Kampproblemen

Eigenlijk mag ik het zo niet noemen, maar eerder waterproblemen.

Kobe vertrok normaal gezien morgen op kamp, naar Viroinval, een beetje onder Charleroi. Alleen belde de leiding vandaag met slecht nieuws: hun terrein is compleet ondergelopen. Als in: het riviertje dat drie meter lager stond, hebben ze dichterbij en dichterbij zien komen, tot ze zich laten evacueren hebben door de brandweer. Ze = de vorige groep, de jongverkenners. Die hebben hun kamp dus met een dag moeten inkorten.

Kobe heeft wel een fantastische leiding: ze gaan morgen toch op kamp vertrekken, maar naar het eigen terrein hier. Dat is lang niet hetzelfde, maar toch ook op kamp. Zodra het kan, gaan ze dan naar het eigenlijke kamp vertrekken of naar een alternatief terrein, al naargelang de schade. Ze gaan ons waarschuwen wanneer we hen naar het station moeten brengen.

Ik kon Kobe vandaag wel efkes vierendelen. Ik had hem herhaaldelijk gezegd dat hij zijn kampgerief op voorhand moest samen zoeken, want dat ik niet de laatste dag nog dingen ging halen.

Schoenen waren we eerder deze week nog gaan halen, maar denk je dat hij ze ingelopen heeft? Nee hoor.

En vandaag kwam hij schoorvoetend af dat hij geen regenjas heeft. En stapkousen. En dat hij nog een effen witte T-shirt nodig heeft. Ik heb stevig gegrmbled, maar ik kan hem toch moeilijk zonder regenjas laten vertrekken? Vandaag stonden we dus alsnog in de Decathlon waar we gelukkig alles gevonden hebben wat we nodig hadden.

Echt he…

Confituur, opnieuw van eigen kweek

Vorig jaar was het me niet gelukt: doordat het voorjaar zo warm en droog was, hadden we bijna geen aardbeien. Maar dit jaar begon Wolf er zich mee bezig te houden, zodra die ellendige kou voorbij was. Hij heeft ze tijdens zijn examens alle dagen uitvoerig water gegeven, hij werd daar zen van, zei hij.

Het resultaat was véél aardbeien (en véél slakken) maar wel met een zure nasmaak, en veel later dan anders. Vandaag heb ik een goeie kilo uit eigen tuin in de confituur gedraaid, en dat geeft toch echt ongelofelijk veel smaak.

Hopelijk volgend jaar opnieuw: Wolf ziet het zitten om ze opnieuw onder handen te nemen. Dit jaar is hij trouwens op een bepaald moment zelf naar de Brico om slakkenkorrels gereden: hij was die beesten kotsbeu.

Ik hou hem alvast niet tegen. Hij is dan ook zowat de grootste afnemer van mama’s confituur.

Vaccinatie deel 2

Eind mei kreeg ik mijn eerste vaccin, vandaag nummer 2.

Opnieuw kreeg ik zo’n ongelofelijk gevoel van tevredenheid, van welkom, van dankbaarheid, van “speekmedaalde” voor mezelf. Wat een sfeer…

Maar ik ben nu eenmaal geen begenadigd schrijver, toch niet wanneer je me vergelijkt met Tom Heremans. Ik las zijn column in De Standaard van 12 juni, en ik dacht: “Ja! Dat is het! Dat is het helemaal!”

Ik heb de column even opgezocht en hier, eigenlijk tegen de regels van het copyright in, herpost. Maar hij komt dus van Tom Heremans, en hij beschrijft perfect waarom ik me zo Gentenaar voel.

GRAAG GEDAAN, VADERLAND

Al die oude mensen, was het eerste wat in me opkwam toen ik van het parkeerterrein naar Hal 2 van Flanders Expo liep. Dat was confronterend, toch toen het me begon te dagen dat de stroom volk die samen met mij naar de hal toe bewoog, en de stroom die aan de andere kant van de nadarhekken terug naar het parkeerterrein trok, grotendeels bestond uit mensen van mijn geboortejaar, aangezien de vaccinatie tegen covid-19 per leeftijdsgroep gebeurt. Donkere wolken pakten zich alweer samen boven mijn hoofd en onder de stralende hemel, maar beide verdwenen als sneeuw voor de zon (Jezus Christus, die meteo­metaforen!) toen ik het vaccinatie­centrum binnenliep. Wat een geweldige sfeer hing daar. Niet uitgelaten of zo, geen feeststemming, dat zou misplaatst zijn. Eerder een serene sfeer van verbroedering, van respect, en ja, van hoop. Ik werd er van de weeromstuit goedgezind van.

Weet u wat ik denk dat het was? Ik voelde me welkom, en dat was lang geleden, of zo leek het toch. Ik wou de eerste vrijwilliger die me vriendelijk aansprak meteen knuffelen, maar dat mocht niet want ik was nog niet gevaccineerd. Het mocht ook daarna niet, want het was nog maar mijn eerste prik, en bovendien kende ik die vriendelijke mens helemaal niet, maar toch.

Mijn afspraak was om 11.51 uur, maar ik stond al om half twaalf bij de steward die bij wijze van begroeting een bus alcoholgel in de richting van mijn handen hield. ‘Welkom’, zei hij – misschien was het gewoon daardoor dat ik me zo welkom voelde, soms heeft een mens niet veel nodig. ‘Ik ben twintig minuten te vroeg’, mompelde ik doorheen mijn mond­masker, en ik stond al klaar om me te ergeren omdat ik een kwartier buiten zou moeten staan wachten, onder de verzengende middagzon bij 26 graden Celsius. ‘Helemaal niet erg, meneer’, zei de steward. ‘Beter te vroeg dan te laat. Loop maar gewoon door tot bij de volgende steward, die zal uw identiteitskaart inscannen en u verder de weg wijzen.’

Die volgende steward was al even vriendelijk, en die daarna ook. Goed, er waren misschien wat veel stewards, maar ze gaven me allemaal hetzelfde gevoel: ze waren blij dat ik gekomen was, ze leken zelfs dankbaar dat ik me wou laten vaccineren, ik gaf duidelijk blijk van altruïsme en goede burgerzin. En dan de verpleger die de prik zou zetten. Die vroeg me wie mijn huisarts was. Daar kon ik even niet opkomen, want ik ben vorig jaar verhuisd, ik heb een nieuwe huisarts maar ik ben nog maar één keer op consultatie gegaan. ‘Helemaal niet erg’, zei de verpleger vriendelijk. ‘Linkerarm of rechterarm?’ Zelfs dat mocht ik kiezen. Niets gevoeld van de prik. En achteraf kreeg ik een foldertje mee waarin ik nog eens uitgebreid werd bedankt voor mijn bijdrage aan de volksgezondheid. Heerlijk Alle-Menschen-werden-Brüder-gevoel kreeg ik ervan: hoe we er met zijn allen toch maar mooi in slagen om samen zoiets ongelooflijks te organiseren. Ik liep op een wolk (gaan we weer) terug naar mijn auto. Mijn week kon niet meer stuk.

Ik vond het bijna jammer dat ik de dagen nadien geen bijwerkingen kreeg van het vaccin. Ik had best wel wat willen afzien voor het vaderland, maar ik voelde me kiplekker. Daar werd ik een beetje kregelig van. Of zou dat net een bijwerking zijn?

Bloomon

Vorige week woensdag werd er hier plots een groot boeket bloemen geleverd, en Bart kwam me die glunderend in handen steken. Zomaar!

Het mooie aan de boeketten van Bloomon is dat het absoluut geen uniforme bloemen zijn, maar een mengeling van vanalles: houtige dingen, kortere bloemen, langere bloemen… Je moet die dan ook wel een beetje schikken, en de variatie is prachtig! Het leuke is dat nog lang niet alles open staat, en dat zo’n boeket dus wel eventjes ontwikkelt. Héérlijk!

Ik had op 9 juni al een foto gepost:

maar intussen ziet het boeket er al helemaal anders uit:

Elke dag zit ik ernaar te kijken en geniet ik ervan. Geen idee waarom bloemen me zo aanspreken, eigenlijk. Ik neem er zelfs detailfoto’s van:

En als ik het goed opgevangen heb, mag ik om de twee weken een boeket verwachten! Zomaar!

Fotografielesje

Ik heb toch wel behoorlijk wat opgestoken tijdens mijn fotografievakantie in Saleich, met Monica Monté (google maar als je interesse hebt).

Ik heb dat ook zondag even gedemonstreerd aan ons pa, gewoon met mijn iPhone, dus nog niet eens met een instelbaar toestel. Ik dacht dat ik wel kon kadreren, Monica heeft me laten zien dat ik er eigenlijk de ballen van kon.

Neem nu de grote vijver daar in park Halfweg. Dit is een doodgewone, platte foto van het water, zoals ik die wellicht vroeger zou genomen hebben.

Een gewone, platte, nietszeggende foto die ook totaal niet weergeeft wat er daar zo mooi was.

Voor de tweede foto ben ik achteruit gestapt: meer blauwe lucht, meer omkadering. Monica zei dat ik inderdaad vaak te dicht op mijn onderwerp wil fotograferen, dat ik beter achteruit stap.
Ik heb er ook diepte aan toegevoegd: het muurtje in de voorgrond is op zich misschien niet fotogeniek, maar het geeft wel veel meer diepte aan de foto. De foto is meteen al zo plat niet meer.

Toen dacht ik: ik ga verder kijken. Ik ben wat verderop gaan staan en heb nog steeds dezelfde vijver met hetzelfde muurtje getrokken maar van wat meer opzij, en ik heb er nog een laag aan toegevoegd, zijnde de bomen. Meteen is er nog een pak meer diepte: laag 1 is de bomen, laag 2 het water, laag 3 de bomen op de achtergrond. Een ideale foto heeft minstens drie lagen, wist Monica me te vertellen.

En dan heb ik die foto nog even bijgesneden voor instagram:

Ik vind dat een nog betere foto, doordat die stam er niet meer opstaat en die de foto niet meer afsnijdt. Jawel, hetzelfde plekje, dezelfde foto als de eerste, eigenlijk feitelijk. Ik zet ze nog even naast elkaar. Zelfde moment, zelfde toestel.

U moest al op weg zijn naar een fotografieles!

Geocachen in park Halfweg

Het wordt moeilijk om nog in de omgeving plekjes te vinden waar ik kan gaan cachen met ons pa. Hij kan echt niet ver meer gaan, dus twee kilometer is zowat het maximum, en de meeste rondjes zijn iets langer. Tsja.

Mijn oog was zondag gevallen op een multicache in park Halfweg. Dat is dat parkje dat begint aan dat pad naast het nieuwe dierenasiel aan de Watersportbaan, en loopt tot aan de appartementen naast de Drongensesteenweg. Ik had er, om eerlijk te zijn, niet veel van verwacht.

De cache zelf was een specialleke: tien tussenpunten waar je telkens een klein briefje zocht met punten op een raster. Als je al die verschillende rasters samenlegt, krijg je de coördinaten van de bonus. Ha!

We pikten nr. 1 op met de auto en parkeerden aan nr. 2: de hele wandeling is te ver voor ons pa, we gaan het in twee keer doen. En toen bleek dat het wandel/fietspad zo’n betonnen strook is die ze tegenwoordig overal rond Gent aanleggen en waarop het zalig fietsen en wandelen is. We passeerden langs het rood brugje van het eiland Malem, moesten af en toe zoeken naar de tag, maar vonden vooral een prachtig aangelegd park met vooral ook een hele mooie vijver met steiger.

Maar het was heet en het was welletjes voor ons pa – hij liep alweer naar zijn adem te trekken als een oude blaasbalg – zodat we op onze stappen terugkeerden. Deel twee zal voor een andere keer zijn.

Interview

Merel kwam thuis met een zeer fijne schoolopdracht waar ze zich dan ook 100% op gooide. Zoals altijd, eigenlijk.

Ze moest een uitnodiging sturen naar haar grootvader om hem te interviewen over vroeger. Zij maakte er meteen een hele collage van, met kleurtjes en al, en ook de vraag – dat moest zo – voor een foto.

Opa is daar gewoon helemaal op ingegaan en heeft een hele mooie foto gezocht. Ons ma was er misschien twintig of zo, piepjong. Héérlijk.

En deze namiddag zaten ze samen onder de luifel, Merel gewapend met laptop en een stapel vragen, hij met alle bereidwilligheid die een opa maar kan bezitten om te antwoorden op de vragen van zijn kleindochter.

Merel was duidelijk onder de indruk: ze had een hoop dingen gehoord die ze helemaal niet wist en bewonderde haar grootvader nog meer dan anders.

En ons pa, die glunderde. Zoals het hoort.

 

Snel momentje Gent

Ik moest vandaag even in ’t stad zijn om een paar dingen te halen – vaderdag, en korte broeken voor de jongens en shorts voor Merel – en deed dat uiteraard per fiets. Eigenlijk was het zelfs om 11.00 uur al warm, moet ik toegeven. Maar ik wilde ook nog twee caches oppikken, de bonussen van de labcaches die in Gent Centrum liggen. Eentje daarvan ligt aan de Sint-Antoniuskaai, wat zorgde voor toch wel knappe foto’s met die staalblauwe lucht.

Ik fietste verder ’t stad in, haalde wat ik moest halen, en merkte dat een van de zijdeuren van Sint-Baafs toch echt wel knap is.

Enfin, ik repte me naar huis en wist andermaal dat het idioot is om vanuit Wondelgem met de auto naar ’t stad te gaan. Tenzij het regent natuurlijk, of je massa’s gerief nodig hebt.