Eelt

Het is nu niet bepaald het meest sexy onderwerp, maar ik heb er wel behoorlijk last van. Ik ben een van die mensen met een onstuitbare eeltvorming op de hielen, en die gaat dan spontaan over in van die kloven, tot bloedens toe. Echt, in de zomer kan ik bij momenten echt lopen strompelen omdat gewoon stappen pijn doet.

Yup, ik smeer.  Ik smeer elke avond mijn hielen netjes in met speciale crème (Podexine, Scholl, Vögel, uiercrème van verschillende merken), en om de twee dagen haal ik er de eelt af onder de douche, werk ik ze nog bij met zo’n elektrische diamantvijl en toch blijven de kloven. Het moet iets genetisch zijn, want zowel mijn vader als mijn grootmoeder hebben dat ook.

Ik kan me ook vooral nog een commentaar herinneren van Kerygma, die het  vreselijk vond om in de zomer dames te zien lopen in prachtige sandalen, met dan van die zwarte kloofstrepen op hun hielen. Ze vond dat immens slordig en onverzorgd. Geloof me, daar kruipt bij mij alle dagen werk in en toch blijft dat.

Bon, een vraag dus: heeft iemand een wondermiddeltje? De gewone én gespecialiseerde crèmes van de apotheker werken niet afdoende, en ik slaap zelfs bij dertig graden met sokken aan zodat die crèmes kunnen inwerken. Want ja, zonder smeren zou het helemaal de hel zijn.

Stel u voor zeg, dat mijn lijf eens zou meewerken met iets…

Uitgemest

Ik had al langer aan Merel gevraagd om ne keer haar kleerkast uit te mesten, want ik heb er geen flauw idee meer van wat ze nog wel en niet meer heeft qua kleren.

Vandaag heeft ze dat spontaan zelf gedaan en heeft ze me heelder stapels gegeven. Neem dat gerust letterlijk: drie wasmanden vol kleren heeft ze naar beneden gebracht. Ik heb die allemaal bekeken, netjes opgevouwen en dan gefotografeerd om weg te geven.

Voor het geval ge u afvraagt of dat dan wel de moeite was: er waren 34 T-shirts met korte mouwen, 16 T-shirts met lange mouwen, 7 shorts, 9 lange broeken en leggings, 16 rokjes, 3 slaapkleedjes, 1 pyjama en 14 kleedjes (en ze staan niet allemaal op onderstaande foto).

Aan de pulls en gilets zijn we nog niet eens begonnen, da’s voor een volgende zitting.

Nu heeft ze toch nog een reeks rokjes, een kleedje of 5, een tiental Tshirts en een aantal lange broeken. Nog altijd. ’t Is dat het kind geen kleren heeft, he…

Druk, en toen plots niet meer

Nee, het was geen goeie dag vandaag. Deze morgen stond Bart om kwart over acht al met Wolf bij de orthopedist in Sint-Amandsberg: Wolf had opnieuw zijn duim bezeerd tijdens de rugby, net op dezelfde plaats als een jaar of drie geleden. Toen bleek dat een barstje geweest te zijn dat verkeerd behandeld was geweest, en ik wilde liever geen risico lopen. Enfin, gelukkig bleek het een verstuiking te zijn, niks meer. Oef.

Intussen zat ik op school, maar Kobe voelde zich niet zo goed. Hij was ’s morgens toch naar school vertrokken met de belofte dat hij me iets ging laten weten als het niet lukte. En jawel, om elf uur kreeg ik een berichtje: dat hij zich echt slecht voelde en dat hij naar huis wilde. Ik ging even kijken, zag dat hij echt mottig was, en liet hem uiteraard gaan. Maar het feit dat hij koorts had en hoestte, was voldoende om een afspraak bij de dokter te maken voor een test.

Hij is wel nog zelf naar huis gefietst en ik ben hem na twaalven achterna gegaan: eigenlijk had ik nog studiepermanentie, maar er was niet echt iemand ziek en ik kreeg toestemming om te vertrekken. Oef. Thuis lag Kobe in zijn bed te slapen en ik heb hem wakker moeten maken om half twee voor het doktersbezoek. Zij deelde mijn mening: dat hij het eerste geval was van de week waarbij ze echt wel dacht dat het corona kon zijn. Bon, preventieve quarantaine dus.

Ik ging om half drie Merel en haar vriendinnetjes nog ophalen aan de Blaarmeersen na een oriëntatieloop, maar zegde de klassenraad van de eerstes daarna af: ik wilde geen risico lopen om iemand te besmetten, plus ik had zelf een gemene koppijn en het is niet alsof mijn eerstes, na vier lessen module Latijn, veel hebben aan mijn input: ik ken ze nog nauwelijks.

Meestal is de vrijdagavond een gigantische rush van de ene taxirit na de andere, maar plotseling liep de hele avond leeg.  Wolf mag met die gekwetste duim niet gaan trainen, Kobe mag het huis niet verlaten en Merels dansjuf liet weten dat ze ziek is en dat de les dus niet doorgaat. En dus waren we plots allemaal gewoon rustig thuis. Ik kan niet zeggen dat ik het erg vond, want de levels stresshormoon in mijn bloed vandaag zouden wellicht boekdelen spreken. Tsja.

 

Frisjes

Met de coronamaatregelen staan in elke klas altijd de ramen open. Dat hoort zo, de leerlingen weten dat en ze mogen gerust hun jas aanhouden als het moet, of zelfs een dekentje meebrengen.

Zelf heb ik er eerlijk gezegd nog geen last van gehad: zo koud is het nog niet, en als je zelf staat of zit les te geven, dan scheelt dat wel nog een pak, zo blijkt.

Maar dinsdag en vandaag waren er klassenraden, en dat betekent een paar uur stilzitten in zowat het koudste lokaal van de school, zijnde de studiezaal. Zo kunnen we allemaal op afstand van elkaar en met een mondmasker op tóch nog live vergaderen, maar ook dus stilzitten. Ik moet toegeven, ik heb na een half uur toch mijn gilet aangetrokken boven mijn T-shirt. De directie zat intussen al als een halve eskimo ingepakt, maar ik kan me voorstellen dat het op haar bureau meestal wel wat warmer is, aangezien ze er alleen zit en dus niet hoeft te verluchten. Tsja.

Maar het geeft te denken over de winter. Als die ramen moeten openblijven – en dat kan eigenlijk niet anders als je met 25 leerlingen in één ruimte zit – hoe koud gaat het dan worden? En heeft het dan zin om de verwarming aan te zetten en op die manier geld uit te geven?

Hmm…

Potjes potjes potjes!!!

Ik vermoed dat ge dat thuis ook wel ergens hebt, zo’n kast of schuif vol plastieken potjes. Potjes van Tupperware, ijscrèmedozen, van die bakskes van den traiteur, gekochte dozekes uit den Aldi, geërfde stukken van uw grootmoeder…

Enfin, potjes dus.

Het probleem is eigenlijk niet zozeer die potjes, maar wel die dekseltjes. Want op het moment dat je een potje nodig hebt en het juiste formaat hebt gevonden, moet je ook nog dat bijhorende dekseltje vinden. Een dekseltje dat ergens anders onder zit, of gesneuveld is, of kwijtgespeeld… Frustratie alom.

Ik heb niet alleen een grote schuif met potjes, maar ook nog twee boorden in een kast en een verzameling in de berging. Véél te véél potjes dus. En ik dacht: ons pa puzzelt graag, het is zondag, laat ik die mens aan het werk zetten.

Hij begon er vol goeie moed aan, maar toen bleef ik maar potjes en dozekes bijzetten. En nog wat. En dan nog een paar. Hij werd stilaan simpel, en ik haalde er een grote blauwe zak bij voor alle kapotte of verweesde exemplaren. Samen zijn we eruit geraakt en ik heb ook een stapel potten die gewoon te veel waren, weggegooid. Tsja.

Maar nu heb ik een schuif met drinkflessen en dozen voor vieruurtjes, een stapeltje boterhamdozen in de berging en een schap met grotere dozen allerhande. En dat is dat.

Merci, pa!

Beetje teleurgesteld

Op woensdag moet ik niet naar school en kan ik dus koken tegen dat de kinderen thuis komen.

Maar daarstraks voelde ik me als in een restaurant, maar dan wel aan de andere kant: de kinderen kwamen thuis en schoven de voeten onder tafel. Ik voorzag hen van verse soep en quiche, en nog voor ik zelf klaar was met eten, waren ze alweer verdwenen. Met de tafel en het aanrecht een puinhoop, zelfs de glazen waren in niet in de afwasmachine gezet.

Ik heb dan alles zelf maar opgeruimd, maar jammer genoeg waren het tafelschuimers en hebben ze niet betaald in restaurant mama.

Tsja. Tieners.

Diepvriesperikelen

Onze diepvries was nog maar eens aan ontijzen toe. Vreemd eigenlijk, want er is zogezegd een no frost functie, waardoor hij niet zou mogen aanijzelen. Maar bovenaan, aan de twee bovenste vakken met klapdeurtjes, was er ongeveer 4 cm ijs, denk ik. Kobe had in elk geval per ongeluk het deurtje gebroken omdat hij het niet meer dicht kreeg.

Bon, afgelopen week hebben we vooral dingen uit de diepvries gegeten, en vandaag is Bart eigenlijk aan het grote werk begonnen. De ijskast stond op 2° en alles is naar daar verhuisd, en toen is Bart beginnen krabben. Met een steekmes, schroevendraaiers, alles wat nodig was. En ja, hij was voorzichtig dat hij niks beschadigde. Een paar uur later was zo goed als alles weg en was er enkel bovenaan nog een dikke laag doorzichtig ijs. Ik heb dan maar de haardroger bovengehaald, en toen smolt het als, jawel, ijs voor de haardroger.

Héélder emmers hebben we eruit gehaald, ik heb alles laten drogen en afgedroogd en de boel weer aangezet. En raad eens? Tegen ’s avonds lag er alweer een dun rijmlaagje op de bovenste ijzers. Meh.

Tot zover de no frost