Abces?

Beide jongens zijn nog steeds behoorlijk hamsterig en vooral nogal geel: de extractie van de wijsheidstanden heeft vooralsnog wat sporen achtergelaten.

De pijn is wel behoorlijk aan het minderen, Wolf is al sinds maandag terug naar de les en Kobe is vandaag ook naar school geweest. Alleen… Ik was er bij hem niet helemaal gerust in, want waar aan de ene kant de zwelling netjes was afgenomen zoals het hoorde, bleek dat aan de andere kant niet zo te zijn. Integendeel, de pijn was ook weer komen opzetten en wanneer ik aan zijn kaak voel, voel ik een ronde bol. Een abces, zo lijkt me.

Ik belde naar het ziekenhuis, zoals de dokter me gesommeerd had, en kreeg een assistente aan de lijn: “Ah ja, mevrouw, ik kan u een afspraak geven op negen november.” Euh, wat? Ik ben nog net niet uit mijn krammen gevlogen: “Mevrouw, mijn zoon is vorige donderdag geopereerd en heeft NU een abces op zijn kaak dat dik staat en behoorlijk pijn begint te doen. Nee, dat kan niet twee weken wachten! De dokter had ons gevraagd contact op te nemen mocht dit zich voordoen!”

Bon, een afspraak om twee uur bij een andere stomatoloog die ons er wél wilde tussen nemen. Ik zegde mijn kine af en reed fluks met Kobe naar het ziekenhuis. Alwaar ik blijkbaar gelijk had gehad om me zorgen te maken, en ook weer niet: ja, er zit een bol, maar blijkbaar niet op de wonde, maar in zijn kaakwand zelf! De dokter wist ook niet hoe dat kwam: misschien op zijn kaak gebeten na de verdoving? Of de kaak lichtjes geraakt bij de operatie? Het is in elk geval een ontsteking, en Kobe krijgt extra antibiotica en het advies zo veel mogelijk die bol te masseren zodat hij hopelijk vanzelf wegtrekt. En anders moeten ze het ‘lanceren’, dus opensnijden om de viezigheid eruit te halen.

Euh… Het is dus te hopen dat die antibiotica hun werk doen. Poeh.

Nog een operatie

Daarnet even gebeld naar de orthopedist om te horen wat het resultaat is van de MRI-scan: het wordt dus een operatie.

De ontsteking die er zit is echt wel zwaar, het hielspoor op zich niet zo, maar die ontsteking heeft er wel voor gezorgd dat de aanhechting van mijn achillespees aan het afscheuren is. Vooralsnog niks dramatisch, maar het gaat ook niet vanzelf genezen. Andere behandelmethoden hebben de vorige keer ook niks geholpen, dus wordt het een operatie. Verdoving nr. 20, als je de tien korte verdovingen voor de IFV meerekent.

Ik heb het vastgelegd voor woensdag 7 december: hopelijk kunnen mijn examens dan de 6de gelegd worden – de eerste dag van de examens – zodat ik ze zelf kan afnemen. En dan blijf ik gewoon thuis tot na de examens. Ja, ik zal die zelf wel verbeteren, de punten ingeven en commentaren doorsturen. Maar dat is dat, echt waar. Ik ga deze keer niet op krukken naar school: die toezichten moeten ze maar verdelen onder de collega’s en de klassenraden, als het echt nodig is moeten ze me daar maar voor bellen.

Alleen de website ga ik blijven doen want dat kan vanuit mijn zetel.

Yepla. De rechtervoet was nog nooit geopereerd.

Ik val dus echt uit elkaar, of wa?

Duo-operatie

Eind augustus waren we langs gegaan bij de stomatoloog en had ze voor beide jongens samen de operatie vastgelegd voor hun wijsheidstanden: allebei onder volledige verdoving, allebei alle vier hun wijsheidstanden in één keer. En jawel, dus ook samen op één kamer, al konden ze ons dat niet op voorhand garanderen.

We stonden om zeven uur met zijn viertjes bij de opname van het Jan Palfijn, een half uur later waren beide broertjes hun übersexy operatiehemd aan het aantrekken. Goed gelachen! Gelukkig hielden ze er allebei ook de moed in.

Ik moest wel gaan lesgeven tegen negen uur, maar tegen dan waren beide heren al vertrokken richting operatiekwartier, met zo’n twintig minuten tussen. Bart ging dan maar fitnessen en zorgde dat hij wat later terug in het ziekenhuis was tegen dat de jongens op hun positieven kwamen.

Blijkbaar lagen ze ook naast elkaar op de recovery, al werd Wolf wel eerst terug naar de kamer gebracht. En ja, we hadden twee paaseieren, met langwerpige ijszakjes in van die kousverbanden. Tsja.

 

De komende dagen zal het alleen maar erger worden: hun kaken gaan zwellen en pijn doen, eten wordt lastig en vooral zaterdag en zondag worden de moeilijkste dagen, zei de dokter. Ik kijk al uit naar mijn twee hamstertjes.

 

MRI

Eind september regelde ik een MRI-scan in het Jan Palfijn voor mijn rechterhiel. Ondertussen is de pijn er niet bepaald op verminderd, integendeel.

Deze ochtend stond ik dus kwart voor zes onder de douche en om twintig over zes aan de nachtingang van de medische beeldvorming. Alwaar een bordje hing dat de afdeling pas opende om half zeven. Hmpf. Daar stond ik dus nog tien minuten te draaien op een zere voet en met een zere rug. Ik ben dan maar weer in de centrale hal gaan zitten waar ze wel stoelen hebben.

Stipt half zeven drukte ik op de bel: geen antwoord. Ook niet om 6.35 uur. Of om 6.40 uur. Intussen stond ik daar al niet meer alleen, ook de volgende patiënten stonden al vertwijfeld in het kleine halletje op de bel te duwen. Pas tegen 6.45 uur – was ik daarvoor zo vroeg opgestaan, zeg? – werd ik binnengelaten, een kleine vijf minuten lag ik al netjes onder de scanner. Ik had een hoofdtelefoon gekregen, maar de muziek was me veel te druk op dat uur: ik heb niks tegen Netsky, maar niet om kwart voor zeven ’s morgens, en het stond dan ook nog eens veel te luid. Ik heb dan nog liever het geklop en gedreun van de scanner zelf, die stoort me niet, integendeel, ik val ervan in slaap.

Soit, tegen half acht was ik weer thuis, net op tijd om te ontbijten met Kobe.

Benieuwd wat het verdict zal zijn: over een paar dagen eens bellen naar Wouter, me dunkt.

MRI-scan

Van Den Broecke, mijn orthopedist, vond het ook niet meer normaal dat mijn voet zo lastig blijft doen en dat hij helemaal niet reageert op de infiltratie met plaatjesrijk plasma. Integendeel eigenlijk: de voet begint meer en meer zeer te doen en ik krijg ook af en toe van die pijnscheuten die me naar adem doen happen, denk een stevige buikkramp, zoiets.

Hij stuurde me dan ook een aanvraag voor een MRI-scan: “Probeer dat binnen de twee weken te regelen, dat moet wel lukken.”
Soms vraag ik me af op welke planeet die dokters leven. ’t Is ne wreed fijne mens, maar in dat soort dingen…

Bon, ik belde het Jan Palfijn, het ziekenhuis waar ik voor zowat alles ga. Eerste afspraak: 18 oktober om 6.20 uur ’s morgens. Jawel. “Dan bent u de eerste, mevrouw.” Euh dat mag ik hopen, ja.

Ik dacht: wie weet lukt het ergens anders wat vroeger, want dit is nog dik drie weken. Sint-Lucas: 3 november. Hmm. UZ: 14 januari. Wablief?

Ik kreeg ook de tip om eens te kijken op de website van het ziekenhuis in Tielt: daar kan je meteen zien hoe lang je voor welke scan moet wachten, want de locatie van de scan maakt blijkbaar wel uit. Bon, voor een enkel scheelde het amper een paar dagen, en daarvoor ga ik echt niet naar Tielt kletsen.

Soit.

Nog eventjes rondlopen met die zere voet dus. Maar wel al zonder laars, aangezien die alleen maar storend is en blijkbaar geen verschil uitmaakt.

Pijngrens

Ik heb zo stilaan het vermoeden dat er iets ‘mis’ is met mijn pijngrens.

Pijn is eigenlijk gewoon een verdedigingsmechanisme van het lichaam: een pijnprikkel is een waarschuwing dat er iets mis aan het lopen is, dat je een bepaald lichaamsdeel moet ontzien, of dat je dringend ergens aandacht aan moet besteden.

Sommige pijn is absoluut oncontroleerbaar, zoals zware hoofdpijn of tandpijn, en de meeste zenuwpijnen. Andere soorten pijn kan ik eigenlijk wat makkelijker uitschakelen of opzij duwen, zoals bv. een vinger die tussen de deur heeft gezeten: ja ik weet dat dat niet oké is, ik heb de waarschuwing gehad, ik zal voorzichtiger zijn.

Maar ik ben er intussen ook redelijk zeker van dat een pijngrens kan opschuiven. Een bevalling is een bijzonder pijnlijk iets, maar gelukkig ook iets van korte duur.

Mijn rug, dat is wat anders. Toen het net gebeurd was, heb ik liggen roepen van de pijn, dat is tot hiertoe nog met niks anders te vergelijken, ook niet met die bevallingen of gelijk welke operatie die ik al gehad heb. Sindsdien leef ik dagelijks met die pijn. Soms heviger, soms minder, bij momenten ook totaal afwezig, maar ik heb nog nooit 24 uur zonder pijn gehad. Tsja.

Toen ik onlangs bij de orthopedist zat met dat hielspoor, duwde hij eventjes langs alle kanten op die voet en verklaarde dat het nog absoluut niet erg kon zijn, want dat ik bij een acute ontsteking wel aan het plafond zou hangen van de pijn. Quod non. En ja, het was een zware acute ontsteking, maar ik kan die pijn gelukkig relatief goed onderdrukken. Hij moest dan ook schoorvoetend toegeven, toen hij de resultaten van de echo zag, dat hij ongelijk had, waarop ik niks anders kon dan rologen. Ja het deed pijn, nee dat is niet bij iedereen hetzelfde.

Maar het is me onlangs ook nog eens opgevallen. Ik had me namelijk verbrand aan mijn onderarm en ik had het ook meteen onder koud water gehouden. Maar ne mens moet verder koken en ik had er eigenlijk geen acht meer op geslagen. Tot ik later zag dat het niet alleen verbrand was, maar dat er ook echt wel een blaasje op stond. Een tweedegraadsbrandwonde dus, eentje die behoorlijk veel pijn had moeten doen. Niet dus. Ik moet toegeven dat ik niks voelde en dat ik er maar weer aan dacht omdat ik met het blaasje ergens was aan blijven haperen.

Vreemd.

Ik wou dat ik alle pijn kon uitschakelen, maar aan de andere kant: dat zou gevaarlijk zijn. Ik weiger bv. ook pijnstillers te nemen voor mijn rug: de pijn is net een teken dat ik moet gaan liggen, dat ik de druk moet wegnemen, en met een pijnstiller zou ik er los over gaan en achteraf nog meer problemen krijgen.

Pijn. Een raar beestje, zeg ik u.

Tonsillitis

Elk jaar in september heb ik wel last van mijn stembanden: na drie maand relatieve rust weer volop voor een klas spreken, dat is niet evident voor een al zwakke stem.

Maar dit jaar voelde het anders: precies niet de stembanden, wel meer de keel zelf. Of nee, ook niet mijn keel, maar eerder mijn amandelen. Dit weekend was het er niet op gebeterd, ondanks de rust en het extra slapen, en dus ging ik even tot bij de dokter. Die was formeel: tonsillitis, ofte amandelontsteking.

Rust en antibiotica, zei ze. En keek me aan. En herhaalde: “Antibiotica dus”.

Tsja.

Ze kent me al een beetje.

Zondagsrust

Normaal gezien ga ik met ons pa geocachen op zondag, zeker als het zo mooi weer is als nu.

Alleen… mijn voet doet het niet. Nog steeds absoluut niet. Ik loop met die laars rond, en het is echt genoeg geweest. Ik geef eerlijk toe dat ik dit weekend al meer op mijn blote voeten heb gelopen dan met dat ding aan, gewoon omdat het geen halve zak helpt. Mijn voet doet nog evenveel zeer als voor die infiltratie, en dat is niet normaal. Na een week had ik eigenlijk al effect moeten voelen, maar integendeel, de voet doet soms zelfs nog meer pijn, ondanks de verlichting van die walker boot en ik heb af en toe, als ik gewoon stil lig in de zetel, van die pijnscheuten erdoor die je kan vergelijken met een krampscheut, alleen iets pijnlijker.

Morgen of overmorgen eens naar de orthopedist bellen, me dunkt, want dit is niet oké.

En intussen heb ik zondagsrust. En doet ons pa de kousen en leest hij en geniet hij van het zonnetje. Dat ook, ja. Maar we zouden allebei liever gaan cachen, daar ben ik redelijk zeker van.