De rug: vervolg

Vrijdag ging ik dus langs bij mijn rugspecialist om te luisteren hoe het zat met de nieuwe rugscan en wat die had uitgewezen. En wat er dus aan de hand is met mijn heup.

Om kort te gaan: de ruggengraat is niet verder verschoven, maar mijn rug heeft zich verder aangepast aan de “nieuwe” houding en is dus meer gekromd. Het gevolg daarvan is dat mijn spieren en pezen harder worden belast, waardoor wellicht ook mijn heup meer is gaan opspelen. Er is ook sprake van beginnende artrose, maar dat wisten we al. Een mogelijke tijdelijke oplossing is een infiltratie met cortisone, maar dat garandeert geen resultaat, want het neemt de oorzaak, namelijk de overbelasting, niet weg.

We hebben in overleg besloten om even af te wachten, want ik heb nu twee jaar voltijds voor de klas gestaan, en blijkbaar is dat te veel van het goede. Daarvoor werkte ik wel fulltime, maar waren vier uur daarvan bestemd voor de communicatie en website, en dat deed ik vanuit mijn zetel, dus plat liggend. Toen lukte het wel, nu niet meer, ondanks de twintig kilo die ik kwijt ben. Ik ga vanaf september 4/5 werken om medische redenen, en daar was hij, zoals eerder al gezegd, volmondig mee akkoord. Hij wou gerust zelfs naar 50% gaan, maar dat wil ik dan weer niet. 4/5 om medische redenen zou moeten volstaan, en hopelijk geeft dat de heup en de rug ook meer rust. We kunnen dan in oktober opnieuw kijken, mocht het probleem de kop blijven opsteken.

Allez bon. De kogel is definitief door de kerk: ik ben de hele vakantie in ziekteverlof en kan dan vanaf 1 augustus dit speciale zorgstatuut aanvragen. De arts-specialist was kort in zijn ‘grondige motivatie’: “zie dossier”. Hey, als mijn handicap ook zonder interview is goedgekeurd, puur op basis van mijn dossier, zal dat hier ook wel volstaan zeker?

Afscheid

Vandaag is mijn vader overleden. Om 16.10 uur, meer bepaald, in het bijzijn van mijn broers.

Koppig als hij was, heeft hij het niet enkele uren, maar liefst nog 26 uur volgehouden. Du jamais vu, zeiden de artsen van intensieve zorgen.

Mijn broers zijn de hele nacht én dag bij hem gebleven. Tot hij zachtjes gewoon stopte met ademen.

Vandaag is mijn vader overleden.
Ik ben wees.

En het is goed zo. Ik heb er vrede mee.

Totaal onverwacht afscheid

Mijn vader…

Laat me beginnen met het begin: gisterenavond rond een uur of acht had ik plots de behoefte om naar mijn pa te gaan om hem zijn nieuwe shorts te brengen. Ik ga nooit in de week ’s avonds naar hem, hij komt hier altijd de zondag, dus dit was bepaald ongewoon. En die shorts lagen hier al sinds maandag, hij had er per slot van rekening eentje. Merel trok haar wenkbrauwen op: “Ga jij nu naar opa???”

Op het moment dat ik daar uit de lift stap, passeert er net iemand van de verpleging in vijf haasten, en roept me toe: “We zijn net bezig met uw papa, het gaat niet goed met hem, we hebben net de ambulance gebeld!” Euh?

In zijn kamer was het snikheet – 35° – maar hij had zelf niet naar de koelere dagzaal willen gaan, en een ventilator had hij ook afgeslagen want “dan zat hij in den trok, en hij kon goed tegen de warmte”. Er was een huisarts bij hem die zei dat hij precies koortsstuipen had, maar ik ontkende dat meteen: hij had gewoon serieus last van zijn Parkinson-tremor. Hij had wel 41° koorts en moest dus dringend afgekoeld worden, en ze dacht aan een dubbele longontsteking, maar ik vond zijn adem niet anders dan anders. Nu, ze gaven hem meteen antibiotica, koude kompressen en ijspakken, zetten er een ventilator bij, legden zuurstof aan en na enkele minuten kwam de spoedarts erbij. Die luisterde naar mijn anamnese maar oordeelde toch dat hij richting spoed moest om af te koelen, want dit was allesbehalve oké op zijn leeftijd en met zijn problemen. HIj ging daar zelf ook mee akkoord, maar voelde zich niet bijzonder slecht, zei hij.

Soit, ambulance in, en ik nog snel een valiesje klaargemaakt want de kans zat er wel in dat  hij wat langer ging moeten blijven. Ik fietste naar huis, bekwam daar even van de warmte en de adrenaline, en reed vervolgens ook richting spoed.

Daar lag hij al in een onderzoekskamer met een ijskoud infuus en enkele ijskompressen, en hadden ze hem al aan enkele machines gelegd. Zijn hartslag was 104, zijn bloeddruk normaal, maar zijn zuurstofsaturatie naar de lage kant. Een longfoto wees uit dat er wel iets was, maar eigenlijk niet abnormaal gezien zijn COPD. Ze gaven hem daarop een aerosol met Duovent om zijn longen open te zetten. Intussen was zijn koorts naar 39° gezakt, de goeie richting uit dus.

Was het nu die Duovent waarop hij is beginnen hyperventileren of zo? Of iets anders? Feit is dat plots zijn koorts terug omhoog schoot, zijn hartslag naar 160 ging en bleef, en dat het dus gewoon fout aan het gaan was. Intussen was Roeland tegen een uur of elf na een dinertje afgekomen om me af te lossen, want de rug is niet bepaald tuk op die stoelen daar.

Om één uur is pa dan naar de intensieve gebracht, want hij bleef met die hoge hartslag en die hoge koorts. Hmmm.

Deze voormiddag moest ik toevallig in het ziekenhuis zijn voor een bespreking van mijn rug – later meer daarover – en liep ik even langs de intensieve om te luisteren hoe het zat. Ze konden me nog niks vertellen, waren nog volop bezig met onderzoeken, hij was niet stabiel, maar ik mocht rond één uur terugkomen want dan kon de dokter even tijd maken voor mij.

Net toen ik wilde vertrekken thuis, kwart voor één, ging de telefoon: dat we best alle drie langskwamen, want dat het helemaal fout ging. Euhm….

Kwart over één zaten we alle drie aan een bureautje in intensieve en stond een ongelofelijk empathische, zorgende dokter ons te woord. Ons pa kreeg bloeddrukondersteuners, had een speciaal zuurstofmasker op, kreeg allerhande medicijnen, maar… ze zaten aan het maximum en ze kregen zijn zuurstof niet goed. Op zich was zijn saturatie oké, maar ze namen voortdurend bloedgassen, en daaruit bleek dat de zuurstof zijn spieren en organen niet bereikte en dat er altijd maar meer lactaatvorming was, verzuring dus. Ze konden proberen hem erdoor te sleuren, maar dan ging het echt trekken en sleuren zijn, mensonwaardig, en de kans was bijzonder groot dat er al organen zoals zijn nieren aangetast waren, en dat hij daarna drie keer per week naar de dialyse zou moeten. En intubatie bij een parkinsonpatiënt is sowieso om problemen vragen, want die mensen genezen daar vrijwel niet van.

We bleven stil.

Voorzichtig opperde ze dat zijn levenskwaliteit wellicht drastisch zou dalen, en of dat was wat we wilden voor hem. En ja, ze snapte dat het een bijzonder moeilijke beslissing ging zijn, want dat hij nu perfect helder en wakker was, maar dat ze dit al vaker gezien had, en dat hij mentaal misschien wel in orde was, maar dat zijn lichaam hem in de steek liet. En ze stelde voor dat we afscheid namen van hem, dat we hem zachtjes lieten gaan. Dan zouden ze de ondersteunende medicatie afbouwen en hem morfine geven, zodat hij langzaam zou wegzakken en in slaap vallen, in alle comfort.

En dat is wat we ook gedaan hebben. Ons pa wist het: hij is ook niet onnozel, als hij zijn drie kinderen samen ziet binnenkomen op zijn kamer in intensieve. Ik heb het hem ook uitgelegd: dat zijn lichaam op was, en dat dit het was. Hij knikte. En later, toen Jeroen hem vroeg of hij comfortabel was, zei hij: “Joak”. En of hij schrik had: “Neenk”. En dat, dat stemde me gerust.

Ik had zijn hand vast, we zaten alle drie bij hem, toen hij in slaap viel. Zijn hart klopt nog stevig, maar zijn ademhaling vermindert en zijn bloeddruk zakt gestaag. De verpleging zei dat het nu nog enkele uren kon duren, maar wellicht niet meer dan dat.

Rond acht uur ben ik naar huis gegaan: de rug was op. Mijn broers zijn nog bij hem, hij gaat niet alleen sterven, maar we waren erbij toen hij in slaap viel, we hebben afscheid genomen.

Totaal onverwacht dus. En ja, dat doet pijn. Maar ik ben er zeker van dat we de juiste beslissing hebben genomen, en dat stelt me gerust.

Een tand armer

Vorig jaar had ik al een compleet kapotte tand laten vervangen door een implantaat. Tevreden van? Van de kwaliteit wel, ja, maar de vorm is niet ideaal, want er kruipt altijd eten tussen die tand en de tand erna, en daar kunnen ze dus niks meer aan veranderen. Meh.

De tand ervoor was helaas ook al lang redelijk dood. Als in: al lang ontzenuwd, stukjes van afgebroken, intussen ook helemaal bruin, maar door de tandarts nog wat bijgeslepen omdat ik anders een dubbel gat in mijn mond had. Het was een kwestie van tijd voor die ging afbreken, zei ze, maar dat gingen we dan wel weer zien. Nu wilde ik dus ook voor een implantaat gaan, en die tand moest er dus uit, maar de tandarts wilde zich daar liever niet aan wagen. Te veel risico dat hij ging afbreken, en dan werd het sowieso een werkje voor de kaakchirurg, die ik toch moest zien ter voorbereiding van dat implantaat.

Vandaag dus richting ziekenhuis om die tand te laten trekken. Ik hield mijn hart vast, want het kon wel eens gepruts worden. Maar tot mijn grote opluchting en – jawel – grote verbazing van de kaakchirurg ging de tand er zonder protesteren, zonder problemen gewoon uit. Nikske breken, nikske versplinteren, gewoon eruit. Het was inderdaad maar een zielig tandje meer, toen ik hem zag liggen in een schaaltje, maar wel nog een stevige wortel.

Enfin, nu eerst alles laten genezen, en dan in september de vijs erin, zodat ik dan ergens in november weer een volledige mond tanden heb. En dan maar hopen dat dat nog even zo blijft.

Klasfoto’s

Ik heb mezelf weer wat aangedaan. Allez nee, dat klinkt veel erger dan het is, maar bon.

Er was de vraag van de leerlingen en dan specifiek de leerlingenraad naar klasfoto’s. Een officiële fotograaf wil dat niet meer doen, omdat het voor hen gewoonweg niet opbrengt. In een lagere school zijn het vooral ook nog de oma’s en de opa’s die de foto’s kopen, in een middelbaar verkoopt dat voor geen meter. En om enkel voor klasfoto’s langs te komen, dat is ook de moeite niet.

Ik had al eerder aangeboden om de foto’s te nemen op een lesvrije middag, op voorwaarde dat er dan iemand de klassen naar de binnentuin bracht. Dat zagen ze precies niet zitten. Enkele maanden later volgde dus een oproep: of iemand de tijd wilde vrijmaken om bij het begin van de middagspeeltijd foto’s te nemen: de collega’s van het laatste uur moesten hun klassen dan begeleiden naar buiten. Ik bevestigde nogmaals: dat ik dat gerust wilde doen.

Vandaag had ik de eerstes voor mijn lens, de eerste klassen nog bij droog weer, de laatste in toch al behoorlijk wat regen. Maar het ging snel: die eerstes doen nog min of meer wat je hen vraagt. Op tien minuten had ik de zeven verschillende klassen vast kunnen leggen, zonder al te veel te moeten zagen.

Nu ga ik dus moeten kijken op welke foto er het minst rare gezichten en gesloten ogen staan, die voorzien van een logo en de klas, en dan doorgeven. Software zoals Photoshop of Lightroom heb ik niet meer, dus veel bewerken  zal er niet in zitten, maar dat ga ik me ook niet aantrekken.

De leerlingen hebben op zijn minst hun klasfoto nu. En dat is dan alweer dat.