Beste maat

Vroeger waren we quasi onafscheidelijk, mijn beste maat en ik. Uren kon ik bij hem zitten ’s avonds, als Bart toch naar een vergadering was, en zelfs wanneer die thuis was. De hele grote vakantie bracht ik bij hem door, we gingen samen uit, namen onze moeders mee naar Parijs, trokken een dagje naar Londen, zochten een lief voor hem, en kletsten uren aan een stuk met grote koppen dampende koffie voor ons.

Toen kwam Wolf, en werd mijn tijd een stuk gelimiteerder. Maar ongeveer een keer per week lukte het wel nog om af te spreken, samen iets te eten over de middag, of om een uurtje bij te praten bij alweer een kop koffie.

Toen kreeg hij ander werk met veel regelmatiger uren, en was hij nooit meer thuis over de middag. En verhuisde hij naar de andere kant van Gent waar ik nooit moest passeren. Bij mij was Kobe er intussen en dus nog minder tijd.

En we verloren elkaar eigenlijk min of meer uit het oog. En elke keer dat ik hem terugzie, op de zeldzame keren dat we erin slagen tijd te maken voor elkaar, geniet ik daar enorm van. Dan lijkt het opnieuw alsof ik hem gisteren pas gezien heb, is die oude vertrouwdheid er weer, en weet ik dat ik hem mis.

En toch slagen we er niet in vaker af te spreken, met alle mogelijke smoezen en excuses.

Stom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *