Haag

In 2015 is hier onze tuin afgewerkt en zijn er vooral ook nieuwe haagstruikjes geplant waar vroeger de tweede oprit was en het pad naar de voordeur. De bedoeling was dat de haag netjes dicht zou groeien zodat ook  Barts bureau niet echt open en bloot meer zou zijn.

Alleen… Die haagstruikjes hebben er precies niet veel zin in. Na een jaar zijn ze een paar dode planten komen vervangen, dat was inbegrepen in de prijs. Ondertussen zijn er een paar bijzonder goed aan het groeien, maar nogal wat struiken hebben ook weer definitief de geest gegeven. Er zitten dus nog grote gaten in die haag. Hmpf.

Toch maar weer eens de tuinaannemer aanspreken, zeker?

Rust zacht, nonkel Wim.

Eerder deze week bereikte me het bericht dat mijn grootnonkel Wim plots overleden is. Allez, strikt genomen is hij inderdaad mijn grootnonkel, wegens het kleine broertje van mijn grootmoeder, een achterkomertje, maar eigenlijk was hij ongeveer even oud als mijn ma. Zijn jongste dochter is Ellen, jonger dan ik, in wier huisje in de Ardennen we al zo vaak zijn mogen gaan logeren. Ik heb eigenlijk best wel een goed contact met haar, dankzij ons beider blogs, en ik volgde de gezondheidstoestand van haar pa wel een beetje dus. Ja, ik wist dat hij parkinson had, net zoals mijn pa, maar wel in veel ergere mate. En ik wist ook dat hij sinds een paar maanden in een verzorgingstehuis was opgenomen, omdat tante Francine het echt niet meer aankon om voor hem te zorgen, zo hulpbehoevend was hij intussen.

Maar zijn dood zelf was eigenlijk heel erg plots, totaal onverwacht. Dus ja, ik was behoorlijk verschoten. Ons pa was gevraagd aan de koffietafel, maar aangezien hij zelf niet meer mag rijden, had dat wel wat voeten in de aarde om alles geregeld te krijgen. Hij is gelukkig mee kunnen rijden met Jeroen, en ik heb hem dan tot aan de zaal gebracht, waarna hij met een van mijn nonkels kon meerijden. Gelukkig.

En de begrafenis, goh, ik had er hartzeer van. Ja, zoals zijn kinderen zelf zeiden, was het al een lange weg geweest van afscheid nemen. Afscheid nemen van het klussen, afscheid nemen van het auto rijden, afscheid nemen van het samen op vakantie gaan, afscheid nemen van het fietsen, afscheid nemen van de lange wandelingen, uiteindelijk zelfs afscheid nemen van de gesprekken… En dan ben ik toch ongelofelijk blij dat ons ma dat niet heeft moeten meemaken. Dat ze tot vijf dagen voor haar dood gewoon nog zelf boodschappen had gedaan en zelf had gekookt. Dat ze tot op het einde nog ongelofelijk helder was, en dat het allemaal zo rap is gegaan.

Maar ik voelde mijn hart opnieuw breken in Ellens plaats. Ja, ik weet het, we moeten onze ouders allemaal afstaan, maar soms is het gewoon te vroeg. Ik denk niet dat haar kinderen zich hun opa echt zullen herinneren, en dat, dat besef alleen al, doet pijn. Dat vond ons ma ook het ergste: dat ze de kinderen niet meer ging zien opgroeien, en dat Marne zich haar wellicht nooit meer bewust zal herinneren.

Ik heb ons pa afgezet en ik ben nog gaan cachen in Deinze. Gewoon, op mijn eentje, uitwaaien, alleen met mijn gedachten. Ik had dat even nodig, en gelukkig begrijpt Bart dat ook.

Want soms, soms gaat het diep.

Rust zacht, nonkel Wim.

Rondje ziekenhuis

Vandaag had ons pa normaal gezien een afspraak met de neuroloog om 10.00 uur en eentje bij de psychiater om 11.50 uur. Kwestie van eigenlijk een beetje op elkaar aan te sluiten, want ze lopen soms wel wat uit.

Kreeg hij eergisteren een telefoontje: of die bij de psychiater niet verzet kon worden naar 14.30 uur? Euh, ja zeker? ’t Is dan wel een kwestie van heen- en weer rijden natuurlijk.

Ik ging om half tien ons pa oppikken, tegen tien uur zaten we in de wachtzaal, kwart voor elf mochten we bij de dokter. Die bevestigde dat ze eigenlijk best wel tevreden was, dat natuurlijk zijn geheugen nooit meer ging worden wat het was door dat herseninfarct, want dat er effectief hersenbeschadiging was, maar dat zijn parkinson zeker niet achteruit gegaan was, en dat ze ook niks ging wijzigen aan zijn medicatie.

Ze heeft wel nog eens heel uitgebreid uitgelegd – want hij wil het nog steeds niet aanvaarden, ook niet na de twintigste (zonder overdrijven, helaas) uitleg – dat hij echt niet meer, nooit meer met de auto mag rijden. Hij heeft te veel hersenschade en zo goed als alle medicatie verbiedt ook het autorijden. Tsja. Ik snap dat dat een stevig verlies van zelfstandigheid is, maar als het niet mag, mag het niet. Geen risico’s, echt.

We zijn dan naar mijn huis gereden, ik ben boodschappen gaan doen en heb rustig gekookt voor ons vijfjes. En tegen half drie stonden we inderdaad opnieuw in het ziekenhuis, waar de psychiater ook zeer tevreden was over ons pa. Hij is stabiel, verklaarde zelf met stelligheid dat hij niet depressief was, dat hij goed sliep en zich eigenlijk best wel oké voelde. Ook zij heeft nog eens uitgelegd, in het lang en het breed, dat het bij wet verboden is om met de auto te rijden met zijn medicatie. Maar verder is alles dus wel in orde, tot mijn grote vreugde. Ik heb gelukkig weer mijn pa terug, zoals hij al altijd is geweest. Soms wat drammerig, wat vergeetachtig, maar wel gewoon mijn pa.

Oef.

Wat. Een. Verhaal.

Ik had met Bart en de kinderen afgesproken aan de Tondelier, een nieuwe wijk in het Gentse aan de Gasmeterlaan, om er iets te eten. Bart kwam met de fiets van zijn werk, wij waren met de auto – veel te heet om te fietsen.

Omdat we naar de vroege kant zijn, wandelen we eerst even rond op het nieuwe terrein en het nieuwe park. Wanneer ik even later mijn handtas uit de auto wil pakken, zie ik dat Barts elektrische fiets weg is! Op vijf minuten! Aangezien de fiets op slot stond, kan hij nog niet ver weg zijn: misschien heeft iemand hem ergens om de hoek gezet om hem op te halen? Op die tijd kunnen ze het slot nog niet opengebroken hebben, en het zou nogal opvallen ook. We lopen de buurt even af, ik spreek een jongeman aan die ook net zijn fiets stalt. Nee, niks gezien. Ook de jolige bende die in het park zit te aperitieven, heeft totaal niks opgemerkt. Grmbl. Een kennis die in de appartementsblokken woont, laat ons zelfs even in de fietsenparking kijken, want de GPStracker die op de fiets zit, geeft geen signaal. Helaas.

We besluiten dan maar de kinderen thuis af te gaan zetten, een boterham te eten en het te gaan aangeven bij de politie. We zijn net goed en wel op weg, halverwege de Wiedauwkaai, wanneer Bart gebeld wordt door die kennis van daarnet: “Ha, Bart, goed nieuws, uw fiets is gevonden! Ik geef u het nummer van de gast die erbij staat!” Huh? Bart belt het nummer, en die jongen geeft ons een adres een eindje verderop, tegenover het justitiepaleis.

Ik gooi de kinderen af – Wolf moet maar om brood – en wij keren ons kar. En effectief: in een verloren straatje staat een jonge gast met een hond bij, jawel, Barts fiets die nog steeds op slot is. Net op dat moment komt ook de politie aangereden.

Hoezo?

Wel, die ene gast die ik aangesproken had, had het gemeld op de facebookgroep van de appartementen. Een paar minuten later ziet de jongeman met de hond aan de hondenlosloopweide, waar hij net het bericht op FB gelezen heeft, twee man passeren met een zware zwarte fiets op de schouders. Aangezien vorige week zijn eigen dure fiets gestolen is, is hij alerter. Hij belt meteen de politie en loopt achter de dieven aan. Een paar straten verder merken ze hem op. Wanneer hij hen aanspreekt, mompelen ze iets in een vreemde taal, zetten de fiets neer, en zetten het op een lopen.
Daarop meldt hij dat in de FBgroep, de gast die dat eerst had gepost, leest het, verwittigt onze kennis die hij met ons had zien lopen en toevallig ook kent, en die belt ons op.

De politie was ook bijzonder snel ter plaatse dus, heeft proces verbaal opgesteld, de jongeman had ook nog een foto van de twee dieven. Ze zijn nog even gaan spreken met de jolige bende, en hebben dan in de combi de fiets naar huis gebracht. Wat een service.

Maar vooral: wat een samenloop van omstandigheden en good karma! Man man man…

Gentbrugse omzwervingen

Dat het vroeg was deze morgen: om kwart voor acht stond ik al in Gentbrugge in de Fordgarage: tijd voor jaarlijks onderhoud en keuring. Het ging een uurtje of twee duren, en ze hadden niet meteen een reservewagen, maar ik mocht gerust een fiets lenen.

Ik had mijn boek mee en dacht eerst van gewoon te blijven zitten suffen en lezen, maar het zuurstofgehalte in zo’n garage lokt nu niet meteen jubelkreten uit, dus ging ik na een kwartier of zo toch in op het fietsaanbod.
Wel, ik kan u verzekeren, als ge gewoon zijt van elektrisch rond te hotsen, is zo’n gewone, zware fiets niet ideaal. Ugh. Maar ik geraakte probleemloos in het atheneum Gentbrugge, waar Sofie al lang weer ter plekke was en ik gerust mocht langswaaien voor een korte babbel – ze hebben binnenkort doorlichting en dus nog veel werk – een koffie en eens rondneuzen wat er allemaal veranderd is in al die jaren sinds ik er weg ben.

Ik moet toegeven, ik ben wel jaloers op hun nieuwe leraarskamer: groot en licht, en met een nieuwe keukenblok. Daar kunnen wij alleen maar van dromen… En toen ben ik ook nog even wat foto’s gaan nemen van mijn oude lokaal dat ik ooit geschilder heb, en waar ik nog steeds trots op ben.

Er zijn echt nog knappe hoekjes, zoals de traphallen.

Maar toen was het kwart over negen en had ik nog wel wat tijd te doden. En het is niet alsof er al ergens een terrasje open was om me daar te zetten lezen. En wat doet ne mens dan? Geocachen, toch? Er waren gelukkig nog een paar caches in Gentbrugge die ik nog niet gedaan had, maar eentje moest ik laten voorbijgaan wegens onder een loopbrug en dus veel te laag voor mijn rug.

En toen kreeg ik een telefoontje: dat mijn remblokken en remschijven ook moesten vervangen worden, maar dat dat wel eventjes langer ging duren, en net iets duurder worden ook. Hmpf. Enfin, nog twee uur langer rondfietsen en wandelen, lezen en zoeken,  en in totaal 900 euro kwijt.
Om 11.58 uur kreeg ik een smsje dat mijn auto klaar was, en dat de garage gesloten was van 12 tot 12.45 uur. Maar echt, serieus??? Ik ben toch teruggefietst en gelukkig was er een vriendelijke jongeman die nog net niet gaan eten was en die me kon helpen.

Ik was pas terug in Wondelgem om kwart voor één, bijna drie uur later dan geanticipeerd, en ik had uiteraard geen eten klaar staan, laat staan boodschappen gedaan. Ik heb de kinderen in de auto gepropt en ben naar ’t Kolleke gereden, waar ze duidelijk nog steeds de beste frietjes van de omtrek hebben.

Daarna zijn we nog even langs school gepasseerd om mijn lesrooster op te halen, en daarna langs Wolfs werk om een extra scherm op te halen dat anders toch in de container ging belanden.

En toen vond ik het welletjes voor vandaag en hadden we een zwemmetje wel verdiend.

Vriendinnetjesdrama

Zucht. Soms is het moeilijk om goed te doen bij negenjarigen…

Sandra, de mama van Feija, moest weg deze namiddag en had gevraagd of Feija hier dan mocht komen spelen. Natuurlijk kan dat, het is niet de eerste keer deze vakantie en dan verveelt Merel zich ook niet.

Merel had ook al verschillende keren gevraagd of Lieze hier mocht blijven slapen, en Els had geantwoord dat vandaag de ideale gelegenheid zou zijn. Dik in orde. Ik had er meteen bij gedacht dat Feija dan misschien ook kon blijven slapen. Merel vond het geweldig, maar ik had het moeten weten toen Els daarop nogal aarzelend reageerde: zij had op Liezes verjaardagsfeestje opgemerkt dat het soms wel botste tussen die drie samen. Merel + Lieze = BFF, Merel + Feija = schitterend, Feija + Lieze = lukt ook wonderwel. De drie samen? Tsja… Ik had dat echter niet door, dus.

Ze speelden geheim agent en amuseerden zich kostelijk. Tot Merel huilend beneden kwam: Feija vond alles wat Lieze voorstelde, stom, en precies ook omgekeerd.

Enfin, even gepraat, gedreigd met het feit dat ik Feija naar huis ging sturen, en het lukte wel weer.

Tot het iets voor het eten weer tot een uitbarsting kwam, waarbij Feija naar huis wilde, Lieze naar huis wilde en ze alle drie aan het huilen waren. Vooral Merel was er het hart van in: haar twee beste vriendinnetjes…

Enfin, ik had zelfs al Sandra gebeld toen het toch nog uitgepraat geraakte en ze toch allebei gingen blijven slapen. En toen waren er pannenkoeken en daarna keken ze samen naar de tekenfilmversie van The Grinch.

Maar toen moest het slapen nog komen… Ze sliepen alle drie samen in het grote bed van Wolf en mochten van mij nog blijven tetteren tot half tien.
Alleen… we hoorden voortdurend eentje naar toilet gaan, en dat bleek Feija te zijn die bang was in die vreemde kamer. Bart is een paar keer naar boven gegaan, en tegen half elf heb ik Merel voorgesteld dat zij in haar eigen bed ging slapen, wat ze met veel plezier deed want ze had nog geen oog dicht gedaan.
Toen Bart en ik gingen slapen, deed ik zoals afgesproken het licht in de gang uit. Vijf minuten later was Feija aan het huilen: ze was bang. Gelukkig had LIeze een slaapmaskertje mee, want toen moest er een lichtje aan.
Een half uur later begon Feija plots luidop te huilen, waardoor ook Lieze natuurlijk weer wakker was. Ze was nog bang en ze wilde naar huis. Ik kon Sandra moeilijk bellen na middernacht, liet het grote licht branden in de kamer en kreeg Feija toch nog rustig. Enfin, dat was gelukkig dat.
Maar een rustige avond/nacht kan je het niet noemen, nee.

Domme duiven

Deze lente vond een wilde duif het nodig om boven ons terras, in de blauwe regen, een nest te bouwen. Hmpf. En uiteraard zat ze er te broeden, met twee duivenjongen tot gevolg.

Deze middag zaten Kobe en Merel toevallig net buiten, toen ze een luide “plof” hoorden. Hmm? Een van de jongen was uit het nest gevallen, of had een premature poging tot vliegen gedaan: er staat nog wat dons op het kopje, maar de vleugels zijn zo goed als volgroeid.

Meteen was de interesse van de katten gewekt natuurlijk, waarop wij een doos namen en het beest zonder veel plichtplegingen in de doos pleurden. En nu?

Het Vogelasiel in Merelbeke zag ik niet zitten, da’s zo’n vijfentwintig minuten rijden met de auto, en ik wilde met Kobe en Merel nog de caches in het park naast de school in orde zetten. We zetten het beestje op een veilige plaats en fietsten naar Mariakerke.

Tegen dat we thuis waren, was ook Bart thuis, en samen haalden we de grote ladder uit, positioneerden die voorzichtig tegen de plant, en ik legde het piepende jong terug in het nest, waar het zich onmiddellijk weer installeerde.

Ik ben benieuwd. Domme duiven!