Opnieuw rugby

Jawel, Wolf is opnieuw rugby beginnen spelen. Niet vollen bak, nee: hij wil het rustig aan doen met de trainingen en vooral de matchen. Hij is zodanig lang uit geweest – blessures en corona – dat hij zich in die groep van 17 en 18 jaar ook eerst opnieuw moet leren handhaven, dat hij opnieuw een spelerspositie en zo moet zien te krijgen. Hij ziet het in elk geval weer volledig zitten, en dat maakt me blij.

En ik, ik ben opnieuw taxi mama. Vandaag ben ik ietsje vroeger doorgereden en heb ik mijn cache op de Blaarmeersen even nagekeken. Het was stralend weer en er zat behoorlijk wat volk. Maar wat me vooral gigantisch goed gezind maakte: op een van de houten paden was er een groepje mensen aan het dansen. Gewoon, op ’t gemakje, een tango, een lindy hop… De muziek stond niet te luid, ze hadden wijn en wat eten bij en genoten ongelofelijk zichtbaar. Ik werd er echt spontaan vrolijk van.

Gent, mijn Gent: nooit veranderen, alsjeblief.

Koffiemomentje en cachemomentje

Gwen en ik hebben elkaar in deze vakantie weer bijzonder weinig gezien, helaas. We zijn begin augustus bij hen gaan barbecueën en dat was toen supergezellig. En toen werd het – enfin, bleef het – slecht weer, en begonnen onze roosters opnieuw.

Vandaag besloten we om er alsnog werk van te maken, en spraken we om vier uur af in ’t stad voor een koffietje. Bart heeft blijkbaar aandelen bij Izy, en daar was ik nog nooit geweest, dus dat was ideaal, al zeker omdat ik nog in de Curb moest zijn, de skateshop daar in de straat. Schitterend fietsweer, overigens ^^

En toen kwam er ’s avonds nog een extra cache van Stefanie uit, langs de Buntstraat, de fietsweg naar school voor mij.

Ik sprong fluks de fiets op en reed naar ginder, waar ik, tot mijn gigantische verbazing, een park ontdekte waar ik al jaren gewoon langsfietste en nooit het bestaan van had vermoed. Ja, ik had al dat stukje grasland met struiken gezien, maar aangezien er links en rechts huizen staan, dacht ik dat dit nog onbenutte bouwgrond was of zo. Niet dus: achter die huizen, langs de R4, ligt een heus park! Compleet met weggetjes, brugjes, mountainbikepad, alles erop en eraan. Ik was zeer gecharmeerd en haalde zelfs ook nog een FTF. En nam eigenlijk een hoop foto’s voor mezelf.

Een mooie afsluiter van de vakantie, zowaar.

 

Duister Gent

Nee, dat gaat niet over de afschakeling van de lichten of zo, wel over een lokaal chapter van de Vampire: the Gathering, ook wel Camarilla genoemd.

Jaren geleden heb ik een aantal jaar losvast meegespeeld met de Antwerpse afdeling, en de uitleg staat hier. Kort uitgelegd gaat het om larp-avonden waarbij je een vampier speelt in een vooral zeer politiek spelletje. Ik ben eigenlijk maar onlangs te weten gekomen dat er ook een Gents chapter is tegenwoordig: de Antwerpse afdeling is al een tijdje geleden gestopt.

Ik bleek twee van de vier organisatoren (spelleiding) te kennen en vroeg dus even of ze soms een figurant konden gebruiken. Ja dus, en vanavond stond ik in de parochiale kring van Sint-Paulus (aan het Gentse station) in een Egyptische outfit, want ik speelde een Settite, ofte een priesteres van de Egyptische god Seth wier ghoul verdwenen is. Enfin, het was wat wennen, ik kende misschien een derde van de aanwezigen, maar het had wel iets.

Ik denk dat ik vanaf nu wel eens één zaterdagavond per maand bezet zou kunnen zijn.

Commotie

Geen idee meer waar we de suggestie precies haalden, maar we hadden ergens gezien dat Gent een nieuw restaurant telde met een hoog niveau en een fijn kader. Bart zag meteen het potentieel voor onze maandelijkse culinaire uitstap en boekte.

Ter plaatse, op de Victor Braeckmanlaan in Sint-Amandsberg, twijfelden we even of we wel juist waren: een villa achter een gesloten poort? Maar we waren niet de enigen die er toe kwamen, en jawel, de poort opende zich stipt om half acht en we wandelden naar binnen. Na een lange donkere gang ontvouwde zich het restaurant als een bloem van licht, gezelligheid en donker hout.

De keuken is helemaal open, en we nestelden ons dan ook meteen aan de toog, zodat we een zicht hadden op wat er gebeurde. Het viel ons meteen op dat er op het moment zelf eigenlijk nog vrij weinig echt gekookt moest worden: een uitgebreide mise-en-place is goud waard natuurlijk. Wel was het knap om zien hoe er nog dingen geroosterd, gerookt of gekookt werden op de houtgrill.

We bestelden een aperitief en die werd vergezeld van een reeks fijne hapjes. De formule is verder vrij simpel: je neemt sowieso het maandmenu van vijf gangen voor 62 euro, maar je kan ervoor kiezen om er een signatuurgerecht bij te nemen. Voor aangepaste wijnen betaal je 36 euro extra, tenzij je liever kleine glaasjes of proevertjes hebt als bob, dan kost het je 22 euro.

Het signatuurgerecht deze maand, ratte-aardappel met Imperial Heritage Caviar,  hoefde niet meteen voor ons, we namen de gewone menu.

En toen begon het pas goed: gerecht na gerecht zagen we in elkaar gedraaid worden op bijzonder efficiënte manier. Chef Thomas Gellynck kwam het ook zelf presenteren met een woordje uitleg, en vaak zelfs, op simpele vraag, met extra uitleg over de gebruikte kruiden en waar hij die dan vond, onder andere in de Blaarmeersen.

Het dessert ben ik zelfs compleet vergeten fotograferen, het was gewoon té lekker. En ja, de smaken zijn schitterend, op elkaar afgestemd, fris, vaak ook verrassend.

Tussendoor ben ik ook even in de tuin gaan wandelen, waar een groot houtvuur aangestoken was, en dat krijgt meteen van mij goeie punten.

Bart en ik waren eigenlijk zeer enthousiast: de wabi-sabi inrichting, de sfeer, de bediening, het zicht op de keuken, de zeer aangename chef, en uiteraard in de eerste plaats het eten.

Bij het afrekenen vroeg ik terloops of ze toevallig de chutney die bij de kaas geserveerd was – met appels en Tierenteynmosterd – niet verkochten, en de sommelier schoot in de lach: blijkbaar kregen ze die vraag wel vaker, en nee, ze verkochten die niet.

Maar toen we na het afrekenen naar de uitgang liepen, merkte ze op dat ze nog een verrassing hadden, en jawel, chef Thomas kwam af met een klein potje van de chutney, “voor de fans”.

Heerlijk, toch? We hebben het hen dan ook meteen verzekerd: hier komen we nog terug. Zeker weten. (En dat de chef lijkt op een jonge Matthew Mcconaughey is meteen mooi meegenomen)

+32 477 62 61 10
Victor Braeckmanlaan 367
9040 Gent
info@commotiegent.be

Openingsuren
Dins t.e.m. Zat    19.30–22.30
Vrij    12.00–14.30
Zon & Ma    gesloten

Girls’ Day Out, deel twee

Jawel, opnieuw een dag zonder mannen in huis, en dus trokken ook wij tweetjes er vanonder.

Pas om kwart over een was er plaats op het terras van het Kolleken, maar erg vonden we dat niet: we hadden laat ontbeten en voor de beste frietjes van Gent moet je wel wat over hebben, toch?

Een spitburger en een zeer fijne scampisalade later – de tomatensoep en de koffie achteraf eigenlijk niet vergeten – reden we verder naar de Action in Mariakerke: we zochten eigenlijk vooral touw om vriendschapsbandjes mee te maken, maar uiteraard waren er ook nog andere dingen te vinden. Zo hoort dat in de Action.

Over een niet echt kasseivrije, maar wel verkeersarme route reden we naar het klooster van de Augustijnen in de Sint-Margrietstraat, want daar was een mini-editie van het Figurentheater (aka. Puppetbuskers van vroeger) neergestreken, maar had dat pas gisterenavond gezien. Enfin, we slaagden erin om a) bekenden tegen te komen en getrakteerd te worden b) een fijne voorstelling bij te wonen c) meer bekenden tegen te komen en nog meer getrakteerd te worden.

En daarna reden Merel en ik nog verder ’t stad in, gewoon om een ijsje te halen. Tradities zijn tradities, toch?

Maar schoenen hebben we nog steeds niet gevonden.

We fietsten naar huis, met inmiddels een stevige tegenwind, en Merel, die er intussen toch wel 15 kilometer op zitten had, was zo verhit dat ze thuis meteen het zwembad in sprong.

Zalig, toch?

 

Fietstochtje

Bart was deze namiddag vroeg thuis van kantoor en zei onmiddellijk ja toen ik hem vroeg om samen een fietstochtje te gaan maken. Eigenlijk vroeg Merel of ze mee mocht, maar dan rijden we hooguit 13 kilometer per uur met een maximum van vijf kilometer, en dat was niet wat we, met onze elektrische fietsen, in gedachten hadden.

Ik moest aan het begin van de Brusselsesteenweg zijn om een cache te vervangen, en da’s zo’n acht kilometer, ideaal dus. We reden over de Gaardeniersbrug, fluks de brug over, het ziekenhuis door, en dan zo via de Achterleie langs het water richting Lousbergskaai. Man, maar er liggen algelijk toch nog wel een eindeke slechte kasseien in Gent! Maat!

Enfin, veel rapper dan gedacht waren we aan de cache, hing er een andere, en vonden we het eigenlijk nog net wat te vroeg om naar huis te fietsen. Goh, zei Bart, we kunnen misschien ne keer tot aan zijn kantoor fietsen? De laatste keer dat ik er was, was het voor zijn deur nog één gigantische bouwput. Put, letterlijk. Nu staan er al behoorlijk wat gebouwen die zelfs al in gebruik zijn genomen.

Prima, de Edward Pynaertstraat af, over die nieuwe, prachtige fietsbrug aan de Stropkaai, en toen moesten we quasi aan de Juno passeren, een caféboot waar Bart elke dag voorbij fietst maar nog nooit was gestopt. Bij deze geremedieerd. Het was er vooral zalig zitten.

En toen ging het naar de Foreestelaan waar effectief een hoop gebouwen is opgerezen, en fietsten we nog even verder langs het water, omdat ik gehoord had dat daar een nieuwe gezellige zitplek was, Gazon, beetje zoals Parkkaffee, maar ik wist het niet precies zijn. Enfin, even gepiept, en dan terug naar huis gefietst.

Beetje langer onderweg dan gedacht, een kleine dertig kilometer, maar heerlijk vakantie met mijn lief. En de kinderen hadden zowaar op ons gewacht om te eten.