Domme duiven

Deze lente vond een wilde duif het nodig om boven ons terras, in de blauwe regen, een nest te bouwen. Hmpf. En uiteraard zat ze er te broeden, met twee duivenjongen tot gevolg.

Deze middag zaten Kobe en Merel toevallig net buiten, toen ze een luide “plof” hoorden. Hmm? Een van de jongen was uit het nest gevallen, of had een premature poging tot vliegen gedaan: er staat nog wat dons op het kopje, maar de vleugels zijn zo goed als volgroeid.

Meteen was de interesse van de katten gewekt natuurlijk, waarop wij een doos namen en het beest zonder veel plichtplegingen in de doos pleurden. En nu?

Het Vogelasiel in Merelbeke zag ik niet zitten, da’s zo’n vijfentwintig minuten rijden met de auto, en ik wilde met Kobe en Merel nog de caches in het park naast de school in orde zetten. We zetten het beestje op een veilige plaats en fietsten naar Mariakerke.

Tegen dat we thuis waren, was ook Bart thuis, en samen haalden we de grote ladder uit, positioneerden die voorzichtig tegen de plant, en ik legde het piepende jong terug in het nest, waar het zich onmiddellijk weer installeerde.

Ik ben benieuwd. Domme duiven!

Opnieuw thuis

Meer dan een maand heeft ons pa opnieuw in het ziekenhuis gespendeerd. Tsja.
Het probleem zit hem in zijn medicatie, of beter: het niet nemen van die medicatie. Niet moedwillig hoor, nee, maar als je je eerste pilletje moet nemen om zeven uur, dan een ganse resem om acht uur, en dan verspreid over de dag nog eens drie, waarbij de spreiding en de dosering echt van belang is, dan moet het juist zijn. En als je dan slaapt tot tien uur en dan pas de eerste pillen neemt, waardoor er al eens een en ander wordt overgeslagen, dan draait het in de soep, kan je stellen.

Ons pa had beloofd zijn leven te beteren, maar dat had hij de vorige twee keren ook beloofd. En dat is toen een aantal weken prima gegaan, maar op een bepaald moment begon hij slechter te slapen waardoor hij ’s morgens langer bleef liggen en liep zijn medicatieschema in het honderd. En dus ook de controle over zijn bipolaire stoornis.

Nu is hij dus gelukkig weer thuis, maar wel onder deels toezicht. Als in: ’s morgens komt er een verpleegster hem wekken en zijn medicatie geven, en ervoor zorgen dat hij ook effectief opstaat. ’s Avonds  komt er opnieuw iemand langs om te checken of hij alles genomen heeft zoals het hoort.

Ik hoop maar dat het deze keer goed loopt, want met de juiste medicatie zou hij nog serieus lang in staat moeten zijn om gewoon thuis te blijven wonen, want voor de rest is eigenlijk alles nog in orde. En vooral: dan hoeven we ons niet voortdurend zorgen te maken.

Oei…

Gisteren liepen ze nog vrolijk rond, vandaag wilde ik even nakijken of onze gerbils daarbuiten nog voldoende water en voer hadden, maar ik zag geen beweging. Normaal gezien, zodra ik aan het hok kom, komt Bilbo even nieuwsgierig kijken. Helaas.

Ik woelde even door het hooi en kwam een klein koud lijfje tegen. Oh nee… Wat verder gewoeld, en jawel, een tweede koud lijfje. Zowel Frodo als Bilbo hebben blijkbaar de hitte van gisteren niet overleefd. Tsja, het is niet alsof we er echt veel tegen konden beginnen, vrees ik.

Ik liet het de kinderen weten, en Merel begon prompt te huilen. Mja, het is de eerste keer dat ze bewust geconfronteerd wordt met een dood huisdiertje, ook al is het ‘maar’ een gerbil en had ze daar niet zo veel aan. Ik ging ze gewoon met  hooi en al in de vuilbak gooien, maar dat zag zij niet zitten, ze wou ze netjes begraven. Ik zocht een klein doosje, vulde dat met hooi, legde hen erin, nog wat hooi erbij, en dan netjes gesloten.

We zochten een goed plekje in de tuin, en zij heeft ze dan begraven. Arme kleine diertjes…

Ik vrees dat Kobe er ook het hart van in zal zijn wanneer hij thuis komt van kamp. Tsja… The Circle of Life, zeker?

Bloedheet

Serieus, dit is niet meer normaal te noemen. Net geen 42° deze namiddag, hier gewoon bij ons in de tuin. Tsja…

Deze voormiddag was ik op tegen half negen, en toen zat Wim al een tijdje in de tuin, zo blijkt. Iets later kwamen ook Michael, Wolf en Koen binnendruppelen, en nog wat later was het ontbijt van koffiekoeken, yoghurt en vers fruit geserveerd. Mathias wakker maken was makkelijker dan gedacht :-p

Tegen half een waren ze allemaal het huis uit, bleek het te warm voor iets anders dan cornflakes als middagmaal, en nog wat later zat ons zwembad alweer vol. Met pubers, deze keer.


Ik had zelf machtig veel zin om wat af te koelen in dat bad, maar aangezien het allemaal leerlingen van onze school zijn en het voor hen wel bijzonder awkward zou zijn mocht er plots een leraar in hun zwembadje zitten, heb ik dat maar gelaten. Ik heb vooral gelezen en ben op een bepaald moment naar ons kamer getrokken omdat ik daar de airco kon aanzetten.

Zodra de gasten weg waren, zo rond een uur of zes, ben ik alsnog het water ingegaan. Met mijn boek, gewoon wat gedobberd en afgekoeld. Dat was nodig.

Serieus zeg. Middernacht en nog 34°. Ugh.

Zwembadperikelen, deel twee

Mja, eind juni is ons nieuwe zwembad voor een paar dagen vrij intens gebruikt. Sindsdien is het weer zo wat beginnen kwakkelen, in elk geval niet goed genoeg om buiten te zwemmen.
Kobe en ik hadden wel de filter aangesloten en dat soort dingen, we checkten de pH en deden er chloor bij, maar het water werd precies vuil. En groen. En vies. En er zaten massa’s grijze muggenlarven in. Als in: honderden. Ugh. Yuck. De kat vond het zelfs drinkbaar.

Nee, niet meer bruikbaar. Ik spoelde de filter twee keer per dag uit, maar het hielp niet direct. Bon, dan maar met Kobe naar de Brico voor een “shock treatment” voor groen water. En toen, ja toen viel onze euro: wat we in huis hadden gehaald als chloor, bleek pH mini te zijn, een product om de pH te verlagen maar niet om de bacteriën en algen onder controle te houden. Zucht.

We koppelden de filter los, deden een stevige dosis “Snelle Chloor” in het water, en zagen het uur na uur opklaren. We hadden ook een handmatige stofzuiger meegebracht, waardoor we het vuil konden opzuigen. Vierentwintig uur later was het water weer helemaal helder en het chloorgehalte zoals het moest zijn. Yay!

Gisteren waren we dan gaan zwemmen in de Rozenbroeken, vandaag mocht Merel mee met Sandra en Feija naar Merelbeke voor een heuse zwemles. Sandra geeft les aan twee kinderen, maar er was er maar eentje en dus mocht Merel mee. Toen ze thuis kwamen, zijn ze snel eerst samen naar de bibliotheek gegaan, en daarna hadden de meisjes nog niet genoeg gezwommen en doken ze ons zwembadje nog eens in.

Zo blij dat het gelukt is! Ik zag het niet zitten om nog eens 6500 liter water te gebruiken en het dan weer groen te zien worden. Oef.

Oef!

Twintig minuten voor deadline, en alles is binnen: examencijfers, rapportcommentaren en klassenraadcommentaren.

Cutting it close, Rombaut!

Geocachen in Lochristi en omstreken

Vandaag moest ik in Lochristi zijn: ik heb er een heel leuk setje van een doosje voor dobbelstenen én glasonderzetters gekregen via GIFT. Het leek me een ideaal cadeautje voor Wolf. Nu ik er toch was, vond ik dat ik meteen een stevig rondje kon wandelen en geocachen. Kwestie van de rug in topvorm te houden in de examens en zo.

Ik dacht aan een multi van zo’n vijf kilometer, maar toen ik me aan de sporthal parkeerde, begon het er eigenlijk al vrij dreigend uit te zien: dikke grijze donderwolken. Goh, dacht ik, ik ben niet van suiker en ik zal het wel even uithouden, toch? Ik trok op weg en genoot intens van een mooie wandeling langs paadjes en wegels.

Tot plots het begon te gieten. Eerst nog een stevige regen die ik nog wel aan kon onder de bomen, maar toen werd het een heuse wolkbreuk. Met alles erop en eraan. Ik kon me gelukkig een beetje verschuilen onder een bosje, maar echt droog bleef ik toch niet. Maar ik stond er wel te genieten met een grote grijns op mijn gezicht. Wat ben ik toch een geluksvogel dat ik dit gewoon (nog) kan!

Na een twintigtal minuten minderde het wat en was mijn geduld op, en dus liep ik verder, mijn regenjasje (zonder kap) goed dichtgetrokken waardoor ik me wel te pletter zweette.

De cache zelf werd gelukkig goed gevonden, alleen werd het een dure wandeling: thuisgekomen haalde ik mijn zonnebril uit mijn jas, opende het doosje, en… foetsie! Serieus! Een quasi nieuwe bril van 300 euro 🙁

Ik denk dat ik morgen nog even ga kijken, ik weet waar en wanneer ik hem gewisseld heb voor mijn gewone bril. Ugh.

Twee maal Spoed op één dag

Het was me het dagje wel.

Gisterenavond was Wolf thuisgekomen met het bericht dat hij zijn duim nogal pijn had gedaan op de scouts. Mja, kan gebeuren natuurlijk. Het zag niet blauw en het stond niet dik, maar het deed wel pijn. En aangezien Wolf een nogal hoge pijngrens heeft, wilde ik het wel ernstig nemen, zeker gezien de historie met zijn rechterduim de vorige keer. Soit, we gingen het een nachtje afwachten.
Deze voormiddag zaten we dus op spoed voor foto’s. De huisarts van wacht zou ons toch maar doorgestuurd hebben omdat je in het weekend toch alleen in de ziekenhuizen foto’s kan krijgen. We moesten even wachten, maar het viel best mee voor een spoeddienst op zaterdag. Na de foto’s viel het verdict: niet gebroken, wel stevig gekneusd, en dus een soort brace voor zijn duim. En als het binnen de week nog altijd zo veel pijn deed, dan moest hij terugkomen.

Bon, dat was dat.

Alleen belde Roeland in de namiddag dat ons pa daar gezeten had, en dat hij opnieuw compleet manisch was. Maar deze keer wou hij het blijkbaar niet aanvaarden, zei Roeland. Daarom planden we een interventie: om half zeven hadden we alle drie bij ons pa thuis afgesproken om hem richting het ziekenhuis te brengen. Tot mijn verbazing was ons pa intussen ook zelf tot die conclusie gekomen en stond zijn basis gerief al klaar. Ik heb nog wat kleren toegevoegd, andere spullen, en om kwart over zeven stonden Roeland en ik met hem op de spoed van Jan Palfijn, tien dagen nadat hij er ontslagen was.

Intussen was ons pa helemaal in overdrive gegaan: hij ratelde en bleef ratelen en zei de meest ontstellende dingen. Ik bedoel maar: om je bloeddruk te meten moet je 30 seconden zwijgen. De verpleger is drie keer moeten herbeginnen, want zo lang kon ons pa niet zwijgen. Helaas zat de spoedafdeling van de psychiatrie (PAAZ) vol en ging hij richting een ander ziekenhuis moeten. Het UZ wilde hem wel opnemen, maar alleen als hij volledig ‘uitgewerkt’ was, zijnde bloedonderzoek, urineonderzoek, thoraxfoto’s, alles. Zucht. Het was serieus druk op de spoed, en we gingen moeten wachten. En ons pa maar ratelen…

Maar ook de inhoud van zijn betoog… Op een bepaald moment, ergens na negenen, begon hij tegen mij uit te vallen: dat ik niks waard was, dat ik hem, door te zwijgen op de rit de vorige woensdag naar huis, geen respect had betoond, en dat hij mij niet meer wilde zien, dat hij nooit meer ging komen eten, dat ik een slechte dochter was, dat ik niks voor hem deed en dus waardeloos was, dat hij spijt had dat hij me geld had gegeven (Unk? Daar wisten Roeland noch ik iets van, maar bon) en dat hij zeker niet met mij wilde meerijden, dat hij me niet meer wilde zien… Na twee uur constant gedram was dit er voor mij te veel aan. Ik ben huilend naar buiten gelopen, heb Roeland daarna gebeld dat het me speet maar dat ik dit niet aan kon, en ben naar huis gereden.

Roeland vertelde me dat hij ’s nachts tegen half twaalf met ons pa naar het UZ is gereden en dat hij uiteindelijk tegen half twee een kamer had. Blijkbaar hadden ze ons pa ondertussen wel een paardenmiddel gegeven, want tegen elf uur was hij eindelijk stil gevallen. Oef.

Chapeau voor mijn broerke en zijn niveau van zen. Daar kan ik nog iets van leren.