Murphy…

Hebt ge ein-de-lijk uw stoffen samengezocht, hebt ge een patroon afgedrukt en hebt ge de naaimachine van uw ma geïnstalleerd met een bang hartje – het is meer dan dertig jaar geleden dat ge die nog gebruikt hebt en van uw eigen naaimachine is de pedaal kapot – valt na vijf centimeter – letterlijk!  – naaien de elektriciteit van het ding uit.

Blijkt de kabel kapot te zitten, vlakbij de -uiteraard volledig in het plastiek ingewerkte – stekker. En dat was blijkbaar al zo, want uw ma heeft er destijds nog een ijzerdraadje rond gedraaid. En dan moogt ge eerst nog beginnen solderen aan die draad, die nog ferm tegenwerkt ook want hij zit precies verkeerd gedraaid. Iets wat trouwens nog langer dan dertig jaar geleden is. En zoekt ge uw kot af waar die soldeer ook alweer ligt. En lukt het met een hoop gepruts, maar hebt ge gelukkig uw vingers voor een keer niet verbrand.

En dan, dan, DAN kunt ge aan die mondmaskers beginnen. Yakshaving, iemand?
Maar bon, dat eerste masker, dat valt precies nog mee. De stof is bij nader inzien wel wat te dik: het is van die dikke dikke katoen zoals voor jeansbroeken. Maar het model, yup, dat is het wel.
Allez hup, de kop is eraf.

And so it begins…

De hele week was er al onzekerheid rond dat coronavirus, en nu is dus de kogel door de kerk: scholen sluiten – allez ja, er worden geen lessen meer gegeven – cafés en restaurants gaan dicht, geen bijeenkomsten meer… Het is maar best ook, maar het zullen eenzame weken worden. Gelukkig heb ik een heel fijn gezin, maar hoe ik die vijf weken ga entertainen, valt nog te bezien.

Ik ging deze middag nog een laatste keer eten in Villa Ooievaar en zag dat het dik in orde was. En ik kreeg nog een dikke merci en een “Tot binnenkort hé!” erbij. Ik ga het missen…

En toen wilde ik mijn goede daad van de dag doen: boodschappen doen voor Marleen, mijn oud-lerares dictie en voordracht met wie ik altijd contact ben blijven houden. Ze woont tussen mijn werk en mijn huis, is intussen bijna 70 en is vooral al jaren zwaar ziek, onder andere CVS. In een gewone winter komt ze al vrijwel alleen maar buiten met een mondmaskertje omdat een griepje haar fataal kan worden. Nu heb ik haar ronduit verboden om buiten te komen en ben ik haar boodschappen gaan doen. Alleen… WTF is er aan de hand zeg? Hamsterwoede much????

Haar boodschappen waren alles behalve exuberant, maar geen diepvriesspinazie meer, geen craquottes of Parovita, geen kabeljauw, geen appels… En uiteraard ook geen wc-papier meer, geen idee wat daarmee aan het gebeuren is, maar het is hallucinant.

Voor haar is dat niet evident, want ze kan lang niet alles eten en/of verteren. Mja… Enfin, we gaan de komende weken goed voor haar zorgen.

Bon, het coronavirus is dus nog wel even een blijvertje. Ik sakker omdat de Omen mini is afgezegd, andere larps, rollenspelavonden, concerten, maar dat de OpenSchoolDag niet doorgaat, dat vind ik gelijk wat minder jammer.

Enfin, het is wat het is, we zien nog wel.

Auw.

Sla anders ne keer lompweg uwe voet om in uw eigen garage. Auw. En ’t is niet alsof we hier al 23 jaar wonen, toch? En dat ik dat boordje zou moeten weten zijn, toch?

Enfin, eventjes met poot omhoog, ijs erop, en voorzichtig zijn. Het staat alleen een beetje dik, ziet niet blauw, dus het zal wel meevallen zeker.

Het is gelukkig niet zo erg als in Pompei, destijds, maar mijn voeten, het blijft toch een zwak punt. Al een chance dat ik niet gevallen ben, want dat zou dan weer funest zijn voor de rug. Ik ben wel eventjes op mijn knieën gaan zitten om zeker te zijn dat ik niet zou wegdraaien van de pijn en alsnog zou vallen.

Een goed functionerend lijf, ’t is een gerief, heb ik me laten vertellen.

Een paar gedachten…

  • Vaststelling: ergens met uw tiet tegenbotsen en dat dan snelsnel afkuisen met wat water = een half uur rondlopen met een natte tiet. Nope. Ge kunt niet buiten zo.

  • Zo’n watermeloen aansnijden, da’s toch echt wel uw innerlijke psychopaat even aanspreken.

  • Lieve zanger van Bastille: uitspraak is belangrijk. Als jij zingt: “I feel my pulse quickening” en ik versta keer op keer, tot mijn aanvankelijk grote consternatie: “I feel my balls quickening” dan is het tijd voor uitspraaklessen, me dunkt.

  • “Zeg mama, altijd als ik het woord Engeland hoor, denk ik dat dat daar super eng is. Ja toch?”

  • De Sonos aanzetten, denken: “Dju dat is een goed nummer” en pas na een paar nummers doorhebben dat het niet de radio is maar mijn goed-gezind-lijst. Elke. Keer. Weer.

Dode lupa – levende lupa?

Dinsdag, tijdens mijn voorlaatste les van dit jaar, ben ik gigantisch lomp geweest. Blijkbaar stond mijn geliefkoosde beeld van de lupa – de wolvin van Rome, met die twee baby’s eronder – iets meer naar voor op mijn lessenaar dan anders. ’t Is niet alsof er veel plaats over is in die schoendoos van mij.

Ik zwier met een gigantisch enthousiasme de zijflap van mijn bord open, en jawel, met een grote zwier knalt mijn lupa tegen de grond. Het marmeren voetstuk is quasi niet beschadigd, maar de wolvin zelf, in een soort gegoten kunststof, is in gruzelementen. De leerlingen zijn ijverig beginnen zoeken naar alle brokstukjes, maar ik was er echt het hart van in. Mijn pracht van een lelijk beest, zomaar aan diggelen!

Ik heb ze mee naar huis genomen, heb alles in elkaar gepuzzeld en beetje bij beetje aan elkaar gezet. Ik heb nog wat schilfertjes links en rechts over, maar al bij al valt het best goed mee. Ze is wat fragieler nu, en iets meer gehavend, maar bon, ze is weer toonbaar. Oef. Ik had het eigenlijk niet durven hopen.

Vergeetkop

Die Kobe van mij, die gaat zijn eigen hoofd nog eens vergeten. Da’s trouwens een uitspraak van mijn ouders over mij, de appel is dus niet ver van de boom gevallen.

Op maandag begin ik maar met lesgeven om tien over tien, en Bart had Merel meegenomen om af te zetten, zodat ik om acht uur netjes in mijn zetel lag met een kop koffie en mijn computer.

Tot om kwart over acht plots de deur openvliegt – ik verschiet me dood – en een hijgende Kobe zonder een woord uitleg de trap opstormt. Hij was blijkbaar zijn turngerief vergeten, had zich dat gerealiseerd aan het einde van de Lange Velden, was toen in volle vaart teruggefietst en hoopte nu maar dat de bus naar de sporthal ietsje te laat ging zijn, zodat hij nog mee kon in plaats van twee uur in de studie te zitten.

Ik heb een wenkbrauw opgetrokken, vooral mezelf herkend, eigenlijk feitelijk, en heb dan maar de auto genomen om hem alsnog net op tijd op school af te gooien. Met de fiets had hij het niet gehaald, dat wisten we beiden.

Dankbare Kobe, oogrollende mama. Dat hij chance heeft dat ik hem graag zie, dat mormel.

Gips

Tijdens de ochtendroutine deze morgen riep Wolf me bij zich: “Mama, kijk eens naar mijn voet?” Euh… hij stond inderdaad wat dik, zoals verwacht na het weekend, maar hij was vooral bijzonder vreemd van kleur: rood-paars en glad, eigenlijk zoals het kleur van een pasgeboren baby, als u begrijpt wat ik bedoel. Absoluut niet een normale kleur en nogal verontrustend, dus ik nam het zekere voor het onzekere en reed nog maar eens met Wolf naar spoed. Onze vaste orthopedist kon ik op dat moment – acht uur ’s morgens – begrijpelijkerwijs niet bereiken, en we hadden sowieso een voorschrift voor foto’s, dus waarom niet meteen spoed?

We kennen er zowat onze weg, zou ne mens zeggen. Ik had verbeterwerk mee en een boek, en drinken en dergelijke, maar het duurde algelijk toch wat langer dan gedacht. Soit ja, ’t is niet alsof het hoogdringend was, en we kregen uiteindelijk toch weer dezelfde onsympathieke orthopedist-in-opleiding als de vorige keer. Tegen dan was de kleur van de voet wel normaler, gelukkig. Enfin, Wolf vloog onder de CT-scan en er bleek niks gebroken. Ik vertrouw de ortho misschien niet helemaal, maar wel de opinie van dr. Baelde, eminent radioloog, en als die zegt dat het oké is, is het oké. Maar de ortho gaf wel toe dat hij het misschien een klein beetje verkeerd had ingeschat, dat het na tien dagen toch niet meer dik had mogen staan en gezwollen en zo, en dat het toch wel een zware verstuiking was. En dat volledige rust en immobilisatie goed zou doen: gips dus. Een halfopen echte gips, vakkundig aangelegd en waarop dus totaal niet mag gesteund worden. Gelukkig kan Wolf intussen nogal goed overweg met zijn krukken en zal dat wel lukken. Tsja…
En hij zag er mega schattig uit in zijn papieren broek, zeg nu zelf.

We zijn wel eerst naar huis gereden voor een deftige broek en schoenen en zo, maar waren allebei in de namiddag netjes op school.

En dan maar hopen dat het goed komt tegen de GWP over twee weken, en dan de week Duitsland in de vakantie. Hmmm…

Nu dat weer…

Weet u nog dat ik zo ongelofelijk content was dat Wolf weer op een rugbyveld stond? Ja?

Wel, het was van korte duur, helaas. Vandaag had hij zijn eerste match. Ik had als taakje boodschappen doen voor de hamburgers ’s middags en had maar liefst 5 winkels afgereden deze voormiddag om alles samen te rapen. 250 hamburgers op den bots, dat vindt ge zomaar niet. Ik was die naar de club gaan brengen, was terug naar huis gereden, had ietsje later Wolf afgezet aan de club, en was zelf nog even terug naar huis gegaan, want ik zag het niet zitten om een uur in die motregen te gaan rondhangen. Ik had hem dan ook gezegd dat Merel en ik wel naar de match gingen komen kijken, maar niet van in het begin, want dat mijn rug een uur rechtstaan niet zo fijn vindt.

We waren er zo’n tien voor twee, denk ik, de match was bezig van half twee. Wanneer Merel en ik komen aangewandeld, stapt een van de ouders op ons toe: dat hij het haast niet durft zeggen, maar dat Wolf wat verderop aan de kant zit. Met een zere voet.

Bon, ik daar naartoe: effectief zijn voet zwaar omgeslagen, maar het stond nog niet echt dik, en de pijn wees op verrokken laterale gewrichtsbanden. Die waar ik uiteindelijk, na ettelijke verstuikingen, aan geopereerd ben, ik weet dus waarover ik spreek. Wolf in de auto, wij naar spoed. Alweer.

Uit ervaring weet ik dat we daar wel eventjes kunnen zitten wachten, dus heb ik eerst Merel naar huis gebracht en een noodpakket aan gerief gehaald. Ik was namelijk met Barts auto en had dus geen krukken bij, want die liggen standaard in de koffer van de mijne. Ik dus de krukken gehaald en een rugzakje met een extra pull voor Wolf, iets om te drinken, iets om te knabbelen, een boek voor mij, de nodige papieren, een paar pantoffels. Ne mens weet op den duur wat hij nodig heeft op spoed.
Er werden dus foto’s gemaakt, zijn voet onderzocht door een orthopedist-in-opleiding, en verklaard dat hij een lichte verstuiking had, dat zo’n steunkousding voldoende was, dat hij over een dag of drie wel weer mag beginnen stappen, en over een week of twee mag sporten.

Dat lijkt me een beetje snel, maar bon, die mens zal het wel weten zeker? Er is in elk geval niks gebroken, da’s al veel. En Wolf en ik, we kunnen er nog mee lachen. Al ontlokte het toch wel de volgende commentaar aan Bart: “Misschien toch maar beginnen schaken, in plaats van rugby?”

Tsja…

 

Deftig feestje…

Michael, een van de Korda boys, werd 29 en dat moest gevierd worden. Woensdag werden ook Wolf en ik uitgenodigd in Balen voor een feestje. Aangezien dat toch zo’n anderhalf uur rijden is, zag ik het niet meteen zitten, maar, zei Michael, we konden gewoon blijven slapen, Wim ging dat bed nog eens meebrengen, en Wolf kreeg een veldbed. Toen hij nog vermeldde dat hij thuis een torenvalk heeft en een korenslang, was ik meteen verkocht.

De andere gasten waren gevraagd vanaf zeven uur, wij mochten wat vroeger komen en gewoon blijven eten aangezien we zo lang onderweg waren. En dus stonden Wolf en ik daar gisteren rond half zes, en jawel, we waren erin geslaagd de regen mee te brengen, helaas.

Er werd gewokt, de partytenten werden opgesteld, de bar werd geposteerd, Mathias nam plaats met zijn materiaal, en ik denk dat ik rond acht uur de eerste cocktail van de avond in ontvangst mocht nemen: een Lazy Red Cheeks, met verse frambozencoulis en vodka en nog een paar dingen. Lekker!

Er kwam vooral larpvolk toe, en het werd een bijzonder aangename avond, ook al bleef het regenen… Voor een weddenschap ging Michael zich verkleden als meisje, en Kitana en ik hebben ons dan eens uitgeleefd met de make up. Hij heeft prachtig lang haar en een fijn gezicht, schoor zich glad, en wij mochten ons ding doen. Ongelofelijk gelachen, Micheline was een verdomd knap wijf!

Er werd zelfs gezongen, ik dronk veel te veel om goed te zijn – damn you Mathias met uw vodkacocktails, de enige alcohol die ik ongestraft kan drinken – en tegen half vier kroop ik met een stuk in mijn voeten in bed. Ik was niet de enige die niet helemaal nuchter meer was: de honden sliepen bij de ene, terwijl nog wat later de andere bij de honden sliep. Tsja…

Helaas, om half zeven was ik klaarwakker door de warmte en de muggen. Ik ben dan buiten wat gaan afkoelen en sliep dan nog een uur of twee verder. En tegen half tien zat ik met een aantal anderen alweer buiten met een kom frosties en een koffie.

Ik geef het toe: ik heb me al beter gevoeld dan vandaag. Nee, geen koppijn, wel een licht mottig gevoel. Ik heb vooral tukjes gedaan. Knap van die gasten, eigenlijk: mijn eerste lichte kater in zowat 26 jaar. Faut le faire.

’t Was de moeite, merci Michael!