Gips

Tijdens de ochtendroutine deze morgen riep Wolf me bij zich: “Mama, kijk eens naar mijn voet?” Euh… hij stond inderdaad wat dik, zoals verwacht na het weekend, maar hij was vooral bijzonder vreemd van kleur: rood-paars en glad, eigenlijk zoals het kleur van een pasgeboren baby, als u begrijpt wat ik bedoel. Absoluut niet een normale kleur en nogal verontrustend, dus ik nam het zekere voor het onzekere en reed nog maar eens met Wolf naar spoed. Onze vaste orthopedist kon ik op dat moment – acht uur ’s morgens – begrijpelijkerwijs niet bereiken, en we hadden sowieso een voorschrift voor foto’s, dus waarom niet meteen spoed?

We kennen er zowat onze weg, zou ne mens zeggen. Ik had verbeterwerk mee en een boek, en drinken en dergelijke, maar het duurde algelijk toch wat langer dan gedacht. Soit ja, ’t is niet alsof het hoogdringend was, en we kregen uiteindelijk toch weer dezelfde onsympathieke orthopedist-in-opleiding als de vorige keer. Tegen dan was de kleur van de voet wel normaler, gelukkig. Enfin, Wolf vloog onder de CT-scan en er bleek niks gebroken. Ik vertrouw de ortho misschien niet helemaal, maar wel de opinie van dr. Baelde, eminent radioloog, en als die zegt dat het oké is, is het oké. Maar de ortho gaf wel toe dat hij het misschien een klein beetje verkeerd had ingeschat, dat het na tien dagen toch niet meer dik had mogen staan en gezwollen en zo, en dat het toch wel een zware verstuiking was. En dat volledige rust en immobilisatie goed zou doen: gips dus. Een halfopen echte gips, vakkundig aangelegd en waarop dus totaal niet mag gesteund worden. Gelukkig kan Wolf intussen nogal goed overweg met zijn krukken en zal dat wel lukken. Tsja…
En hij zag er mega schattig uit in zijn papieren broek, zeg nu zelf.

We zijn wel eerst naar huis gereden voor een deftige broek en schoenen en zo, maar waren allebei in de namiddag netjes op school.

En dan maar hopen dat het goed komt tegen de GWP over twee weken, en dan de week Duitsland in de vakantie. Hmmm…

Nu dat weer…

Weet u nog dat ik zo ongelofelijk content was dat Wolf weer op een rugbyveld stond? Ja?

Wel, het was van korte duur, helaas. Vandaag had hij zijn eerste match. Ik had als taakje boodschappen doen voor de hamburgers ’s middags en had maar liefst 5 winkels afgereden deze voormiddag om alles samen te rapen. 250 hamburgers op den bots, dat vindt ge zomaar niet. Ik was die naar de club gaan brengen, was terug naar huis gereden, had ietsje later Wolf afgezet aan de club, en was zelf nog even terug naar huis gegaan, want ik zag het niet zitten om een uur in die motregen te gaan rondhangen. Ik had hem dan ook gezegd dat Merel en ik wel naar de match gingen komen kijken, maar niet van in het begin, want dat mijn rug een uur rechtstaan niet zo fijn vindt.

We waren er zo’n tien voor twee, denk ik, de match was bezig van half twee. Wanneer Merel en ik komen aangewandeld, stapt een van de ouders op ons toe: dat hij het haast niet durft zeggen, maar dat Wolf wat verderop aan de kant zit. Met een zere voet.

Bon, ik daar naartoe: effectief zijn voet zwaar omgeslagen, maar het stond nog niet echt dik, en de pijn wees op verrokken laterale gewrichtsbanden. Die waar ik uiteindelijk, na ettelijke verstuikingen, aan geopereerd ben, ik weet dus waarover ik spreek. Wolf in de auto, wij naar spoed. Alweer.

Uit ervaring weet ik dat we daar wel eventjes kunnen zitten wachten, dus heb ik eerst Merel naar huis gebracht en een noodpakket aan gerief gehaald. Ik was namelijk met Barts auto en had dus geen krukken bij, want die liggen standaard in de koffer van de mijne. Ik dus de krukken gehaald en een rugzakje met een extra pull voor Wolf, iets om te drinken, iets om te knabbelen, een boek voor mij, de nodige papieren, een paar pantoffels. Ne mens weet op den duur wat hij nodig heeft op spoed.
Er werden dus foto’s gemaakt, zijn voet onderzocht door een orthopedist-in-opleiding, en verklaard dat hij een lichte verstuiking had, dat zo’n steunkousding voldoende was, dat hij over een dag of drie wel weer mag beginnen stappen, en over een week of twee mag sporten.

Dat lijkt me een beetje snel, maar bon, die mens zal het wel weten zeker? Er is in elk geval niks gebroken, da’s al veel. En Wolf en ik, we kunnen er nog mee lachen. Al ontlokte het toch wel de volgende commentaar aan Bart: “Misschien toch maar beginnen schaken, in plaats van rugby?”

Tsja…

 

Deftig feestje…

Michael, een van de Korda boys, werd 29 en dat moest gevierd worden. Woensdag werden ook Wolf en ik uitgenodigd in Balen voor een feestje. Aangezien dat toch zo’n anderhalf uur rijden is, zag ik het niet meteen zitten, maar, zei Michael, we konden gewoon blijven slapen, Wim ging dat bed nog eens meebrengen, en Wolf kreeg een veldbed. Toen hij nog vermeldde dat hij thuis een torenvalk heeft en een korenslang, was ik meteen verkocht.

De andere gasten waren gevraagd vanaf zeven uur, wij mochten wat vroeger komen en gewoon blijven eten aangezien we zo lang onderweg waren. En dus stonden Wolf en ik daar gisteren rond half zes, en jawel, we waren erin geslaagd de regen mee te brengen, helaas.

Er werd gewokt, de partytenten werden opgesteld, de bar werd geposteerd, Mathias nam plaats met zijn materiaal, en ik denk dat ik rond acht uur de eerste cocktail van de avond in ontvangst mocht nemen: een Lazy Red Cheeks, met verse frambozencoulis en vodka en nog een paar dingen. Lekker!

Er kwam vooral larpvolk toe, en het werd een bijzonder aangename avond, ook al bleef het regenen… Voor een weddenschap ging Michael zich verkleden als meisje, en Kitana en ik hebben ons dan eens uitgeleefd met de make up. Hij heeft prachtig lang haar en een fijn gezicht, schoor zich glad, en wij mochten ons ding doen. Ongelofelijk gelachen, Micheline was een verdomd knap wijf!

Er werd zelfs gezongen, ik dronk veel te veel om goed te zijn – damn you Mathias met uw vodkacocktails, de enige alcohol die ik ongestraft kan drinken – en tegen half vier kroop ik met een stuk in mijn voeten in bed. Ik was niet de enige die niet helemaal nuchter meer was: de honden sliepen bij de ene, terwijl nog wat later de andere bij de honden sliep. Tsja…

Helaas, om half zeven was ik klaarwakker door de warmte en de muggen. Ik ben dan buiten wat gaan afkoelen en sliep dan nog een uur of twee verder. En tegen half tien zat ik met een aantal anderen alweer buiten met een kom frosties en een koffie.

Ik geef het toe: ik heb me al beter gevoeld dan vandaag. Nee, geen koppijn, wel een licht mottig gevoel. Ik heb vooral tukjes gedaan. Knap van die gasten, eigenlijk: mijn eerste lichte kater in zowat 26 jaar. Faut le faire.

’t Was de moeite, merci Michael!

Bah humbug

Ik loop al een paar dagen behoorlijk pissed omwille van mijn pa, die erin geslaagd is zich zaterdagavond opnieuw in het ziekenhuis te laten opnemen. Het was gelukkig alleen maar een appelflauwte, veroorzaakt door de hitte, te weinig eten en drinken, en een glas alcohol. Het leek wel een pak erger: hij was lijkbleek en kreeg CPR, voor hij met de ambulance werd weggevoerd. Ik was doodongerust, maar zat dus in Brecht met de jongens. Gelukkig hebben mijn broers voor alles gezorgd.

Deze voormiddag mocht ik hem gaan halen, zei hij. Ik sta daar dus tegen tien uur, blijken de papieren nog niet klaar, en zegt de verpleging dat dat inderdaad standaard maar in de namiddag is. Zucht. Volgens ons pa had de dokter gezegd dat alles nu al klaar ging liggen. Niet bevorderlijk voor het humeur…

Helaas, karma is tegen mij.
Been ik het ziekenhuis uit, schijnt de zon. Eindelijk.
Ik stap in de auto, blijkt het Rammstein te zijn op de radio, wat ik uiteraard keiluid zet.
En dan steekt er nog een eendenmama met 7 kuikentjes de weg over, kweetniehoeschattig.

Hoe kan ik nu slechtgehumeurd blijven? Serieus?

Enfin, ik zal ons pa vanmiddag dan wel gaan halen. Kwestie van bezig te blijven.

Citaat

The mind can’t remember pain – the flesh won’t bear it. But it remembers the fear. It remembers remembering agony“.

Kate Griffin, “The madness of angels”

Heel erg waar. Ik herinner me vooral de angst voor de pijn.

En ik word daar nu nog eens extra aan herinnerd door het feit dat ik opgeroepen word om op de verkiezingen te gaan tellen. Een hele tijd geleden had ik de aanvraag gekregen, en toen bezwaar ingediend op basis van de rug, met een bijgevoegde kopie van de röntgenfoto. Helaas, blijkbaar is mijn rug niet erg genoeg en moet ik dus wel gaan tellen.
Ik hoop maar dat we met voldoende zullen zijn en dat de voorzitter van het telbureau wil luisteren naar mijn argumenten. En anders tel ik een uur of twee-drie voor ik plat ga, zeker? Benieuwd naar het wettelijk kader als je tijdens het tellen moet opgeven…

Kaboutercontact

Hmm, na Merels blokfluitles heb ik me nog serieus moeten haasten om op tijd op haar school te zijn. We waren wat vroeger doorgereden met de fiets  om nog een ijsje te kunnen eten, maar in het terugkeren moest ik dus tegen 18.45 uur op school staan om de juf te spreken. Tot mijn verbazing zat er nog een koppel op hetzelfde uur. Bleek dat de juf zich vergist had en bij hen ook 18.45 uur had opgeschreven in plaats van 17.45 uur. Maar zij vonden dat zij, omdat zij er eerder zaten te wachten dan ik, het recht hadden om binnen te gaan, ook al zat de fout op hun afspraak en niet de mijne.

Ik heb even grondig met mijn ogen gerold, maar leraar zijnde voelde ik mee met de juf, en heb dan maar afgesproken dat ik eens op woensdagvoormiddag tijdens de turnles langs ga bij de juf.

Nope, eigenlijk niet correct. Tsja…

Kut met peren

Maar dan zonder de peren.

Nee, vandaag was een dag om te vergeten. Het een na het andere ging fout, waarvan sommige dingen buiten mijn wil om, maar sommige ook door mijn eigen toedoen, en dan zit je met een slecht gevoel opgezadeld natuurlijk.

Het begon al vanmorgen: ik sprong op de fiets om naar school te gaan, op tijd maar zonder grote marge zoals altijd bij mij, en een paar straten verder viel mijn achterband plat. Juij. Mijn fiets daar gewoon laten staan vond ik geen optie, ik ben dus maar op een drafje met de fiets aan de hand naar huis gelopen, alles uit de fietstassen in de auto gegooid en naar school gevlamd. Twee minuten te laat, wat perfect mee viel, maar wel buiten adem, met een zere rug en volledig in het zweet. Niet leuk om zo te moeten beginnen. Meh.

Het vervolg was al niet veel beter: ik had materiaal bij om in de speeltijd te kopiëren maar blijkbaar werkte de verbinding met de computers niet, zodat ik helaas niet kon kopiëren. Ik heb dan maar les gegeven via de beamer, maar voor Latijnse teksten is dat ver van ideaal. Ook al niet bevorderlijk voor het humeur.

Ik had dan een uur toezicht in een klas met aanvullend een half uur toezicht op de speelplaats, waardoor ik pas om half twee kon eten, snelsnel op tien minuten.
Na de les ben ik dan naar Zomergem gereden om toch nog wat spullen voor ons pa op te halen – hij had gisteren zelf alles mee, dacht hij, maar dat was blijkbaar niet helemaal waar – was al halfweg toen ik een belletje kreeg van Kobe dat hij zijn boekentas in mijn auto had gelegd maar dat zijn fietssleuteltje daar nog in zat, waardoor ik mocht terugkeren. Intussen maakte ik via Whatsapp nog eventjes stevig ruzie met mijn oudste broer.
Ik reed dan maar door naar het ziekenhuis om die dingen naar ons pa te brengen, bleef nog even om hem gezelschap te houden, en realiseerde me pas daarna dat Merel eigenlijk om half zes blokfluitles had gehad, en dat ik die compleet vergeten was. Juist ja. En vorige week had ze ook al geen les gehad wegens personeelsvergadering.

Ik haastte me op de valreep nog naar de bibliotheek, had nog snel ergens brood opgepikt en we aten, en tegen kwart voor acht viel mijn euro dat ik misschien toch best mijn fiets naar de fietsenmaker bracht, die was open tot acht uur. Wolf trok schoenen aan, stak met enige moeite mijn fiets in de koffer en we vlamden naar de fietsenmaker. Om daar met de fiets in de hand vast te stellen dat die uitzonderlijk vandaag gesloten was. Zucht. Fiets dan maar opnieuw in de koffer, het zal dan voor donderdag zijn.

Dat soort kut.

Ik ben thuis onder een dekentje in de zetel gekropen. Het was genoeg voor vandaag. Meh.

Spoed

Gisteren op de quiz was ik Esther tegengekomen, een oud-leerlinge van het eerste uur – ze wordt dit jaar ook al 40 – die klassieke gestudeerd heeft en met wie ik nog steeds zeer goed overeen kom. Het was lang geleden dat we elkaar gezien hadden, en dus spraken we deze middag af voor lunch.

Ik was al vrolijk onderweg toen mijn telefoon ging: de school. Dat Kobe zich bezeerd had aan zijn nek, en of ik hem niet kon komen ophalen. Ik zuchtte diep, en dacht dat het wel zou meevallen. Waarop het secretariaat Kobe zelf doorgaf aan de telefoon, en hij prompt begon te huilen. Hij had LO gehad, en op de bus in het terugkomen had hij zijn box aangezet en waren ze beginnen dansen, en toen was er iets in zijn nek geschoten en nu deed het allemaal vreselijk veel zeer.

Ik hoorde aan zijn huilende stemmetje dat het hem menens was, en dus belde ik Ester af, reed naar school, pikte een huilende Kobe op, en reed met hem naar de Spoed. Na het débâcle met Wolf vorig jaar neem ik liever geen risico’s meer. Daar kreeg hij snel wat pijnstilling van de verpleging, en na twee uur kwam een dokter vaststellen dat gewoon alle spieren in  zijn nek verkrampt waren, maar dat het niks ernstigers was dan dat. Ik vermoed dat ze me een overbezorgde helicoptermoeder vinden, maar zoals gezegd, na Wolf ben ik echt wel voorzichtiger geworden.

Kobe kreeg extra pijnstilling en de raad alle spieren heel erg warm te houden. Dat betekende dus een sjaal en kersenpitjes, en geen school meer die dag. Maar morgen mag hij wel terug gewoon naar school, alleen even geen turnles meer.

Tsja.

Bezigheidstherapie, noemen ze zoiets.

Elektriciteitspanne

Nope, dat was het toch zo even niet, gisterenmiddag.

Net toen ik al het eten had uitgehaald – er was nog massa’s over van dit weekend, Bart doet dat wel vaker zodat ik niet hoef te koken op woensdagmiddag – en wilde beginnen opwarmen, sloeg alle elektriciteit uit. Logischerwijs nam ik een pillamp en ging even in de elektriekkast kijken: nope, alles lag nog netjes aan zoals het hoorde.

De tweede logische stap is dan om uw voordeur open te trekken en te kijken hoe uw buren reageren. En jawel, zowel de overbuurvrouw als Jules en Julien kwamen op straat. Blijkbaar was de hele wijk getroffen. Ik heb dan maar even naar Eandis gebeld, en die wisten me te melden dat het wel voor drie uur deze middag ging opgelost zijn.

Hmpf.

Zolang wachten om te eten, nee, dat was geen goed idee, vond ik. Maar warm eten zat er duidelijk niet in, en ik had ook nog geen brood in huis en had totaal geen zin om er door de sneeuw nog om te hossen, ik ging er in de loop van de namiddag wel zelf bakken.

Dat hoswerk liet ik dan maar met plezier over aan een ander, en bestelde prompt pizza. Met de gsm, want internet werkte uiteraard ook niet hier in huis.

Gejuich alom hier ten huize. Alleen… sloeg tien over één de elektriciteit weer aan, en was het bijna kwart voor twee (in plaats van de beloofde 13.27 uur) voordat de pizzaman opdook. Soit, het heeft dik gesmaakt!