Nog meer wafels

Deze keer geen wafeltjes, maar echte, zelfgemaakte gistwafels. De kinderen, en dan vooral Kobe, vroegen daar al een tijdje naar, en er lag dus ook al een hele tijd verse gist in de ijskast. Vandaag heb ik er op tijd aan gedacht om het deeg te maken, want dat moet toch wel een tweetal uur rijzen. Maar ze waren fantastisch lekker, geen idee wat het verschil maakte met andere keren, maar bon.

Ik had er eigenlijk gewoon veel te veel en heb twee uur staan bakken, maar man, ze zijn echt lekker, ook nog de volgende dag.

En de kinderen zijn dus echt wel vragende partij om dat vaker te doen. Ik denk dat ik de volgende keer wel met twee ijzers ga bakken, dat van ons ma staat hier ook.

Oh, en het recept?

  • een kilo bloem
  • daarin 35 gram verse gist, gebroken in een beetje lauwwarm water
  • twee eierdooiers erbij
  • een liter melk
  • een liter water, opgewarmd, met daarin gesmolten
  • 175-200 g margarine of boter
  • 8 lepels kristalsuiker
  • snuif zout
  • en dan drie opgeklopte eiwitten erdoor

Na elke stap goed mengen of mixen.

Anderhalf tot twee uur laten rijzen, afgedekt met een handdoek, op een warme plaats, bv de oven op de lichtste stand.

Smakelijk!

Wafeltjes

Enkele jaren geleden kreeg ik van Edwin, een medelarper, een speciaal soort wafelijzertje: eentje om zelf ijshoorntjes mee te maken, of als je ze niet oprolt: ongelofelijk lekkere dunne wafeltjes.

Het deeg is blijkbaar op vijf minuten gemaakt, het bakken duurt wel wat langer, maar Kobe was razend enthousiast over die wafeltjes en nam het bakken over. Ik heb wel zelf de eerste hoorntjes gerold met de roltuut – don’t ask – want daar heb je vuurvaste handen voor nodig. Je hebt namelijk zo’n 15 seconden voordat het stofslappe wafeltje afkoelt en keihard wordt, en in die tijd moet je het gloeiend hete wafeltje over de kegel draperen. Dat was dus geen werkje voor Kobe, de rest van de wafeltjes wel.

Die wafeltjes zijn wel gigantisch lekker, beter dan wat je in de winkel kan kopen, en Kobe wil die wel vaker maken: hij zit tijdens het bakken dan youtubefilmpjes te kijken.

Of zoals hij het samenvatte: “Zeg mama! Waarom wisten wij van het bestaan van dat machientje niet af, en waarom heb je dat niet veel eerder gebruikt??”

Tsja.

Rollator, de gepimpte versie

In december had ik me, in een opwelling en omdat hij gewoon in de kringwinkel stond, een rollator aangeschaft. Niet dat ik die acuut nodig heb, maar als het in mijn rug schiet, zal ik blij zijn dat ik het ding heb, daar ben ik zeker van.

Ik gaf daar toen uitleg bij en vroeg hoe ik het ding kon pimpen. Ha ja, want ik voel me sowieso al 94 als ik met dat ding rondloop, laat staan dat het er ook zo moet uitzien. Er kwamen hele fijne suggesties, maar de meeste niet echt bruikbaar.

Kobe heeft in het begin van de quarantaine het ding voor me uit elkaar gevezen, afgeplakt en in het zwart gespoten met zilveren plekjes. Al véél beter dan het saaie blauw. Daarna heb ik eens rondgezocht online en een paar dingen op Wish besteld. Geen geld, maar wel een behoorlijke tijd wachten natuurlijk. Een paar weken geleden kwamen de accessoires aan, gisteren heb ik ze bevestigd. Zeg nu zelf, toch al een hele verbetering?

Nu ben ik nog op zoek naar kleine zilveren (of paarse) doodskopstickertjes. Als ik dan toch het oud wijf moet uithangen, dan graag met iet of wat stijl.

Aardbeien

Gisteren stond hier plotseling, en vooral heel onverwacht, een jongeman voor de deur met een kistje aardbeien. Kistje als in: 8 bakjes ofwel 4 kilo. Euh? Het was een bedanking voor het werk voor Hadewig en dus ook zeer geapprecieerd, maar wat doe je plots met vier kilo prachtige eetaardbeien? Confituur maken vond ik zo zonde, eigenlijk feitelijk, daarvoor waren ze veel te mooi.

Bart verwerkte er een aantal in een fruitsla, Kobe verwerkte minstens een bakje in zijn maag, en ik maakte aardbeienmilkshake en aardbeienijs en aardbeientaart…

Recept van Jeroen Meus, met zelfgemaakte kruimeldeeg – je smaakt echt het verschil – en een hele dikke banketbakkerscrème, omdat ik het geduld niet had er nog slagroom bij te doen en vier uur te wachten tot alles opgesteven was. Tsja. Maar wel heel erg lekker, een aanrader.

Enfin, ik zal nog zien wat ik met de rest doe, maar ik heb er intussen wel vertrouwen in dat ze zullen verdwijnen voor ik de kans krijg er confituur van te maken. Dik in orde, en bedankt, Hadewig!

Zwembadtijd!

Het zijn al prachtige dagen geweest, hier in ons kot, maar het weer belooft alleen nog maar mooier te worden. En dus besloten we om uiteindelijk toch alweer het zwembad op te zetten. Je weet wel, dat opzet Intex ding waar de Merel en Kobe vorig jaar bijna de hele zomer in rondgeplonst hebben.

Kobe zag dat helemaal zitten en zette quasi op zijn eentje het frame op, compleet met zeil en al.

Daarna tilden we het met man en macht op zijn plaats, want daar moest alles uit de weg gezet worden, alles ook heel grondig geborsteld en dan het zeil helemaal glad getrokken. Ik herinnerde me wel nog vorig jaar dat ik, toen we het afbraken, een paar kleine gaatjes had ontdekt. Wellicht kwam dat door kleine steentjes onder het zeil, maar was dat toen niet aan het lekken door het gewicht van het water. Bon, alles was snel geplakt, maar toen er zo’n 10 cm water in stond, zag ik dat het toch nog begon uit te lopen. Zucht. Wolf kon de zijkant optillen en toen zagen we inderdaad dat het water naar buiten spoot via een klein gaatje dat aan de binnenkant gewoon niet te zien was. Bon, ik heb het aan de buitenkant kunnen plakken zonder veel problemen. Oef.

Enfin, ik hoop dat we het tegen morgen toch min of meer gevuld krijgen. Warm zal het niet zijn, maar dat zal Merel in elk geval niet tegen houden.

Geocachen in Lochristi

Ik heb het gehad met dat binnenzitten in mijn kot, en aangezien je nu weer je iets verder mag verplaatsen om je te ontspannen, stak Wolf mijn fiets in de koffer en reed ik naar Oostakker/Lochristi om er een toertje van 10 caches te doen, de Jona&Lien die er door hun ouders ter ere van hun huwelijk is gelegd. Mooi verzorgd, onderhouden en origineel, wat wil ne mens nog meer?

Ik was natuurlijk weer even vergeten dat Meulestee brug dicht is, maar het veer is ook  altijd leuk natuurlijk. Ik nam dat van Terdonk en stond toch wel 20 minuten te wachten, terwijl er stapels fietsers aanschoven en ik eigenlijk de enige auto was.

Ietsje voorbij het veer, langs een jaagpad langs de Moervaart, pikte ik al een eerste cache op, en dan ging het verder naar Mendonk en Zaffelare, waar ik de fiets uit de koffer haalde. Het weer was prachtig, de caches afwisselend, en twee snoodaards lieten zich niet vinden. Zeg nu zelf, begin maar te zoeken in dit hoge gras!

Voor een andere cache was ik dan weer blij dat ik een fietsrekker bij had zodat ik kon vissen zoals op de kermis. Serieus!

Daarna kwam ik bij een eenzame bunker uit de tweede wereldoorlog, en toen ik die beklom, werd ik even heel emotioneel. Er lag namelijk, uit het zicht vanop de grond, een boeket witte rozen, duidelijk van gisteren op Bevrijdingsdag. Iemand had dus zelf, zonder poeha of tralala, op zijn manier de soldaten willen herdenken en bedanken.

Ik had trouwens al gezien aan de sporen in het gras dat er nog cachers op pad waren, en effectief, ik passeerde een koppel met gps en rugzakjes en hond, en dat bleken Kurt, Carine en Basiel de hond te zijn, samen Kucaba, die ik ken van hun prachtige caches in Wippelgem. We raakten aan de praat – op anderhalve meter afstand – en besloten om samen verder te cachen. Intussen had ik trouwens een berichtje gekregen van de legger en zijn we ook de twee ontbrekende caches gaan zoeken met een tip: gevonden!

Heel sympathieke mensen en heel fijn om samen te cachen!

In het naar huis rijden heb ik nog een drietal losse caches gezocht, en tegen acht uur was ik thuis. Een lange middag, behoorlijk moe, maar wel helemaal ontspannen. Zalig!

Pimp your mask!

Nu ik hier bezig ben met mondmaskers en de jongens weten dat ze er wellicht ook zullen moeten dragen, vroeg Wolf of ik geen gewoon effen zwarte kon maken, die hij dan ging beschilderen. Euh, waarom ook niet? Ik heb textielverf liggen die je kan wassen op 60°, dus hij mocht.

Bon, hij heeft een patroon van vlammen uitgezocht en die eerst eens op een papier getekend, zodat hij het wat in de vingers had. Daarna is hij beginnen verven op een masker, wat minder makkelijk is dan het lijkt. Maar ik vind zijn eerste poging al bijzonder goed geslaagd.

Toen vroeg hij om eentje te maken met rode stiksels en heeft hij de vlammen wat hoger laten komen, want hij vond het niet zichtbaar genoeg. En inderdaad, zijn tweede exemplaar is echt nog wel beter gelukt.

Benieuwd wanneer hij het gaat kunnen dragen, maar hij zal in elk geval wel opvallen ^^