Lectuur: Dungeon Crawler Carl 1-7 van Matt Dinniman

Doorgaans bespreek ik geen reeksen meer in hun geheel, maar ik zit nogal wat achter in besprekingen, en deze reeks leent er zich ook grandioos toe, want de premisse blijft dezelfde en ik wil geen spoilers geven over het eigenlijke verloop.

Carl laat per ongeluk midden op een ijskoude vriesnacht de prijskat van zijn vriendin ontsnappen, trekt over zijn hartjesboxersshort een leren jas aan, en gaat buiten de kat uit een boom plukken, wanneer de wereld vernietigd wordt. Als in: een buitenaards syndicaat wil de Aarde ontginnen en heeft daarvoor alle gebouwen platgegooid, compleet met alle levende wezens die zich binnen bevonden. Wie op dat moment buiten was, kan ofwel proberen te overleven, ofwel een van de talloze traphallen binnengaan die overal verschenen zijn, zonder echter te weten wat dat betekent.

Carl kiest ervoor om, in die vrieskou, zo’n traphal binnen te gaan, samen met zijn kat Donut. Dat betekent echter dat hij een Dungeon Crawler wordt, een deelnemer aan een zeer wreed intergalactisch spel. Denk: een mix tussen Dungeons and Dragons en een computerspel. Alleen is het voor de deelnemers bijzonder harde en bijzonder dodelijke realiteit: ze moeten een aantal dagen zien te overleven op hun level, terwijl ze belaagd worden door de meest vreemdsoortige monsters en hinderlagen. Tegelijk hebben ze een heuse ‘spelHUD’, een menu waarmee ze hun stats en skills kunnen oproepen, een inventory - die gelukkig oneindig blijkt – een chat met andere deelnemers enzoverder. Donut blijkt ook sentient te worden, een heuse deelnemer met een behoorlijk hoge charisma en intelligentie.

En dan is het kwestie van te overleven, van het spel door te hebben, verbonden aan te gaan met andere deelnemers, te grinden en zo hun stats te verhogen, de juiste – magische – voorwerpen te vinden die hun skills en stats verbeteren, en uiteindelijk op tijd de traphal naar het volgende level te vinden.

Tegelijk zijn er miljoenen – en uiteindelijk miljarden, triljarden en quadriljarden – kijkers doorheen de Melkweg die hun avonturen volgen, die hen willen zien in talkshows, die hen sponsoren en heuse fanclubs oprichten enzoverder.

Boek 1 geeft de basispremisse weer, en het makkelijkste level van de dungeon. Het is ook het kortste boek van de reeks, een goeie 450 pagina’s. Per level, dat er telkens compleet anders uitziet – een klassieke dungeon, een bizar netwerk van dodelijke metro’s, een reeks bubbels met elk een ander landschap, een hedendaagse stad met echo’s van de vroegere bewoners, … – schrijft Dinniman een nieuw boek, en die worden telkens ook langer, tot meer dan 700 pagina’s. De verhalen zijn van de pot gerukt, maar zijn binnen een computerspel volledig plausibel. Daarnaast komt ook meer en meer de politiek buiten de Aarde aan bod, en blijken er de nodige intriges te zijn met onder andere de Dungeon Crawlers als pionnen. En Carl probeert vooral buiten de regeltjes te denken, achterpoortjes te vinden, oplossingen om zo veel mogelijk mensen te redden en naar de volgende level te helpen.

Dinniman kan zijn fantasie de vrije loop laten, maar het zit telkens wel knap in elkaar, terwijl het je ook telkens meer en meer aan het denken zet over de ethische kant van het totale gegeven.

Ik ben er doorheen geraasd, het leest als een trein, en ik kijk vol spanning uit naar wat er op de achtste level zal gebeuren, maar dat boek is voorlopig nog niet verschenen.

Schrijven, Dinniman! In dezelfde compleet waanzinnige maar heerlijke stijl!

Lectuur: Les Nuits de la peur bleue (Le Bureau des affaires occultes #3) van Éric Fouassier

Zoals ik al eerder zei, zijn dit fantastische boeken, maar niet iets wat je vlot even tussendoor leest, zowel omwille van het Frans als omwille van de toch wel zware inhoud.

Zoals altijd is het gewoon het simpelste om de korte inhoud te geven zoals hij overal te vinden is: meteen een staaltje van het Frans waarin het boek geschreven is.

Printemps 1832. Une épidémie de choléra terrorise la population parisienne. La « peur bleue », comme on l’appelle, provoque des centaines de morts et suscite les plus folles rumeurs. Sinistre hasard: une série de meurtres atroces décime au même moment le quartier pauvre de Saint-Merri. Les victimes sont poignardées avant d’être amputées d’un organe. Qui peut tuer ainsi, prélevant poumon, foie ou rein? Un maniaque? Face au risque de panique, l’inspecteur Valentin Verne explore toutes les pistes. Secondé par Aglaé et deux récentes recrues, l’Entourloupe, escroc repenti, et Tafik, ancien mamelouk des armées napoléoniennes, il traque la vérité dans les rues de Paris et ses recoins les plus obscurs. Une nouvelle enquête de l’inspecteur Valentin Verne, le génial créateur du Bureau des affaires occultes, où la science flirte avec le vice et le crime.  

De jonge inspecteur Verne gaat dus in een door een zware epidemie geteisterd Parijs op zoek naar een seriemoordenaar die op een wel zeer gruwelijke manier te werk gaat. Zijn geliefde Aglaé is intussen ook een lid van zijn afdeling van de politie, tot grote verbazing van zowat alles en iedereen want vrouwen zijn geen politie. Toch niet in die tijd.

Intussen blijven ook de trauma’s van Verne opspelen, tot Aglaé een manier vindt om die te doorbreken. Eindelijk. Want nu kunnen de personages ook op persoonlijk vlak verder, en hoeft de auteur daar niet meer over doordrammen.

Het blijft dus een loodzwaar thema dat ook niet bepaald lichtvoetig wordt weergegeven, en af en toe komt het akelig dicht in de buurt van wat er speelde in 2020. Maar, ik lees zeker nog het vervolg. Als ik eens veel tijd heb – het leest niet bepaald vlot – en weer zin in een uitdaging. Mijn Frans wordt er alleen maar beter op.

Lectuur: “The Last Olympian (Percy Jackson and the Olympians #5)” van Rick Riordan

Zo af en toe lees ik eens een Percy Jackson tussendoor: snelle en amusante lectuur, een no-brainer.

Het valt me, net als vorige keer, op dat het telkens iets minder ‘grappig’ is, wel telkens iets duisterder. Percy wordt telkens wat ouder en volwassener, dat ook, maar de dreiging wordt ook elke keer groter.

Kronos heeft nu zijn zinnen op New York gezet en het is aan Percy en zijn halfbloedvrienden om die opmars te stoppen, want de Olympische goden zelf proberen krampachtig om de titaan Typhon tegen te houden, iets wat eigenlijk niet lukt.

En ja, er vallen doden. Er zijn twijfels, over zelfwaarde, over het nut, over opofferingen… Riordan gaat er knap mee om, het zijn niet meer puur de jongerenboeken die het waren, er zit meer in. Ik lees het graag, zeker omdat het een mengeling is van mijn favoriete mythes en een vlot geschreven boek.

En ja, de rest van Riordan blijft dus op de lijst van te lezen boeken staan. Als tussendoortjes, snelle lectuur. Maar wel hele goeie.

Lectuur: “Abaddon’s Gate (The Expanse #3)” van James S.A. Corey

Het zijn stevige boeken, maar ze blijven intrigeren, en dus lezen we uiteraard verder. Centraal blijft Holden met zijn Rocinante en de crew, maar intussen is het ook een pak verder geëvolueerd.

Het buitenaardse wezen dat Julie Mao heeft gedood en eigenlijk intussen enkele complete stations, heeft nu zelf een gigantische constructie gebouwd: een enorme ring, een poort waarachter geen sterren meer te zien zijn, en die zijn er normaal gezien wel daar voorbij Uranus.

De Rocinante gaat het ding onderzoeken, samen met een hele vloot van ruimteschepen, zowel van de Aarde, Mars als  de Outer Planets. Holden is ervan overtuigd dat het wezen contact met hem zoekt via de verschijning van Miller, die te pas en te onpas met hem komt praten.

Maar achter de schermen speelt zoveel meer, en dat draait voor een groot deel over het uitschakelen van Holden…

De titelpagina vermeldt: “As close as you’ll get to a Hollywood blockbuster in book form” en dat is niet gelogen. Er blijft een rotvaart in zitten, maar tegelijk sleept ook het intermenselijke je mee.

Ben ik fan? Yup. Onvoorwaardelijk, eigenlijk.

Lectuur: “The Butcher of Anderson Station (The Expanse #1.5)” van James S.A. Corey

Zoals zoveel fantasy en science fiction auteurs schrijft ook Corey kortverhalen tussen zijn boeken door, om kleine zijsprongen te maken of losse eindjes te verduidelijken die niet in een van de boeken zelf passen.

Zo ook dit kortverhaal: in de boeken wordt verwezen naar Fred Johnson en zijn reputatie als Butcher of Anderson Station. En nee, dat is niet positief bedoeld. Maar Johnson laat wel merken dat er meer achter zit, dat het misschien wel ingewikkelder en genuanceerder is dan dat. En dus is er ruimte voor een kortverhaal waarin de oorsprong van die titel uit de doeken wordt gedaan.

Corey schrijft dit in dezelfde stijl als de hoofdboeken en het past er dus naadloos bij. En ja, ik snap wel dat hij dit in een apart verhaal steekt: het zou de vaart van de gewone boeken wat breken, en als addendum is dat ook zo flauw…

Lectuur: “Leviathan Wakes (The Expanse #1)” van James S.A. Corey

Ik kende The Expanse van de schitterende reeks op Netflix, en ik heb al zitten denken dat ik die nog eens opnieuw wilde bekijken. En toen zag ik bij een maat dat hij de boeken aan het lezen was, en wilde ik dat eigenlijk ook wel.

Het is een tijdsinvestering, want dit eerste boek alleen al is tegen de 600 pagina’s, en er zijn intussen 9 boeken en een reeks novelles. Maar bon, het krijgt zeer goeie kritieken, en waarom dan ook niet?

Ik heb er geen spijt van gehad. Schitterend geschreven, en nog steeds spannend, ook al weet ik door de verfilming wat er gaat gebeuren, want ja, die blijft echt wel trouw aan het boek.

We zitten in een niet nader genoemde tijd in de toekomst, waarin niet alleen de aarde en de maan bevolkt zijn, maar ook Mars, Venus en de manen van Jupiter en een reeks grote asteroïden in de ‘Belt’, de ringen van Saturnus. Het leven is daar verre van evident: zuurstof, water en licht zijn een kostbaar goed, en water bijvoorbeeld wordt gemijnd in de ringen en per transport naar de Gordel gebracht. Mensen zijn er zich continu bewust van het belang van zuurstof, en ze zijn zelfs fysiologisch al licht verschillend van aardbewoners die wel opgegroeid zijn in een 1G zwaartekracht en niet met een veel lichter gewicht.

Jim Holden, een idealistische, naïeve aardbewoner, is XO op zo’n vrachtschip, wanneer zijn schip wordt aangevallen en hij tegen wil en dank de kapitein wordt. Maar er klopt een heleboel niet: waarom zijn ze aangevallen, en door wie? Wat heeft het te maken met dat quasi verlaten andere schip dat ze gevonden hebben? Of met Joe Miller, een verlopen agent op Station Ceres, die de opdracht krijgt om naar een vermist meisje op zoek te gaan? Holden ontketent tegen wil en dank een oorlog tussen Aarde en Mars en vlucht met het restant van zijn bemanning naar nog een derde partij, de Outer Planets Alliance. Een en ander leidt tot een clusterfuck van formaat, maar levert ook een kei van een boek op.

Geloof me, dit is een zwaar boek. Dit is geen proper, opgepoetst toekomstbeeld zoals in pakweg Star Trek. Mensen zijn vuil, vies, vechten voor hun bestaan in een uitgehouwen maan van Jupiter, de ruimteschepen zijn utilitair en niet esthetisch, de moraal is zwaar en er sterft menig persoon, al dat niet gruwelijk. Er is nog steeds oorlog maar dan op planetaire schaal, en er zijn de nodige misverstanden. En toch, toch doet dit boek je nadenken, over waarheid en het belang die te vertellen, of misschien toch maar bepaalde dingen te verzwijgen om ergere dingen te voorkomen. Over de waarde van een mensenleven. Over…

Of lees het gewoon zelf.

Lectuur: “Stone and Sky” (Rivers of London #10) van Ben Aaronovitch

In 2020 had ik zowat de hele reeks van de Rivers of London erdoor gejaagd, kwestie van fijne, snelle, hedendaagse magiërslectuur te hebben. Het is duidelijk anders dan pakweg de César Hawke of Harry Dresden, gewoon omdat het Brits is, en bij momenten zelfs oerbrits, en daar ben ik dus echt wel door gecharmeerd.

Dit tiende ‘echte’ boek – er zijn tal van novelles, graphic novels en zelfs een luisterboek – in de reeks borduurt verder op het fijne hoofdverhaal, maar Peter Grant is niet langer de enige verteller van dienst, intussen krijgt ook Abigail, zijn nichtje en magiër-in-opleiding, haar eigen hoofdstukken. Ze zijn met zijn allen – Peter, Abigail, maar ook Peters vrouw Beverly en hun tweeling, Peters ouders en de bandleden van zijn vaders muziekgroep, zijn leermeester Nightingale en Abdul, een vriend – met vakantie in Schotland, meer bepaald de streek rond Aberdeen. Waarom die streek? Omdat er een zeer grote zwarte katachtige is gesignaleerd, iets dat daar eigenlijk niet kan thuishoren.

Een en ander leidt tot een heus onderzoek met alles erop en eraan: arrestaties, moorden, rondvliegende kogels, een wyvern (twee poten, een draak heeft er vier) en vooral ook zeemeerminnen en selkies. Oh, en gevaarlijke experimenten op een boorplatform, dat ook. Veel vakantie levert het dus niet op voor Peter of Abigail, maar het resulteert wel in amusante lectuur.

Wat hier wel leuk is, is dat je dus wisselt van POV, waardoor je de actie op twee fronten tegelijk krijgt terwijl je dus nog steeds in de ik-persoon leest. Aaronovitch geeft Peter een duidelijk Britse, volwassen toon, terwijl Abigail jongerentaal gebruikt, en dat is bij momenten zowel verwarrend als grappig.

Wereldliteratuur? Zeer zeker niet, maar wel opnieuw amusante fantasy. Meer moet dat niet zijn in de vakantie.

Lectuur: “The Mists of Avalon” van Marion Bradley Zimmer

Ik herinner me dat ik als meisje dit boek had gelezen en er toen helemaal weg van was. Omdat ik het me met de beste wil van de wereld niet echt meer kon herinneren, wilde ik het dus nog eens herlezen.

Meh.

Uiteraard sta ik intussen helemaal anders in het leven dan mijn vijftienjarige zelf, maar toch… Het boek wordt algemeen aanzien als een klassieker in het fantasygenre, zeker dan de Arthurlegendes. En ja, het heeft wel wat, uiteraard. Je krijgt de Arthurmythe maar dan helemaal vanuit het perspectief van de vrouwen, vooral dan vanuit die van zijn halfzus Morgaine, deels ook vanuit die van Gwenhwyfar (Guinevere). En ja, het is knap om het vanuit een ander standpunt te zien dan dat van Arthur zelf.

Maar… (en die maar hoorde u natuurlijk al komen)

ik heb me erdoor moeten worstelen. Ik vond het eigenlijk vooral pseudofeministisch en antikatholiek gezaag. Ja, Morgaine is een adept, zelfs een hogepriesteres van het oude druïdisme dat zich vooral manifesteert op Avalon, met alle bijhorende gebruiken. Maar alles wat met de kerk heeft te maken, is blijkbaar des duivels (pun intended). Nu, ik ben zelf niet gelovig, ik ben absoluut niet akkoord met alles wat de kerk op haar kerfstok heeft, maar dan nog. Gwenhwyfar is bijvoorbeeld zeer katholiek en dan krijg je bladzijden aan een stuk dat ze twijfelt over zichzelf, over Arthur, dat ze zich afvraagt hoe ze die heidense invloeden in hemelsnaam kan onderdrukken, aan de kant schuiven, elimineren.

Anderzijds is er ook het bijzonder puberale gedrag van de dames: “Oh nee, ik ben verliefd op iemand en ik kan niet bij hem zijn wegens dinges maar ik krijg hem maar niet uit mijn hoofd en wat moet ik daar nu mee doen, en ik heb hem toch gekust of oh nee ik heb zelfs seks met hem gehad en nu ben ik verdoemd en oh nee… ” Kwijn kwijn…

Ik snap dat er daardoor innerlijke dilemma’s ontstaan, maar dat hoeft voor mij geen bladzijden lang uitgerokken te worden en talloze keren herhaald. Ja, ik heb intussen wel door dat Gwenhwyfar liever bij Lancelet zou zijn dat bij Arthur, maar get over it!

Wat mij betreft had het boek dus gerust de helft ingekort kunnen worden: duizend bladzijden was echt niet nodig.

Lees ik de vervolgboeken? Nee, ik dacht het niet. Jammer.

Lectuur: “Wretched Wicked” (Preternatural Affairs #9.5) van S.M. Reine

Nu ik de serie rond César Hawke en zijn Preternatural Affairs min of meer had afgerond, wilde ik ook nog dit kortverhaal erbij lezen, omdat het nog een aantal losse eindjes aan elkaar knoopt en vooral de dynamiek tussen César en zijn baas/vriend/partner/kopis Fritz Friederling.

Het is wel eens fijn en het verduidelijkt wel wat, maar ik vond het eerder een beetje cheesy, alsof de auteur probeerde uit te melken wat ze kon.

Mja.

Soit, het is gelezen.

Lectuur: “The Road to Helltown” (Preternatural Affairs #9) van S.M. Reine

César Hawke is duidelijk nog niet uitgeavonturierd, zoveel is zeker. In deel 9 van deze pulpy reeks wordt het intussen pure fantasy. Waar het allemaal begon in Los Angeles in een vrij normale wereld met een voor de gewone mens onmerkbare magische laag, is die façade intussen helemaal weggevallen. In een van de eerdere boeken was een deel van LA in vlammen opgegaan en was daar nog een ‘werkbare’ uitleg aan gegeven, nu wordt LA – en bij uitbreiding de rest van de USA – verdeeld door een gigantische kloof die tot in de hel reikt. Als in: de echte hel, met duivels, demonen en ander gespuis. Er is een soort van apocalyps geweest, een reset, en Hawke is zijn eerdere leven vergeten. Hij probeert nu vluchtelingen weg te krijgen uit LA en herinnert zich zijn vroegere vrienden totaal niet.

Wanneer zij hem dan oppikken en hem het verhaal van ‘een vriend’ vertellen, krijg je op die manier het einde van de wereld te horen, en hoe er toch op zekere manier een nieuw begin is.

Voor mij was het een beetje te veel bij het haar getrokken: ik heb mijn urban fantasy graag iets realistischer, maar het is wel oké.