Septische put

We wonen hier al sinds 1997, al eventjes dus. In al die tijd hebben we, voor zover ik me kan herinneren, onze beerput nog nooit geleegd. Het kan zijn dat die leeg is getrokken tijdens de verbouwing in 2014, want de opening zat op ons toenmalig terras en bevindt zich nu in onze keukenberging. Verplaatsen ging handenvol geld kosten, en in die berging heeft er niemand last van.

Maar sinds een dik half jaar stinken onze toiletten. Allebei, ja, dus het ligt niet aan een verstorven afdichtring of zo. Het vreemde is dat dat vooral bij het doorspoelen is. Ik dacht eerst dat er een dood beest in onze regenwaterput zat – het spoelwater is regenwater – maar dat water is perfect helder en geurloos, dat kan het dus niet zijn.

Enfin, we proberen aan te pakken wat we kunnen, en dus stond er hier maandag iets na zeven een beerkar om onze put vakkundig leeg te zuigen.

De geurhinder bleef bijzonder beperkt, het was alleen een beetje frisjes want de slang moest door onze tuinvenster. Tsja. Maar blijkbaar, zo zei Bart, was het eerste wat die man zei toen hij de put openmaakte: “Hebben jullie geen last van stank bij de toiletten?” Het zou iets te maken hebben met de afdichting van de put zelf. In de berging hebben we nooit geuroverlast gehad, alleen bij de toiletten, maar dat zou ermee te maken kunnen hebben.

Allez, op hoop van zegen dat we nu van de stank vanaf zijn. De put is in elk geval netjes geleegd en gespoeld.

Leesclub

Het blijft een moeilijke bevalling, die leesclub. Toen Leentje daar destijds mee begon, in 2016, waren het vooral collega’s die meededen. Dat varieerde: soms maar vijf, soms met acht. Maar Leentje veranderde van school en ik nam min of meer de leesclub over. Met gemengd succes: de ene keer lukte het al beter dan de andere.

Het heeft door corona een tijdje stilgelegen, maar ook vorig jaar kwam het niet van de grond. In mei vorig jaar was er wel een geslaagde editie, eindelijk, met een hoop leerlingen, maar dat kwam omdat het boek de LGBTQ+ aansprak.

Nu was het er eigenlijk voor kerstmis ook weer niet van gekomen, maar deze keer wilde ik het niet opnieuw uitstellen. En ja, we waren maar met drie: één mee bezielende leerkracht en één leerlinge uit het zesde. Doodjammer: je zou denken dat op een school met allemaal taalleerkrachten iemand toch iet of wat zou lezen, maar dat blijkt tegen te vallen.

Ach ja. Ik heb er in elk geval deugd van gehad, en dat is ook iets waard.

Het begin van Merels beugel…

Wolf kreeg zijn beugel in 2020, toen hij al 16 was. Kobe heeft de perfecte glimlach en dus helemaal geen beugel nodig, maar bij Merel, daar staan de tanden behoorlijk scheef. Ik denk niet dat ze een verkeerde beet heeft, zoals Wolf, maar dat moet de orthodontist uitmaken.

Vandaag over de middag stond ik met haar bij de ortho om foto’s en scans te laten maken: op basis daarvan gaan Bart en ik over een paar weken eens luisteren naar wat er nodig zou zijn. Nog een chance dat we Dentalia hebben, een extra tandverzekering…

Doktersbezoek

Deze avond moest ik opnieuw op controle bij de specialist, en Bart laadde me dus met laars, krukken en al liefdevol in de auto en bracht me tot ginder.

Wouter is meestal vrij meegaand, maar was deze keer toch wel behoorlijk formeel en decisief: nog thuisblijven tot het einde van de week. Ik vermoed dat het feit dat mijn bekken overbelast is, daar wel voor een en ander tussen zit.

Ik geef toe dat ik ook niet bijzonder hard heb tegengestribbeld: de rug doet het nog steeds niet helemaal, al is het wel gebeterd sinds ik weet wat de oorzaak van de pijn is en hoe ik die kan aanpakken.

Ik moet nu, aangezien de laars en het gehobbel daarmee toch een deel van de oorzaak van het probleem is, thuis al gewoon zonder die laars rondlopen. Niet op mijn blote voeten of kousen, maar met schoenen aan, zodat de hiel nog wat ondersteuning krijgt. Buitenshuis – wat niet veel gebeurt – is de laars voorlopig wel nog verplicht, en desnoods ook de krukken om mijn bekken stabiel te houden. Voorzichtig echt weer beginnen stappen, dus.

Hmm. Ik kan me dus echt niet herinneren dat ik daar bij de linkervoet zo mee gesukkeld heb. Maar lang leve een blog: de operatie was in 2009, ik was dus ook een pak jonger. Blijkbaar ben ik toen wel gaan lesgeven op krukken, kon ik na drie weken al de krukken opzij laten staan en ging het net iets vlotter. Tsja. Ik was ook nog geen 51 en ik woog net ietsje minder…

Rugpijn

Ik ben dus duidelijk nog niet opnieuw aan het werk, zoals de orthopedist eigenlijk wel voorspeld had. Ik ben ook geen 25 meer en lang niet meer zo zot om op krukken te gaan werken.

Nu, op zich zou dat wel kunnen, ware het niet dat de school nog volop in de verbouwingen zit. Dat betekent dat er geen parkeerplaatsen zijn zodat ik een heel eind over de speelplaats moet pikkelen. Dat betekent ook dat er geen lift is, zodat ik zelf de trap op moet, tussen de leerlingen. Dat betekent ook dat de trap, die vlak naast mijn lokaal ligt, afgesloten is, zodat ik een heel eind – maar echt een heel eind – rond moet om terug naar beneden en naar de leraarszaal of naar buiten te gaan.

Ik zie dat niet zitten, en vooral mijn rug ziet dat blijkbaar niet zitten. Al sinds vorige vrijdag was die beginnen lastig doen, maar ik kon de pijn niet precies thuisbrengen. Bij actieve hernia’s loop ik scheef en kan ik niet lang zitten. De spondylo geeft een drukpijn die toch anders aanvoelt. Maar ik kon me dus vooral in mijn bed niet goed leggen: af en toe zo een gemene pijnscheut door heel mijn lijf, waardoor ik me amper durfde draaien. De huisdokter gaf me volledig gelijk en schreef me nog twee weken thuis, zodat ik nog kon zien wanneer ik toch opnieuw begon te werken.

Vandaag kon eindelijk ook mijn kinesist langs komen. Eigenlijk heb ik een vaste afspraak op woensdag, maar toen had ik helaas geen vervoer, dus die afspraak had ik afgezegd. Nu, vandaag kon Barbara, mijn nicht, me er gelukkig wél nog bij pakken. Mooi meegenomen: het was vlak voor haar middagpauze, zodat ze meteen ook hier kon blijven eten.

Ze behandelde mijn rug – die kent ze intussen door en door en ze laat ook niemand anders de complexiteit ervan behandelden – en verklaarde stellig dat het inderdaad niet mijn hernia’s waren, ook niet de spondylo, maar wel een overbelasting van het bekken door het pikkelen en manken en te veel belasting op het linkerbeen. Meteen was ik een pak gerustgesteld: de voet is allemaal goed en wel, maar de rug is echt nog een ander paar mouwen.

Bon, maandag naar de specialist en dan eens luisteren wat die zegt. Het is niet dat ik me verveel, het is dat ik mijn lessen moet inhalen en intussen mijn dutskes in de studie zitten. Tsja.

Kokumte

Mijn auto – of mijn telefoon, wellicht – heeft echt wel fijne spraaktechnologie. In de auto bedenk ik dan ook regelmatig, terwijl ik aan het rijden ben, dat ik nog berichtjes moet rondsturen. Ik moet dan enkel maar één knop op mijn stuur in te drukken, en ik kan berichten versturen via spraaktechnologie. Antwoorden worden ook gewoon voorgelezen.

Af en toe levert dat hilarische toestanden op omdat hij toch niet alle woorden correct heeft herkend.

Maar om een of andere reden – en in het begin was dat dus niet zo – heeft het ding moeite met Kobes naam. Ik vraag dus een bericht te sturen naar Kobe De Waele, zijn naam komt ook zo op mijn scherm, maar bizar genoeg wordt het uitgesproken als Kokumte De Waele. Wij hebben daar dus al strijk mee gelegen. Geen idee vanwaar dat komt, want zoals gezegd: zijn naam staat correct op het scherm. In het Engels bestaat de naam ook, en in het Japans wordt de naam van de stad ook redelijk fonetisch uitgesproken.

Maar mocht iemand dus weten waarom Kobe verbasterd wordt tot Kokumte, hij of zij mag het me met plezier laten weten. Ik ben benieuwd!

Lectuur: “Mitosis (The Reckoners #1.5)” van Brandon Sanderson

Blijkbaar is niet alles wat Sanderson schrijft van even hoog niveau: dit kortverhaal vond ik maar matig. Het speelt zich af in de wereld van de Reckoners, waar Epics de wereld hebben overgenomen. David en de Reckoners hebben NewCago kunnen bevrijden van Steelheart, maar in het machtsvacuüm dat daarop ontstaat, probeert onder andere Mitosis de controle naar zich toe te trekken.

Het enige interessante aan het hele verhaal is dat David er eigenlijk per toeval het geheim van de zwakke plekken van elke Epic ontdekt, een gegeven waar Sanderson nu uiteraard vrolijk verder kan op borduren.

Verder is het niet echt geïnspireerd, vond ik. Tsja. Het kan niet altijd feest zijn, zeker?