Klassenraadennui

Klassenraden, dat is niet altijd het meest boeiende dat er is, dat heeft u hier al vaker kunnen lezen. Soms kruipt de meeste tijd in het voldoen van de administratieve vereisten, en zit je te wachten. In de hogere jaren zit je vaak tussen de verschillende van jouw klassen te wachten.

Of, als jouw dertigtal leerlingen verspreid zitten over 160 stuks, dan zit je vaker wel dan niet, welja, te wachten. Uiteraard kan je de zaal niet verlaten, want dat zou een gigantisch geloop betekenen, en soms gaat het plots sneller dan je denkt.

Ik zit tussen mijn leerlingen door te bloggen, Candy Crush te spelen, administratie in te vullen… Niks dat mijn gehele aandacht opeist, want dat kan uiteraard ook niet: je moet meevolgen aan welke leerling ze zitten, zodat je die een of twee leerlingen uit die bewuste klas niet mist.

En je drinkt koffie. Of water. Of om het even wat dat je zelf hebt meegebracht of dat er voorhanden is. En je eet je meegebrachte kersen op. Of een Twix die ze voorzien hadden. Of een paar nootjes die je buur je aanbiedt. Of je grist een zakje snoepjes mee uit de mand die er staat. En dan blijken dat geen beertjes te zijn, maar dino’s.

En dan, dan vallen de T-rexen aan. Ja, toch?

Paars

Dat ik een fan van paars ben, dat is een understatement. Ik heb dat al altijd gehad, als kind al moest ik niks weten van roze, maar alles van paars.

Dat is een tijd wat minder geweest, en rood is inderdaad ook een favoriet naast het obligate zwart, maar ik durf toch meer en meer toegeven aan mijn voorliefde voor paars. Mijn fietstassen, de bloemen op mijn fietsstuur, het hoesje van mijn gsm, het favoriete kleur waarmee ik op bord teken, de bloemen in de tuin, mijn online agenda en mijn kleur op ons witbord, mijn tandenborstel …

Maar soms krijg ik de vraag: welke tint paars? Violet, lila, purper, lavendel, mauve, pruim, pimpelpaars, acajou? Eerder blauw, eerder rood qua tint?

Awel, het paars van de platycodon. Dat is nog nét iets anders dan de standaard campanula die in veel tuinen staat. Ze hadden er weer in de Delhaize, en dan durf ik me al eens een plantje kopen. Eigenlijk moet ik ze dan uitplanten in de tuin want dat is winterhard, maar soms vergeet ik dat al eens…

Maar dus deze tint. Iets feller, iets zachter, maar dit.

The package that wouldn’t leave…

Nu zijn we hier weer wat tegengekomen, een zalige Kafka… (en een lang maar redelijk verbijsterend verhaal).

Barts managementsvennootschap heet Webomatic, al sinds jaar en dag. Af en toe krijgen we hier een telefoon voor Webomatic, maar dat blijkt steevast de Duitse firma te zijn met dezelfde naam, een bedrijf dat luchtdrukmachines maakt, van die hele grote.

Bon, in januari werd hier nietsvermoedend een groot pakket geleverd, reken een meter lang, en zo’n 40 cm breed en hoog, en vooral pokkezwaar. Hmmm? Niemand van ons had iets besteld, al zeker niet met die afmetingen en op naam van de vennootschap. Ik keek eens goed naar het etiket, en dat bleek een Google printout te zijn, want zelfs nog ons Waterhoenlaan adres en ons vast telefoonnummer. Nog meer hmmm. Alleen stond er op de verpakking in het groot talloze keren ‘Webomatic’, met andere woorden: iets uit Duitsland. Verdere informatie was niet te vinden. Het begon me te dagen: UPS was wellicht de papieren van het pakket kwijtgeraakt, hadden dus gewoon de naam gegoogled en het geheel naar ons teruggestuurd.

Ik geef toe, het heeft even geduurd voor ik gebeld heb naar UPS. Ah, oei, luidde het daar, dat klopt precies niet. Môh gij. Maar ze moesten het uitzoeken en dan gingen ze me iets laten weten. Quod non.

Een beetje later, met het pakket nog steeds in onze hal, belde ik nog eens. Ah? Euh wij weten van niks? Bon, alles nog eens uitgelegd, ze gingen het uitzoeken en dan gingen ze me iets laten weten.

Een goeie week later: nog steeds niks.

Nieuwe tactiek dan maar: Webomatic Duitsland aanspreken. Ik stuurde een berichtje, begin februari.

Dear sir/madam

a couple of weeks ago, UPS has delivered a package to us, webomatic.be. It clearly wasn’t meant for us, but a package that you sent to a customer, that got lost in UPS, and that they tried to return. It has large WEBOMATIC stickers on it, so they googled and found us instead of you.

I have contacted UPS and they promised to rectify and collect the package, and send it back to you, whence it came. Alas, no pick-up, nothing.

So, we have a package here in Gent (Belgium) that you sent out to a customer and that we’d like to get rid of.
Can you figure out a solution? Either it gets picked up or we just throw it out.

Sincere regards

Ene Sven beantwoordde mijn bericht, vroeg adres en tracking code van de bestemmeling, die er uiteraard niet was. Begrijpend lezen is in Duitsland ook niet meer wat het was.

Maar bon, enig heen-en-weer gemail later stuurde hij dat UPS het ging komen oppikken op donderdag 11 februari. Drie keer raden: geen UPS gezien. Ik stuurde op vrijdag een nieuw mailtje met de vraag naar bevestiging van de oppikdatum. Goh, zei Sven, hij had aan een collega gevraagd dat te regelen maar die was dat waarschijnlijk vergeten.

Op donderdag 18 februari een nieuw mailtje, dat ik nog steeds een groot pak in mijn hal liggen had dat op mijn zenuwen werkte. Antwoord: UPS is ermee bezig, maar ze moeten het uitzoeken en gaan nog iets laten weten. Tiens, waar hadden we dat nog gehoord?

Nog een paar mailtjes later, met mijn vraag of dat nu zo moeilijk is: “We assume that it is a return delivery from a customer who sent it to your company by mistake.” ZUCHT. Nee, UPS heeft al bevestigd dat zij gewoon de orders kwijt waren, dat het geen terugzending is.

Radiostilte.

Begin maart vond ik plots een briefje in de brievenbus: dat UPS was langs geweest om het pakket op te pikken, maar dat er niemand thuis was. Ja, dat is niet zo vreemd als ge langs komt zonder te verwittigen, toch?

Ik wachtte nog even, maar geen contact meer. Zucht. En nog steeds een serieus groot pak aan mijn voordeur dat stilaan gigantisch op mijn zenuwen begon te werken.

Bon.

Na een paar weken toch nog maar eens mijn moed bijeen geraapt en nog eens naar UPS gebeld. De medewerker daar viel uit de lucht – môh – maar zag het probleem niet in: het ging gewoon de volgende dag opgehaald worden, en daarmee probleem van de baan. Oef.

Volgende dag, jawel: een vriendelijke jongeman van UPS die het komt ophalen.

Volgende dag: diezelfde jongeman die een pakket komt afleveren voor Webomatic. ECHT! Ik heb het uiteraard categoriek geweigerd en het hem terug mee doen nemen. De jongeman dacht al dat het niet klopte, dat hij dat pakket al gezien had. Soit, hij had het weer mee.

Volgende dag – je houdt het niet voor mogelijk: DIEZELFDE jongeman die me prompt zijn gsm in handen duwt – hijzelf was Franstalig maar zijn baas sprak gelukkig Nederlands – met de vraag om het uit te leggen want zijn baas geloofde hem niet. Hij had die morgen geweigerd om het pakket nóg eens mee te nemen naar ons, en had daardoor serieus boel gekregen met zijn baas. Bon, het lag dus wel in zijn camionette maar hij had het, begrijpelijkerwijs, niet eens uitgehaald. Ik heb het uitgelegd aan zijn baas, die blijkbaar in onderaanneming werkt voor UPS, en die verzekerde me dat hij het ging doorgeven aan UPS Diegem, het verdeelcentrum, en dat het nu echt niet meer ging terugkeren. Ik heb vooral ook de jongeman hartelijk bedankt om zelf zijn nek uit te steken.

Bart en ik hebben nog een paar dagen afgewacht, want we geloofden het eigenlijk zelf niet eens meer, maar we zijn intussen een maand verder, en het is niet meer teruggekomen.

Echt. Hoe incompetent kan je zijn???

 

Stress buiten categorie

Man, wat ben ik blij dat vandaag gewoon voorbij is! Echt! Ik denk dat ik mijn leven nog vrijwel nooit zo hard gestrest heb als vandaag.

Deze avond was er namelijk het infomoment voor de overgangen tussen de verschillende graden. Normaal gesproken doen we dat bij ons op school in de grote zaal, geeft de directie een half uur uitleg bij een presentatie met alle mogelijke studierichtingen die je het volgende jaar kan volgen, en kan je dan langsgaan bij de verschillende vakgroepen om meer uitleg te vragen.

Bon, het was dus aan mij om dat te digitaliseren. Voor de OpenSchoolDag hadden we Fluxlab ingehuurd, maar nu hoefde het zo uitgebreid niet te zijn, en zeker niet zo visueel aantrekkelijk: het is per slot van rekening puur informatief. We gingen dat dus wel eventjes zelf doen. Ik had een fijne collega aangesproken voor het geluid en meteen deed hij eigenlijk gewoon alles. Zalig!

Voor de paasvakantie hadden we twee van de drie sessies opgenomen, vorige week woensdag de derde, en Ruben had die meteen allemaal ook deftig geëdit en in orde gezet. Filmpjes: check!

En toen was het de bedoeling om een uitzending te doen via Teams, enfin, drie uitzendingen dus, waarna de verschillende vakgroepen elk hun eigen teamsvergadering zouden openen waarop ouders dan konden inloggen om vragen te stellen.

Ik had me in Barts bureau verschanst – hijzelf zit in Brussel voor een paar dagen – met drie laptops: eentje om als producer het evenement te organiseren, eentje om de filmpjes te streamen als presentator, en een derde laptop om zeker te zijn dat het verliep zoals het hoorde.

Ik had er gisterenavond al serieus op zitten sjieken en zitten stressen, want blijkbaar kon ik dat niet vanop een gewone teams account, maar had ik de schoolaccount met een speciale licentie nodig. Bon, met enig gedoe kwam dat wel in orde.

Deze voormiddag moest ik, wegens sportdagen en zo, geen les geven, en ik was dus volop bezig met die uitzending. Ik had al eerder een fout gemaakt, waardoor ik de nodige links opnieuw moest doorsturen naar de ouders. Niet bijzonder professioneel dus. Meh.

En toen wilde het plots niet meer. WTF? Wat ik klaar gezet had, viel plots weg. En toen werkten mijn links niet meer. En sloeg ik in paniek, want dit is eigenlijk volledig buiten mijn comfortzone én boven mijn competentieniveau. Ik had het mezelf al aangeleerd via tutorials en zo, maar op mijn gemak was ik allesbehalve.

In paniek belde ik onze ICTer, die ging inloggen en me een paar minuten later terugbelde: ook bij hem werkten de links niet meer en kon hij niet inloggen. Huh???
Nog meer paniek.
Een andere collega van ICT stuurde me intussen een mailtje: dat hij net de links wilde testen en dat die een vreemde foutmelding gaven. No shit, Sherlock!

Ik belde naar de directie, en ook zij geraakten niet meer op Teams.

Volledig overstuur trok ik naar school om toezicht te doen en les te geven. Intussen wist iemand me te zeggen dat Teams blijkbaar internationaal plat gegaan was, en dat het rond een uur of twee weer up and running was. Wet van Murphy, iemand?

Maar ik, ik was nog steeds compleet van slag. Ik zag het vooral niet zitten om op een paar uur tijd weer opnieuw mijn hele opstelling te doen, ik zag dat zo al helemaal in de soep lopen.

Plan B dus. Gelukkig was er gewoon plan B, waar de directie volmondig mee akkoord ging en voor mij alle stress meteen weg was.

De filmpjes stonden namelijk al gewoon op ons Youtubekanaal, en ik heb dan maar een derde mailtje naar de ouders gestuurd, met de links van de filmpjes en de mogelijkheid – als Teams tenminste stabiel bleef – om daarna alsnog in te loggen bij de vakgroepen.

Oef.

Een ouder liet me weten dat ze dit zelfs handiger had gevonden: zo kon ze het filmpje rustig iets vroeger bekijken en dan daarna de nodige vragen stellen.

Wat mij dan eigenlijk de vraag doet stellen: waarom was plan B niet gewoon plan A? Wat was de meerwaarde van een ‘uitzending’?

Maar Pascal (de ICTer) en ik hebben meteen afgesproken om het toch eens grondig samen uit te testen, zodat we een volgende keer meteen weten waar we aan toe zijn. En dan maar hopen dat Murphy zich koest houdt.

En gelukkig was er bij momenten Gandalf die me gezelschap kwam houden.

Tarot

Jaren, maar echt jàren geleden heb ik me een set tarotkaarten aangeschaft. Ik heb er lang naar gezocht, maar zo’n set moet je passen. Moet je aanspreken. Moet, tsja, van jou zijn, heel typisch.

Mijn set is de Fantastical Tarot geworden, blijkbaar tegenwoordig gewoon te koop op bol, maar destijds niet zo makkelijk te vinden.

Ik heb hem destijds gebruikt om heks te spelen op de Hippe Heksen-kampen van Ideekids, en de meisjes keken er altijd met grote ogen naar.

Deze week heb ik hem, geen idee waarom, nog eens boven gehaald. Nee, ik geloof er niet in, maar ik vind het wel leuk om te doen, de kaarten leggen. Ik hoef er ook zelf niet in te geloven, dat ligt bij de raadpleger, toch?

Enfin, ik heb ze eens gelegd voor Merel, maar een klein beetje vals gespeeld want ze zaten gewoon rechtop geschud en konden dus niet omgekeerd – lees: negatief – liggen. Merels reactie was zalig: “Mama, je zou me er nog bijna in doen geloven!”

Misschien is dit nog wel eens een ideetje om te doen op een van de fun projectjes van school, compleet met zigeuneroutfit en kaarsen en alles. Of voor een larp. Maar dan ga ik toch eerst eens mijn kaarten grondig moeten bestuderen en van buiten leren, want met zo’n boekje is dat vrij idioot.

Road trip

Een nieuwe reeks op Netflix, van de makers van La Casa de Papel, is Sky Rojo, en Barts team doet daar de promotie voor. Ze hebben een waanzinnige promo uitgedacht, waarbij je met je auto in een container rijdt, een stuk van de reeks te zien krijgt, en dan interactief met je pinkers bepaalde beslissingen neemt, waardoor je ofwel dood bent, ofwel kan ontsnappen.

Alleen… De container staat enkel dit weekend in de buurt van Amsterdam, en dus gingen Bart en ik op roadtrip. En als mijn echtgenoot iets doet, doet hij het goed. Heel goed. Overdreven goed, eigenlijk.

Want iets over één stapten Bart en ik in zijn elektrisch BMWtje richting Rijkevorsel, want voor de gelegenheid had mijnheer een auto gehuurd voor een dagje. Niet zomaar een auto, uiteraard. Bart had een Aston Martin gehuurd, een DB11, zo’n ongelofelijke sportmachine waar ook Bond mee rondrijdt. Allez ja, die reed rond met een lager model, I kid you not.

We zaten nog twee uur in de auto tot boven Amsterdam, Aalsmere, schoven een uur aan aan de ‘attractie’ die toch wel drie minuten duurde, en we reden terug.

Pas tegen half negen waren we terug thuis, waarbij ik nog serieus heb mogen hypermilen want eigenlijk zaten we op -6 kilometer :-p En zo’n elektrische auto zuipt batterij als je op de autostrade rijdt.

 

Puur een road trip dus, maar ik zat bijzonder comfortabel, ook wanneer Bart aan het stuur zat. En je hebt uiteraard ook ongelofelijk veel bekijks. Ik heb echt een paar keer moeten lachen, zoals toen een auto ons voorbijging, naast ons bleef hangen en het meisje in de passagierszetel met een grote grijns haar beide duimen in de lucht stak.

Yup, ik zat eigenlijk wel te glunderen, ja.

Dakdak

Jaren geleden had Merel – ze moet toen een kleuter geweest zijn – een “dakdak” gezien. Alleen kon ze ons nooit helemaal uitleggen wat ze daarmee nu precies bedoelde. Het was een camionette of zoiets, maar dan met een extra verdiepje. Ik dacht meteen aan zo’n mobilhome met boven de bestuurder een stukje waarin je kan slapen, maar dat bleek het niet te zijn.

Zo’n verhoogde camionette, dat was het ook niet volgens haar, want het moest vooraan iets platter zijn. Tsja. We hadden er geen idee van wat ze precies bedoelde en al jaren duiden we elke rare camionette met een of andere uitbouw of rare mobilhome aan, maar nope, geen “dakdak”.

Tot we vandaag naar de blokfluitles reden en Merel plots uitriep: “Kijk mama! De Dakdak!” Euh? Blijkbaar stond de dakdak geparkeerd langs de Wiedauwkaai, en het was wellicht zelfs het identieke exemplaar want in hetzelfde rood als degene die ze zich herinnerde van vroeger.

Wel, in het terugkeren ben ik even langs de kant gaan staan en hebben we een foto genomen.

De enige, échte Dakdak! En inderdaad moeilijk te beschrijven, dat geef ik toe.