Nu dat weer…

Weet u nog dat ik zo ongelofelijk content was dat Wolf weer op een rugbyveld stond? Ja?

Wel, het was van korte duur, helaas. Vandaag had hij zijn eerste match. Ik had als taakje boodschappen doen voor de hamburgers ’s middags en had maar liefst 5 winkels afgereden deze voormiddag om alles samen te rapen. 250 hamburgers op den bots, dat vindt ge zomaar niet. Ik was die naar de club gaan brengen, was terug naar huis gereden, had ietsje later Wolf afgezet aan de club, en was zelf nog even terug naar huis gegaan, want ik zag het niet zitten om een uur in die motregen te gaan rondhangen. Ik had hem dan ook gezegd dat Merel en ik wel naar de match gingen komen kijken, maar niet van in het begin, want dat mijn rug een uur rechtstaan niet zo fijn vindt.

We waren er zo’n tien voor twee, denk ik, de match was bezig van half twee. Wanneer Merel en ik komen aangewandeld, stapt een van de ouders op ons toe: dat hij het haast niet durft zeggen, maar dat Wolf wat verderop aan de kant zit. Met een zere voet.

Bon, ik daar naartoe: effectief zijn voet zwaar omgeslagen, maar het stond nog niet echt dik, en de pijn wees op verrokken laterale gewrichtsbanden. Die waar ik uiteindelijk, na ettelijke verstuikingen, aan geopereerd ben, ik weet dus waarover ik spreek. Wolf in de auto, wij naar spoed. Alweer.

Uit ervaring weet ik dat we daar wel eventjes kunnen zitten wachten, dus heb ik eerst Merel naar huis gebracht en een noodpakket aan gerief gehaald. Ik was namelijk met Barts auto en had dus geen krukken bij, want die liggen standaard in de koffer van de mijne. Ik dus de krukken gehaald en een rugzakje met een extra pull voor Wolf, iets om te drinken, iets om te knabbelen, een boek voor mij, de nodige papieren, een paar pantoffels. Ne mens weet op den duur wat hij nodig heeft op spoed.
Er werden dus foto’s gemaakt, zijn voet onderzocht door een orthopedist-in-opleiding, en verklaard dat hij een lichte verstuiking had, dat zo’n steunkousding voldoende was, dat hij over een dag of drie wel weer mag beginnen stappen, en over een week of twee mag sporten.

Dat lijkt me een beetje snel, maar bon, die mens zal het wel weten zeker? Er is in elk geval niks gebroken, da’s al veel. En Wolf en ik, we kunnen er nog mee lachen. Al ontlokte het toch wel de volgende commentaar aan Bart: “Misschien toch maar beginnen schaken, in plaats van rugby?”

Tsja…

 

Nog eens picknicken!

Tsja, nu Kobe gestopt is met rugby en Wolf al een hele tijd niet meer mocht spelen, gingen Merel en ik uiteraard ook niet meer picknicken aan de Blaarmeersen.
Tot gisteren dus. Want Wolf staat eindelijk weer op een plein, en het was prachtig weer, dus hadden Merel en ik een rugzakje met boterhammetjes mee. Ze danste om me heen, we liepen zoals altijd langs de tennisvelden en verzeilden op het speeltuintje. Geloof me, blijkbaar is dat nog altijd even leuk voor een quasi negenjarige als voor een zesjarige. Alleen maakte ze er nu meteen maar een filmpje van. En wat doet mama dan? Filmen, natuurlijk. Ik heb alleen het gevoel dat ze nogal vaak naar youtubers kijkt…

We aten er een deel van onze boterhammen op, de rest bewaarden we voor op de pier. En daar bekeek ik ook even onze geocache die daar zit en het blijkbaar nog altijd goed doet.

Eindigen deden we natuurlijk in het clubhuis, en het voelde wel een beetje als thuiskomen: er is in die tijd nog geen haar veranderd, en ook de mensen zijn grotendeels dezelfde.

Voormiddagje Doornik

Kobe moest deze voormiddag rugby spelen in Doornik. Nu is – door het goede weer? – mijn rug echt wel aan het meewerken deze week, en ik zag het dus zitten om naar daar te rijden – ze hadden nog vervoer nodig – en dan met Merel in de stad zelf te gaan rondlopen. Van de vorige keer herinnerde ik me dat Doornik een hele grote markt had, waar dan ook nog eens op zaterdag een grote markt op gehouden werd.
Merel en ik vertrokken dan ook, nadat we Kobe hadden afgezet, met verschillende missies:
1. geocachen
2. op de markt rondlopen
3. zoeken naar rode sandalen
4. samen iets drinken op een terrasje

Dat eerste ging heel vlot: we vonden maar liefst vijf stuks in het centrum, waarvan een letterbox/hybrid, een type geocache dat we nog niet hadden. Daarbij vind je ergens een briefje, dat je dan ergens anders kan inwisselen voor een log en een stempel. We liepen door parkjes, zagen standbeelden, bekeken torens, en zagen dat het goed was.

We liepen over de markt, keken rond, en dronken iets.

En dan sloten we af met die wel heel speciale cache: het Belfort. We meldden ons beneden aan aan de kassa/balie, spraken de code van de geocache uit, en kregen prompt het voordeeltarief van 1.10 euro :-p. En toen begonnen we aan de beklimming. Merel was doodsbang – ze heeft het niet voor hoogten en nauwe ruimtes – maar klom dapper mee, verdieping na verdieping, een smalle draaitrap op. We kwamen aan een eerste kamer, een tweede, een kerker, en kwamen uiteindelijk bij de grote klok, daarna de beiaard, daarna het klavier van diezelfde beiaard, en daarna – dat had ik nog nooit gezien! – de automatische trommel van de beiaard, een gigantisch ding.

Daar vonden we dan ook de cache: een doosje verscholen op een zolderingbalk, waaruit we een klein papiertje moesten halen. We konden nog hoger, maar dat zag Merel écht niet zitten, dus daalden we maar opnieuw af, meer dan 300 treden. Ik was bijzonder verbaasd dat ik daar geen enkele moeite mee had, ik heb zelfs niet staan zuchten. Go me!

Beneden gaven we het papiertje af aan de balie, en kregen we prompt een grote ijzeren kist met daarin een stempel en een logboek. Yay!

Ik had Merel eigenlijk nog een ijsje beloofd, maar er stond liefst 11 man voor ons te wachten, en we moesten Kobe ophalen.

Ik had een heerlijke voormiddag met mijn dochter. “Meisjesdagje” noemde zij dat. Yup.

 

Eerste picknick van het jaar

Dat ik ze ongelofelijk had gemist, mijn wekelijkse zenmomenten. Daarmee bedoel ik de picknick die Merel en ik houden op de Blaarmeersen tijdens de rugbytraining van de jongens. Vroeger was dat eigenlijk bijna per definitie twee keer per week: ik moest sowieso zelf rijden omdat ik twee jongens meenam, en uit onze straat er nog drie waren en die dus niet samen in één auto konden. Temperaturen hielden Merel en mij niet tegen om te picknicken: zelfs in de vrieskou deden we onze wandeling en aten we onze boterhammetjes. Alleen regen was gewoon niet fijn, en dan bleven we in het clubhuis.

Sinds Wolf in januari 2017 zich bezeerde en dus niet meer kon spelen, reed Kobe al eens vaker mee met de kinderen uit de straat, nog zo’n gemak. Ik reed ook regelmatig zelf, maar dan kon ik niet picknicken want met Merel erbij werd de auto andermaal te klein. Maar in september was Sebastiaan gestopt met rugby, en waren er enkel nog Kobe, Elias en Tije, en dat viel alweer mee natuurlijk.

De laatste keer dat Merel en ik nog gingen picknicken, was eind september: we wandelden de hele vijver rond en genoten intens van een zeemeerminverhaal. Maar toen gebeurde mijn rug, en was het gedaan met wandelen. En picknicken. En eigenlijk zowat alles.

Maar intussen kan ik wel weer wandelen, zelfs na een lastige dag, ook al rijdt Kobe nog steeds meestal mee met Elias of Tije. Elias heeft op woensdag echter maar training van zes tot zeven en niet op vrijdag, en dus spreek ik tegenwoordig vaak af met Erika van Tije wie er rijdt. Vandaag was Tije echter op zeeklas met school, en moest ik per definitie zelf rijden. En aangezien het prachtig weer was en ik me prima voelde, smeerde Merel boterhammetjes, en gingen we eindelijk nog eens picknicken.

Je hoeft maar naar de foto’s te kijken om de vreugde te zien, denk ik dan. Ik ben een gelukkig mens.

Paastoernooi, toch heel even

’t Was ne zodanig koude Pasen, dat we echt geen zin hadden om voor de middag nog iets te doen. Zo’n uitslaap- en nietsdoenzondag, weetjewel.

Na de middag hebben we ons nochtans opgepakt, en zijn de kinderen en ik even tot aan het rugbypaastoernooi gegaan. Ik had Wolf wel op voorhand beloofd dat we zo lang gingen blijven als hij zag zitten, en als dat maar een half uurtje was, so be it.

We hebben even naar een 7s dames België-Nederland gekeken, en zijn dan nog even gaan kijken hoe onze eigen U16 het deed tegen een andere ploeg. Hun eerste overwinning van het toernooi, zo blijkt. Daarna wandelden we terug naar de hoofdterreinen, stond ik nog even te praten met mannen van de oude garde, en toen liet Wolf weten dat het echt wel genoeg was.

Een half uurtje. Dat is wat mijn dappere veertienjarige aankan, helaas. En geloof me, hij heeft zich daarvoor echt geforceerd.

Mijn hart bloedt voor mijn zoon, echt waar.

Taxi mama

Taxi mama draaide vandaag weer op volle toeren.

Om zeven uur rolde ik mijn bed uit, voor een snelle douche, ontbijt, en tegen kwart over acht stond Kobe netjes aan het rugbyclubhuis. Heel even was er nog twijfel of het rugbytoernooi wel zou doorgaan, maar het sneeuwde nauwelijks, en de grond was eigenlijk niet bevroren. Ottignies nam de telefoon niet op, en dus werd er aangezet richting match. Ik kan wel rijden maar ik kan niet zo lang rechtstaan, dus ik keerde weer naar huis voor een welverdiende koffie en meteen ook het legen en opnieuw vullen van de vaatwas en het uitkuisen van de bestekschuif. En dat allemaal voor negen uur, soms word ik bang van mezelf :-p

Tegen elf uur bracht ik Wolf naar zijn les in de Poel, en dronk ik zelf op ’t gemak een latte in de Labath. Heerlijk gewoon: je komt binnen, krijgt een grote zwaai als begroeting, de latte die ik daarna voor mijn neus krijg, is van de juiste bonen en gloeiend heet – heter dan ze eigenlijk zelf willen want de melk verbrandt volgens hen – en mijn telefoon gaat er automatisch op de wifi. Da’s altijd een beetje thuiskomen, ginder.

Na Wolfs warme chocomelk reden we nog even tot aan de Coupure voor het herstellen van een verdwenen geocache, en kregen daarna eten voorgeschoteld door mijn allerliefste. Quasi onmiddellijk daarna zette ik opnieuw aan naar de rugby, want Kobe ging terug gaan zijn van de match. Alleen hadden ze blijkbaar file rond Brussel, en moest ik een kwartiertje wachten. Geen probleem, ik zat lekker warm binnen, maar ik was mijn gsm thuis vergeten en had dus het smsje met de fileboodschap niet gezien. Tsja…

Enfin, naar huis dus, eventjes liggen, dan nog naar de Aveve om koeken, en dan reed ik tegen zes uur met Kobe naar Sleidinge, want die had daar een concert met de muziekacademie. Het was misschien wel serieus koud, maar het was nog lang niet donker, en dus wilde ik nog snel twee caches in de buurt zoeken. De eerste was eentje waar we een hele tijd geleden al eens samen hadden naar gezocht, maar toen niet gevonden. Dat snapte ik deze keer niet, want zodra ik op de locatie afstapte, zag ik hem hangen. De wind was ijs- en ijskoud, en mijn vingers waren binnen de kortste keren bevroren. Man, ik herinnerde me absoluut niet meer dat ontdooiende vingers zó ongelofelijk veel pijn deden. Serieus zeg.

Enfin, nog wat verderop kon ik via een paadje tot achter de spoorlijn in Sleidinge geraken, in een prachtig landschap.

Tegen kwart voor zeven was ik weer thuis om een beetje op te warmen, maar tegen kwart na acht stond taxi mama alweer in Sleidinge om de zanger opnieuw op te halen.

En toen was het welletjes met al dat rondrijden. Bleh.

46 is het nieuwe 80

Nee, het was niet mijn allerbeste verjaardag, nee.

Ik geef het toe: ik was een beetje teleurgesteld bij het ontbijt. Geen liedje, geen cadeautjes, geen slinger, niks, enkel een knuffel van de drie kinderen, en dat gebeurt vrijwel elke ochtend. Merel, die tekeningen maakt voor àlles, had het zelfs niet nodig gevonden een tekening te maken.

Ik begon dan maar het huis op te ruimen, afwasmachine leeg te maken, dat soort dingen. Intussen stroomden de felicitaties binnen via FB, en jawel, zelfs mijn vader en schoonmoeder belden even! En toen kreeg ik nog een telefoontje van een goeie vriend, met wie ik fijne plannen maakte om nog eens samen te zingen en zo. Mijn dag fleurde wat op, ja.

Tegen twaalf uur kwam Bart thuis, dat wel, met een grote bos bloemen ^^ Echt koken hoefde ik gelukkig niet te doen, daar had ik nog spaghettisaus voor van op Omen. Maar tafel zetten en dergelijke? Tsja, ook dat mocht ik zelf doen.

Tegen één uur bracht ik Bart naar zijn kantoor, en nog wat later Kobe naar zijn muziekles. Taart? Nee hoor, tenzij ik die zelf was gaan halen, en dat vertikte ik. Maar geen van de kinderen had daar ook maar een seconde aan gedacht. Blijkbaar verjaren kinderen wel, maar mama’s niet. Met Merel reed ik daarna naar de bib, haalde een stapel boeken voor haar en voor Kobe in huis, en wipte dan de Wereldwinkel eens binnen. Daar trakteerde ik mezelf op een paar zilveren oorbellen en een kleine regenstok. Amper 10 euro, en ik had dat eigenlijk al altijd willen hebben, ik vind het geluid zo zalig…

Bon, terug thuis, vieruurtjes geregeld, en dan Kobe gaan ophalen in de muziekles. Aangezien ik nog steeds Wolfs gitaarjuf wilde spreken, waaide ik ook effectief het gebouw binnen, met Merel in mijn kielzog.

En toen… Toen misstapte ik me, zo’n klein boordje dat ik niet gezien had. Je kent dat gevoel wel, dat je een trap afdaalt en denkt dat je er bent, en dat er dan toch nog een tree blijkt te zijn. Wel, dat dus. Er schoot een pijnscheut door gans mijn rug, van staartbeen tot nek. Ik bleef even staan, hapte naar adem, en ging toen verder.

Thuis ging ik even liggen, maar daarna moesten we ons klaarmaken voor de rugby. Normaal gezien rijdt Kobe met Erika of Elke mee, maar ik had eigenlijk bardienst. De vorige twee had ik al afgezegd, die van vandaag wou ik eigenlijk wel doen. Samen met Wolf moest dat wel lukken, had ik beredeneerd. Alleen… mijn rug was duidelijk een pak erger geworden. Ik ben nog tot daar geraakt, ben met Wolf en Merel tot aan het clubhuis gestapt, maar het zweet stond in mijn haar. Gelukkig wilde Jonathan probleemloos mijn shift overpakken, waardoor ik terug naar huis kon. Ik moet toegeven dat ik in de auto misselijk werd van de pijn. Thuis liet Wolf me geen keus: hij haalde de spullen uit de auto, en ik moest direct gaan liggen.

Dat deed ik ook, en ik ben er zelfs niet uitgekomen om te eten, Wolf bracht mijn gesmeerde boterhammetjes naar de zetel.

De rest van de avond heb ik heel braafjes in de zetel gelegen, zonder veel te verroeren, met een kersenpitje, een dosis Tony Chocolonely Salted Caramel, en een romantische film met Heath Ledger die ik al een keer of vier heb gezien. Bart was toch niet thuis, die had er geen last van :-p

En ja, dus opnieuw het gevoel van 80 jaar te zijn. En ik was al naar 60 geraakt…