Kerstavond

Eigenlijk hadden we al besloten, nog voor dat we wisten dat ik moest geopereerd worden, dat we kerstavond én kerstdag hier bij ons thuis gingen doen, maar dan wel met een traiteur. Kerstavond is sowieso afwisselend bij mij en bij Jeroen, en kerstdag was tot hiertoe bij Nelly: vroeger bij haar thuis, sinds een paar jaar op restaurant, of gewoon taart bij haar.

Maar op restaurant zagen we niet zitten – wie kon voorspellen of ze open gingen zijn of niet? – en hier kan ze probleemloos binnen wegens geen trappen. De keuze was dus snel gemaakt.

Bart bestelde alles bij een traiteur en zag het gelukkig zitten om al het werk voor zijn rekening te nemen, want ja, ik kon niet echt veel doen.

De kinderen hielpen om alles op te ruimen, te stofzuigen en klaar te zetten, het mooie servies van omaly werd bovengehaald, het zilver van mijn ma – dat ik als cadeautje gekregen heb van mijn vader en waar ik  bijzonder blij mee ben want ik vind dat prachtig, veel mooier dan ons eigen tafelzilver – werd opgeblonken, de kristallen glazen opgeboend, en ik dirigeerde een beetje.

Tegen vijf uur stond alles klaar, moest ik enkel mezelf nog opblinken, en had ik tijd om nog eventjes te bekomen in de zetel.

Er waren stapels cadeautjes en ik kreeg een prachtig cadeau van mijn broer en schoonzusje: de VIP-tickets voor The Cure, waarover ik het al zo enthousiast had! En van Bart was er een boek over droogbloemen. Ha ja, want ik heb er intussen al een serieuze vaas vol van :-p

Er was uiteraard ook het eten: vier culinaire hapjes -bavarois van rode paprika, gerookte forel en haringkaviaar; glaasje konfijt van witloof, sinaasappel en fazantenpaté; gevulde champignon met feta en Breydelham (warm) en gegratineerde reuzenmossel met aardpeer en zachte curry (warm) – daarna een voorgerecht van kabeljauwhaasje met knolselderstructuren en garnalensaus, en dan een fantastische wortelcrèmesoep. Als hoofdgerecht was er kalkoenfilet met bospaddenstoelensaus, een klassieke groentenkrans en bijzonder lekkere handgemaakte kroketten. En uiteraard ook een dessert: een Saint-Honoré met vanillesaus.

Ondertussen waren er pakjes, speelden de meisjes een gezelschapsspel en trokken de jongens zich terug om samen iets op de computer te spelen, aten we fortune cookies en gingen Delphine en ik heel regelmatig even liggen. Ha ja, ik ben geopereerd, maar zij heeft zes weken geleden een hysterectomie gehad en is nog absoluut niet in orde.

Dat zorgde er ook voor dat ze tegen elf uur al afscheid namen: zowel Delphine als ik waren doodop…

Maar het was een aangename, gezellige avond met vooral ook lekker eten. Een ideale kerstavond, zou ik zo zeggen. Schol!

 

Dagje Ronse en Kruishoutem

Vandaag had Nelly ons uitgenodigd om, zoals de traditie het wil, samen te gaan eten voor Allerheiligen. We pikten haar op in Triamant en reden naar ’t Konijntje, waar het sowieso altijd goed is. De menu hadden we nog niet echt vastgelegd, ik ging voor een ronduit fantastische salade met eendenlever, gerookte eendenborst en geconfijte borst en daarna een wildstoofpot met frietjes. En ik heb echt, echt te veel gegeten, eigenlijk had ik al zo goed als genoeg met het voorgerecht.

Tussendoor ging ik met Merel eventjes de cache oppikken die aan de ingang van ’t Konijntje lag.

Wolf was niet mee, die zit met Arwen en haar familie ergens in de bossen in Nederland.

Na de maaltijd reden we met zijn allen naar het kerkhof in Kruishoutem. Het had net behoorlijk hard geregend en Nelly zag het dan ook niet zitten om mee uit te stappen. Ik heb dan maar wat foto’s getrokken en hallo gezegd tegen Jeroom voor haar, en tegen bompa.

En toen wilde ze perse nog naar Staf. Ik snap dat wel, maar na afloop was ze doodop, en dat is niet te verwonderen natuurlijk: ik was er zelf ook al moe van.

Maar al bij al was het een fijne familiedag, eentje waar we er het afgelopen jaar veel te weinig van gehad hebben.

Tachtig: hiep hiep hoera voor Nelly!

Jawel, mijn schoonmoeder wordt vandaag gewoonweg tachtig! Ze is niet goed ter been meer – heeft een rollator nodig – en heeft veel pijn door een spierziekte, maar ze is wel nog steeds de oma van de kinderen en we zijn blij dat ze er is!

Vandaag had ze ons uitgenodigd om te gaan eten bij Paul de Pierre in Maarkedal, eventjes rijden voor ons maar vlakbij voor haar.

Bart ging haar samen met Wolf en Merel in de nieuwe auto oppikken, ik kwam achter met Kobe en mijn vader.  Hij was, tot mijn plezier, ook uitgenodigd en was strak in pak met strikje en een cadeautje vol chocolade en snoepgoed.

Het eten was, zoals altijd, meer dan in orde.

Ze had gevraagd voor een familiefoto en die namen we buiten in de zon bij het afscheid nemen. Yup, een mooie groep, toch?

De kinderen reden allemaal met Bart mee naar huis, wat mijn pa en ik de gelegenheid gaf om, nu de regen eindelijk gestopt was en de zon meer dan scheen, nog een paar caches te zoeken in Oudenaarde. Ver mochten we niet gaan want hij had zijn kostuumschoenen aan ^^

We hadden er een vrij gewone, dan een mooie aan het water en dan een virtuele in het kleine begijnhof van Oudenaarde, mij totaal onbekend maar wel echt mooi.

Een mooie dag, voorwaar.

En dan nu mijn valies maken, want we vertrekken morgenvroeg naar Frankfurt voor 5 dagen en ik moet er nog aan beginnen. Tsja.

Bourgoyen

Een aantal jaar geleden wilde ik een nieuwe traditie beginnen: gaan wandelen in de Bourgoyen op oudejaarsnamiddag. Maar de vorige jaren was het blijkbaar telkens aan het gieten. In 2015 was het wel gelukt, in 2014 ook.

Maar een van Wolfs beste vrienden verjaart op oudejaarsavond en hij wilde graag de namiddag met zijn maten spenderen, en dus gingen we vandaag wandelen.

Ik dacht aan een klein eindje, maar uiteindelijk hebben we de hele toer gedaan van iets meer dan 5 kilometer. En na afloop een pannenkoek van Pierino die heel strategisch op de parking stond, want het was er echt wel druk. Maar bon, wij waren er ook, we moesten dus niet klagen.

En uiteraard waren er foto’s. Geniet. Ik heb dat ook gedaan.

Namiddagje Zomergem

Aangezien de uitslag van Wolfs coronatest nog steeds niet binnen is en we geen risico wilden lopen, kwam ons pa deze middag niet bij ons eten, maar ging ik tegen half drie naar hem toe. Met mondmasker, op veilige afstand, maar wel met een portie zalm met broccoli en pasta, een croissant, zelfgemaakte soep voor een paar dagen en vooral ook twee éclairtjes, eentje voor elk. We hebben er aan de keukentafel gezellig zitten kletsen, koffie gedronken, éclairtje gegeten, en we zagen allebei dat het goed was.

Om eerlijk te zijn: eigenlijk heb ik nu meer tijd met hem doorgebracht dan wanneer hij bij ons komt. Bij ons is hij een deel van de familie: we eten, hij sorteert kousen, we drinken koffie en eten taart, hij schaakt als Wolf thuis is, maar echt praten doen we niet vaak.

Bij het weggaan droeg hij me op een lege wijnfles bij het glas te gooien. Dit is dus wat mijn vader als doordeweekse wijn drinkt, tegenwoordig. En hij heeft gelijk!

Toneel: “Familie” van Milo Rau

Vrijdag of zo kreeg ik een berichtje van Patricia: of ik zondagmiddag niet mee wilde naar een toneelstuk in het NTG. Goh, ik zag geen reden waarom niet, ik was vrij en het was alweer veel te lang geleden dat ik nog een toneelstuk had gezien.

Zondag kwart voor drie wandelde ik het Sint-Baafsplein op, en nog wat later zat ik tussen twee bekenden in de theaterzaal. Of ik wist waarover het stuk ging? Euh nee, niet meteen. Mijn gezelschap schrok: “Oh, jij komt naar deze voorstelling zonder voorkennis? Oei.”

Bleek het om een behoorlijk controversieel stuk te gaan. Ik haal even de perstekst van de website van het NTG:

“In 2007 pleegde een voltallig gezin zelfmoord in Calais: de ouders en hun twee kinderen. Er is nooit een motief gevonden. De afscheidsbrief meldde enkel: ‘We hebben het verkloot, sorry.’ Familie is een experiment, een etnologische studie van een hedendaags privéleven, een tentoonstellen van het alledaagse. In de banaliteit doemt de grote vraag op: Waarom zijn we hier? Op het podium: een echte familie.

Dit familiedrama wordt opgevoerd door een echte familie: acteurs An Miller en Filip Peeters treden niet alleen samen op als koppel, voor het eerst in hun carrière staan ze op het podium samen met hun twee tienerdochters Leonce en Louisa – en hun honden. Op scène zien we het huis van de familie Demeester, of is het het huis van de familie Peeters/ Miller? Samen reconstrueren ze de mysterieuze case van de familie Demeester, daarbij houden ze hun eigen gezin tegen het licht en stellen ze de constructie van het gezin, als kern en oorsprong van onze wereld vandaag, in vraag.

Fictie en realiteit worden vermengd. Op het podium zien we een gezinsavond zoals er vele zijn, behalve dat het dit keer de laatste is. We zien een gezin eten, douchen, Engels studeren, film kijken. We zien hen praten over alledaagse zaken, telefoneren, naar muziek luisteren, opruimen, herinneringen ophalen. En in dit tonen van het gewone, ontstaat de grote vraag: waarom zijn we hier? Waarom ben ik hier? Zou het niet beter zijn als we zouden verdwijnen?”

De recensies waren zeer gemengd, vertelde Patricia: sommigen vonden het bijzonder afstandelijk gespeeld.

Wel, ik kan u verzekeren: afstandelijk is het niét!

Ik geef eerlijk toe: het eerste kwartier vroeg ik me af waar het heen ging, wat ik daar zat te doen, en of ik niet beter buiten van het mooie weer zou genieten. Want ja, je kijkt binnen in een gewoon huis, waarbij de gezichten van de spelers gecapteerd worden door een aantal camera’s en je zo perfect kan meevolgen.

En de spelers doen doodgewone gezinsdingen, precies zoals bij ons thuis het geval zou zijn. Maar gaandeweg ontdek je dat er meer, veel meer aan de hand is. En uiteindelijk zie je ook de vier personages effectief zichzelf ophangen.

Het stuk is… bevreemdend. Beangstigend. Verkillend. Na het applaus bleef het griezelig stil in de zaal: vrijwel niemand sprak een woord. Ook wij stonden alweer beneden in de hal, met onze jassen aan en al, voor we ook maar iets zeiden tegen elkaar. Want dit stuk komt binnen. Keihard. Verregaand nihilisme, en toch ook weer niet. Het feit dat ik zelfs beneden nog bij verschillende mensen tranen in de ogen staan, logenstraft de uitspraak als zou het afstandelijk zijn.

Chapeau voor de acteurs, en vooral voor de twee jongedames die dit toch maar weer avond na avond opvoeren. Ik weet niet of ik het zou kunnen.

Stof om over na te denken. Een stuk dat aan de ribben hangt. De moeite, jawel.

Ik ben nog een uur op mijn eentje gaan rondwandelen in het invallende duister, vooraleer ik mijn wederhelft opbelde om me te komen halen. Tegen dan stond ik al op de Blaisantvest. Om maar te zeggen…

Winnie

Ieder huishouden heeft zo zijn eigen  bizarre termen. Allez ja, dat denk ik toch.

Hier in huis noemen we hagelslag bijvoorbeeld pibo, en dat is omdat mijn jongste broer, nu toch ook al over de 40, dat als peutertje zo zei.

Een ander begrip is winnie. Je bent winnie als je eigenlijk veel te veel gegeten heb en poefedik zit. Zoals na een veel te groot pak friet, of een kerstmaaltijd, je weet wel.

En vanwaar nu de naam? Wel, da’s toch logisch? Winnie The Pooh zegt dat vaak dat hij na een ganse pot honey gewoon te veel gegeten heeft. Dan moet hij uitbuiken en op zijn gemak een dutje doen.