Rugbylokaal

Dat mijn jongens rugby spelen, dat wist u al. Dat ik vroeger ook zelf nog competitie heb gespeeld, misschien niet.

Onze club draait voor een groot deel op vrijwilligerswerking. Dat geldt voor de trainers van de jeugdreeksen, het vervoer van en naar de matchen, het smeren van boterhammetjes voor de bezoekende jeugdploegen, het organiseren van speciallekes zoals het Paastoernooi of het Sidney Gale, maar ook voor het openhouden van het clubhuis. We zijn namelijk rotverwend door de Stad Gent: we hebben, naast onze twee kunstgrasvelden en een echt grasveld, ook een prachtig clubhuis (dat we weliswaar huren, maar toch) met uiteraard kleedkamers en douches, materiaalkot, maar ook met een vergaderzaal, fitnessruimte en vooral ook een grote bar.

De constructie is niet altijd even logisch, en vooral: na een paar jaar begin je pas goed door te hebben wat er moet bijgestuurd worden, wat er moet veranderen, waar het praktischer kan. Vorig jaar had ik de lokaalverantwoordelijke al een aantal suggesties gedaan, en had ik vooral ook serieus wat tijd gestoken in het opruimen van de vergaderzaal, die eigenlijk gewoon werd gebruikt als locatie om alles te dumpen. Ik erger me namelijk blauw aan dat soort dingen.

Dit jaar is er een heus clubhuiscomité opgericht, met verantwoordelijken voor bar, aankoop drank, aankoop droge voeding (nog net niet ‘kassa vier’) en het dagelijkse reilen en zeilen.

We hebben vanavond drie uur vergaderd: kleine praktische noodingrepen, een grondige wijziging van de toog en bar, eindelijk eens werk maken van de aankleding van het clubhuis met de tientallen trofeeën en bekers die we liggen hebben, en met de T-shirts van andere ploegen en zo. Oh, en vooral ook met de tientallen foto’s die we in de loop der jaren verzameld hebben. Daarnaast komt er ook een praktische oplossing voor de stock van de drank, voor de geur uit het putje die we maar niet weg krijgen, belettering van de grote ramen, dat soort kleine dingen, en eindelijk ook eens kasten en rekken om alle spullen in op te bergen.

Ik zie het wel zitten, ja. Ook al heb ik een bloedhekel aan vergaderen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *