Namiddagje Zomergem

Aangezien de uitslag van Wolfs coronatest nog steeds niet binnen is en we geen risico wilden lopen, kwam ons pa deze middag niet bij ons eten, maar ging ik tegen half drie naar hem toe. Met mondmasker, op veilige afstand, maar wel met een portie zalm met broccoli en pasta, een croissant, zelfgemaakte soep voor een paar dagen en vooral ook twee éclairtjes, eentje voor elk. We hebben er aan de keukentafel gezellig zitten kletsen, koffie gedronken, éclairtje gegeten, en we zagen allebei dat het goed was.

Om eerlijk te zijn: eigenlijk heb ik nu meer tijd met hem doorgebracht dan wanneer hij bij ons komt. Bij ons is hij een deel van de familie: we eten, hij sorteert kousen, we drinken koffie en eten taart, hij schaakt als Wolf thuis is, maar echt praten doen we niet vaak.

Bij het weggaan droeg hij me op een lege wijnfles bij het glas te gooien. Dit is dus wat mijn vader als doordeweekse wijn drinkt, tegenwoordig. En hij heeft gelijk!

Toneel: “Familie” van Milo Rau

Vrijdag of zo kreeg ik een berichtje van Patricia: of ik zondagmiddag niet mee wilde naar een toneelstuk in het NTG. Goh, ik zag geen reden waarom niet, ik was vrij en het was alweer veel te lang geleden dat ik nog een toneelstuk had gezien.

Zondag kwart voor drie wandelde ik het Sint-Baafsplein op, en nog wat later zat ik tussen twee bekenden in de theaterzaal. Of ik wist waarover het stuk ging? Euh nee, niet meteen. Mijn gezelschap schrok: “Oh, jij komt naar deze voorstelling zonder voorkennis? Oei.”

Bleek het om een behoorlijk controversieel stuk te gaan. Ik haal even de perstekst van de website van het NTG:

“In 2007 pleegde een voltallig gezin zelfmoord in Calais: de ouders en hun twee kinderen. Er is nooit een motief gevonden. De afscheidsbrief meldde enkel: ‘We hebben het verkloot, sorry.’ Familie is een experiment, een etnologische studie van een hedendaags privéleven, een tentoonstellen van het alledaagse. In de banaliteit doemt de grote vraag op: Waarom zijn we hier? Op het podium: een echte familie.

Dit familiedrama wordt opgevoerd door een echte familie: acteurs An Miller en Filip Peeters treden niet alleen samen op als koppel, voor het eerst in hun carrière staan ze op het podium samen met hun twee tienerdochters Leonce en Louisa – en hun honden. Op scène zien we het huis van de familie Demeester, of is het het huis van de familie Peeters/ Miller? Samen reconstrueren ze de mysterieuze case van de familie Demeester, daarbij houden ze hun eigen gezin tegen het licht en stellen ze de constructie van het gezin, als kern en oorsprong van onze wereld vandaag, in vraag.

Fictie en realiteit worden vermengd. Op het podium zien we een gezinsavond zoals er vele zijn, behalve dat het dit keer de laatste is. We zien een gezin eten, douchen, Engels studeren, film kijken. We zien hen praten over alledaagse zaken, telefoneren, naar muziek luisteren, opruimen, herinneringen ophalen. En in dit tonen van het gewone, ontstaat de grote vraag: waarom zijn we hier? Waarom ben ik hier? Zou het niet beter zijn als we zouden verdwijnen?”

De recensies waren zeer gemengd, vertelde Patricia: sommigen vonden het bijzonder afstandelijk gespeeld.

Wel, ik kan u verzekeren: afstandelijk is het niét!

Ik geef eerlijk toe: het eerste kwartier vroeg ik me af waar het heen ging, wat ik daar zat te doen, en of ik niet beter buiten van het mooie weer zou genieten. Want ja, je kijkt binnen in een gewoon huis, waarbij de gezichten van de spelers gecapteerd worden door een aantal camera’s en je zo perfect kan meevolgen.

En de spelers doen doodgewone gezinsdingen, precies zoals bij ons thuis het geval zou zijn. Maar gaandeweg ontdek je dat er meer, veel meer aan de hand is. En uiteindelijk zie je ook de vier personages effectief zichzelf ophangen.

Het stuk is… bevreemdend. Beangstigend. Verkillend. Na het applaus bleef het griezelig stil in de zaal: vrijwel niemand sprak een woord. Ook wij stonden alweer beneden in de hal, met onze jassen aan en al, voor we ook maar iets zeiden tegen elkaar. Want dit stuk komt binnen. Keihard. Verregaand nihilisme, en toch ook weer niet. Het feit dat ik zelfs beneden nog bij verschillende mensen tranen in de ogen staan, logenstraft de uitspraak als zou het afstandelijk zijn.

Chapeau voor de acteurs, en vooral voor de twee jongedames die dit toch maar weer avond na avond opvoeren. Ik weet niet of ik het zou kunnen.

Stof om over na te denken. Een stuk dat aan de ribben hangt. De moeite, jawel.

Ik ben nog een uur op mijn eentje gaan rondwandelen in het invallende duister, vooraleer ik mijn wederhelft opbelde om me te komen halen. Tegen dan stond ik al op de Blaisantvest. Om maar te zeggen…

Winnie

Ieder huishouden heeft zo zijn eigen  bizarre termen. Allez ja, dat denk ik toch.

Hier in huis noemen we hagelslag bijvoorbeeld pibo, en dat is omdat mijn jongste broer, nu toch ook al over de 40, dat als peutertje zo zei.

Een ander begrip is winnie. Je bent winnie als je eigenlijk veel te veel gegeten heb en poefedik zit. Zoals na een veel te groot pak friet, of een kerstmaaltijd, je weet wel.

En vanwaar nu de naam? Wel, da’s toch logisch? Winnie The Pooh zegt dat vaak dat hij na een ganse pot honey gewoon te veel gegeten heeft. Dan moet hij uitbuiken en op zijn gemak een dutje doen.

Familie-etentje

Elk jaar komen we rond Jerooms sterfdatum samen om hem te herdenken. De vorige jaren was dat telkens in de vooravond een jaarmis in Louise-Marie om dan daarna sandwichen te gaan eten bij Nelly.

Uiteraard gaat dat nu niet zomaar, aangezien zij nu in een serviceflat woont. Bart en Koen hebben haar kunnen overtuigen om het bijwonen van de jaarmis te laten vallen – het is niet alsof er nog iemand van de kinderen katholiek is – en gewoon gezellig samen iets te gaan eten in Kruishoutem. Daarna bezoeken we dan het graf van Jeroom, en vervolgens gaan we nonkel nog even ambeteren, want die is nog aan het revalideren in een RVT in Kruishoutem.

Voor mij was er dus een kink in de kabel gekomen door de uitvaartdienst voor Erik, waar ik eigenlijk graag bij was geweest. Maar ik kan me natuurlijk niet in twee splitsen, en Bart had erop aangedrongen dat ik mee ging eten, want dat dat anders niet in goede aarde ging vallen. Dat snap ik.

Ik ben dus inderdaad mee gaan eten, maar ik was er echt met mijn gedachten niet bij, sorry. De locatie – de Zandvlooi in dezelfde straat als de ouderlijke boerderij – was nochtans niet mis, net zoals het eten.

Na het dessert ben ik dan ook naar Antwerpen gereden, waar na de dienst alle larpvrienden uitgenodigd waren in The Geeky Cauldron, het café dat Erik mee heeft helpen inrichten en waar veel larpers kind aan huis zijn.
Er was nog een man of dertig, schat ik, en dat deed deugd.

Ik ben er blijven hangen tot rond een uur of acht, heb toen zijn beste vriend naar huis gebracht, en heb toen nog een paar caches gezocht tot het begon te regenen.

Intense dag, dat zeker.

 

Nieuwjaren

Het had wat voeten in de aarde, maar bon, er is genieuwjaard gisteren. Met de kinderen deden we ’s middags een fondue, en ze konden zich niet herinneren dat we dat ooit al gedaan hadden.

En tegen zes uur kwamen de broers alweer hier met hun gezin. Tsja, eerst sputterden ze allebei tegen wegens niet echt op voorhand gepland en andere plannen en… Maar toen zei de ene: “Goh ja, tegen zes uur kunnen we wel in Wondelgem zijn”, waarop de andere instemde. En het dus blijkbaar hier te doen was. Soit, we hebben er niet echt veel werk van gemaakt: chipjes en zo en daarna gewoon kaas met brood. Oh, en nieuwjaarsbrieven, natuurlijk.

Tegen negen uur bracht ik ons pa terug naar het ziekenhuis, en dat was dat ^^