Dagje dokters met ons pa, deel 2

Ook vandaag was het bij momenten pittig. Na school, om half vier dus, reed ik naar Zomergem om ons pa op te pikken en te zorgen dat we om half vijf netjes in het Jan Palfijn stonden: tijd voor ons pa zijn halfjaarlijkse afspraak bij de neuroloog en de neuropsychiater. Alleen… het was deze keer meer dan een jaar geleden: in april, in volle coronatijd, was ons pa half in paniek geslagen bij het idee van een ziekenhuisbezoek alleen al, en omdat hij eigenlijk bijzonder goed is, hadden we het dan maar overgeslagen.

Deze keer vond ik het wel noodzakelijk en dat zei hij zelf ook. Bij de psychiater kwamen we tot de vaststelling dat hij zelf vond dat hij behoorlijk depressief is – Roeland en ik vonden eigenlijk van niet, maar we zien hem natuurlijk niet op een doodgewone ochtend alleen in zijn grote huis – maar dat hij zijn stabilisatiemedicatie niet stipt genoeg neemt. Ha ja, ’t kan niet missen dan!

Afspraak is dat hij ze nu veertien dagen echt wel twee per dag neemt, het uur is niet zo belangrijk, en dat er dan een bloedstaal wordt afgenomen zodat we zien of het niveau van dat medicijn voldoende hoog staat in zijn bloed. Als dat niet het geval is, wordt de medicatie bijgestuurd, maar hij zou zich in elk geval beter moeten voelen.

Een behoorlijk tijdje later mocht hij dan zijn uitleg doen bij de neuroloog, en die stelde vast dat zijn beven toch wel erger was geworden, dat zijn ogen achteruit zijn op een manier die niks te maken heeft met ouderdom en dat dat korte-termijngeheugen iets sneller achteruit gaat dan dat op zijn leeftijd normaal is. Alzheimer is het niet, dat uit zich op andere manieren.

Bon, MRIscan van zijn hersenen om te kijken of er effectief meer hersenschade is – dan valt daar niks aan te doen – of dat de oorzaak ergens anders ligt, wat misschien wel met medicatie bij te sturen is. En dan daarna opnieuw een afspraak, ergens in maart.

Zo blijft ne mens bezig, maar het is met liefde gedaan. En veel geduld, dat ook.

Dagje dokters met ons pa, deel 1

Stevig dagje vandaag: opnieuw beginnen lesgeven, compleet met halve klassen en dus de helft van de leerlingen die voor mijn neus zit, terwijl de andere helft van thuis uit volgt via de camera van mijn laptop. ’t Is een bezigheid als een andere, geloof me.

Maar bon, ik had dus les tot 12.55 uur, sprong in mijn auto, reed naar Zomergem, gooide daar bij ons pa snelsnel mijn eten in de microgolf en maakte dat we samen in Merendree bij de huidarts zaten om kwart voor twee. Ik moet het zeggen: we hebben geen halve minuut moeten wachten. Ons pa kon meteen binnen in een van de kabinetten, de laser werd op zijn arm gezet, en dat was dat.

Twintig na twee waren we weer thuis, kon ik de rest van mijn eten opeten en installeerde ik me in zijn goeie zetel. De rug doet namelijk al pijn sinds oudejaarsavond – geen idee waarom – en dus probeer ik die vooral zo veel mogelijk rust te gunnen. Het was er stil, alleen de kat zat op de vensterbank te spinnen, ik kon er eigenlijk niks anders doen, en dus zat ik onderuit in zijn zetel te lezen, met een koffietje erbij. En ik genoot, ik werd helemaal zen.

Tegen half vijf reden we opnieuw naar Merendree voor deel twee van de behandeling, het verbranden van de ongewenste cellen. En dat mag u gerust letterlijk nemen: ons pa houdt er een heuse brandwonde aan over en dat kan geen deugd doen.

Enfin, kwart over zes was ik weer thuis en kon ik wat schoolwerk doen. Maar ondanks het gerij was ik eigenlijk wel helemaal ontspannen.

Dik in orde!

Dermatologen

Intussen is alles zo goed als achter de rug, maar ik moet toegeven: ons pa heeft ons de voorbije weken wel wat schrik aangejaagd. Onbedoeld, uiteraard!

Ons pa heeft op zijn bovenarm zo’n litteken van het pokkenvaccin, je weet wel, dat vaccin dat zodanig goed gewerkt heeft dat wij niet meer zo’n litteken hebben. Dat was altijd al een zwakke plek die vrij snel verbrandde in de zomer en zo. Sinds een paar jaar was dat quasi continu geïrriteerd. Ik had er niet veel acht op geslagen, ook al omdat ons pa er vaak aan krabde en dat dat het er uiteraard niet beter op maakte. Maar aangezien het precies toch niet beterde, had hij aan de huisarts gevraagd ernaar te kijken en die had hem richting Merendree gestuurd, naar een huidartsenpraktijk daar, zodat die er eens naar konden kijken.

Op vrijdag 22 oktober, in een ongelofelijk hectische dag, kreeg ik telefoon van hem, die ik uiteraard gemist had. In de speeltijd, tussen twee interviews door, belde ik hem terug. Hij was in alle staten: hij was net terug van Merendree en de dokters daar hadden op liefst vier plaatsen huidkanker vastgesteld. De voornoemde plek op zijn arm dus, maar ook het wondje op zijn voorhoofd dat daar ook al zeker een jaar was, maar waar hij dus ook aan bleef prutsen. Ik dacht dat het daarom was dat het niet genas, ook omdat oud vel standaard minder snel geneest. Ik had dus beter moeten weten… Daarnaast had hij ook nog een lelijke wrat op zijn borstkas, iets wat ik nog nooit gezien had, en een plekje op zijn onderrug. Juist.

Bon, alles kon gelukkig behandeld worden onder plaatselijke verdoving, alleen voor een echo moest hij naar het ziekenhuis. Hij had alle afspraken zelf al gemaakt en Roeland en ik hebben ons in een paar bochten moeten wringen om mee te kunnen gaan met hem.  Zelfs Bart is een keertje ingesprongen toen hij zelf een bepaalde afspraak – we hadden alles al geregeld – een paar uur verlaat had omdat hij het te vroeg vond. Tsja. We wilden hem echt niet alleen laten gaan: niet alleen kan je slecht zijn van zo’n plaatselijke verdoving en mag je dan niet met de auto rijden, maar hij vergeet ook standaard wat de dokters zeggen, of hoort de helft niet, en we zijn liever zeker van ons stuk.

Vandaag hadden de roostermakers van de examentoezichten me vrij gehouden zodat ik mee kon naar Merendree met ons pa. De behandeling van de plek op zijn arm stond op het programma, in twee stappen: om elf uur maakten ze er met een laser een massa kleine gaatjes in, en werd het ingewreven met een zalfje. Om twee uur moesten we er terug zijn: dan moest hij twaalf minuten onder een soortement hittelamp ermee, iets wat toch wel pijn deed. Ze hadden ons gewaarschuwd en hij had een paracetamol genomen op voorhand, maar toch…

Enfin, een stevige brandplek als gevolg, met een laagje Flamigel erop, en over vier weken nog eens herhalen, en dan zou ook dat moeten weg zijn. Het wondje op zijn voorhoofd is netjes genezen maar moet blijkbaar nog eens herhaald worden, omdat de woekering net iets dieper zat dan ze geanticipeerd hadden. Roeland gaat daar volgende week mee mee, ikzelf heb dan oudercontact. De plek op zijn borst en rug zijn volledig in orde, volgens de dokters.

De laatste behandeling is dus ergens begin januari, en dan zou alles moeten opgelost zijn. Ze willen hem wel nog om het half jaar even volledig nakijken, omdat hij blijkbaar gevoelig is voor huidkankers, maar momenteel is alles dus in orde. Oef.

Toch even bang geweest, jawel.

Hedendaagse paleografie

Leraars zijn nog niet zo goed als apothekers: wat die soms van de voorschriften van dokters kunnen maken, dat is fenomenaal.

Maar soms zitten ook wij gigantisch te turen op wat onze leerlingen schrijven. Ik heb er momenteel zo eentje in het zesde: zijn geschrift is abominabel, affreus en compleet onleesbaar bij momenten. Voor verschillende vakken speelt hij ook punten kwijt omdat we er echt niks van kunnen maken.

Ik geef hier een klein stukje van een examen mee:

Ik kan lezen wat er staat, maar op dat woord vlak voor de punt heb ik toch even zitten kijken wat het moest zijn. Wie wil, mag in de commentaar een gokje wagen ^^

We hebben besloten met de klassenraad om toch eens uit te kijken naar een cursus schoonschrift voor deze leerling en nog een paar andere: ik kan me niet voorstellen dat er volgend jaar docenten zullen zijn die evenveel geduld zullen hebben als wij, en dat zou zonde zijn.

Paleografie: nooit gedacht dat ik nog iets zou hebben aan dat vak. Serieus.

Spagaat

Gisteren schreef ik dat die examens raar gaan worden. Wel, voor mij is het momenteel helemaal vreemd: gisteren had ik in de voormiddag nog les met de tweedes, in de namiddag had ik examentoezicht terwijl mijn zesdes examen maakten, en deze voormiddag moest ik, stomweg, om 12.00 uur op school zijn om permanentie te doen. Als in: gewoon aanwezig zijn in de leraarskamer voor het geval dat er iemand zou uitvallen, maar ik was pas derde in de rij, er waren nog twee mensen stand by voor me. Tsja.

Deze namiddag had ik dan opnieuw, euh, toezicht. Normaal gezien zou ik les moeten geven, maar door de coronaproblemen gaan de module-uren in het eerste jaar voorlopig niet door, aangezien ze in hun eigen klasbubbel moeten blijven. Ik heb dan maar twee uur toezicht gedaan terwijl de leerlingen allemaal verschillende taken voor hun verschillende modules hadden.

Morgen heb ik enkel in de voormiddag toezicht, donderdag en vrijdag zowel in de voor- als de namiddag. Ik hoop maar dat mijn lijf dat uithoudt, want normaal gezien kan ik veel thuis werken op mijn computer terwijl ik neerlig in mijn zetel. Deze week zal ik enkel woensdagnamiddag niet op school zijn. Meh.

Oh, en de jongens? Wolf heeft deze week examens in de voormiddag, Kobe in de namiddag, en ik hoop dat dat goed komt, want ik heb daar niet zo heel erg veel vertrouwen in, in zijn zelfdiscipline. Maar bon, hij krijgt uiteraard het voordeel van de twijfel.

Examens…

Yup, vandaag begint de examenperiode, maar wel behoorlijk anders dan anders.

Normaal gezien hebben alle vijfdes en zesdes examen in de polyvalente zaal en zitten er voor de andere jaren standaard 25 leerlingen per klas, de helft eerstes, de helft tweedes, of de helft derdes, de helft vierdes. Zo zitten ze nooit naast iemand met hetzelfde examen. Elke klas heeft dan een toezichter en de leraar die examen afneemt, is vrijgesteld van vast toezicht en gaat van lokaal naar lokaal om vragen te beantwoorden.

Init corona. Alle leerlingen hebben examen in aparte lokalen, dus geen grote zalen meer. Alleen mogen we de klasbubbels niet mengen en geen grote groepen, dus… De ene helft van de leerlingen heeft examen in de voormiddag, de andere in de namiddag. Alle examens zijn wat ingekort. Dat betekent ook dat er massa’s meer toezichten zijn, zowel in de voormiddag als de namiddag. Ugh. Normaal gezien moet ik per examenperiode zo’n 8 keer op school aanwezig zijn, nu was dat 13 keer. Aangezien er te weinig volk is, heeft iedereen toezicht bij een klas die geen examen van hem heeft, en kunnen er ook geen vragen gesteld worden. Geen.

Toen we dit aankondigden aan de leerlingen, was er bij sommige een lichte paniek: examen in de namiddag, minder tijd, geen vragen???? Help!

Maar aan de andere kant is de leerstof bij de meeste vakken ook minder dan anders, zoals ook bij mij het geval is. Tsja.

Enfin, ik ben benieuwd. Ik ben er zeker van dat mijn zesdes dat wel goed gaan doen, bij twee leerlingen hou ik een beetje mijn hart vast. Maar die vijfdes… Ik weet nu al dat dat niet goed zal zijn, en het is dan nog een derde minder leerstof dan andere jaren en een ingekort examen.

Meh. Maar we hebben niet veel alternatieven, vrees ik.

Kutcorona.

TGIF, meer bepaald vrijdagavond na achten

Nope, deze dag was het eventjes niet, qua drukte. Vanmorgen viel het best wel mee: gewoon vier uur lesgeven en dan naar huis om te eten, Bart had gekookt. En toen kon ik nog eventjes op ’t gemak zijn.
Maar…
Om half vier reed ik opnieuw naar school om een kort filmpje op te nemen, buiten op de speelplaats, voor Cavaria. Zodra dat goed genoeg was om te gebruiken, spurtte ik naar huis waar Kobe al klaar stond, zodat hij om kwart na vier in de fagotles was. Ik reed snel even naar de Zeeman, want het heeft geen enkele zin dat ik naar huis rijd van Evergem om dan tien minuten thuis te zijn en opnieuw het verkeer in te duiken. Enfin, om vijf uur pikte ik hem op en reed gezwind naar huis om om kwart over een online vragenmomentje te houden voor het examen van mijn zesdes.
Ik gooide hen van de Smartschool live om om twintig voor zes Merel op de fiets te krijgen naar de dansles, met alle nodige gerief. Gelukkig zijn de twee grote redelijk zelfstandig, zodat Kobe om zeven uur online zat voor zijn scoutsspel en Wolf voor zijn vragenuurtje van wiskunde (dacht ik). En dan moest ik nog Merel opvangen om twintig over zeven op het moment dat ze thuiskwam van de dansles.
En tussendoor moest ik vooral ook zien dat iedereen iets gegeten had.

Ik hou niet van vrijdagavonden.

Open

Hoe is dat nu, zo lesgeven en dergelijke met de ramen open, eind november? Wel, zo…

Het was een zonnige dag en iets van een tien graden, de vesten bleven dus uit. Maar ik hou mijn hart vast voor de druilerige, sombere dagen van 3 graden, en dan examens. Met open ramen, jawel.

Van mij gaan ze hun jas mogen aanhouden, en hun muts en hun hoodiekap. Probeer u maar ne keer te concentreren als het in de klas zo’n 10 graden is…

Het is even te veel voor Corneel…

[Waarschuwing; rant]

[TL:DR: ook voor leerkrachten is het niet evident]

Het zijn stresserende tijden voor iedereen, deze vreemde coronatijden.

Wij als leerkrachten kregen plots een weekje extra vakantie, en eigenlijk waren we daar niet onverdeeld gelukkig mee, al vond de publieke opinie ons een bende leeggangers die zijn bek moest houden.

Ja, het deed deugd om even langer op adem te kunnen komen, om even niet continu dat masker op te moeten hebben en de stem te kunnen laten rusten, want lesgeven door zo’n ding, dat vraagt wel wat extra inspanning. En dan heb ik het nog niet eens over het gebrek aan interactie. Af en toe trek ik mijn masker heel even omlaag om mijn grijns te laten zien, zodat de leerlingen weten dat ik sarcastisch bezig ben. Mijn zesdes weten dat, mijn eerstes en tweedes wat minder. Maar ik zie hun uitdrukkingen ook niet: lachen ze, zijn ze verveeld, geamuseerd of gewoon aandachtig? Ja, je kan een en ander afleiden uit hun ogen ook, maar niet op acht meter afstand, toch?
Nog vervelender is het als een eersteke zonder zijn hand op te steken antwoordt: vanwaar kwam dat antwoord? Ik ken hun stemmen niet of toch niet voldoende en je ziet niet wie er aan het spreken is. En voor de verlegen leerlingen is het al helemaal een nachtmerrie: je verstaat hen aan geen kanten en ze moeten luider spreken.

En toen kwam het bericht dat tweede en derde graad halftijds les kreeg in de klas, halftijds thuis. Netjes in halve groepen. Euhm… Bon, voor vijf en zes was dat snel geregeld: ik zette mijn eigen laptop – want die van de school zijn allemaal in gebruik – vooraan in de klas, sloot hem aan op het vaste netwerk – want de wifi kan het momenteel niet trekken – en gaf gewoon live les voor de leerlingen thuis. Ze kunnen antwoorden, vragen stellen en dergelijke via de chatfunctie. Gelukkig doen ze dat ook wel. Op die manier kan ik de verloren lestijden iet of wat beperken.

In de eerste graad hebben ze wel gewoon les, tenminste in hun klasbubbels. Aangezien de school een aantal jaar geleden besloten heeft om Latijn voor het eerste in het modulesysteem onder te brengen en geen aparte Latijnse klassen te maken, zitten mijn leerlingen verspreid over de zeven klassen. Resultaat: geen les in de modules, maar taken. Dat wij als enige module een leerplan te volgen hebben, tsja… Da’s pech, zeker? En dat ik grammatica aan die eerstes niet in taken kan steken en dat ze nog niet voldoende kunnen om extra teksten te vertalen, tsja…

Maar waar ik echt wel mee inzat, waren mijn tweedes. Mijn collega en ik zijn nog puin aan het ruimen van de vorige lockdown: we zijn wel begonnen met de thema’s en teksten van het tweede jaar, maar de grammatica, die moeten we quasi van nul herbekijken. Ik heb intussen de spraakkunst die we vorig jaar hebben gezien en hadden moeten zien, wel ingehaald, maar ben dus nog niet aan iets nieuws begonnen. En toen kwam er bericht van de directie dat ook de basisopties in het tweede, onder andere de Klassieke Talen dus, geen les mochten geven wegens bubbelbreuk. Ze komen wel niet uit zeven verschillende klassen, maar toch uit meer dan één klas.

Ik slaakte een diepe, diepe zucht. Eerst hadden ze al, zonder ons te consulteren, het examen Latijn in het tweede jaar geschrapt, en nu dit. Dat examen, dat had ik gewoon zien passeren in een dienstnota, en ik had gezucht, maar dat was dat. Ik ben moegestreden, ik zag het niet zitten om ervoor te gaan vechten, wetende dat we het uiteindelijk toch gingen verliezen.

Maar 4.5 weken les verliezen in totaal? 18 lesuren? Ha ja, een week doordat ik in quarantaine zat, een week door die extra week vakantie. Daar kan niemand iets aan doen. Maar nu nog tweeëneenhalve week kwijtspelen, goed voor 10 lesuren, omdat ze in bubbels zitten? Ik zuchtte zeer, zeer diep. Gelukkig zei de pedagogisch begeleider, aka. Gwen: “A la guerre comme à la guerre, daar is niks aan te doen. Doe wat je kan…”

Maar blijkbaar hadden ook andere collega’s bezwaar aangetekend, en toen kwam plots een berichtje van directie: “Dat het misschien niet helemaal duidelijk was geweest, maar dat de opties in het tweede wél les mochten geven”. En pas toen, toén realiseerde ik me hoe hard ik daarover had gestrest, want er leek een pak van mijn schouders te vallen. Gewoon les in mijn tweedes, een ongelofelijk fijne groep, en daardoor ook nog een kans om op schema te blijven, allez ja, coronaschema, maar toch. En ze vooral ook nog enthousiast te kunnen houden.

Stom he. Extra vakantie krijgen, en daar niet eens blij om zijn. Voortdurend onder stress staan: heb ik wel mijn masker goed opgehouden, heb ik alles wel ontsmet, hebben de leerlingen gedaan wat ze moesten, zijn die handen ontsmet bij het binnenkomen? Wie gaat er in quarantaine, wie zit er thuis, wie moet er taken krijgen, wie is er ziek, wie moet ik live de les laten volgen van thuis? Wie heeft wie besmet, welk risico loop ik als leerkracht tussen zo’n honderdtal leerlingen per dag? Wat gaat de planning voor volgende week zijn, en welk extra werk gaat dat met zich meebrengen? Dat gezeul met die computer van klas naar klas, kan dat eindelijk eens ophouden? Want als er iets met die computer gebeurt, dan is dat pech want persoonlijk materiaal, ook al gebruik je het voor school. En zal ik wel rond geraken met de leerstof? Zijn ze wel allemaal mee? Heb ik ze goed ingeschat met hun masker op? Zijn ze zelf niet te gestrest, wat kan ik doen om het hen makkelijker te maken? En hoe gaan die examens verlopen?

Onbewust is er dus continu stress, een gegeven waarvan ik me helemaal niet bewust was.
Dat het maar rap weer code geel of groen is. Dit hangt mijn voeten uit.

 

Opluchting

[Waarschuwing: rant]

Het zijn stresserende tijden voor iedereen, deze vreemde coronatijden.

Wij als leerkrachten kregen plots een weekje extra vakantie, en eigenlijk waren we daar niet onverdeeld gelukkig mee, al vond de publieke opinie ons een bende leeggangers die zijn bek moest houden.

Ja, het deed deugd om even langer op adem te kunnen komen, om even niet continu dat masker op te moeten hebben en de stem te kunnen laten rusten, want lesgeven door zo’n ding, dat vraagt wel wat extra inspanning. En dan heb ik het nog niet eens over het gebrek aan interactie. Af en toe trek ik mijn masker heel even omlaag om mijn grijns te laten zien, zodat de leerlingen weten dat ik sarcastisch bezig ben. Mijn zesdes weten dat, mijn eerstes en tweedes wat minder. Maar ik zie hun uitdrukkingen ook niet: lachen ze, zijn ze verveeld, geamuseerd of gewoon aandachtig? Ja, je kan een en ander afleiden uit hun ogen ook, maar niet op acht meter afstand, toch? Nog vervelender is het als een eersteke zonder zijn hand op te steken antwoordt: vanwaar kwam dat antwoord? Ik ken hun stemmen niet of toch niet voldoende en je ziet niet wie er aan het spreken is. En voor de verlegen leerlingen is het al helemaal een nachtmerrie: je verstaat hen aan geen kanten en ze moeten luider spreken.

En toen kwam het bericht dat tweede en derde graad halftijds les kreeg in de klas, halftijds thuis. Netjes in halve groepen. Euhm… Bon, voor vijf en zes was dat snel geregeld: ik zette mijn eigen laptop – want die van de school zijn allemaal in gebruik – vooraan in de klas, sloot hem aan op het vaste netwerk – want de wifi kan het momenteel niet trekken – en gaf gewoon live les voor de leerlingen thuis. Ze kunnen antwoorden, vragen stellen en dergelijke via de chatfunctie. Gelukkig doen ze dat ook wel. Op die manier kan ik de verloren lestijden iet of wat beperken.

In de eerste graad hebben ze wel gewoon les, tenminste in hun klasbubbels. Aangezien de school een aantal jaar geleden besloten heeft om Latijn voor het eerste in het modulesysteem onder te brengen en geen aparte Latijnse klassen te maken, zitten mijn leerlingen verspreid over de zeven klassen. Resultaat: geen les in de modules, maar taken. Dat wij als enige module een leerplan te volgen hebben, tsja… Da’s pech, zeker? En dat ik grammatica aan die eerstes niet in taken kan steken en dat ze nog niet voldoende kunnen om extra teksten te vertalen, tsja…

Maar waar ik echt wel mee inzat, waren mijn tweedes. Mijn collega en ik zijn nog puin aan het ruimen van de vorige lockdown: we zijn wel begonnen met de thema’s en teksten van het tweede jaar, maar de grammatica, die moeten we quasi van nul herbekijken. Ik heb intussen de spraakkunst die we vorig jaar hebben gezien en hadden moeten zien, wel ingehaald, maar ben dus nog niet aan iets nieuws begonnen. En toen kwam er bericht van de directie dat ook de basisopties in het tweede, onder andere de Klassieke Talen dus, geen les mochten geven wegens bubbelbreuk. Ze komen wel niet uit zeven verschillende klassen, maar toch uit meer dan één klas.

Ik slaakte een diepe, diepe zucht. Eerst hadden ze al, zonder ons te consulteren, het examen Latijn in het tweede jaar geschrapt, en nu dit. Dat examen, dat had ik gewoon zien passeren in een dienstnota, en ik had gezucht, maar dat was dat. Ik ben moegestreden, ik zag het niet zitten om ervoor te gaan vechten, wetende dat we het uiteindelijk toch gingen verliezen.

Maar 4.5 weken les verliezen in totaal? 18 lesuren? Ha ja, een week doordat ik in quarantaine zat, een week door die extra week vakantie. Daar kan niemand iets aan doen. Maar nu nog tweeëneenhalve week kwijtspelen, goed voor 10 lesuren, omdat ze in bubbels zitten? Ik zuchtte zeer, zeer diep. Gelukkig zei de pedagogisch begeleider, aka. Gwen: “A la guerre comme à la guerre, daar is niks aan te doen. Doe wat je kan…”

Maar blijkbaar hadden ook andere collega’s bezwaar aangetekend, en toen kwam plots een berichtje van directie: “Dat het misschien niet helemaal duidelijk was geweest, maar dat de opties in het tweede wél les mochten geven”. En pas toen, toén realiseerde ik me hoe hard ik daarover had gestrest, want er leek een pak van mijn schouders te vallen. Gewoon les in mijn tweedes, een ongelofelijk fijne groep, en daardoor ook nog een kans om op schema te blijven, allez ja, coronaschema, maar toch. En ze vooral ook nog enthousiast te kunnen houden.

Stom he. Extra vakantie krijgen, en daar niet eens blij om zijn. Voortdurend onder stress staan: heb ik wel mijn masker goed opgehouden, heb ik alles wel ontsmet, hebben de leerlingen gedaan wat ze moesten, zijn die handen ontsmet bij het binnenkomen? Wie gaat er in quarantaine, wie zit er thuis, wie moet er taken krijgen, wie is er ziek, wie moet ik live de les laten volgen van thuis? Wie heeft wie besmet, welk risico loop ik als leerkracht tussen zo’n honderdtal leerlingen per dag? Wat gaat de planning voor volgende week zijn, en welk extra werk gaat dat met zich meebrengen? Dat gezeul met die computer van klas naar klas, kan dat eindelijk eens ophouden? Want als er iets met die computer gebeurt, dan is dat pech want persoonlijk materiaal, ook al gebruik je het voor school. En zal ik wel rond geraken met de leerstof? Zijn ze wel allemaal mee? Heb ik ze goed ingeschat met hun masker op? Zijn ze zelf niet te gestrest, wat kan ik doen om het hen makkelijker te maken? En hoe gaan die examens verlopen?

Onbewust is er dus continu stress waar ik me soms niet eens bewust van ben.

Dat het maar rap weer code geel of groen is. Dit hangt mijn voeten uit.