Citaat

The mind can’t remember pain – the flesh won’t bear it. But it remembers the fear. It remembers remembering agony“.

Kate Griffin, “The madness of angels”

Heel erg waar. Ik herinner me vooral de angst voor de pijn.

En ik word daar nu nog eens extra aan herinnerd door het feit dat ik opgeroepen word om op de verkiezingen te gaan tellen. Een hele tijd geleden had ik de aanvraag gekregen, en toen bezwaar ingediend op basis van de rug, met een bijgevoegde kopie van de röntgenfoto. Helaas, blijkbaar is mijn rug niet erg genoeg en moet ik dus wel gaan tellen.
Ik hoop maar dat we met voldoende zullen zijn en dat de voorzitter van het telbureau wil luisteren naar mijn argumenten. En anders tel ik een uur of twee-drie voor ik plat ga, zeker? Benieuwd naar het wettelijk kader als je tijdens het tellen moet opgeven…

Kaboutercontact

Hmm, na Merels blokfluitles heb ik me nog serieus moeten haasten om op tijd op haar school te zijn. We waren wat vroeger doorgereden met de fiets  om nog een ijsje te kunnen eten, maar in het terugkeren moest ik dus tegen 18.45 uur op school staan om de juf te spreken. Tot mijn verbazing zat er nog een koppel op hetzelfde uur. Bleek dat de juf zich vergist had en bij hen ook 18.45 uur had opgeschreven in plaats van 17.45 uur. Maar zij vonden dat zij, omdat zij er eerder zaten te wachten dan ik, het recht hadden om binnen te gaan, ook al zat de fout op hun afspraak en niet de mijne.

Ik heb even grondig met mijn ogen gerold, maar leraar zijnde voelde ik mee met de juf, en heb dan maar afgesproken dat ik eens op woensdagvoormiddag tijdens de turnles langs ga bij de juf.

Nope, eigenlijk niet correct. Tsja…

Kut met peren

Maar dan zonder de peren.

Nee, vandaag was een dag om te vergeten. Het een na het andere ging fout, waarvan sommige dingen buiten mijn wil om, maar sommige ook door mijn eigen toedoen, en dan zit je met een slecht gevoel opgezadeld natuurlijk.

Het begon al vanmorgen: ik sprong op de fiets om naar school te gaan, op tijd maar zonder grote marge zoals altijd bij mij, en een paar straten verder viel mijn achterband plat. Juij. Mijn fiets daar gewoon laten staan vond ik geen optie, ik ben dus maar op een drafje met de fiets aan de hand naar huis gelopen, alles uit de fietstassen in de auto gegooid en naar school gevlamd. Twee minuten te laat, wat perfect mee viel, maar wel buiten adem, met een zere rug en volledig in het zweet. Niet leuk om zo te moeten beginnen. Meh.

Het vervolg was al niet veel beter: ik had materiaal bij om in de speeltijd te kopiëren maar blijkbaar werkte de verbinding met de computers niet, zodat ik helaas niet kon kopiëren. Ik heb dan maar les gegeven via de beamer, maar voor Latijnse teksten is dat ver van ideaal. Ook al niet bevorderlijk voor het humeur.

Ik had dan een uur toezicht in een klas met aanvullend een half uur toezicht op de speelplaats, waardoor ik pas om half twee kon eten, snelsnel op tien minuten.
Na de les ben ik dan naar Zomergem gereden om toch nog wat spullen voor ons pa op te halen – hij had gisteren zelf alles mee, dacht hij, maar dat was blijkbaar niet helemaal waar – was al halfweg toen ik een belletje kreeg van Kobe dat hij zijn boekentas in mijn auto had gelegd maar dat zijn fietssleuteltje daar nog in zat, waardoor ik mocht terugkeren. Intussen maakte ik via Whatsapp nog eventjes stevig ruzie met mijn oudste broer.
Ik reed dan maar door naar het ziekenhuis om die dingen naar ons pa te brengen, bleef nog even om hem gezelschap te houden, en realiseerde me pas daarna dat Merel eigenlijk om half zes blokfluitles had gehad, en dat ik die compleet vergeten was. Juist ja. En vorige week had ze ook al geen les gehad wegens personeelsvergadering.

Ik haastte me op de valreep nog naar de bibliotheek, had nog snel ergens brood opgepikt en we aten, en tegen kwart voor acht viel mijn euro dat ik misschien toch best mijn fiets naar de fietsenmaker bracht, die was open tot acht uur. Wolf trok schoenen aan, stak met enige moeite mijn fiets in de koffer en we vlamden naar de fietsenmaker. Om daar met de fiets in de hand vast te stellen dat die uitzonderlijk vandaag gesloten was. Zucht. Fiets dan maar opnieuw in de koffer, het zal dan voor donderdag zijn.

Dat soort kut.

Ik ben thuis onder een dekentje in de zetel gekropen. Het was genoeg voor vandaag. Meh.

Spoed

Gisteren op de quiz was ik Esther tegengekomen, een oud-leerlinge van het eerste uur – ze wordt dit jaar ook al 40 – die klassieke gestudeerd heeft en met wie ik nog steeds zeer goed overeen kom. Het was lang geleden dat we elkaar gezien hadden, en dus spraken we deze middag af voor lunch.

Ik was al vrolijk onderweg toen mijn telefoon ging: de school. Dat Kobe zich bezeerd had aan zijn nek, en of ik hem niet kon komen ophalen. Ik zuchtte diep, en dacht dat het wel zou meevallen. Waarop het secretariaat Kobe zelf doorgaf aan de telefoon, en hij prompt begon te huilen. Hij had LO gehad, en op de bus in het terugkomen had hij zijn box aangezet en waren ze beginnen dansen, en toen was er iets in zijn nek geschoten en nu deed het allemaal vreselijk veel zeer.

Ik hoorde aan zijn huilende stemmetje dat het hem menens was, en dus belde ik Ester af, reed naar school, pikte een huilende Kobe op, en reed met hem naar de Spoed. Na het débâcle met Wolf vorig jaar neem ik liever geen risico’s meer. Daar kreeg hij snel wat pijnstilling van de verpleging, en na twee uur kwam een dokter vaststellen dat gewoon alle spieren in  zijn nek verkrampt waren, maar dat het niks ernstigers was dan dat. Ik vermoed dat ze me een overbezorgde helicoptermoeder vinden, maar zoals gezegd, na Wolf ben ik echt wel voorzichtiger geworden.

Kobe kreeg extra pijnstilling en de raad alle spieren heel erg warm te houden. Dat betekende dus een sjaal en kersenpitjes, en geen school meer die dag. Maar morgen mag hij wel terug gewoon naar school, alleen even geen turnles meer.

Tsja.

Bezigheidstherapie, noemen ze zoiets.

Elektriciteitspanne

Nope, dat was het toch zo even niet, gisterenmiddag.

Net toen ik al het eten had uitgehaald – er was nog massa’s over van dit weekend, Bart doet dat wel vaker zodat ik niet hoef te koken op woensdagmiddag – en wilde beginnen opwarmen, sloeg alle elektriciteit uit. Logischerwijs nam ik een pillamp en ging even in de elektriekkast kijken: nope, alles lag nog netjes aan zoals het hoorde.

De tweede logische stap is dan om uw voordeur open te trekken en te kijken hoe uw buren reageren. En jawel, zowel de overbuurvrouw als Jules en Julien kwamen op straat. Blijkbaar was de hele wijk getroffen. Ik heb dan maar even naar Eandis gebeld, en die wisten me te melden dat het wel voor drie uur deze middag ging opgelost zijn.

Hmpf.

Zolang wachten om te eten, nee, dat was geen goed idee, vond ik. Maar warm eten zat er duidelijk niet in, en ik had ook nog geen brood in huis en had totaal geen zin om er door de sneeuw nog om te hossen, ik ging er in de loop van de namiddag wel zelf bakken.

Dat hoswerk liet ik dan maar met plezier over aan een ander, en bestelde prompt pizza. Met de gsm, want internet werkte uiteraard ook niet hier in huis.

Gejuich alom hier ten huize. Alleen… sloeg tien over één de elektriciteit weer aan, en was het bijna kwart voor twee (in plaats van de beloofde 13.27 uur) voordat de pizzaman opdook. Soit, het heeft dik gesmaakt!

Oh Murphy…

Bart had het al een paar keer tegen me gezegd dat ik mazout moest bestellen. Goh, dacht ik, er is voorlopig nog genoeg, en ik had het een paar keer uitgesteld. Tot vorige week vrijdag: ik belde en bestelde meteen 2000 liter. Of het dringend was, vroeg de dame aan de lijn. Niet meteen, we hadden nog, maar ik wou het risico niet lopen. En woensdagvoormiddag was ik thuis, of ze dan konden leveren, dan kon ik meteen betalen. Dik in orde.

En toen sloeg Murphy toe, jawel. Want in de loop van de maandag begon het precies gelijk wat kouder te worden in huis. Om half zeven was het er nog 19°, en toen ik naar de ketel ging kijken, draaide die effectief niet meer. Argh! Effectief acuut zonder mazout gevallen! Gnn.

Bon, het was te laat om nu de mazoutcentrale nog te bereiken, en als ik de dinsdagochtend ging bellen, was hun planning al opgemaakt. Goh ja, en we konden het wel even redden met onze sublieme houtkachel. Een uur later was het al 20.5°, tegen half tien zaten we zelfs aan 22°.

Toen we dinsdag thuis kwamen van school, was het nog geen 18° binnen, maar Wolf haalde hout, en om zes uur zaten we alweer aan een comfortabele 21°. Die kachel van ons, da’s toch een stevig backupsysteem. Al is het wel wat vreemd om ook bij het opstaan de houtkachel aan te steken…

Soit, deze morgen tegen elf uur stond de man van Gabriëls hier, dezelfde leverancier als altijd. Hij belde aan met een grote glimlach, en vroeg meteen: “Awel, zijde weer zonder gevallen dan?” Toen ik hem schaapachtig uitlegde dat we effectief zonder zaten, begon hij smakelijk te lachen. Een kwartiertje pompen en een koffietje later (en helaas ook een rekening) was de tank weer gevuld, en tegen twee uur kon ik het systeem gelukkig probleemloos heropstarten. ’t Is toch net iets gemakkelijker, minder gezeul en minder vervuiling, zo’n centrale verwarming. En vooral: als ge vloerverwarming gewoon zijt, werd zelfs dat parket toch frisjes…

 

Oudejaarsdag en -avond

Dat het pokkedruk ging zijn in de Delhaize om inkopen te doen, dat wisten we. Vooral wanneer we het lot wilden tarten en om elf uur gingen. Élk parkeerplaatsje op de nochtans grote parking was volzet, en aan de kassa’s – 1 stuks + 8 selfscans – stonden lange lange rijen. Maar als je dat op voorhand weet en het niet aan je hart laat komen, is dat eigenlijk allemaal zo erg niet.

We aten soep en boterhammen, en toen had ik gigantische knallende koppijn en een barslecht humeur. Niks dat een goed potje geocachen (en een Dafalgan) niet kan verhelpen, dacht ik zo, en ik stapte in de auto en reed naar Landegem. Daar is een mooie geocacheroute volgens de bewegwijzering van Die Soete Beeze. Alleen…

Bij het afdraaien van de spoorwegbrug in Drongen/Landegem nam ik mijn bocht nogal kort. Geen nood, dacht ik, de berm ligt even hoog als het asfalt. Alleen moet er iets van paaltje of scherpe steen of zo gestaan hebben, want… Meteen begon mijn auto een zeer vreemd geluid te maken. Ik stopte een paar meter verderop, en jawel: platte band! En niet zomaar platte band, echt een ganse winkelhaak in het rubber, eentje van een paar centimeter. Niet te repareren dus met die repareerkit die je tegenwoordig in je auto vindt in plaats van een reservewiel. Meh.

Gelukkig heb ik Ford Assistance, inbegrepen in mijn jaarlijks onderhoud, en belde ik die dus maar. “Halewijnstationstraat, zegt u? Ter hoogte van welk huisnummer?” Euh… ik keek even in het rond, maar het dichtstbijzijnde huis was net iets groter dan een speldenkop voor mij. Ik heb dan maar uitgelegd dat ze me vanop de spoorwegbrug perfect konden zien staan, en dat ik daar eigenlijk wel zo’n beetje in de weg stond en zo. Drie kwartier later kwam een zeer sympathieke jongeman me optakelen – de max om te zien, zo’n gans takelding op minder dan een kubieke meter in de achterkant van zijn camionetje – en bracht mijn wagen naar de Fordgarage. In Ledeberg. De bandencentrale waar ik net nieuwe remblokken, remschijven én twee nieuwe banden had besteld voor donderdag, bleek geen optie. Bleh.

Van Ledeberg ging het naar Sint-Denijs-Westrem, naar The Loop, voor een vervangwagen: ook die was gratis, maar moest wel op dezelfde plek teruggebracht worden. Mja. Tegen dan was het half zes en donker, was de koppijn weg en mijn humeur – lang leve de fijne pechverhelper – wel wat opgeklaard, maar ik vond dat ik een rondje geocachen wel nog verdiend had. Néh.
Ik ben dan naar De Pinte gereden, een drietal kilometer verderop, en heb er in het donker nog tien caches gevonden, zodat ik het jaar 2018 netjes kon afronden op 500 gevonden caches.

Ik was laat thuis, ja, pas tegen half acht, maar dat kon me niet schelen: Bart had al met de kinderen pizza gemaakt, en we hadden toch niks speciaals gepland, behalve dan die pizza, massa’s hapjes, en twee Harry Potterfilms. Oh, en naar het vuurwerk kijken om middernacht.

Enfin, moge het nieuwe jaar beter beginnen dan het geëindigd is!

Alarm!

Gisterenmiddag kwart over twaalf ging plots ons pa’s persoonsalarm af. Hij heeft zo’n Zembro armband, een duur ding, maar het heeft bij deze wel zijn nut bewezen. Ik belde namelijk onmiddellijk naar het ding, en hoorde gestommel en de stem van Jeroen. Het was deze keer dus geen vals alarm, helaas. Ik kreeg te horen dat ons pa blijkbaar die nacht rond half drie iets gekregen had, naar eigen zeggen een CVA (cerebraal vasculair accident, ofte een trombose) maar hij had ons niet willen storen en had dus niet verwittigd. Pas nu, nu hij naar ’t toilet moest en Jeroens bureau dicht was, had hij zijn armband gebruikt. Hij kan namelijk niet rechtstaan wegens ongelofelijk duizelig en misselijk, maar was die nacht wel al op handen en voeten naar de wc gekropen. Kwestie van vooral niet koppig te zijn. Zucht.
Het kritisch moment was dus al voorbij, want je hebt vier uur de tijd voor bepaalde noodmedicatie. Hij was heel helder, maar wel heel erg duizelig, en raakte niet recht. Hij wilde absoluut niet naar het ziekenhuis, maar wilde gewoon slapen. We hebben hem dat dan maar laten doen, na wat discussie. Hij ging door de brandweer uit zijn kamer moeten gehaald worden, en dan met de ambulance weggevoerd worden, maar zoals gezegd, het was toch al te laat voor medicatie. Jeroen is wel om de paar uur gaan kijken, en Delphine heeft op een bepaald moment Alexander gestuurd met wat soep en beschuiten, maar ons pa wilde niet direct iets eten. Hij wilde vooral slapen: het is al de derde keer dat hij zoiets heeft, en de vorige keren is dat binnen de 24 zo goed als volledig opgeklaard. Tsja, toen was er natuurlijk wel nog ons ma die hem in de gaten hield, maar bon.

Deze voormiddag was ik tegen elven bij hem, en heb ik hem dan voor de keus gesteld: ofwel zich aankleden en meegaan met mij naar Wondelgem, of met de ambulance richting spoed. Hij heeft zich dan met veel moeite en geduld aangekleed, en is dan maar meegekomen. Nu ben ik er tenminste wat geruster in: hij is niet alleen, is continu onder toezicht, en hij blijft hier vannacht ook slapen.

Al heeft hij tot mijn grote verbazing wel gevraagd om effectief zijn valiesje mee te nemen, om eventueel morgen toch naar de spoed te gaan, want de duizeligheid neemt niet af. Hij kan dus niet zelfstandig stappen, want hij zou gewoon omvallen. Hmmm. We zien dan morgen wel weer. Ik moet examentoezicht doen, maar Bart blijft thuis tot een uur of elf, en tegen dan zou Kobe al thuis moeten zijn van zijn examen. Na het middageten evalueren we dan wel zijn toestand. Voor één nachtje kan hij hier wel blijven, maar hij kan hier niet blijven wonen, daarvoor is ons huis te onpraktisch voor hem, en daarbij, ik zou stapelzot worden, denk ik.

Wordt vervolgd.

Kerstboomkarma

Het zal me leren, van mijn principe af te wijken en de kerstboom te zetten nog voor Sinterklaas is geweest…

Aangezien die een dag te vroeg was langsgeweest hier ten huize, ben ik al op 5 december, de woensdagnamiddag, de boom beginnen zetten. Ik had echt beter moeten weten…

Vorig jaar heb ik in de solden allemaal nieuwe spullen gekocht, wit, goud en zilver, en ik had er echt zin in. Er waren zelfs nog een hoop hele mooie ballen bijgekomen van Chantal, mijn kuisvrouw, die ook een andere stijl wilde. Bon, ik dus netjes de boom in elkaar gezet, lichtjes gehangen, slingers, en dan alle andere decoratie. Véél decoratie. Met echt wel een mooie boom als gevolg.

Tot donderdagmorgen. Want toen ik de lichtjes weer in de stekker stak, ging er geen lampje branden. En zeker geen gans lichtsnoer. Meh.

Ik probeerde hier en daar wat lampjes vast te steken, met twee gebroken kerstballen tot gevolg. Hmpf. Geen goed idee dus. Ik heb dan maar alles voorzichtig weer uit de boom gehaald, de lampjes op de grond gelegd, en ze een voor een vastgestoken. En jawel, plots gingen de lichtjes weer aan! Bon, lichtjes opnieuw in de boom, slingers erin, en alle ornamenten. Vier kapotte ballen in totaal.

Donderdagavond liet ik de lichtjes branden, maar vrijdagavond trok ik de stekker uit. En… jawel… zaterdagmorgen waren er geen lichtjes meer. Raaahh!

Drie keer raden wat ik gedaan heb, de zondagnamiddag? Jawel. Voor de derde keer. Deze keer heb ik alle lichtjes er stuk voor stuk uitgehaald en ze vervangen door een ander, en yep, een van de lichtjes had een kapotte fitting. Lichtje vervangen, probleem opgelost. Ik heb ermee staan zwieren en shaken, maar ze bleven branden. Ik heb dan in de loop van de namiddag voor de derde keer de boom opgetuigd, met intussen zelfs nog een paar extra versiersels.

Karma, zeg ik u. Van de sint.