Droom…

Soms droom ik ervan een gedeeltelijk gehandicaptenstatuut te krijgen.

Niet dat ik ook maar één euro uitkering wil of een parkeerkaart, nee, ik zou gewoon willen dat mensen mijn rugprobleem au sérieux nemen. Dat mijn bezwaar om te gaan tellen op de verkiezingen – ik kàn niet al die uren zitten – aanvaard wordt. Dat ik niet aan het zeveren ben als ik op de parking van het grootwarenhuis vraag aan iemand om alsjeblief mijn tas in de auto te zetten. Dat ik helaas niet meer mee kan naar een concert of zelfs maar een receptie als ik niet af en toe kan zitten.
Omdat het knauwt aan mijn ego van energieke vrouw dat ik dat niet meer kan, al die dingen. Omdat elke medisch geschoolde die mijn röntgenfoto’s ziet, grote ogen trekt en niet begrijpt dat ik een full time job heb en een huishouden en hobby’s.

Gewoon, dat ik aan mensen kan bewijzen dat het geen plantrekkerij is, dat achter die façade, goed humeur en grote bek wel degelijk bij momenten een hoop pijn schuilt.

En dan dank ik mijn gezin dat zij zelfs geen woord nodig hebben, dat ze aan mijn gezicht voldoende zien dat het niet gaat, dat de kinderen spontaan de volle wasmand naar beneden brengen, en komen aanlopen om de auto uit te legen als ik boodschappen heb gedaan. En dat ze mijn hoekje in de zetel waar ik languit lig, niet als een verworven recht beschouwen maar als een noodzaak.
En dank ik mijn directie omdat die me goed genoeg kennen en er rekening mee houden. En omdat ze weten als ik zeg dat ik iets niet kan, dat dat ook gewoon zo is.

En dus droom ik van zo’n gehandicaptenstatuut, gewoon omdat ik aan mensen zou kunnen bewijzen dat het echt is.

Telbureau

Yup, ik was dus opgeroepen om te gaan tellen vandaag. Ik had wel bezwaar ingediend met een foto van mijn rug en alles, maar blijkbaar weegt dat niet voldoende door om toch niet te moeten gaan. Ik moet echt werk maken van dat gehandicaptenstatuut.

Bon, kwart voor drie stond ik in de Wispelberg en kon ik me aanmelden. Er worden telkens acht mensen door de voorzitter effectief opgeroepen waarvan er zes (vijf + de voorzitter) dienst moeten doen. Twee mensen zijn niet opgedaagd, waardoor we daar met zijn zessen zaten voor vijf plaatsen. Tsja.

Drie mensen zeiden onmiddellijk dat ze wel gingen blijven, één dame zei dat ze ook een hernia had (ik moest me inhouden om niet cynisch in de lach te schieten, maar een hernia kan ook zeer belastend zijn – ik weet het, ik heb er ook twee bovenop de ruggengraatverschuiving) en één dame zat thuis in de problemen omdat haar man zijn voet had gebroken en nu alleen thuis zat met twee kleine kinderen.

We gingen lootje trekken, de dame met de kinderen en ik, maar toen zei ze dat ik toch mocht vertrekken. Ha ja, ik had ook duidelijk gemaakt dat ik een uur of twee-drie wel volop ging kunnen meedoen, maar dat het niet echt langer dan dat ging lukken zonder te gaan liggen af en toe. Dat is helaas niet eens overdreven, dat zou ook gewoon echt het geval geweest zijn.

Ik voelde me er toch wel wat ongemakkelijk bij, maar bedankte hen uit het diepste van mijn hart, en vertrok. Bij deze nog eens, leden van telbureau 28 A: bedankt. Echt waar.

Ik ben dan maar heel eventjes verder gefietst naar het ziekenhuis waar mijn pa nog een paar dagen zit, en heb er met hem een taartje gegeten in de cafetaria. Hij had er oprecht deugd van.

Daarna fietste ik gezwind weer naar huis om er plat in de zetel nog wat schoolwerk te doen. De rug vond het welletjes.

Vooroordelen

Eigenlijk zijn vooroordelen toch een gemeen beest…

Daarstraks reed ik weg van de Delhaize toen ik plots dacht dat ik nog bloemen wilde van de bloemenwinkel die op hetzelfde terrein ligt. Ik sla, nog op het parkeerterrein, rechtsaf, kijk dus opnieuw uit naar een parkeerplaats en rijd vrij traag. Op het moment dat ik links een plekje zie, pink ik naar links en wil inslaan. Op dat moment vlamt een witte sportieve auto me links voorbij, waarbij ik me zowat een ongeluk verschiet én bijna een ongeluk veroorzaak. Geschrokken hamer ik op mijn toeter.

De witte auto stopt een paar meter verder en een jonge gast mét petje stapt uit. “Lap” dacht ik, “dit wordt een geval van verkeersagressie” en ik zet me mentaal al schrap.
Maar nee, de jongeman komt op me toe en verontschuldigt zich uitgebreid. Hij had me naar rechts zien pinken – die pinker moet nog even aangestaan hebben – en dacht dat hij probleemloos links voorbij kon. Het pinken naar links had hij effectief niet gezien. Ik heb me verontschuldigd voor het getoeter en zeg dat ik gewoon gigantisch geschrokken was.

Hij geeft me nog net geen knuffel, lacht breeduit, verontschuldigt zich nogmaals en stapt opnieuw in.

En ik ben een illusie over mezelf armer: blijkbaar ging ik ervan uit dat een jonge gast met sportauto en petje net iets agressiever ging zijn. Tsja…

Met een beschaamd gevoel reed ik naar huis.

Auw.

Lesgeven vandaag, dan met Kobe even tot bij mijn pa in het ziekenhuis en dan boodschappen doen staat vandaag blijkbaar gelijk aan plots misselijk worden van de pijn.
De rug vindt dat hij het recht heeft om wraak te nemen voor de esbattementen van dit weekend, heb ik de indruk.

Gelukkig doen mijn benen het wel nog en moet ik mijn krukken of stok niet boven halen, dat is het niet. Maar het zweet loopt me af en ik heb het moeilijk om me te concentreren. En ik weiger om pijnstillers te nemen want dan ga ik er gelijk los over.

Nope.

Ik ben blij dat ik nog de bewegingsvrijheid heb om te dansen zoals dit weekend – een millimeter verder en ik was verlamd – maar dat moeten boeten voor elk pleziertje, nee, dat is het toch niet.

Bah humbug.

Citaat

The mind can’t remember pain – the flesh won’t bear it. But it remembers the fear. It remembers remembering agony“.

Kate Griffin, “The madness of angels”

Heel erg waar. Ik herinner me vooral de angst voor de pijn.

En ik word daar nu nog eens extra aan herinnerd door het feit dat ik opgeroepen word om op de verkiezingen te gaan tellen. Een hele tijd geleden had ik de aanvraag gekregen, en toen bezwaar ingediend op basis van de rug, met een bijgevoegde kopie van de röntgenfoto. Helaas, blijkbaar is mijn rug niet erg genoeg en moet ik dus wel gaan tellen.
Ik hoop maar dat we met voldoende zullen zijn en dat de voorzitter van het telbureau wil luisteren naar mijn argumenten. En anders tel ik een uur of twee-drie voor ik plat ga, zeker? Benieuwd naar het wettelijk kader als je tijdens het tellen moet opgeven…

Baaldag en de ideale remedie

Het begon hier als een stevige baaldag. Maar ach, ik heb wat knuffels gekregen van mijn kinderen, ik had een goed boek en koffie, de koppijn begon te minderen, en het is gestopt met regenen. Blijkbaar kan het balen dus ook verminderen.

En als kers op de taart: een bijzonder fijne en attente maat nodigde me uit om Top Gun te bekijken in zijn man attic, de 3D wel te verstaan. En nee, er is nooit genoeg Top Gun.

Hij moest lachen: tijdens de gewone stukken zaten we eigenlijk gewoon te tetteren, maar zodra er straaljagers op het scherm kwamen, viel ik blijkbaar stil, iets wat me zelf niet bijzonder opgevallen was. Ja, de jonge Tom Cruise mag er zijn, en de jonge Val Kilmer is ronduit yummie, maar de film draait hoe dan ook om vliegtuigen. En laat ik nu toevallig gek zijn op vliegtuigen…

In ieder geval was tegen dan mijn baaldag definitief bestreden. Bedankt Max, ge zijt ne chou!

Kaboutercontact

Hmm, na Merels blokfluitles heb ik me nog serieus moeten haasten om op tijd op haar school te zijn. We waren wat vroeger doorgereden met de fiets  om nog een ijsje te kunnen eten, maar in het terugkeren moest ik dus tegen 18.45 uur op school staan om de juf te spreken. Tot mijn verbazing zat er nog een koppel op hetzelfde uur. Bleek dat de juf zich vergist had en bij hen ook 18.45 uur had opgeschreven in plaats van 17.45 uur. Maar zij vonden dat zij, omdat zij er eerder zaten te wachten dan ik, het recht hadden om binnen te gaan, ook al zat de fout op hun afspraak en niet de mijne.

Ik heb even grondig met mijn ogen gerold, maar leraar zijnde voelde ik mee met de juf, en heb dan maar afgesproken dat ik eens op woensdagvoormiddag tijdens de turnles langs ga bij de juf.

Nope, eigenlijk niet correct. Tsja…

Slaap zacht, Christophe…

Vreemd toch hoe emotioneel een mens soms kan reageren op de dood van iemand die je niet eens persoonlijk kende…

Maar jij, Christophe, jij kwam quasi elke dag stilletjes mijn huiskamer binnen zonder op te vallen. Met je warme stem praatte je moeiteloos de platen aan elkaar, en ik betrapte me er regelmatig op dat ik bewondering had voor je manier van presenteren.
Weet je, ergens in de voorbije weken heb ik zelfs op een bepaald moment nog gedacht dat het toch fijn was dat jij al al die jaren de ochtend deed op Studio Brussel: heerlijke vastigheid en vooral kwaliteit.

En dan komt het nieuws dat jij er plots niet meer bent. Tsja… Ik was er even niet goed van, gisterenavond. Maar deze morgen, iets over negen, kwam het zelfs keihard binnen: je was er gewoon niet! In de plaats klonk een boodschap van je geëmotioneerde collega’s en was er enkel muziek. Oh, en de boodschappen van trouwe luisteraars aan jou gericht.

Ja, ik heb ook even ingebeld en iets ingesproken.

Studio Brussel zal nooit meer hetzelfde zijn zonder jou, Christophe. Waar je ook bent: het ga je goed. Je wordt gemist.

Kut met peren

Maar dan zonder de peren.

Nee, vandaag was een dag om te vergeten. Het een na het andere ging fout, waarvan sommige dingen buiten mijn wil om, maar sommige ook door mijn eigen toedoen, en dan zit je met een slecht gevoel opgezadeld natuurlijk.

Het begon al vanmorgen: ik sprong op de fiets om naar school te gaan, op tijd maar zonder grote marge zoals altijd bij mij, en een paar straten verder viel mijn achterband plat. Juij. Mijn fiets daar gewoon laten staan vond ik geen optie, ik ben dus maar op een drafje met de fiets aan de hand naar huis gelopen, alles uit de fietstassen in de auto gegooid en naar school gevlamd. Twee minuten te laat, wat perfect mee viel, maar wel buiten adem, met een zere rug en volledig in het zweet. Niet leuk om zo te moeten beginnen. Meh.

Het vervolg was al niet veel beter: ik had materiaal bij om in de speeltijd te kopiëren maar blijkbaar werkte de verbinding met de computers niet, zodat ik helaas niet kon kopiëren. Ik heb dan maar les gegeven via de beamer, maar voor Latijnse teksten is dat ver van ideaal. Ook al niet bevorderlijk voor het humeur.

Ik had dan een uur toezicht in een klas met aanvullend een half uur toezicht op de speelplaats, waardoor ik pas om half twee kon eten, snelsnel op tien minuten.
Na de les ben ik dan naar Zomergem gereden om toch nog wat spullen voor ons pa op te halen – hij had gisteren zelf alles mee, dacht hij, maar dat was blijkbaar niet helemaal waar – was al halfweg toen ik een belletje kreeg van Kobe dat hij zijn boekentas in mijn auto had gelegd maar dat zijn fietssleuteltje daar nog in zat, waardoor ik mocht terugkeren. Intussen maakte ik via Whatsapp nog eventjes stevig ruzie met mijn oudste broer.
Ik reed dan maar door naar het ziekenhuis om die dingen naar ons pa te brengen, bleef nog even om hem gezelschap te houden, en realiseerde me pas daarna dat Merel eigenlijk om half zes blokfluitles had gehad, en dat ik die compleet vergeten was. Juist ja. En vorige week had ze ook al geen les gehad wegens personeelsvergadering.

Ik haastte me op de valreep nog naar de bibliotheek, had nog snel ergens brood opgepikt en we aten, en tegen kwart voor acht viel mijn euro dat ik misschien toch best mijn fiets naar de fietsenmaker bracht, die was open tot acht uur. Wolf trok schoenen aan, stak met enige moeite mijn fiets in de koffer en we vlamden naar de fietsenmaker. Om daar met de fiets in de hand vast te stellen dat die uitzonderlijk vandaag gesloten was. Zucht. Fiets dan maar opnieuw in de koffer, het zal dan voor donderdag zijn.

Dat soort kut.

Ik ben thuis onder een dekentje in de zetel gekropen. Het was genoeg voor vandaag. Meh.

Opname. Opnieuw.

Als we eerlijk zijn, moeten we toegeven dat ons pa al een paar weken manisch loopt. Hij had beterschap beloofd, ging zijn pillen extra stipt innemen en was zich vooral bewust van het probleem. Hij sliep amper nog: ging laat slapen, werd dan midden in de nacht wakker en ging rondspoken, en was vooral heel erg manisch bezig: plots moest zijn huis opgeruimd worden, kasten geleegd, kaders opgehangen, dat soort dingen, terwijl hij daar de vorige twee jaar gewoon niet naar omgekeken heeft.

Hij ratelde ook aan een stuk door, maar was de vorige twee zondagen eigenlijk best nog haalbaar, ondanks wat Jeroen beweerde. Vorige week maakte ik een afspraak met hem: hij ging deze week zijn slaappatroon regulariseren, want op deze manier stevent hij weer op een hartinfarct af, zijn lichaam kan zijn manische geest helemaal niet volgen. En als het niet in orde zou zijn, dan zou ik opnieuw met hem via spoed naar het ziekenhuis gaan om hem opnieuw te laten opnemen. Hij zag daar gelukkig het redelijk van in en ging akkoord.

Gisteren was hij… ongenietbaar. Ratelen, herhalen, blijven hameren op bepaalde dingen, ruzie zoeken… Zo manisch als de pest, hij heeft er anderhalf uur over gedaan om zijn bord leeg te eten, tot ik me ronduit kwaad heb gemaakt en hem het zwijgen heb opgelegd tot zijn eten ten minste op was.

Eerst pruttelde hij nog wat tegen, maar ik denk dat hij zelf genoeg aanvoelde dat hij helemaal fout bezig was, en dus stond hij hier deze morgen om twintig over negen. Helaas, we hadden afgesproken tussen acht en half negen omdat ik eigenlijk om tien over tien moet beginnen lesgeven op maandag. Maar hij was echt niet in orde: hij had vrijwel niet geslapen, had bijna geen evenwicht en beefde enorm. Hij voelde zich ook gewoon slecht, en ik mag er niet aan denken hoe hij nog met zijn auto tot hier is geraakt.

Soit, we gingen binnen via Spoed, de nodige onderzoeken werden uitgevoerd en zijn dokter werd ingelicht – ze was helaas op een congres, hoorde ik achteraf, en kon daarom niet onmiddellijk komen kijken – er werd een kamer op Neurologie geregeld, maar het bleef maar duren. Ik belde naar school om mijn zesdes een taak te geven, maar tegen elf uur liet ik ons pa toch in veilige handen achter op Spoed en reed alsnog naar school.

Om half één – ik moest lesgeven tot 12.05 uur, heb dan een uur permanentie waarvoor ik verontschuldigd werd, en moet dan om 13.45 uur voor de klas staan – stond ik terug in het ziekenhuis alwaar ons pa intussen op een kamer lag. Ik ging dan maar een broodje halen in het ziekenhuisrestaurant en at dat op bij een slapende pa, want die was intussen niet alleen doodop, er was ook een soort last van zijn schouders gevallen, zei hij. Ik vermoed dat hij zelf maar al te goed wist dat hij externe hulp nodig had, maar dat in zijn manie niet wilde aanvaarden. Al een chance dat hij naar mij wil luisteren en maar al te goed beseft dat ik het beste met hem voor heb, ook al kan ik daarvoor beenhard zijn.

En geloof me, er is bij mij ook een enorm gevoel van opluchting: ik maak me al drie weken serieus zorgen om hem, en nu weet ik dat hij tenminste veilig is. Oef.

Hopelijk slaap ik nu zelf ook wat beter.

EDIT: geslapen als een roosje vannacht. Echt.