Murphy en zwembaden

Serieus zeg. 25 graden? 30 graden???

Allez, niet dat ik niet content ben, ik geniet keihard van deze enthousiaste nazomer, ge gaat mij niet horen klagen.

Maar vorige week zaterdag besloot ik dat het zwembadseizoen voorbij was, en heb ik het zwembad laten leeglopen. Zondag hebben we het dan met man en macht schoongemaakt, afgebroken en laten drogen. En dat echt wel met man en macht: we hebben allemaal een stuk gedaan en vooral de zeilen doe je niet eventjes op je eentje.

Het zwembadwater was gewoon vuil: het grootste deel van de maand augustus was het nu niet echt zwembadweer geweest, en aangezien mijn rug het opgegeven had, had ik het ook niet onderhouden en proper gemaakt. En blijkbaar de kinderen ook niet. Tsja.
Met enige moeite en de nodige producten had ik het wel weer bruikbaar gekregen, maar goh, begin september, ik zag daar zo het nut niet van in. En goed weer ging het toch niet meer worden, dacht ik zo.

Meh.

Aan de andere kant: ik heb nu wel mijn terras terug.

 

Keuring, of wa?

Twee weken geleden was mijn auto afgekeurd voor roetuitstoot en een spiegelkapje. Serieus.

Bon, ik ben dan met de kapotte rug een anderhalf uur in de garage gaan zitten tot ze beide problemen hadden verholpen. De auto gaat maar een paar maanden meer meegaan, ik ging er dus mee akkoord dat ze de spiegel vakkundig intapeten zodat hij geen gevaar meer vormde.

Vandaag ging het gelukkig iets beter en ben ik op karakter naar de kinesist en daarna de keuring gegaan, na eerst een klein stukje op de R4 te hebben gereden zodat de motor warm stond.

Bon.

Dit dus.

Ik geloofde het bijna zelf niet, maar blijkbaar zijn dat zeer recente richtlijnen dat ze dat niet meer mogen toelaten, dat het echt de originele spiegels met originele bekleding moeten zijn, en het maakt niet uit of de spiegel nog functioneert of niet.

Echt? Ma echt?

En ligt dat nu aan mij, of had mijn garage dat niet moeten weten? Ik bedoel maar, dat mag nog recent zijn, ik geloof toch dat het hun job is, als ze auto’s in orde zetten voor de keuring, om te weten wat de vereisten zijn. Toch? TOCH?

Ik ga bij het invullen van een belastingbrief ook niet moeten afkomen met de regels van vorig jaar, of bij het maken van een verkeersovertreding die ook nog maar net is ingevoerd.

Serieus.

Pissed.

Autozoektocht

Nee, ik ben mijn auto niet kwijt, als u zich dat mocht afvragen, al is dat wel al eens gebeurd in een ondergrondse parkeergarage.

Mijn geliefd Ford S-Max, een grote dieselbak, is namelijk 10 jaar oud en zijn uitstoot is niet meer maatschappelijk verantwoord te noemen, jammer genoeg. Ik rij namelijk dolgraag met mijn bak en eigenlijk zou hij nog wel een jaartje extra mee kunnen, denk ik, ware het niet dat hij vanaf 01 april niet meer in de Gentse binnenstad mag. Lage EmissieZone, weetuwel. Dit jaar heb ik nog kunnen betalen, al snap ik daar de logica niet helemaal van.

Maar bon, een nieuwe auto is dus aan de orde, en we zouden het liefst van al een full electric willen met vijf volwaardige zitplaatsen, een deftige bagageruimte én een rijbereik van minstens 400 kilometer. Maar hier geldt het adagium zoals dat geldt bij maatwerk: je mag twee van de drie voorwaarden kiezen: snel – goed -goedkoop, maar alle drie kan sowieso niet.

Voor elektrische wagens zijn de parameters waarvan je er maar twee van de drie mag kiezen: ruim – groot rijbereik – betaalbaar. En ik schrijf met opzet niet “goedkoop” want het begint meestal sowieso vanaf 45.000 euro.

Ofwel heeft de auto inderdaad een deftig rijbereik en is de prijs nog te doen, maar dan is vooral de achterbank niet echt comfortabel voor drie personen: de middelste is altijd een beetje benepen. Meh. We hebben ook een klein bestelbusje gezien met 7 plaatsen, ruimte voor mijn fiets en al, maar amper 200 kilometer rijbereik. Geen optie dus. En ja, Ford heeft ook een full electric met alles erop en eraan, maar die begint aan 80.000 euro, en dat hebben we er nu ook weer niet voor over, voor een stomme auto.

Hmpf.

Deze middag een testrit gedaan met een Kia, de komende dagen volgen er nog een hoop testritten, en dan uiteindelijk toch de keuze maken. Of alsnog een tweedehands benzine kopen, en nog een paar jaar wachten met full electric tot de keuze wat groter is.

Bah humbug.

Autoperikelen

De rug mag dan om zeep zijn, sommige afspraken zijn nogal moeilijk om te annuleren. En dus hees ik me gisterenmorgen met stok en al in mijn auto – autorijden gaat gelukkig wél nog zonder problemen –  en reed naar de garage voor jaarlijks onderhoud en keuringsnazicht. Tsja. Gelukkig reed Bart meteen ook mee, zodat ik er niet hoefde te blijven – dat was eigenlijk wel voorzien, met een leenfiets en al – want dat zou met de rug nu gewoon niet lukken. Een drie kwartier later lag ik dus alweer in de zetel, oef. Een halve dag en een stevige rekening later had ik een auto die in orde stond, of dat dacht ik toch.

Want toen ik deze namiddag op het afgesproken uur – met stok en al, of wat dacht je – aan de keuring stond, bleek hij op twee punten afgekeurd te zijn! Eén: de roetuitstoot. En laat dat nu net zijn waarom hij op onderhoud is geweest en de filters en zo vervangen zijn. Hmm.
Twee: het plastiek kapje van mijn rechter spiegel is eraf, maar de spiegel zelf werkt wel nog perfect. Wait, what? “Ah ja”, zei de controleur toen ik ernaar vroeg: “Ziet dat er iemand tegen valt en zich pijn doet?” Euh, ik rij met een machine van een paar ton, die spiegel gaat echt het verschil maken.

Nu, ik wist natuurlijk wel dat dat kapje eraf was, maar dacht niet dat ze daar gingen moeilijk over doen, en de garage ook niet. Per slot van rekening is het een auto van tien jaar oud die over een paar maanden vervangen gaat worden. Hmpf. Morgen een venijnig telefoontje richting garage, me dunkt.

En zo blijft ne mens bezig, natuurlijk. Soit, het is niet alsof ik veel anders kan behalve plat liggen en af en toe op mijn tanden bijten.

Murphy…

Hebt ge ein-de-lijk uw stoffen samengezocht, hebt ge een patroon afgedrukt en hebt ge de naaimachine van uw ma geïnstalleerd met een bang hartje – het is meer dan dertig jaar geleden dat ge die nog gebruikt hebt en van uw eigen naaimachine is de pedaal kapot – valt na vijf centimeter – letterlijk!  – naaien de elektriciteit van het ding uit.

Blijkt de kabel kapot te zitten, vlakbij de -uiteraard volledig in het plastiek ingewerkte – stekker. En dat was blijkbaar al zo, want uw ma heeft er destijds nog een ijzerdraadje rond gedraaid. En dan moogt ge eerst nog beginnen solderen aan die draad, die nog ferm tegenwerkt ook want hij zit precies verkeerd gedraaid. Iets wat trouwens nog langer dan dertig jaar geleden is. En zoekt ge uw kot af waar die soldeer ook alweer ligt. En lukt het met een hoop gepruts, maar hebt ge gelukkig uw vingers voor een keer niet verbrand.

En dan, dan, DAN kunt ge aan die mondmaskers beginnen. Yakshaving, iemand?
Maar bon, dat eerste masker, dat valt precies nog mee. De stof is bij nader inzien wel wat te dik: het is van die dikke dikke katoen zoals voor jeansbroeken. Maar het model, yup, dat is het wel.
Allez hup, de kop is eraf.

And so it begins…

De hele week was er al onzekerheid rond dat coronavirus, en nu is dus de kogel door de kerk: scholen sluiten – allez ja, er worden geen lessen meer gegeven – cafés en restaurants gaan dicht, geen bijeenkomsten meer… Het is maar best ook, maar het zullen eenzame weken worden. Gelukkig heb ik een heel fijn gezin, maar hoe ik die vijf weken ga entertainen, valt nog te bezien.

Ik ging deze middag nog een laatste keer eten in Villa Ooievaar en zag dat het dik in orde was. En ik kreeg nog een dikke merci en een “Tot binnenkort hé!” erbij. Ik ga het missen…

En toen wilde ik mijn goede daad van de dag doen: boodschappen doen voor Marleen, mijn oud-lerares dictie en voordracht met wie ik altijd contact ben blijven houden. Ze woont tussen mijn werk en mijn huis, is intussen bijna 70 en is vooral al jaren zwaar ziek, onder andere CVS. In een gewone winter komt ze al vrijwel alleen maar buiten met een mondmaskertje omdat een griepje haar fataal kan worden. Nu heb ik haar ronduit verboden om buiten te komen en ben ik haar boodschappen gaan doen. Alleen… WTF is er aan de hand zeg? Hamsterwoede much????

Haar boodschappen waren alles behalve exuberant, maar geen diepvriesspinazie meer, geen craquottes of Parovita, geen kabeljauw, geen appels… En uiteraard ook geen wc-papier meer, geen idee wat daarmee aan het gebeuren is, maar het is hallucinant.

Voor haar is dat niet evident, want ze kan lang niet alles eten en/of verteren. Mja… Enfin, we gaan de komende weken goed voor haar zorgen.

Bon, het coronavirus is dus nog wel even een blijvertje. Ik sakker omdat de Omen mini is afgezegd, andere larps, rollenspelavonden, concerten, maar dat de OpenSchoolDag niet doorgaat, dat vind ik gelijk wat minder jammer.

Enfin, het is wat het is, we zien nog wel.

Auw.

Sla anders ne keer lompweg uwe voet om in uw eigen garage. Auw. En ’t is niet alsof we hier al 23 jaar wonen, toch? En dat ik dat boordje zou moeten weten zijn, toch?

Enfin, eventjes met poot omhoog, ijs erop, en voorzichtig zijn. Het staat alleen een beetje dik, ziet niet blauw, dus het zal wel meevallen zeker.

Het is gelukkig niet zo erg als in Pompei, destijds, maar mijn voeten, het blijft toch een zwak punt. Al een chance dat ik niet gevallen ben, want dat zou dan weer funest zijn voor de rug. Ik ben wel eventjes op mijn knieën gaan zitten om zeker te zijn dat ik niet zou wegdraaien van de pijn en alsnog zou vallen.

Een goed functionerend lijf, ’t is een gerief, heb ik me laten vertellen.

Een paar gedachten…

  • Vaststelling: ergens met uw tiet tegenbotsen en dat dan snelsnel afkuisen met wat water = een half uur rondlopen met een natte tiet. Nope. Ge kunt niet buiten zo.

  • Zo’n watermeloen aansnijden, da’s toch echt wel uw innerlijke psychopaat even aanspreken.

  • Lieve zanger van Bastille: uitspraak is belangrijk. Als jij zingt: “I feel my pulse quickening” en ik versta keer op keer, tot mijn aanvankelijk grote consternatie: “I feel my balls quickening” dan is het tijd voor uitspraaklessen, me dunkt.

  • “Zeg mama, altijd als ik het woord Engeland hoor, denk ik dat dat daar super eng is. Ja toch?”

  • De Sonos aanzetten, denken: “Dju dat is een goed nummer” en pas na een paar nummers doorhebben dat het niet de radio is maar mijn goed-gezind-lijst. Elke. Keer. Weer.

Dode lupa – levende lupa?

Dinsdag, tijdens mijn voorlaatste les van dit jaar, ben ik gigantisch lomp geweest. Blijkbaar stond mijn geliefkoosde beeld van de lupa – de wolvin van Rome, met die twee baby’s eronder – iets meer naar voor op mijn lessenaar dan anders. ’t Is niet alsof er veel plaats over is in die schoendoos van mij.

Ik zwier met een gigantisch enthousiasme de zijflap van mijn bord open, en jawel, met een grote zwier knalt mijn lupa tegen de grond. Het marmeren voetstuk is quasi niet beschadigd, maar de wolvin zelf, in een soort gegoten kunststof, is in gruzelementen. De leerlingen zijn ijverig beginnen zoeken naar alle brokstukjes, maar ik was er echt het hart van in. Mijn pracht van een lelijk beest, zomaar aan diggelen!

Ik heb ze mee naar huis genomen, heb alles in elkaar gepuzzeld en beetje bij beetje aan elkaar gezet. Ik heb nog wat schilfertjes links en rechts over, maar al bij al valt het best goed mee. Ze is wat fragieler nu, en iets meer gehavend, maar bon, ze is weer toonbaar. Oef. Ik had het eigenlijk niet durven hopen.