Halloweenversiering

Dat Merel zot is van halloween, dat is al lang geen geheim meer. Als het aan haar ligt, zou ze het huis al beginnen versieren in september.

De spinnen en de pompoenlampjes in haar kamer hingen er effectief al begin oktober, de rest hier in de living werd opgehangen half oktober.

Maar vandaag zijn we all out gegaan: er is namelijk een echte Halloweentocht die begint op de Evergemsesteenweg en die door de Waterhoenlaan loopt. Ons voordeur ligt nu wel in de Kineastlaan, maar Merel had bordjes gemaakt om de mensen toch tot aan onze deur te krijgen.

En die voordeur, die was wel netjes versierd, ja. We hadden gisteren al een pompoen uitgekerfd, eentje die mee was gebracht door een maat van mij na een vraag op Facebook. En dan hebben we vooral ook Barts bureauvenster aangekleed, zodat het effect wel leuk was.

Bart had snoep voorzien, maar we hadden nooit de toeloop verwacht die er ook effectief was: we zaten al vrij snel zonder, zodat we ook nog alle mogelijke andere snoep uit de berging hebben opgediept.

Maar nu weten we wat we volgende keer moeten verwachten!

Verrassing van formaat

Bart houdt ervan om me te verrassen. Alleen hou ik niet altijd van verrassingen, en dat weet hij na 26 jaar huwelijk gelukkig wel. Dus stelt hij me gewoon voor voldongen feiten, maar zegt hij die me wel op voorhand.

Nu kreeg ik vorige week dus te horen – er stond al veel langer ‘verrassing’ in onze agenda – dat we vandaag naar Durbuy gingen rijden om er te eten in Wagyu, en dan te gaan slapen in een boomhut.

Say what???

Mijn lief in een boomhut? Dan moest het wel iets speciaals zijn. Ik zocht even op de website en was inderdaad behoorlijk onder de indruk: een design boomhut op tien meter hoogte, met alle comfort en vooral in alle stilte.

Deze ochtend zwaaiden we ons kroost dus uit en reden richting Durbuy. Dat blijft een alleraardigst klein stadje en gigantische toeristenval, maar bon. Met mijn grote bek reed ik de auto gewoon op de parking van het hotel en kreeg zowaar valet service, de eerste keer ooit. Wel wijs! Maar ik denk dat het vooral aan Barts felrode elektrische Mustang lag, maar bon, de auto stond toch maar lekker tussen de chique Mercedessen, BMW’s en Porsches.

Het eten zelf was inderdaad behoorlijk de moeite voor onze innerlijke carnivoor: het vlees was ronduit succulent! Maar een dessertje hoefde dus niet meer, geloof me.

Daarna deden we in het prachtige weer een ommetje doorheen Durbuy, met als hoogtepunt natuurlijk de anticlinaal. De watte? Ja, dat zei ik ook, terwijl ik de cache aldaar zocht. Blijkt het een wreed wijs geologisch fenomeen te zijn.

Enfin, verder doorheen het piepkleine stadje, de labcaches aldaar oplossen en het occasionele verdwaalde potje zoeken.

En toen waren we wel rond, ja. We lieten de auto voorrijden – gnigni – en reden richting Humaine. Alleen wilden we daar nu ook weer niet te vroeg gaan zitten, zodat we eerst nog naar de tweede grootste stad van de provincie Luxemburg reden. Euhm… Marche-en-Famenne blijkt ongeveer ter grootte van Zomergem? En er valt zo een beetje evenveel te zien. Gelukkig viel er nog een labcachereeksje te rapen, of het was helemaal zielig geweest, al smaakte de koffie wel. En mooie beelden, dat ook, ja.

Dus reden we wat later fluks richting onze boomhut. Toen we de bosweg insloegen, viel ook onze telefoon- en internetverbinding weg, een vreemd gevoel, al was het maar omdat ook de GPS eraan was voor de moeite.
Vanaf de parkeerplaats was het nog zo’n kleine tien minuten stappen, en dan valt je mond gewoon open van verbazing.

Het ding is dus niet ecologisch, dat beweren ze ook op geen enkel moment. Het is wel de ideale locatie bij een zombie-aanval: je zit tien meter boven de grond en je trap is uitschuifbaar en klapt daarna weer in. Serieus. De energie is volledig met herlaadbare batterijen, je hebt een beperkte hoeveelheid (warm) water en verwarmen en koken doe je met een houtkacheltje. Met andere woorden: elke dag komt de firma tussen elf en drie de batterijen vervangen door volle exemplaren, de watertank aanvullen, de houtvoorraad stapelen en het campingtoilet – jawel, zo’n chemisch geval – schoonmaken.

Maar de stilte – en dat is wél hun premisse: simply silence – is overweldigend. Het enige dat je hoort is het ruisen van de bomen, de vogels en occasioneel het luiden van het kerkklokje van het dorp wat verderop.

Op de benedenvloer is er dus een zetel, een minitafeltje, een minikeuken en een toonbankje. Er staat een houtkacheltje, en aan de achterkant is er een douche en een ingewerkt chemisch toilet.

Met een laddertje ga je naar boven naar het ruime, gezellige bed, met daarnaast een volledig verticale ladder naar een luik dat naar het dakterras gaat. En alles rondomrond bestaat uit ramen, maar gelukkig ook met gordijnen rond het bed, zodat je kan slapen.

We installeerden ons; niet dat er veel te installeren was: we hadden samen één trolley en dan nog een zak met eten. Bart had namelijk uitgebreid avondeten voorzien: een aperitiefje met Sauternes en foie gras, en dan brood met alle mogelijke charcuterie. Meer dan genoeg dus, met ook nog chips en chocolade en dergelijke. Alleen bleek het niet het meest lumineuze idee geweest te zijn om het brood, een klein blokje, ook in dat valiesje te proppen. Laat ons zeggen dat het een ietwat compact broodje was geworden.

Samen kropen we in de absolute stilte – nee, dat is niet waar, het haardvuur knetterde – in de zetel, bij het gefilterde licht van de ondergaande zon, en we lazen allebei. Hier was er trouwens wél weer ontvangst van alle mogelijke gsm-signalen.

En toen bleken we allebei doodop en lagen we tegen half elf in ons bed. In absolute stilte, in het donker. Héérlijk.

Vrijdag taartdag

Möh, totaal onverwacht was er vandaag opnieuw taartdag! Ja, ik had aan mijn zesdes uitgelegd dat dat in principe kon, en dat ze dan ook thee of koffie mochten meebrengen. Taartdag? Ja, de uitleg kan u hier lezen.

Ik had eerlijk gezegd niet gedacht dat ze ervoor gingen gaan, maar Niels haalde plots deze namiddag een zak boven, vroeg om tromgeroffel, en toen kwam effectief een taart tevoorschijn!

Ze hadden namelijk een extra uur vrij vlak voor de middag en ze hadden met zijn drieën de taart gebakken bij een van hen thuis.

Zalig, toch?

Ik denk dat we weer vertrokken zijn voor een jaartje vrijdag taartdag. En om eerlijk te zijn: ik vind dat niet zo erg.

 

Als ik dan sneakers moet dragen, gaat ge ze zien ook!

Wouter had gezegd dat ik echt moest zorgen voor goeie sneakers. Hmm. Ik heb van mijn leven nog geen sneakers gedragen, ik draag standaard in de herfst en winter van die enkellaarsjes met een lage hak. Allez, vroeger een hoge hak, maar dat is verleden tijd.

Sneakers dus. Ik was al eens binnengewaaid in Vanharen, maar had er mijn goesting niet gevonden.

Deze namiddag moest ik Merel om half vier afzetten in ’t stad voor haar muziekles, en ik pikkelde meteen ook even tot aan de Torfs. Dacht ik toch. Want blijkbaar is de hoofdwinkel al bijna twee jaar weg uit de Langemunt – redelijk dichtbij vanuit de Poel – en zit die nu helemaal op het einde van de Veldstraat – toch een pak verder. Meh.

Maar bon, koppig zijn is ook een ding: ik mankte dus netjes tot aan het eind van de Veldstraat en plofte met een zucht neer op een bankje in de winkel. Alwaar een zeer vriendelijke dame – blijkbaar de winkelmanager die zelf bijsprong bij de klanten wegens te weinig personeel -tussen alle drukte toch nog de tijd had om me te vragen wat ik zocht. Euh, een sneaker met extra ondersteuning onder de hiel dus.
Ze wees me richting een bepaald rek en zei dat ze me meteen ging verder helpen. En toen viel mijn oog op een paar knalpaarse Skechers. Knalpaars? Yup, echt knal.

Ik was er meteen verliefd op. De dame bracht me een 41 – wat mijn courante maat is met mijn steunzolen – maar mocht een 39 voor me halen, in alle drukte. Chapeau voor de service van Torfs.

Ik hield ze meteen ook aan, zodat de terugweg ietsje vlotter verliep. Ik had meteen veel bekijks, echt waar. En nu maar hopen dat ik voldoende kleren heb die daarbij passen. Maar iets zegt me dat dat wel zal meevallen.

En ik was zo in mijn nopjes dat ik mezelf meteen ook maar heb getrakteerd op een ijsje. Neh!

Pomax

Bart had een cadeaubon gekregen van het bedrijf Pomax: high end meubelen en decoratie. Nu, ons huis is intussen echt wel ingericht en bestek en dergelijke hebben we ook.

Maar bij het bekijken van de website viel mijn oog op een prachtig rek. Niet meteen goedkoop te noemen, maar bon, we hadden dan ook 1200 euro te spenderen. Ik toonde het even aan Wolf die nog een rek wilde voor op zijn kot, en die was meteen verkocht. Ik snap dat best!

Ik heb er dan maar twee besteld, eentje voor hem en eentje voor in mijn bureau om planten op te zetten. Ze werden netjes geleverd, volledig ingepakt in bubblewrap en karton, kant en klaar, geen Ikea voor die prijs. Eentje hebben we in de auto gestoken op zondag en meegepakt naar zijn kot en hij stuurde me een fotootje door. Het is voorlopig nog leeg, maar het ziet er wel goed uit, ja.

Een foto van mijn rekje krijg je nog zodra het op zijn plaats staat.

Tuinexploten

Ik weet niet wat er in mijn lieftallige echtgenoot gevaren is, maar hij die vroeger met geen stokken buiten te krijgen was, van wie zelfs de kinderen vreemd opkeken als hij zich in de tuin vertoonde, zit nu quasi meer uren in de tuin dan binnen. Echt.

Het is begonnen met het kweken van eigen kruiden in een moestuinbak voor het venster. Voor zijn vaderdag had ik er hem zelfs een tweede bijgekocht omdat hij zoveel deugd had van die eerste.

En toen, ergens dit voorjaar ook, was hij een strook beginnen graven midden in ons grasplein. Bleek het een bloemenstrook te moeten worden met wildbloemen. Ik snapte het niet helemaal maar liet hem – uiteraard – rustig doen. Ik moet het toegeven: het is echt mooi geworden en we genieten er elke dag van.

En toen was plots het hek helemaal van de dam en stortte hij zich met ijver en overgave op het tuinleven. Hij knoopte nieuwe draden voor onze klimplanten, snoeide de blauwe – allez ja, witte – regen bij, en een van mijn grote bloembakken werd geleegd en ik bracht een Passiflora Victoria mee voor daarin, compleet met een hekje. Prompt werd de andere bak ook geleegd, werd de arme passiflora Caerulea die al sinds jaar en dag achteraan aan de noordkant wanhopig haar best deed om toch iet of wat te groeien, naar voor gebracht en kregen beiden de nodige bedrading. En toen kwamen er nog bloembakken bij en werden er zowaar zelfs plantjes geleverd: een kiwibes als klimplant, verschillende soorten kruisbessen en frambozen, een vijgenboom… Er kwam een nieuwe strook naast ons garagepad met die verschillende bessenstruikjes, er kwamen gigantische zakken met zowel teelaarde als mulch, de oude speeltoren werd afgebroken om plaats te maken voor moestuinbedden – die zijn er nog niet maar komen nog – en hij verpotte al mijn planten die dringend verse aarde nodig hadden. De solanum schiet als nooit tevoren, de kumquat is opnieuw beginnen bloeien en eigenlijk ziet het er allemaal schitterend uit. Vooral die ene passiflora amuseert zich kostelijk en zit al halverwege de gevel, vol bloemen!

Het gras is zowaar zelfs bijgezaaid.

Zoals Bart zelf zegt: had hem dat een jaar geleden voorspeld, hij had je voor gek verklaard. Maar ik heb intussen een zalige tuin.

Binnenkort komen er nog twee kleine kerselaartjes bij die hopelijk binnen een jaar of vijf vruchten dragen. Daar kijk ik naar uit, man!

Obligate eerste-schooldagfoto

Het is hier een traditie om elk jaar op 1 september de eerste-schooldagfoto’s te posten. Het is dan ook een uitgelezen moment: je vergeet het niet én je krijgt een prachtig overzicht van hoe ze gegroeid zijn.

Vorig jaar vreesde ik nog dat het de laatste foto ging zijn met zijn drietjes, omdat Wolf nu richting unief gaat. Maar hij vertrekt pas morgenvroeg naar Portugal met zijn maten en vond het eigenlijk helemaal niet erg om speciaal nog eens op te staan, en ook Kobe was niet aan het grommelen. Ze weten hoe fijn ik deze foto’s vind…

En geef toe, het overzicht van de jaren is toch prachtig? Het is enorm hoe sterk ze veranderen, hoe volwassen Wolf er intussen uit ziet met zijn baardje, hoe ook Merel een stukje vrouwelijker is geworden, en hoe Kobe ook weer veranderd is. Hij had deze keer zelfs zijn schoenen aangetrokken, maar voor Wolf was dat een brug te ver.



366-sep01