Allerheiligen

Het is een traditie dat we op Allerheiligen naar Ronse en Kruishoutem gaan om er de graven te bezoeken en te blijven eten bij Nelly. Nu, drie jaar geleden stond ze nog vrolijk zelf te koken in haar keuken, vandaag hadden we afgesproken op restaurant in Kruishoutem, alwaar we eigenlijk bijzonder gezellig en lekker hebben gegeten.

Daarna waaiden we even binnen om de hoek bij nonkel Staf, die nog steeds in het ziekenhuis ligt, en spraken we ook nog af op het kerkhof om Jerooms graf te bezoeken.

Jeroom, ik blijf u missen…

Bekopen

Het is blijkbaar te veel geweest, de voorbije weken. Eerst waren de klassenraden, waarbij ik na de lesdag soms nog vier uur gewoon op een stoel moest zitten, en dat kan mijn rug eigenlijk niet aan. Ik was telkens ongelofelijk opgelucht wanneer ik thuis in de zetel kon gaan liggen en de pijn langzaam voelde wegebben.

En daarna was er de GWP week voor 1-4. Op zich was dat misschien niet zo inspannend, maar het feit alleen al dat je een compleet ander uurschema volgt, zorgt ook wel voor enige stress.

En toen was er het Havenweekend, dat mentaal ongelofelijk ontspannend is, maar fysiek wel wat belastend. Ik heb me nochtans koest gehouden, maar je slaapt sowieso niet in een schitterend bed, loopt heel veel rond, slaapt te weinig, en zeult met gerief.

Gisteren viel het nog mee, ik ben nog mijn pa gaan ophalen om bij ons te eten, aangezien hij dit weekend niet kon komen. Maar vandaag is het om zeep. De rug doet het niet meer. Ik ben al blij dat ik gedoucht ben geraakt, Merel heeft me geholpen om me aan te kleden, en ik loop met een stok rond.

Ik moet dus echt eens werk maken van een echte rollator: daar kan ik misschien nog niet mee de trap op – trappen zijn eigenlijk niet zo’n probleem – maar kan ik al tenminste hier beneden iet of wat proberen rondlopen.

Zucht. Tot zover de vakantie.

Vertrek anders eens op weekend…

Straks vertrek ik op Havenlarp, en ik heb er ongelofelijk veel zin in!

Alleen ben ik het Bart niet zo gemakkelijk aan het maken. Het weekend is namelijk een klein beetje hectisch, heb ik zo het gevoel.

Tegen een uur of vier zouden Jarne, Stefaan en Mireille hier moeten toekomen, en dan zien we nog of we alles in één auto krijgen of toch moeten verdelen. Ik vrees dat laatste, aangezien ik een grote vuurschaal mee heb en Mireille een tent, en er zijn stoelen en eten en ander gerief… Het is gelukkig maar een uurtje rijden, in Ellezelles.

Ik ben net Kobe gaan afhalen om drie uur aan school: die kwam thuis van een weekje zeeklassen. De fagotles gaan we voor een keertje skippen, hij is doodmoe. Merel is intussen ook thuis, dat is al geen probleem meer. Haar spullen staan klaar, want om zeven uur vertrekt ze op scoutsweekend. Bart zal haar dus moeten brengen. Om tien uur vanavond moet hij dan Wolf ophalen aan school, want dan komt die terug van een weekje Engeland met school.

Ik heb instructies voor de wasmachine klaargelegd, want Wolf wil nog een reeks kleren vanavond wassen: hij wordt morgenvroeg opgehaald voor een week Duitsland met Arwen en haar familie. En ja, hij wil echt bepaalde kleren nog mee hebben.

Zondagmiddag moet Bart Merel dan weer ophalen, en later die dag kom ik dan gelukkig ook weer naar huis. Maar het is effectief van het een naar het ander.

Ik heb bijna medelijden. Bijna.

Twee jaar

Damn.

Ik heb me net zitten realiseren dat de rug nu dus iets meer dan twee jaar geleden is. Toen was ik trots op mezelf dat ik met mijn krukken tot in de tuin was geraakt en er kon liggen lezen in de nazomerzon.

Ik heb gelukkig een lange weg afgelegd sindsdien, en vooral naar mijn eigen lijf leren luisteren. En, zij het met enige moeite, mijn beperkingen leren aanvaarden.

En ook geleerd hoe veel mensen bereid zijn om voor je te doen, als je het vraagt, en vaak zelfs niet eens hoeft te vragen. En ingezien hoe graag mijn gezin me ziet en hoe hard ze me proberen te helpen.

Dank jullie allemaal. Het is enkel dankzij jullie begrip en hulp dat ik de meeste van mijn hobby’s nog kan uitvoeren. En dat het leven leefbaar blijft.

Bedankt.

Echt.

Update Wolfs voet

Update over Wolfs voet, deze keer van bij onze vaste orthopedist Van Den Broecke, een mens die ik wél vertrouw en die daarnaast nog eens mega sympathiek is: een serieus onderschatte verstuiking.
Er is niks gebroken, de voet is niet laks en goed stabiel, dus de ligamenten zijn nog goed, maar er heeft wel iets gebloed in het gewricht, en dat veroorzaakt de pijn. Hij moet nu met krukken en zo’n orthopedische laars lopen, en misschien tegen het eind van de week zonder krukken. De laars moet echt nog wel aanblijven tot het eind van de vakantie, daarna wellicht brace en zeker kine.

Hmm. Dat wordt nog fijn voor zijn GWPweek in Engeland, want daar gaat hij sowieso te veel stappen. Ik heb al voorgesteld om een rolstoel te regelen, maar dat zien de collega’s niet zitten: ze moeten nogal vaak metro op – metro af, en met een rolstoel is dat echt sukkelen. Tsja.

En wij die gehoopt hadden dat hij eens een normale GWP ging hebben, die zoon van ons. Niet dus.

Bummer.

Scouts

Bart had geen zin om vandaag te koken en had al op voorhand gereserveerd in de Mub’Art onder het MSK. Mij hoorde je niet klagen, want het is daar altijd dik in orde. Ik ging dus ons pa ophalen en reed meteen naar ginder. Geen idee wat er te doen was in het SMAK, maar we hadden wel enige moeite om er parkeerplaats te vinden.
Het eten zelf was, zoals altijd, zeer verzorgd en eigenlijk ook vrij snel. Maar goed ook, want zowel Kobe als Merel moesten nog naar de scouts om twee uur. Wolf eigenlijk ook, maar met zijn kapotte voet gaat dat nu een beetje moeilijk.

Hij is trouwens veranderd van scoutsafdeling, en is sinds dit jaar ingeschreven in Evergem. Hij vond niet echt aansluiting meer bij zijn takgenoten hier in Wondelgem, en ginder heeft hij twee van zijn beste maten. Kobe is intussen veranderd van school, tot Wolfs grote spijt, en zo zien ze elkaar tenminste nog.

En ach, die drie kilometer per fiets, daar gaat hij niet dood van. Als hij kan fietsen tenminste, want nu lukt dat natuurlijk niet. Mama taxi to the rescue dan maar weer, zeker? Ach, ’t is dat we ze zo graag zien, meneer…

Gips

Tijdens de ochtendroutine deze morgen riep Wolf me bij zich: “Mama, kijk eens naar mijn voet?” Euh… hij stond inderdaad wat dik, zoals verwacht na het weekend, maar hij was vooral bijzonder vreemd van kleur: rood-paars en glad, eigenlijk zoals het kleur van een pasgeboren baby, als u begrijpt wat ik bedoel. Absoluut niet een normale kleur en nogal verontrustend, dus ik nam het zekere voor het onzekere en reed nog maar eens met Wolf naar spoed. Onze vaste orthopedist kon ik op dat moment – acht uur ’s morgens – begrijpelijkerwijs niet bereiken, en we hadden sowieso een voorschrift voor foto’s, dus waarom niet meteen spoed?

We kennen er zowat onze weg, zou ne mens zeggen. Ik had verbeterwerk mee en een boek, en drinken en dergelijke, maar het duurde algelijk toch wat langer dan gedacht. Soit ja, ’t is niet alsof het hoogdringend was, en we kregen uiteindelijk toch weer dezelfde onsympathieke orthopedist-in-opleiding als de vorige keer. Tegen dan was de kleur van de voet wel normaler, gelukkig. Enfin, Wolf vloog onder de CT-scan en er bleek niks gebroken. Ik vertrouw de ortho misschien niet helemaal, maar wel de opinie van dr. Baelde, eminent radioloog, en als die zegt dat het oké is, is het oké. Maar de ortho gaf wel toe dat hij het misschien een klein beetje verkeerd had ingeschat, dat het na tien dagen toch niet meer dik had mogen staan en gezwollen en zo, en dat het toch wel een zware verstuiking was. En dat volledige rust en immobilisatie goed zou doen: gips dus. Een halfopen echte gips, vakkundig aangelegd en waarop dus totaal niet mag gesteund worden. Gelukkig kan Wolf intussen nogal goed overweg met zijn krukken en zal dat wel lukken. Tsja…
En hij zag er mega schattig uit in zijn papieren broek, zeg nu zelf.

We zijn wel eerst naar huis gereden voor een deftige broek en schoenen en zo, maar waren allebei in de namiddag netjes op school.

En dan maar hopen dat het goed komt tegen de GWP over twee weken, en dan de week Duitsland in de vakantie. Hmmm…

Nu dat weer…

Weet u nog dat ik zo ongelofelijk content was dat Wolf weer op een rugbyveld stond? Ja?

Wel, het was van korte duur, helaas. Vandaag had hij zijn eerste match. Ik had als taakje boodschappen doen voor de hamburgers ’s middags en had maar liefst 5 winkels afgereden deze voormiddag om alles samen te rapen. 250 hamburgers op den bots, dat vindt ge zomaar niet. Ik was die naar de club gaan brengen, was terug naar huis gereden, had ietsje later Wolf afgezet aan de club, en was zelf nog even terug naar huis gegaan, want ik zag het niet zitten om een uur in die motregen te gaan rondhangen. Ik had hem dan ook gezegd dat Merel en ik wel naar de match gingen komen kijken, maar niet van in het begin, want dat mijn rug een uur rechtstaan niet zo fijn vindt.

We waren er zo’n tien voor twee, denk ik, de match was bezig van half twee. Wanneer Merel en ik komen aangewandeld, stapt een van de ouders op ons toe: dat hij het haast niet durft zeggen, maar dat Wolf wat verderop aan de kant zit. Met een zere voet.

Bon, ik daar naartoe: effectief zijn voet zwaar omgeslagen, maar het stond nog niet echt dik, en de pijn wees op verrokken laterale gewrichtsbanden. Die waar ik uiteindelijk, na ettelijke verstuikingen, aan geopereerd ben, ik weet dus waarover ik spreek. Wolf in de auto, wij naar spoed. Alweer.

Uit ervaring weet ik dat we daar wel eventjes kunnen zitten wachten, dus heb ik eerst Merel naar huis gebracht en een noodpakket aan gerief gehaald. Ik was namelijk met Barts auto en had dus geen krukken bij, want die liggen standaard in de koffer van de mijne. Ik dus de krukken gehaald en een rugzakje met een extra pull voor Wolf, iets om te drinken, iets om te knabbelen, een boek voor mij, de nodige papieren, een paar pantoffels. Ne mens weet op den duur wat hij nodig heeft op spoed.
Er werden dus foto’s gemaakt, zijn voet onderzocht door een orthopedist-in-opleiding, en verklaard dat hij een lichte verstuiking had, dat zo’n steunkousding voldoende was, dat hij over een dag of drie wel weer mag beginnen stappen, en over een week of twee mag sporten.

Dat lijkt me een beetje snel, maar bon, die mens zal het wel weten zeker? Er is in elk geval niks gebroken, da’s al veel. En Wolf en ik, we kunnen er nog mee lachen. Al ontlokte het toch wel de volgende commentaar aan Bart: “Misschien toch maar beginnen schaken, in plaats van rugby?”

Tsja…