Lourdes

Vandaag heb ik dus in Lourdes gezeten. Voor wie van Gent is, betekent dat automatisch Oostakker natuurlijk. In Oostakker is er ook ooit een wonderbaarlijke genezing geweest, waarop ze een replica van de grot van Lourdes hebben gebouwd en een heuse basiliek.

Ik ben naar ginder gefietst, heb mijn fiets aan de basiliek gezet, en ben de vragen beginnen oplossen. Dat leidde me rond het plein, eventjes langs de straat en dan het Slotendriesbos in. Alleen dacht ik dat ik netjes een rondje kon maken: vraag 1-3-4-5-6 en dan 2, maar blijkbaar was de toegang terug afgezet met een hek, en moest ik helemaal terug lopen om vraag 2 op te lossen. En uiteraard lag de stash weer helemaal de andere kant het bos in.

Soit, ik loste het op, berekende de coördinaten van het potje, en ging toen de basiliek even binnengaan. Dacht ik, want ook al was het pas tien voor vijf, de kerkdeur ging net voor mijn neus dicht, terwijl het aangegeven stond tot 19.00 uur. Ach ja, niet erg.

Maar ik heb gigantisch genoten van de fietstocht van 17 kilometer en de wandeling van een uurtje, en was helemaal ontspannen. En ook de rug bedankte me.

Fietsperikelen

Gisteren was ik rond een uur of drie op de fiets gesprongen, opnieuw richting Oostakker. Ik wilde eigenlijk een pak vroeger vertrekken, maar er bleven maar dingen tussenkomen. Ugh.

Enfin, eindelijk dus de fiets op, gezwind door de nieuwe industriewijk, de spoorwegbrug aan de Wiedauwkaai over, langs de kop van de haven en de Weba, zo de spoorweg over en dan…

Hmm.

Blijkbaar lag er aan dat stukje over de spoorweg een enthousiaste nagel, die dacht: “Laat ik, voor ik helemaal wegroest, toch nog een statement maken”. Fijn hoor. Vijf meter verder stond mijn achterband sjiekeplat met die dikke nagel er triomfantelijk uit stekend.
Ik stuurde een berichtje naar Bart, die gelukkig net tussen twee conference calls zat, en die me dus ging komen ophalen. Ik installeerde me met mijn boek, een koekje en een ice tea – je moet altijd voorbereid op pad trekken – op de borduur, en wachtte tot mijn allerliefste me kwam ophalen. Die laadde zonder verpinken de fiets op en bracht me gezwind naar huis. Tot zover mijn fietsambities voor vandaag, en meteen ook mijn plan om een mooie geocachewandeling te maken rond Oostakker Lourdes gefnuikt.

Tsja.

Maar nu moest ik wel nog mijn fiets kunnen laten repareren tijdens deze lock down. Ik luisterde even op Facebook en kreeg de raad om contact op te nemen met Velo Velo, een fietsenmaker hier van de Gentseaardeweg die ook aan huis komt. Ik belde en mocht mijn fiets gaan binnensteken op zijn werkplaats. We hebben netjes afstand gehouden, ik heb hem de fiets uit de auto laten nemen, en dat was dat.

En deze avond kreeg ik een berichtje dat ik hem weer mocht gaan ophalen. Score! Ik kan dus morgen alweer de fiets op, alsnog naar Oostakker ^^

Sjabloon

Merel heeft op haar geboortekaartje een prachtige tekening gekregen: designer Stephen had goed geluisterd naar mijn briefing dat ik van goth en paars houd, en had er een heel mooi ontwerp op gemaakt.

Ik heb die tekening dan ook op Merels slaapkamermuur gezet:

Alleen… ze heeft uiteraard blond haar intussen. En eigenlijk wou ze graag die tekening om zelf eens iets mee te doen, zoals blond haar en appelblauwzeegroene kleren geven. Ik kon die gewoon overtekenen voor haar, maar dan kon ze er zelf niks mee, of ik kon, tsja, een sjabloon maken. Met karton en een graveerpen.

Et voilà!

Of hoe de quarantantie mensen tot creativiteit dwingt, toch?

Toertje van mijn caches

We moeten binnen blijven om sociaal contact te vermijden, maar tegelijk wel zo veel mogelijk buiten in open lucht vertoeven. Mja, lijkt me ideaal om te gaan geocachen op je eentje of met het gezin, zo lang je dan maar je handen wast na elke cache.

Dit leek me het ideale voorwendsel om vandaag de fiets op te springen en al mijn caches eens aan een onderhoud te onderwerpen: sommige zijn verdwenen, van anderen is het niet zeker of ze er nog wel zijn, en nog andere hebben een nieuw logrolletje nodig.

Ik fietste dus vrolijk naar de Gaardeniersbrug en stelde vast dat de cache aldaar inderdaad pootjes had gekregen. Nieuw exemplaar dus. Dan ging de tocht verder naar de Reke, de Sint-Jorissluis die effectief ook verdwenen was, maar dat was me gemeld. Nieuw exemplaar dus. Ik fietste verder naar de Kasteelsluis en zag dat die nog in orde was, en ging dan de kaai af tot aan de Brusselsepoortsluis die ook nog zat waar hij moest zijn. Langs het Keizerspark ging het terug richting Gentbruggesluis die ook verdwenen was en dus ook een nieuw exemplaar kreeg.

Van daaruit dook ik weer de stad in – vrijwel autovrij, heerlijk – om naar de Oude Beestenmarkt te rijden voor de Scaldissluis. Die cache was er wel nog, maar moest hersteld worden. Ik haalde de duct tape boven en hing die aan een haakje, terwijl ik nog bij mezelf de bedenking maakte dat ik die ging vergeten.

Bon, dwars door de stad naar de Sint-Agnetesluis aan de Coupure, want ook die was gemeld als verdwenen. En effectief, de cache daar zat aan de dop van een paal en die was deze keer met dop en al verdwenen. Komt dat tegen!

En jawel, wat geraadt gij? Mijn duct tape die ik nodig had om een nieuwe cache te fabriceren, hing nog op dat haakje aan de Reep. Allez bon, terug de fiets op, terug naar de Scaldissluis en dan opnieuw naar de Coupure. Cache gerepareerd en dan opnieuw dwars door de stad richting de Wiedauwkaai, want ook daar zat nog een cache die ik wilde nakijken, maar hij zat nog netjes waar hij thuishoort.

En dan fietste ik vrolijk via het nieuwe fietspad dwars door de Wondelgemse Meersen naar het Gaardenierspad en zo verder naar huis. Ik zat aan een goeie 30 kilometer, niet slecht, dacht ik zo.

Game room

Het is al lang dat ik denk dat we iets moeten doen met mijn gigantische slaapkamer boven. Oorspronkelijk was die ingericht als kantoor voor Barts beginnende bedrijf – ja, dat is echt bij ons op zolder gestart, ja.

Intussen is dat bedrijf gigantisch gegroeid en ettelijke keren verhuisd, en is de ruimte boven door ons ingepikt als reusachtige slaapkamer. Aan de ene kant stond ons bed, een aantal ingemaakte boekenkasten en gewone kasten, een boekenkast met zo’n 1000 strips en een oude tv.

In het midden staat er een vierkante pilaar die eigenlijk de schouw van de kachel is, en is er ook nog de  trap die uitkomt. Aan het ronde venster is er een verhoog waar Merel een heus restaurantje heeft ingericht. In 2016. ’t Is niet alsof ze er nog veel speelt, maar bon.

En de andere kant, tsja, daar deden we eigenlijk niks mee. Er staat een grote kleerkast van zowel Bart als mij, een tweezit die dienst doet als stortplaats voor larpkleren, een eenzit, een salontafeltje vol gerief dat naar de zolder moet, mijn oude stereo van 35 jaar oud maar mét platenspeler, en een keukenblokje met een pompsteen met koud water en een ijskastje dat prima werkt maar vooralsnog niet aan ligt. Langs de trapleuning is er nog een boekenkastje, en daarbovenop ligt het altijd vol met rommel en kleren die van beneden komen en in de kast moeten.

Ik stelde voor aan de jongens om er een game room van te maken. Op voorwaarde dat eerst de larpkamer werd uitgemest, want anders konden we het larpgerief dat in de kamer gesmeten was, niet opruimen.

Aldus geschiedde.

De larpkamer werd bijzonder grondig aangepakt, al het zoldergerief werd op zolder gelegd, de kleerkasten werden verschoven, alles werd schoongemaakt, opgeruimd en gestofzuigd, twee bureautafels die in de larpkamer stonden omdat ze ooit als laboratorium dienst deden, werden eruit gesleept, net zoals de bureaustoelen, een tapijt van Nelly werd netjes op de grond gelegd, de ijskast opgestart en opgevuld, extra schermen en toetsenborden aangesleept, en de game room was een feit! Ze kunnen er ongestoord zitten gamen met het geluid aan, er is ruimte voor drie computers en een extra scherm om vanuit de zetel op de Switch of de Playstation te spelen, en ze storen er vooral niemand. Oh, en er is een zware verwarming/airco voorzien, nog uit de kantoortijd.

Een hele verbetering, als je het mij vraagt, en vooral ook een goed begin van de quarantantie.

 

Quarantantie

De negenjarige dochter stelt voor om voor de schoolvrije periode de komende drie weken het woord “quarantantie” te gebruiken. Kwestie van het geen vakantie te noemen.

De kinderen hebben het begin van die quarantantie alvast goed opgepakt: Kobe heeft in de les techniek papieren doosjes leren maken – een kwestie van meten, vouwen, nadenken, naden en patronen – en die wil hij nu samen met Merel maken in mooier papier om er allerhande dingen in te steken. Voor mij niet gelaten!

Intussen hebben wij leraars ook bericht gekregen dat we vooralsnog volgens ons gewone lesrooster op school moeten aanwezig zijn. Mensen met kleine kinderen moeten die dan maar naar de opvang van hun eigen lagere school sturen. Hmm? Ik snap de logica niet helemaal: noodopvang is enkel voor de urgente beroepen zodat er zo weinig mogelijk kinderen zijn, maar die van de leraars moeten er ook bij omdat wij op een lege school moeten zijn. Ik wil met plezier taken voorzien, filmpjes opnemen, zelfs klassen schilderen, maar de jongere kinderen van collega’s moeten dan wel in een opvang? Sta me toe dat een beetje vreemd te vinden. Maar bon, wellicht is dat maar een overgangsmaatregel tot het ook voor ons duidelijk is hoeveel leerlingen er nog op school zullen zijn en hoe we het concreet moeten aanpakken. We kunnen toch moeilijk met zijn 50 in een kleine leraarszaal gaan zitten, toch?

Ik ga maandag dus tegen tien over tien eens gaan luisteren op school, ik ga mijn boek meenemen, en ik ga daarna vooral ook  nog eens langs de Action passeren nu dat nog kan en mag, om extra, mooi en dik papier te halen voor die bovengenoemde doosjes.

En verder zien we dan nog wel, zeker? Het zijn vreemde tijden…