Eindelijk terug ons vader op vaderdag!

Ik had vrijdag ons pa gebeld: dat ik snapte dat hij nog steeds bang is voor het virus, en terecht, maar dat hij stilaan uit zijn isolement moest komen, en dat hij die stap toch ne kéér moest zetten. Wij zijn echt in quarantaine gebleven, en ja, er is uiteraard een kans dat één van ons besmet wordt in pakweg de Delhaize, maar bon, dat risico bestaat altijd.

Na eigenlijk zeer weinig geaarzel stemde hij toe, zeker toen ik beloofde dat we buiten gingen eten en dat hij zijn eigen tafel kreeg, met afstand.

’s Morgens was er natuurlijk eerst Bart die een hoop cadeautjes kreeg: van Merel een kaartje en een zelfgemaakte sleutelhanger, van Kobe een grote schaal tiramisu, van Wolf een zakje snoep en van mij twee verschillende soorten zout, een kruid, een zakje speciale koffiebonen en een doosje matchapoeder.

En ’s middags was er dus eindelijk ons pa. De kinderen waren door het dolle heen, hadden alles al op voorhand klaargezet, met handgel en een eigen tafel en alles. Hij was een half uurtje te vroeg, en daardoor zat ik nog in de douche toen hij toekwam. Maar toen ik hem zag in de tuin, aarzelden we allebei, en toen zag ik hem duidelijk: “Foert!” denken en we gaven elkaar een knuffel. Man, dat had vooral hij duidelijk gemist. En toen waren er onmiddellijk ook de kinderen bij en werd er uitgebreid geknuffeld met het hele gezin. En zo zat opa meteen in onze bubbel.

We zaten buiten onder de parasol en hij kreeg een grote mand met allerlei lekkers en een tekening van Merel.

Hij heeft lekker gegeten, honderduit gebabbeld, een grote mand sokken verwerkt en gewoonweg genoten. Zelfs in die mate dat hij ook nog blijven eten is ’s avonds. Maar eerst was er nog een schaal tiramisu.

En toen werd er geknuffeld, maar stonden ze allemaal wel op hun tenen om te tonen hoe klein opa intussen wel was, of eerder, hoe hard zij zelf allemaal gegroeid zijn.

 

Vier jaar.

Weet ge, ma, vandaag is het vier jaar. Vier jaar.

En toch zie ik uw gezicht nog voor me, met een schaterlach, zoals ge waart.

Ik mis u, ma. Ik mis uw lach, ik mis uw scherpe opmerkingen, ik mis uw telefoontjes, ik mis uw gezaag over het weer, ik mis uw verhalen over de yoga en de Noord-Zuidraad en de bloeiende magnolia’s in het Leen en de merels in uwen hof en de mensen die ge tegengekomen zijt op de markt en het rokske dat ge gekocht hebt en dat ge mij nog gaat laten zien.

Ik mis u, ma.

Al vier jaar.

Dag ma!

Dag ma!

Ik dacht, ’t is moederkesdag, ik bel nog ne keer tiens.

Ik ben net de hele middag met Véronique gaan cachen, en het was zalig. Zo spijtig dat ge niet mee kondt, zelfs met die afstand tussen was het echt aangenaam. Ge zoudt het wijs gevonden hebben, ook al heeft het de hele tijd gedruppeld en af en toe geregend. Maar we hebben prachtige landschappen gezien en een massa bunkers.

Aan de andere kant, he ma, ben ik blij dat ge er niet meer zijt momenteel. Ge zoudt zot geworden zijn van gans die corona en dat binnenblijven. Dat is niks voor u, geloof mij. Maar ons pa doet het schitterend: hij blijft binnen, maakt geen contact en is wreed voorzichtig. Ik mis hem wel op zondag, het is raar zonder hem.

En hier gaat alles eigenlijk ook goed, weet ge. We hebben vooral chance met ons groot huis, waar alle kinderen hun eigen kamer hebben, Bart een apart bureau en er zelfs nog een game room is. Daar zoudt ge uw hoofd over schudden en ne keer lachen. En het de max vinden, dat ook. De kinders gaan dit schooljaar niet meer naar school mogen. Ze maken taken en ze klagen er niet over, maar het is toch niet hetzelfde. Ik ga vanaf volgende week twee uur mogen lesgeven in mijn zesdes. Echt lesgeven, ja, voor de klas en met een face shield aan en al. De rest blijft dan gewoon online met camera. Ja, ’t is soms lastig, maar we hebben echt geen klagen. Ik mis het wel dat ik niet vaker met u kan bellen, maar bon, daar valt niet veel aan te veranderen he ma.

Ha, en de muguetjes zijn uitgebloeid, ik kan er u gene komen brengen, maar als ge wat aronskelken wilt, moet ge het maar zeggen: ik heb zo ene gigantische struik die blijft bloeien.

Mag ik dan wat tsjoezemienen komen halen? Da riekt zo goed, ge zegt dat zelf ook altijd.

Allez ma, ‘k ga toeleggen he. Maakt er nog een fijne moederkesdag van, en geniet een beetje. Ik mis u, ma.

Salu he, ik bel u nog wel! Yoooooo!

Hoe lief…

Mijn lief maakt soms de zaligste Tik Tokjes.

Skypen

Jeroen heeft ons pa gisterenavond op Skype gestoken, met enige moeite zou je kunnen zeggen, maar het lukte!

Deze voormiddag belde hij dus, terwijl de kinderen alle drie net buiten zaten. Ik bracht de computer naar buiten, en ze glunderden om hun opa nog eens te zien en vooral met hem te kunnen spreken. Hij vroeg dan ook naar alles wat ze aan het doen waren en al gedaan hadden, en klaagde zelf ook totaal niet. Ja, hij zit alleen, maar dat is hij wel gewoon, daar kan hij mee leven. Ik vind het fantastisch hoe hij er altijd in slaagt het gesprek weer op de kinderen te brengen en hen zo het gevoel geeft dat ze belangrijk zijn. En dat zijn ze ook echt voor hem, dat weten ze.

Ze zijn zelfs met computer en al naar binnen gekomen en hebben zich samen in de zetel geïnstalleerd om verder te kunnen praten. Ik was intussen aan het koken, maar dat stoorde niet, want ons pa moest mij toch niet hebben.

Ik heb geen schermafbeelding van hem, maar ik vermoed dat hij minstens even hard zal geglunderd hebben.

Geluk zit in de kleine dingen, toch?

Cadeaus

Cadeautjes, ik vind het niet gemakkelijk, nee. De kinderen zijn intussen zo ver dat ze liever geld hebben om daar dan zelf iets mee te kopen. En de jongens willen tegenwoordig zelfs kleren. Allez ja, basiskleren krijgen ze uiteraard van mij. Maar als ze iets speciaals willen, of iets waarvan ze eigenlijk genoeg stuks hebben, zoals pulls bij Wolf, dan moeten ze dat zelf betalen.
Merel wilde een kick-ass nieuwe fietshelm, en het is een appelblauwzeegroene geworden met lama’s. Ze heeft hem al een paar dagen binnenshuis op :-p

Maar Bart, dat is een ander paar mouwen. Ik weet soms echt niet wat ik voor hem moet kopen: ofwel koopt hij het zelf, ofwel kan ik het niet betalen :-p

Dus dacht ik, samen met de kinderen: laten we hem een soortement dressing maken. Een kleintje dan. Boven op ons kamer heeft hij een grote kleerkast, maar hij is meestal op voor mij en wil me dan niet wakker maken om kleren te nemen. Hij heeft al lang een laag kastje in de badkamer waar hij een onderbroeken- en een sokkenschuif heeft, net als ik. Maar bij hem liggen in dat kastje ook de T-shirts die hij dagelijks draagt, en een stapeltje sportgerief. Dat is allemaal vrij laag, en zijn knie is niet van de meewerkende soort, zo ’s morgens vroeg. En dat is er nog het probleem van zijn kostuums: die zitten in een kledinghoes aan een kapstok, maar dat is geen evident iets. Hang dat maar eens ergens op hé. Ofwel hangt hij dat aan de rand van de douche, maar neemt dat het licht van de douche weg, of hangt hij dat aan de grote radiator waar ook de handdoeken hangen, en maak ik de helft van de tijd alles nat wanneer ik een handdoek neem. Niet ideaal dus.

Nu is er naast de badkamer een klein kamertje met wat ingemaakte kasten, waar mijn naaimachine en strijkdingen staan. En een groot rek met gilets voor mezelf. De kinderen en ik hebben een paar planken in die kast leeggemaakt en de halve hangkast ook, zodat hij zowel T-shirts als kostuums probleemloos kan ophangen naast de badkamer.

Ik hoop dat hij er blij mee is. ’t Is vooral de intentie die telt, zeker?