Moscou

Bart had in mijn agenda gezet: “gewoon nog eens samen gaan eten”. Dat “samen gaan eten” klopte wel, dat “gewoon” iets minder, want Moscou is het nieuwe restaurant van de intussen 71-jarige Danny Horseele, en hij heeft duidelijk torenhoge ambities.

De locatie is ietwat vreemd, aan de afrit van de E17 in Gentbrugge, achter de Gamma, in een industrieterrein. Dat zie je overigens totaal niet van binnen: daar is het bijzonder aangenaam zitten, met een greige interieur en een groot raam waardoor je in de piekfijne keuken kan binnenkijken.

We namen de vijfgangenmenu – niet dat er keuze was, maar bon – en daarbij het aangepaste saparrangement. Beginnen deden we met een alcoholvrije cocktail, en daar kwamen verschillende hapjes bij: een mini ‘croque deluxe’ met onder andere foie gras en coquille, scheermes op drie verschillende manieren klaargemaakt – en ja, de ‘schelp’ is geen schelp maar perfect eetbaar – en iets dat Maldonado chimichurri heet. We wisten meteen dat het niveau hoog, zeer hoog ging zijn.

Het eerste voorgerecht was een cevice van skrei, en complimenten voor de sapsommelier: als je het sapje op voorhand proefde, smaakte het soms zeer vreemd. Maar zodra je het bij het gerecht dronk, klopte het volledig, een perfecte samengang. Daarna kwam een Rubia Capricho d’Oro met makreel. En ja, het ene moest een lente voorstellen, compleet met eetbare vlindertjes, en het andere was dus een pizzaatje, maar met nog twee andere gerechtjes bij.

En toen kwamen er kikkerbilletjes met zwarte look, waarbij een moeras geëvoceerd werd. Het lekkerste van de avond, echt…

Het echte hoofdgerecht was duif met tijm en peer, maar dus een stukje borstvlees in een sausje met kers in verwerkt, en dan een boutje, daarnaast nog een derde potje met een stoverij, en zelfs nog een soortement pizzaatje. Vier bereidingen, alle vier even lekker.

Tegen dan was het voor mij meer dan welletjes, maar echt. Als ik nog meer ging eten, ging ik misselijk zijn – nadeel van de Mounjaro – en mijn rug was het ook compleet aan het opgeven. Vrijdagavonden zijn lastig: een ganse werkweek, daar moet de rug van bekomen. Het waren ook geen ideale stoelen, al had ik halverwege een andere stoel gekregen omdat ik even naar de gang was gegaan om recht te kunnen staan en de rug te stretchen. Heel attent, echt.

Het dessert heb ik dus afgeslagen – ik ben ook al geen fan van bloedappelsien – maar Bart had dat wel, natuurlijk.

Toen we daarna de rekening vroegen, werd daar verbouwereerd op gereageerd: er waren nog koffie of thee met versnaperingen, maar toen ik zei dat de rug niet meer mee wilde, gaven ze ons die dessertjes gewoon mee in een doosje. Maar zalig, toch?

En de rekening? Eerlijk, ik denk dat ze een foutje hebben gemaakt, want dit was echt spotgoedkoop en minder dan dat er op de menu aangekondigd stond. Ware het niet dat de rug niet mee wilde en dat ik dus echt naar huis wilde, ik had het aangehaald en laten nakijken, want dit was echt te weinig voor de topkwaliteit die we kregen. EDIT: nagekeken, en bij de menuprijs zit een aperitief, de wijnen of saparrangement, water en koffie of thee gewoon inbegrepen. Spotgoedkoop.

Bij het dessert kwam de chef zelf even groeten, en ik zei het hem, dat ik een enorme bewondering voor hem had, dat hij op zijn 71ste nog die ambitie had. Hij had evengoed na zijn ‘pensioen’ een brasserie kunnen beginnen of zo, maar nee, een toprestaurant. Hij heeft geen ster omdat het nog niet lang genoeg open is, maar ik ben er zeker van: minstens één ster, en wat mij betreft zelfs twee. Complimenten voor zijn hele team en dus ook sous-chef Nicolai Van Quickelberghe.

Top.

 

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *