Living in ’t Park

Sinds vorig jaar heeft Wondelgem er een nieuw, kleinschalig festivalletje bij: Living in ’t Park. Ze noemen zichzelf een traag festival voor familie en vrienden, en dat klopt wel. In de Dries van Wondelgem, een klein bosachtig park rond de kerk, was het vooral gezellig. Zetels, hangmatten, een klein podium met dansvloer, verschillende workshops voor kinderen maar ook volwassenen, voorlezen, eetstandjes, lange gezellige tafels…
Vorige keren zijn we er niet geraakt, deze keer was ik het wel vast van plan. Het was dan ook ideaal dat Lieze haar verjaardagsfeestje eigenlijk in het park doorging, en dat wij daar dan ook maar blijven hangen zijn.
Het werd bijzonder gezellig en eten deden we dan ook maar ter plekke. Zelfs Wolf vond het er fijn. Merel is nog wat langer gebleven met haar vriendinnetjes, wij zijn rond een uur of acht naar huis gegaan.

De Mensheid

Met Véronique naar het theater is telkens weer een belevenis. Dinsdagnacht – of eigenlijk al woensdagmorgen – stuurde ze me een bericht: “Ga je morgen mee naar NTG? Het zal goed zijn!” Meer heb ik niet nodig, en dus waren we netjes tegen acht uur present op het Sint-Baafsplein.

“De Mensheid” van Grunberg en De Pauw is op zich ook een belevenis, vooral impressionant door de sopraan Claron McFadden. Wat een stem! En een toch wel indrukwekkende tekst.
Josse De Pauw neemt als advocaat de verdediging van de mensheid op zich, een diersoort die het meest van al belasterd en beledigd wordt, en dat is niet fair, vindt hij. Nu ja, vindt schrijver Arnon Grunberg, die, vreemd genoeg, de hele tijd netjes in pak op een vreemdsoortige roeimachine zit te zwoegen zonder een woord te zeggen.

Het geheel wordt opgeluisterd door de muziek van Claron McFadden en pianist Kris Defoort, die vaak zelfs gezongen commentaar geven op wat er gezegd wordt. Die tekst is… vintage Grunberg, zou ik zeggen. Prachtig geschreven, vaak nogal zwaar op de hand, en met schitterende quotes. Twee die ik (min of meer, sorry) onthouden heb, zijn:

“Het zijn alleen maar helden die willen sterven voor hun principes. De meeste helden zijn dan ook dood.”

“Liefde is als een onwerkzame pijnstiller. Ze doet de pijn wel verminderen, maar neemt de oorzaak niet weg. “

En dan… lijkt het alsof De Pauw aan het einde van zijn tekst is, maar dat betekent nog niet het einde van het stuk. Plots komt Grunberg van zijn roeimachine en moeit hij zich als auteur over de manier waarop de tekst gebracht werd. En gaan beide heren dieper in op de betekenis van de tekst, maken ze zelfs ruzie, ontpopt de auteur zich tot een waar acteur en weet De Pauw even van geen hout pijlen maken. Die epiloog is verwarrend, maar tilt het stuk wel naar een hoger niveau.

Al bij al een zeer fijn stuk, als je van teksttheater houdt. En van een glasheldere sopraanstem.

En als je dan nog kan afsluiten met een cocktail… Tsja, dan kan het helemaal niet meer stuk.


Bedankt voor de fijne avond, lieverd!

Een hele fijne bespreking van het stuk vind je overigens ook hier.

Telbureau

Yup, ik was dus opgeroepen om te gaan tellen vandaag. Ik had wel bezwaar ingediend met een foto van mijn rug en alles, maar blijkbaar weegt dat niet voldoende door om toch niet te moeten gaan. Ik moet echt werk maken van dat gehandicaptenstatuut.

Bon, kwart voor drie stond ik in de Wispelberg en kon ik me aanmelden. Er worden telkens acht mensen door de voorzitter effectief opgeroepen waarvan er zes (vijf + de voorzitter) dienst moeten doen. Twee mensen zijn niet opgedaagd, waardoor we daar met zijn zessen zaten voor vijf plaatsen. Tsja.

Drie mensen zeiden onmiddellijk dat ze wel gingen blijven, één dame zei dat ze ook een hernia had (ik moest me inhouden om niet cynisch in de lach te schieten, maar een hernia kan ook zeer belastend zijn – ik weet het, ik heb er ook twee bovenop de ruggengraatverschuiving) en één dame zat thuis in de problemen omdat haar man zijn voet had gebroken en nu alleen thuis zat met twee kleine kinderen.

We gingen lootje trekken, de dame met de kinderen en ik, maar toen zei ze dat ik toch mocht vertrekken. Ha ja, ik had ook duidelijk gemaakt dat ik een uur of twee-drie wel volop ging kunnen meedoen, maar dat het niet echt langer dan dat ging lukken zonder te gaan liggen af en toe. Dat is helaas niet eens overdreven, dat zou ook gewoon echt het geval geweest zijn.

Ik voelde me er toch wel wat ongemakkelijk bij, maar bedankte hen uit het diepste van mijn hart, en vertrok. Bij deze nog eens, leden van telbureau 28 A: bedankt. Echt waar.

Ik ben dan maar heel eventjes verder gefietst naar het ziekenhuis waar mijn pa nog een paar dagen zit, en heb er met hem een taartje gegeten in de cafetaria. Hij had er oprecht deugd van.

Daarna fietste ik gezwind weer naar huis om er plat in de zetel nog wat schoolwerk te doen. De rug vond het welletjes.