Bril

Al ergens in januari had Merel medisch onderzoek gehad en was vastgesteld dat haar zicht niet meer optimaal was. Dat hadden we ook al gemerkt hier thuis: vanuit mijn hoekje in de zetel kon ze de ondertitels op tv niet meer lezen.

Soit, oogarts dan maar, ik moet zelf toch om het half jaar gaan. Maar toen was er corona en moesten we de afspraak verzetten, en toen bleek er nog steeds corona en ging de afspraak nog een paar maanden achteruit. Dat werd uiteindelijk vorige week dinsdag bij de privépraktijk van de oogarts, in Beke.

Merel moet effectief een bril dragen om ver te zien – het zit een beetje in de familie, zou je kunnen zeggen – en ook mijn ogen zijn licht achteruit, alweer. Het is niet het zicht op zich, het is het astigmatisme, ofte de vervorming van de oogbol die weer erger is geworden. Alleen wil ze mijn bril niet meer verzwaren want ik zou misselijk beginnen worden, zegt ze, en ik geloof haar best. En ja, het aspect leesbril begint er bij te komen. Ik kan al lang niet meer breien en naar tv kijken tegelijk, want ofwel zie ik het ene, ofwel het andere. Een multifocale bril dringt zich op.

Woensdag was ik met haar naar de brillenwinkel gegaan en waren we bij het idee gebleven dat we eerder al hadden opgedaan – we waren de dag na het doktersbezoek al eens gaan piepen in de winkel – namelijk een fijn goudkleurig brilletje. Ze zag het helemaal zitten: ze vindt die bril helemaal niet erg, integendeel, ze staat er fantastisch mee.

Vandaag kreeg ik tot mijn grote verbazing al bericht: de bril was klaar! We zijn hem dus op de valreep nog gaan ophalen – ik zat in de namiddag op school – en zeg nu zelf: ze ziet er toch zeer goed mee?

En ikzelf? Goh, ik sta absoluut niet met ronde brillen en er zijn momenteel geen rechte brillen in de mode, dus ik ga nog even moeten wachten tot de nieuwe collectie in het najaar. Meh.

In de put

’t Is een bezigheid als een ander, zo blijkt.

Begin juni was iemand van Farys de watermeter komen opmeten, en die had eraan toegevoegd dat we blijkbaar geen terugslagklep hebben en dat dat verplicht is, en dat we dat binnen de twee maanden in orde moesten laten zetten. Allez ja bon.

We hadden nu net een klusjesman in gang gezet, de Patrick, en die ging dat eens bekijken met een echte loodgieter. Eergisteren stond die hier, keek naar onze put van een meter diep – I kid you not – waarin de watermeter en de hoofdkraan op de bodem zaten, ging plat op zijn buik liggen, prutste wat, en verklaarde toen dat de hoofdkraan volledig toegeroest was, dat hij er al aan proberen draaien had met een tang, maar dat hij schrik had dat de boel ging breken en dan zaten we met de gebakken peren. Enfin, met overstroming, eigenlijk. Eerst moest Farys de kraan komen vervangen, want dit ging gewoon niet.

Euh. Ja dan zeker?

Meteen Farys gebeld, en die gingen vandaag al meteen iemand langs sturen om de hoofdkraan te vervangen, en meteen ook de aftandse, geroeste watermeter uit 1985. Bon, ene Koen kwam, ging plat op zijn buik liggen, stelde vast dat hij nét, maar nét aan de hoofdkraan kon, maar dat de flexibel volledig verstorven was, de kraan te verroest, en dat de put belange niet groot genoeg was om eigenlijk deftig te kunnen werken. Want als hij het zou proberen en het lukte niet of die flexibel brak, dan zaten we met de gebakken peren. Enfin, zonder water. Want hij kon natuurlijk wel de dienstkraan, aka. de aansluiting in het voetpad dichtzetten. Die mens was echt wel van goeie wil, maar ik zag ook dat het nu niet bepaald vlot ging werken.

Slotsom: de put moet verbreed worden tot een werkbare breedte, en dan gingen ze wel zien. Dus eerst weer Farys die op afspraak de dienstkraan komt dichtzetten, dan de klusjesman en loodgieter die de put komen uitgraven en nieuwe flexibels steken en de verroeste stukken aan onze kant komen weghalen, daarna de mannen van Farys die een nieuwe kraan komen steken en een nieuwe meter – met wat geluk bovengronds – en dan de klusjesman die opnieuw de boel komt afwerken.

’t Zal een kwestie van plannen worden, vrees ik.

Klassenraden

Dat het moeilijk is, die klassenraden momenteel. We mogen alleen maar oordelen over de cijfers tot 13 maart – gelukkig voor ons net de dag waarop ze een proefrapport kregen – en daarna niet over de cijfers van de gemaakte taken en toetsen, maar enkel over de inzet en de werklust. En of ze volgens ons de leerstof voldoende begrepen hebben.

Dat zorgt voor dilemma’s: sommige leerlingen hebben eigenlijk een jaartekort door een slecht kerstexamen, maar hebben veel progressie gemaakt. Anderen hebben nipte cijfers, maar hebben er nu vierkant hun voeten aan geveegd. En hoe weet je hoe ver een leerling staat als die geen enkele taak heeft ingediend, geen enkele toets heeft gemaakt?

Sommige beslissingen zijn eenvoudig: iemand met zes jaartekorten, dat is een duidelijk geval. Andere zijn een pak moeilijker, en vragen behoorlijk wat discussie en argumentatie. En in geval van twijfel beslissen we in het voordeel van de leerling, wat soms ook een C-attest kan zijn.

Moeilijk. Maar geloof me: elke beslissing is uit de grond van ons hart overwogen en soms met veel moeite genomen.

Afscheidslessen

Het zijn zowat de laatste lessen, ik ben afscheid aan het nemen van bepaalde klassen, en dat doet toch enorm vreemd aan, zo per camera. Ik zie hen niet, ik zie de gezichten en de emoties niet, ik hoor hun stem niet… Nope, dit is nog een extra anticlimax. Meh.

Gelukkig waren er vandaag de laatste live lessen bij mijn zesdes, en het deed echt deugd om toch wel afscheid te kunnen nemen. En dan ga ik deze leerlingen wel nog terugzien op hun proclamatie op de laatste dag. Maar ik ga ook hen missen, zoals elk jaar. ’t Was een speciaal groepje, en in het begin van het vijfde wist ik niet goed wat ik met hen moest aanvangen, maar ze zijn echt op hun pootjes terecht gekomen.

Meer nog, er zijn er twee die sterk overwegen om Latijn te gaan doen aan ’t unief. Kan een leraar zich nog een mooier compliment wensen?

Beugel

Jawel, Wolf heeft sinds deze morgen zijn beugel. Ik was aan het lesgeven en Bart kon zich wel vrijmaken, maar Wolf wilde liever alleen gaan: we gingen toch niet mee binnen mogen, zei hij, en daar had hij wel een punt. Enfin, tegen half elf stond hij per fiets in Mariakerke, tegen half twaalf was hij terug, een beugel rijker en een 700 euro armer.

Eerst deed het niet echt veel pijn, zei hij: het trok wat aan zijn tanden, maar niet zo veel meer dan dat. Tegen ’s avonds was het al anders: toen deed gans zijn mond pijn. Nog niet zijn lippen, die zullen ook nog wel openliggen, maar zijn tanden zelf, want daar zit behoorlijk wat spanning op nu.

We hebben voor zacht eten gezorgd: puree, yoghurt, zachte madeleintjes, en ik had echt bij momenten medelijden met hem. Zijn uitspraak is ook een klein beetje veranderd, maar dat komt wel weer goed.

Enfin, het is even op de tanden bijten (pun intended) maar daarna gaan zijn schots-en-scheve tanden eindelijk ook netjes recht staan, en daar heeft hij het echt wel voor over.

Steunzolen

Ik draag al meer dan dertig jaar steunzolen en ik kan echt niet zonder: als ik langer dan een half uur in gesloten schoenen loop zonder, doen mijn voeten echt gewoon gemeen pijn.
Toen Merel en ik twee weken geleden gingen geocachen, zei ze al vrij snel dat haar voeten pijn deden. Niet als in blaren of zo, maar dieper vanbinnen, zei ze, meer als een soort spierpijn. En eigenlijk was dat al lang: op kamp had ze ook elke keer problemen, vertelde ze. Het waren niet de blaren of een platte teen die haar ambeteerden, de pijn zat dieper.

Tijd voor een afspraak bij Wouter Van Den Broecke, dacht ik zo, de huisorthopedist. Deze avond zaten we dus bij hem, en jawel, Merel heeft de neiging tot X-benen en heeft dus steunzolen nodig, wat ik eigenlijk al dacht.

Ik hoop maar dat ze nog op tijd zijn zodat ze ze wat kan inlopen voordat ze op kamp vertrekt: het is vooral daar dat ze ze nodig zal hebben. En verder vooral blote voeten en goede sandalen, net zoals het bij mij eigenlijk al al die jaren is.

En Merel was eigenlijk best wel opgelucht, moet ik toegeven.

Oh, en daarna dacht ik eraan dat Vallery, die schuin tegenover de dokterspraktijk woont, nog kleren had van Bo die ze wilde verkopen. We zijn dan maar bij hen binnengewaaid en een behoorlijk lang tijdje blijven kletsen, eerst met Eddy, aangezien Vallery pas iets later is toegestuikt, en dan daarna tijdens een passessie. Merel heeft er een shortje, een pull, een T-shirt en vooral twee hele mooie kleedjes uitgehaald: dik in orde.

Enfin, ’t was weer een gevuld dagje.

Een vreemde eerste schooldag

Toen vorige week het verlossende woord kwam, sprong Merel een gat in de lucht: vanaf vandaag mag ze weer naar school, volledige dagen (behalve op woensdag) in haar eigen klasbubbel. Ze moeten ’s morgens meteen naar de klas, eten ook in de klas en mogen dan op een afgelijnd stuk van de speelplaats spelen met hun klasgenootjes.

Ik heb een andere Merel. Pas op, als er één iemand plichtbewust en stipt is in dit huis, dan is zij het wel: al haar taken zijn altijd netjes gemaakt, alles altijd mooi ingediend. Maar ze had het ook gehad met die taken op Bingel, de afspraken op Google Hangouts, de verbetersleutels… En nu kan ze dus terug met haar vriendinnetjes naar hartelust spelen, ook al is het nog steeds niet de bedoeling dat ze knuffelen.

En Wolf, ook die trok vandaag terug naar school, maar met veel meer gemengde gevoelens. Ha ja, Arwen mag hij zien wegens gebubbeld, en hij heeft regelmatig afgesproken met zijn beste vrienden om te gaan fietsen of om te zitten kletsen, maar dan wel netjes op afstand. Het was mooi om zien, eigenlijk. Veel boodschap had hij dus niet aan vandaag, de terugkomdag van de vierdes. Het was een voormiddag van verwelkomingsfilmpjes door de leerkrachten, administratie, klasgesprekken en een uurtje buiten op de speelplaats. Alleen heeft het zowat de hele voormiddag geregend, de lol was er dus af, en ook aan de rest had hij niet veel, zei hij.

DIGITAL CAMERA

Hij mag de volgende twee weken nog op donderdag- en vrijdagvoormiddag naar school voor zijn hoofdvakken. Maar hij is het gewoon moe, dus die échte lessen gaan niet veel uitmaken, vindt hij.

Tijd dat het vakantie is en daarna weer gewoon echt les. Hopelijk. En dan vooral terug orde en regelmaat. Het is er toch al voor eentje van de drie.

Muisje…

Als je denkt dat katten altijd schattig zijn: onze Saruman kwam me dit brengen. Als cadeautje. Ik gaf hem een paar dankbare aaitjes en stuurde hem toen buiten. En filmde dit.