Een snel geocacherondje

Ik had beloofd aan Kobe dat ik na school hem ging ophalen, met een hoop spullen, op zijn kot. Alleen wilde ik eerst nog even langs de Kluyskensstraat om er de bloesems te gaan bekijken en vooral het logboekje van de cache aan de sint-Agnetebrug vernieuwen.

De kersenbloesems zijn er nog nét niet, hopelijk is dat volgende week in Japan wel anders. Maar het bleef wel mooi, ondanks de grijze luchten.

En toen was er nog even het water met de Minervabootjes, en uiteindelijk het kot van Kobe. En de was voor Japan, dat ook.

Tijd voor de paasvaas

Ons pa zijn kerstvaas was eigenlijk behoorlijk lang blijven staan, en dat was eigenlijk bij gebrek aan alternatief. Uiteindelijk heb ik er toen even een bloemenvaas van gemaakt, kwestie van toch van die kerstballen vanaf te zijn. Aan zijn rollator hingen er ook, want anders kan hij de zijne niet herkennen tussen alle andere tijdens het middageten. Nu, daar hing ook een rood hartje aan en dat had ik laten hangen, want Valentijn en al.

Nu was het stilaan tijd voor een paasvaas, en dus werd zijn schemerlamp – want dat is de functie van de vaas – gevuld met paaseieren, en aan zijn rollator hangen er nu ook enkele. Wat hem de reactie ontlokte: “Ik moet zien dat ik dat onthou dat het nu geen kerstballen meer zijn, want anders kan ik lang zoeken naar mijn rollator tiens…”

Soit, we zijn weer mee met de seizoenen.

Verwenweek 2026

Awel ja, ze deed deugd, die verwenweek dit jaar. We hebben misschien nog maar net die week vakantie gehad, maar dat was net genoeg om even uit te blazen en achterstallig werk in te halen, niet om de batterijen op te laden.

Het is het principe van de Secret Santa, maar dan onder collega’s en een hele week. En het hoeft echt geen geld te kosten, het mogen ook gewoon leuke kleine dingetjes zijn.

Ik had Vallery als doel, en was gelukkig vorige vrijdag haar dochter Bo tegengekomen die me wat tips kon geven.

Maandag had ik dus een potje op haar bureau gezet met wat repen van haar allerfavorietste chocolade in, en dat was blijkbaar een schot in de roos. Op dinsdag kreeg ze een geurkaars, en om vier uur legde ik enkele papieren roosjes in hartvorm op haar bureau tegen de woensdag, in de veronderstelling dat ze al weg was. Niet dus. Ze zag ze nog liggen en dacht dat het badzeep was. Euh, nee? Op donderdag heb ik dan maar échte badroosjes op haar bureau gelegd, met een badbommetje in de vorm van een macaron erbij, en een briefje dat dit nu wel écht voor in bad was. En vrijdag kreeg ze nog meer chocolade, want die hint had ze me wel gegeven. Ze had snel door dat ik het was, want er zijn er niet veel die weten van de chocolade of die een connectie hebben met Bo. Tsja.

Ik had daarentegen geen flauw idee wie mijn verwenner kon zijn. Nu, ik ben ook niet zo moeilijk te lezen, denk ik dan. Haakwerk en paars, toch?

Op dinsdag lag er een appeltje in mijn vakje, met een leuke rebus bij.

Op woensdag vond ik een leuk flesje badzout, alleen jammer dat ik nooit in bad ga want ik geraak er met moeite in en uit, en ik vind het zonde van het vele water. Maar het ruikt wel lekker, en het is een ideetje voor in een kast. En anders wordt het een mathom, toch?

Op donderdag wandelde ik mijn lokaal binnen en kreeg ik meteen een grote glimlach op het gezicht:

Zalig, toch? Ik denk dat ik er een omslagdoek met mouwtjes van ga maken…

En op vrijdag was het nog eens klop erop:

chocolade en een gothic haakpakketje…

Dikke dikke merci, Aline! Het heeft echt voor een zalige week gezorgd.

Opruimtip

Opruimen, dat is niet mijn sterkste kant.

(En dit zinnetje kan wel eens hét understatement uit mijn persoonlijke leven zijn.)

Ik heb er een bloedhekel aan, ik zie het vaak ook gewoon niet, en ik kan mezelf niet in gang schoppen om het te doen. En nee, het helpt niet om te zeggen dat ik alles altijd meteen moet wegleggen, dan ontstaat er geen rommel, want ook dat lukt niet. Steek het op mijn ADHD – dat is blijkbaar een courant kenmerk – of iets anders, maar dat is dus al mijn hele leven een probleem.

Mijn bureau is vaak een gigantische rommel, omdat ik er nooit meer aan zit – de rug, weetwel – en alles daar dus op gegooid wordt. Idem mijn kleerkast en vooral ook een bepaald stukje in de slaapkamer, waar alle gewassen en netjes gevouwen kledij gewoon gestapeld wordt op de grond. Hmm.

Marie Kondo? Serieus… Ik word niet ‘happy’ van spullen, het meeste ‘doesn’t spark joy’, het meeste heb ik gewoon nodig, zoals katoenen onderbroeken, makkelijke sokken, een vergiet, een basis T-shirt… En toen ze zei dat je maar 20 boeken in je huis moet houden, had het mens meteen compleet afgedaan voor mij. Echt.

Wat helpt dan wel? Wel, onlangs zag ik deze tip: “Als je kat erop gescheten had, zou je dan de moeite doen om het af te kuisen, of zou je het weggooien?”

En dat, dàt werkt voor mij! Want ja, wil ik er moeite in steken? Wil ik het zo graag houden dat ik er kattenstront voor wil verwijderen? Dat ik het wil afkuisen, wil wassen, me ermee bezig houden?

Sindsdien heb ik al de hele slaapkamer en een groot deel van mijn kleerkast opgeruimd, mijn onderbroekenschuif, het badkamerkastje en nog zo’n paar hoekjes. Want dit, dit werkt in mijn hoofd dus wel.

Geen idee of het voor u iets uit zou maken, maar doe er uw voordeel mee. Desnoods als tip voor uw tienerkinderen.

Boekentoren

Ik kan de tijd niet zeggen dat ik nog eens op de belvedère van onze eigenste Gentse boekentoren ben geweest. Het ding is ook recent volledig gerestaureerd en in zijn volle glorie hersteld.

Bart had vandaag om één uur een bezoekje aan het panorama geboekt: dat is gratis, ze doen dat twee keer per maand, maar je moet wel reserveren. En dus parkeerden we vlakbij, namen de lift naar boven en keken onze ogen uit. Die zaal is echt prachtig, en we hadden geluk: de zon was er net doorgekomen. En boven sta je dan natuurlijk gewoon in centrum Gent met alle zichten in alle richtingen. Héérlijk! We mocht zelfs even op een van de balkons, maar dat bleek vooral bijzonder fris.

Ik vond het zalig: Bart weet verdomd goed waar hij me allemaal een plezier mee doet!

 

Merel maakt pannenkoeken

Sinds gisteren ben ik ziek. Het zat er al aan te komen zaterdagavond: ik ben vroeger van de Vampire naar huis gekomen wegens barstende koppijn, en ik had nochtans al paracetamol genomen.

Gisteren was ik helemaal futloos en slap, en ik voelde me mottig. Echt koorts had ik niet, maar ik heb ook niet snel koorts, en als ik er dan heb, dan is het meestal gemeend. Vandaag heb ik me ook op school ziek gemeld: het ging gewoonweg niet. Griep, veronderstel ik, zoals de halve bevolking.

Maar het is Lichtmis, en de traditie wil dat er dan pannenkoeken gebakken worden. Ik had tegen Merel gezegd dat het dit jaar eens niet ging zijn, want dat ik me echt niet goed genoeg voelde om pannenkoeken te staan bakken. “Geen probleem”, had ze gezegd, “dan bak ik toch gewoon pannenkoeken? Je moet me gewoon een recept geven.”

Dat werd een Meuzie, en tegen half zeven stond mijn dochter hier gezwind pannenkoeken te bakken voor ons tweetjes. Ha ja, want Bart is daar zo gelijk niet zot van, die houdt niet zo van zoete dingen ’s avonds.

Het is zo gelijk wel een gemak in huis, zo’n vijftienjarige dochter. En die pannenkoeken, die hebben gesmaakt!

Fotograafje spelen

Elk jaar is er bij ons een mega schooltoneel. Dit klinkt een stuk erger dan het is, want eigenlijk is dat keer op keer echt goed. Alle leerlingen samen – dit jaar zo’n veertigtal – bouwen samen aan een stuk, onder leiding van één of meerdere regisseurs. Die leiden het project in goede banen, maken er een dramaturgisch geheel van en gieten het zelfs in een script.

Natuurlijk komt daar een hele hoop andere dingen bij kijken: het maken, drukken en ophangen van affiches, tickets en verkoop, het bestellen en opbouwen van een tribune, het leggen van vloerbescherming, de installatie en bediening van lichten en geluid, maar ook het voorzien van soep en eten tijdens de toneelweek, het zoeken naar kostuums, het bedienen van de bar tijdens de voorstellingen, het bakken van taarten voor de namiddagvoorstelling…

En dus ook het programmaboekje. Vroeger maakte ik dat, intussen doet een van de toneelmedewerkers dat, een van de jongere collega’s. En dit jaar ben ik dus weer foto’s gaan nemen, iets wat ik vroeger ook al gedaan heb. Een deel heb ik genomen met het oude Canon fototoestel, maar dat is intussen eigenlijk voorbijgestreefd en relatief korrelig. Ik had het mee omdat de telelens op dat toestel wel goeie foto’s maakt in het donker, maar alle lichten waren deze keer aangebleven, dus dat hielp wel. Het grootste deel van de foto’s heb ik dan ook gemaakt met mijn gsm, want daar zit een bijzonder goeie lens op én knappe software die alles meteen corrigeert. Alleen moet je dan heel dicht gaan staan, maar dat vonden ze niet erg, ik had de leerlingen dan ook gevraagd om me absoluut te negeren.

En die foto’s? Die vindt u binnenkort in het programmaboekje van tToneel, waarvan u hieronder de affiche kan zien. En tickets? Via de leerlingen of via mij. Gewoon doen.

GSM boven

Sinds Wolfs laatste stommiteit  vond ik dat hij een punt had: Bart en ik laten allebei principieel onze gsm beneden, zodat we niet in de verleiding komen om ook nog in ons bed te doomscrollen. Hij valt doorgaans binnen de halve minuut in slaap, ik lig nog even – tussen de vijf minuten en anderhalf uur, afhankelijk van hoe moe ik ben – te lezen op mijn Kindle, met de stand op warm licht.

Vroeger had ik ook nog een vaste telefoon op mijn nachtkastje, zodat ze me wel altijd konden bellen op dat vaste nummer. Ik denk dat we die ondertussen een jaar of acht geleden hebben weggehaald: sinds mijn ma gestorven is, gebruikte ik die toch zelden, in elk geval niet voldoende om het abonnementsgeld eruit te halen.

Maar het is dus een feit dat wij ’s nachts niet bereikbaar zijn. En eigenlijk is dat niet verantwoord met twee meerderjarige kinderen op kot, die dus vanalles kunnen tegenkomen. Als Merel weg is, blijf ik meestal op – ik ben toch een nachtmens – of neem ik de gsm mee naar boven. Maar Wolf stond dus gisteren voor een gesloten deur en kon ons niet wakker bellen. Allez ja, toch niet via de telefoon.

Intussen heb ik dus een laadkabel boven en leg ik mijn gsm een eindje verderop op te laden. Mét het belsignaal op luid. Bart ziet dat nog steeds niet zitten, want die krijgt berichtjes op de raarste uren en zou daar wakker van worden. Of misschien alsnog in de verleiding komen om hem ter hand te nemen. Daar heb ik eigenlijk geen last van: mijn bed is mijn bed, en dat dient om te slapen en te lezen.

Maar bon, de zonen zijn een pak geruster: als er nu eentje ’s nachts per ongeluk in een gracht verzeilt met zijn fiets, of niet binnengeraakt in ons huis, dan kan hij me bellen, en dan kom ik hen wel redden.

Zolang ze me maar geen berichtjes beginnen sturen ’s nachts.

Gentse wachtmuziek

Dat Gent eigenzinnig is, dat weten we al lang. Het zit hem vaak in de kleine dingen, en daarom hou ik zo van mijn stad.

Een van die dingen was me onlangs nog eens opgevallen: de wachtmuziek als je naar een van de stadsdiensten belt. Nu, voor de meeste dingen bellen we hier gewoon 09/210.10.10, Gentinfo, tenzij je een rechtstreeks nummer hebt natuurlijk. Zij kunnen gigantisch veel opzoeken, noteren meldingen en schakelen ook gewoon door als dat kan.

Maar het gaat me om het wachtmuziekje dus: dat is niet voor de zoveelste keer “Für Elise” of iets anders klassieks, dat is ook niet dat ene vréselijke muziekje dat blijkbaar standaard bij zo’n opstelling hoort, nee, dat is “Mia” van Gorki. Van ons aller Luc De Vos.

Alleen nog “Boven Gent rijst” gespeeld op de stadsbeiaard zou misschien nóg Gentser kunnen zijn, maar dat zou er misschien wel een klein beetje over zijn. En dus is het “Mia”, en vind ik het keer op keer niet erg dat ik even moet wachten aan de telefoon.

Goe gereên, Gent!