of rondloop. Nu, mijn rug is zelden 100% pijnvrij, maar dat is zo’n lichte pijn en ik ben die zodanig gewoon dat ik daar eigenlijk niet meer op let.

Maar de hele week was  die rug dus al… aanwezig. Ik heb me koester gedragen dan anders, voorzichtiger geweest, dat soort dingen, maar helaas: sinds gisteren is hij echt beginnen opspelen, vandaag vond ik het al een prestatie dat ik de was kon doen. Ik heb Merel ook gevraagd mijn stok te halen, want ik vertrouw de rug niet.

Denk: een rug van rubber. Als ik recht ben, lukt het wel, maar rechtstaan en bukken en zo, dat is niet evident. Ook: ik kan er helemaal niet op vertrouwen, want elk moment kan het misgaan, zo voelt het aan. En pijn ook, ja.

Ligt het nu aan dat rotweer? Aan vermoeidheid? Feit is dat ik geen trigger heb deze keer, geen aanwijsbare reden.

Allez bon, het wordt nog de moeite op school, want het zijn de laatste lessen en ik kan/wil die niet missen. Hmpf.

Eerst nog morgen afwachten.

Stomatoloog voor ons pa, deel twee

Vorige week schreef ik dat ons pa die afgebroken tand moest laten uithalen door een stomatoloog en dat we langs geweest waren.

Vandaag was ons pa er toch niet gerust in, maar bon. Op zich ging het allemaal bijzonder vlot: alleen de inspuiting voor de verdoving deed pijn, zei hij, de rest heeft hij niet gevoeld. De tand, allez ja, wortel is er zeer vlot uitgegaan, ze hebben het bijzonder grondig dichtgenaaid, en dat was dat: twintig minuten later stonden we alweer buiten.

Hij kreeg geen warm eten en ook geen koffie, en zat toch wel een beetje ongelukkig te kijken naar het slaatje met Russisch ei dat we hem voorschotelden, maar bon, daarin was de dokter categoriek geweest: geen warm eten of drinken tot morgen.

Ik ben benieuwd. Nu eerst rustig alles laten genezen, en dan zijn gebit in orde laten zetten zodat ook dat weer perfect past en hij normaal kan eten.

We zijn nog eventjes bezig.

Stomatoloog voor ons pa

Ons pa heeft al heel lang maar één tand meer, een van zijn snijtanden onderaan. Daar hangt dan ook zijn onderste gebit min of meer aan vast.

Alleen… Die tand is al een hele tijd gewoon afgebroken, een zwart stompje dus, en wellicht gewoon een tikkende tijdbom voor een stevige ontsteking. Ik had hem richting tandarts gestuurd, maar die zei, zoals verwacht, dat zij zich dat niet  ging riskeren, dat ze daar geen grip op ging hebben, en dat dat werk voor een stomatoloog was.

Vandaag trok ik dus met ons pa richting Jan Palfijn voor die stomatoloog, die, zoals verwacht, keek en zei dat hij die afgebroken tand er wel ging uithalen. En dat ons pa niet moest stoppen met zijn Clopidogrel, zijn bloedverdunners, want dat ze daar dan een speciaal bloedstelpend watje gingen insteken en dichtnaaien, dat dat op zich geen probleem zou vormen.

Al bij al zijn we maar tien minuten binnen geweest, en ons pa had precies verwacht dat ze die tand hier ter plekke gingen trekken, maar daar was ik zeker van dat dat niet zo ging zijn: dit zijn gewone consultaties, de heelkundige ingrepen zijn in een soort operatiezaal waar men, indien nodig, veel grondiger kan ingrijpen.

Deel twee is dus voor volgende week, en ons pa is er precies niet helemaal gerust in.