Rugbyfinale

Waar in andere gezinnen vaak de Wereldbeker voetbal een rol speelt, wordt daar hier nauwelijks aandacht aan geschonken. Ja, Bart durft de laatste jaren al eens een match op zetten, maar voor de rest hoeft dat eigenlijk niet.

Rugby, dat is wat anders. De afgelopen weken werd de Rugby World Cup gespeeld, en dat zullen we geweten hebben! Niet alleen hing de poster hier uit met alle matchen en werden de uitslagen meticuleus ingevuld, van de meeste matchen bekeek Wolf netjes de highlights, en sommige matchen werden ook gewoon hier gevolgd. Helaas, de RWC wordt in Japan gespeeld en dus zijn de uren verre van ideaal: de eerste match is al om 7.15 uur. Maar de highlights zijn schitterend om te bekijken. En vandaag had ik een date met mijn zoon om 10.15 uur. Hij is er zelfs speciaal voor opgestaan, en we konden blijkbaar gratis via Play Sports kijken, met commentaar van Nic Balthazar! Alleen zat er ook een voetbalcommentator bij die soms vreemde uitspraken deed en een knock-on, waarna je een scrum krijgt, steevast een penalty bleef noemen. Wat geen penalty is, want dat bestaat ook nog apart. Ugh.

Maar het werd een fijne voormiddag met een toch wel knappe match en verdiende overwinning voor Zuid-Afrika.

Nu dat weer…

Weet u nog dat ik zo ongelofelijk content was dat Wolf weer op een rugbyveld stond? Ja?

Wel, het was van korte duur, helaas. Vandaag had hij zijn eerste match. Ik had als taakje boodschappen doen voor de hamburgers ’s middags en had maar liefst 5 winkels afgereden deze voormiddag om alles samen te rapen. 250 hamburgers op den bots, dat vindt ge zomaar niet. Ik was die naar de club gaan brengen, was terug naar huis gereden, had ietsje later Wolf afgezet aan de club, en was zelf nog even terug naar huis gegaan, want ik zag het niet zitten om een uur in die motregen te gaan rondhangen. Ik had hem dan ook gezegd dat Merel en ik wel naar de match gingen komen kijken, maar niet van in het begin, want dat mijn rug een uur rechtstaan niet zo fijn vindt.

We waren er zo’n tien voor twee, denk ik, de match was bezig van half twee. Wanneer Merel en ik komen aangewandeld, stapt een van de ouders op ons toe: dat hij het haast niet durft zeggen, maar dat Wolf wat verderop aan de kant zit. Met een zere voet.

Bon, ik daar naartoe: effectief zijn voet zwaar omgeslagen, maar het stond nog niet echt dik, en de pijn wees op verrokken laterale gewrichtsbanden. Die waar ik uiteindelijk, na ettelijke verstuikingen, aan geopereerd ben, ik weet dus waarover ik spreek. Wolf in de auto, wij naar spoed. Alweer.

Uit ervaring weet ik dat we daar wel eventjes kunnen zitten wachten, dus heb ik eerst Merel naar huis gebracht en een noodpakket aan gerief gehaald. Ik was namelijk met Barts auto en had dus geen krukken bij, want die liggen standaard in de koffer van de mijne. Ik dus de krukken gehaald en een rugzakje met een extra pull voor Wolf, iets om te drinken, iets om te knabbelen, een boek voor mij, de nodige papieren, een paar pantoffels. Ne mens weet op den duur wat hij nodig heeft op spoed.
Er werden dus foto’s gemaakt, zijn voet onderzocht door een orthopedist-in-opleiding, en verklaard dat hij een lichte verstuiking had, dat zo’n steunkousding voldoende was, dat hij over een dag of drie wel weer mag beginnen stappen, en over een week of twee mag sporten.

Dat lijkt me een beetje snel, maar bon, die mens zal het wel weten zeker? Er is in elk geval niks gebroken, da’s al veel. En Wolf en ik, we kunnen er nog mee lachen. Al ontlokte het toch wel de volgende commentaar aan Bart: “Misschien toch maar beginnen schaken, in plaats van rugby?”

Tsja…

 

Rugby!

Eindelijk!

Na twee jaar staat Wolf eindelijk weer op een rugbyveld! Het had nog even voeten in de aarde om de inschrijving en alle papierwerk rond te krijgen en hij moest wachten tot de initiatie achter de rug was op zijn licentie, maar vandaag begon hij er effectief aan.

Ge hebt er geen gedacht van hoe blij ik hiervan word. Echt. Serieus. Rugby en al. Een jaar geleden hadden we het gewoon niet durven dromen.

 

Voormiddagje Doornik

Kobe moest deze voormiddag rugby spelen in Doornik. Nu is – door het goede weer? – mijn rug echt wel aan het meewerken deze week, en ik zag het dus zitten om naar daar te rijden – ze hadden nog vervoer nodig – en dan met Merel in de stad zelf te gaan rondlopen. Van de vorige keer herinnerde ik me dat Doornik een hele grote markt had, waar dan ook nog eens op zaterdag een grote markt op gehouden werd.
Merel en ik vertrokken dan ook, nadat we Kobe hadden afgezet, met verschillende missies:
1. geocachen
2. op de markt rondlopen
3. zoeken naar rode sandalen
4. samen iets drinken op een terrasje

Dat eerste ging heel vlot: we vonden maar liefst vijf stuks in het centrum, waarvan een letterbox/hybrid, een type geocache dat we nog niet hadden. Daarbij vind je ergens een briefje, dat je dan ergens anders kan inwisselen voor een log en een stempel. We liepen door parkjes, zagen standbeelden, bekeken torens, en zagen dat het goed was.

We liepen over de markt, keken rond, en dronken iets.

En dan sloten we af met die wel heel speciale cache: het Belfort. We meldden ons beneden aan aan de kassa/balie, spraken de code van de geocache uit, en kregen prompt het voordeeltarief van 1.10 euro :-p. En toen begonnen we aan de beklimming. Merel was doodsbang – ze heeft het niet voor hoogten en nauwe ruimtes – maar klom dapper mee, verdieping na verdieping, een smalle draaitrap op. We kwamen aan een eerste kamer, een tweede, een kerker, en kwamen uiteindelijk bij de grote klok, daarna de beiaard, daarna het klavier van diezelfde beiaard, en daarna – dat had ik nog nooit gezien! – de automatische trommel van de beiaard, een gigantisch ding.

Daar vonden we dan ook de cache: een doosje verscholen op een zolderingbalk, waaruit we een klein papiertje moesten halen. We konden nog hoger, maar dat zag Merel écht niet zitten, dus daalden we maar opnieuw af, meer dan 300 treden. Ik was bijzonder verbaasd dat ik daar geen enkele moeite mee had, ik heb zelfs niet staan zuchten. Go me!

Beneden gaven we het papiertje af aan de balie, en kregen we prompt een grote ijzeren kist met daarin een stempel en een logboek. Yay!

Ik had Merel eigenlijk nog een ijsje beloofd, maar er stond liefst 11 man voor ons te wachten, en we moesten Kobe ophalen.

Ik had een heerlijke voormiddag met mijn dochter. “Meisjesdagje” noemde zij dat. Yup.

 

Eerste picknick van het jaar

Dat ik ze ongelofelijk had gemist, mijn wekelijkse zenmomenten. Daarmee bedoel ik de picknick die Merel en ik houden op de Blaarmeersen tijdens de rugbytraining van de jongens. Vroeger was dat eigenlijk bijna per definitie twee keer per week: ik moest sowieso zelf rijden omdat ik twee jongens meenam, en uit onze straat er nog drie waren en die dus niet samen in één auto konden. Temperaturen hielden Merel en mij niet tegen om te picknicken: zelfs in de vrieskou deden we onze wandeling en aten we onze boterhammetjes. Alleen regen was gewoon niet fijn, en dan bleven we in het clubhuis.

Sinds Wolf in januari 2017 zich bezeerde en dus niet meer kon spelen, reed Kobe al eens vaker mee met de kinderen uit de straat, nog zo’n gemak. Ik reed ook regelmatig zelf, maar dan kon ik niet picknicken want met Merel erbij werd de auto andermaal te klein. Maar in september was Sebastiaan gestopt met rugby, en waren er enkel nog Kobe, Elias en Tije, en dat viel alweer mee natuurlijk.

De laatste keer dat Merel en ik nog gingen picknicken, was eind september: we wandelden de hele vijver rond en genoten intens van een zeemeerminverhaal. Maar toen gebeurde mijn rug, en was het gedaan met wandelen. En picknicken. En eigenlijk zowat alles.

Maar intussen kan ik wel weer wandelen, zelfs na een lastige dag, ook al rijdt Kobe nog steeds meestal mee met Elias of Tije. Elias heeft op woensdag echter maar training van zes tot zeven en niet op vrijdag, en dus spreek ik tegenwoordig vaak af met Erika van Tije wie er rijdt. Vandaag was Tije echter op zeeklas met school, en moest ik per definitie zelf rijden. En aangezien het prachtig weer was en ik me prima voelde, smeerde Merel boterhammetjes, en gingen we eindelijk nog eens picknicken.

Je hoeft maar naar de foto’s te kijken om de vreugde te zien, denk ik dan. Ik ben een gelukkig mens.

Paastoernooi, toch heel even

’t Was ne zodanig koude Pasen, dat we echt geen zin hadden om voor de middag nog iets te doen. Zo’n uitslaap- en nietsdoenzondag, weetjewel.

Na de middag hebben we ons nochtans opgepakt, en zijn de kinderen en ik even tot aan het rugbypaastoernooi gegaan. Ik had Wolf wel op voorhand beloofd dat we zo lang gingen blijven als hij zag zitten, en als dat maar een half uurtje was, so be it.

We hebben even naar een 7s dames België-Nederland gekeken, en zijn dan nog even gaan kijken hoe onze eigen U16 het deed tegen een andere ploeg. Hun eerste overwinning van het toernooi, zo blijkt. Daarna wandelden we terug naar de hoofdterreinen, stond ik nog even te praten met mannen van de oude garde, en toen liet Wolf weten dat het echt wel genoeg was.

Een half uurtje. Dat is wat mijn dappere veertienjarige aankan, helaas. En geloof me, hij heeft zich daarvoor echt geforceerd.

Mijn hart bloedt voor mijn zoon, echt waar.

Mechelen en omstreken

Kobe moest vandaag tornooi spelen in Mechelen, en ik besloot mee te gaan met hem. Auto’s genoeg, dus het was gewoon wij tweetjes in de auto. Ik vond dat niet erg, want ik vind dat ik te weinig Kobetijd heb. Met Merel ga ik regelmatig wandelen of picknicken aan de Blaarmeersen, en met Wolf ga ik naar de muziekles of geocachen, of praten we in de auto. Maar Kobe, die valt er zo’n beetje vantussen.

Kobetijd dus. We kletsten heerlijk in de auto, en rond negen uur waren we aan het rugbyterrein. Ik gooide hem af bij zijn trainers, en vond dat ik toen niet zomaar een uurtje ging wachten, maar dat ik beter kon cachen in de omgeving. Aangezien ik nog een moeilijke Travel Bug bij had, reed ik naar het perfecte Travel Bug Hotel in de buurt, waar ik wel nog eventjes moest zoeken. Ik genoot echter zodanig van het landschap, dat ik dat eigenlijk helemaal niet erg vond.

IMG_2877

Ik reed wat verder, vond een ronduit prachtige Rondje Vlaanderen cache in Zemst, en begon toen aan een ronde Grimm: 25 caches met sprookjesnamen. Ik heb er maar een paar van gedaan, want tegen dat ik terug bij Kobe was, was het al na elven, en heb ik hem maar één matchke meer zien spelen. Tsja.

Bart was intussen met de andere twee in Gent iets gaan eten, dus keken wij even om daar in Hombeek iets te eten. De eerste aanrader, Achille, bleek dicht. De tweede aanrader, De Neus, ook. Op aanraden van Peter Nyffels, een vriend van lang geleden die wat verderop in Boortmeerbeek woont en bij wie we aansluitend op babybezoek gingen, reden we naar Haacht, maar het Brouwershof was, u raadt het al, dicht. Maar naast dat Brouwershof was een nieuw klein restaurantje met wereldkeuken, Atlas. Op dat punt kon het ons eigenlijk niet veel meer schelen waar we zouden eten, als het maar eten was. Maar het restaurant verbaasde ons: we kregen een klein hapje bij ons drinken, en ik had een heuse mango lassi besteld, want blijkbaar waren de eigenaars Indiërs. Kobe at daarna een trio van kroketten – garnaal, kaas en Breydelham – en ik gooide me op een uitstekende kip Tikka Massala. Ik heb het pannetje tot bijna de laatste druppel saus uitgelepeld…

IMG_0396

Daarna gingen we lekker buurten bij Peter, kregen we een rondleiding van zijn hele knappe huis in aanbouw – zelf wonen ze momenteel in het veredelde tuinhuis, met alles erop en eraan maar in het mini – en kletsen een eind weg. En daarna was het tijd om nog samen met mijn zoon een paar caches te zoeken, iets waarin hij niet slecht is.

IMG_0398

Enfin, het nodige gezoek en gewandel leidde ertoe dat het na zessen was tegen dat we terug thuis stonden, maar we hadden samen een heerlijke moeder-zoondag gehad. En dat was ook eens nodig.