Wafelkommetjes

In juni had ik nog eens geschreven over de ragfijne wafeltjes die ik dankzij Edwin kon bakken.

Toen hadden we eigenlijk vooral een probleem met het feit dat je, als je er ijshoorntjes van wil maken, ze rond de roltuut – de plastieken kegel -moet draaien als ze nog gloeiend heet zijn en dat het echt een kwestie van seconden is. Maar met een ovenwant aan lukt het niet, en wachten tot ze afkoelen is ook geen optie, want dan zijn ze keihard en kan je ze niet meer oprollen.

Kobe was gestraft gisteren – slechte punten leveren hem een computerloze dag op, want het is niet van niet kunnen, maar van niet maken of een andere slordigheid – en bakte dus met alle plezier nog eens van die wafeltjes. En stelde toen vast dat je met een vork dat wafeltje wel perfect kunt draperen in een kommetje en het dan netjes modelleren, zodat je van die wafelkommetjes hebt, zonder je vingers te verbranden. Hij maakte er meteen genoeg van voor een vieruurtje vandaag, en ik kocht er meteen vanille-ijs bij, een blik fruitsla (of vers fruit voor wie dat wilde) en een bus slagroom.

Je had ze moeten zien glunderen vandaag. Echt. Ja, Kobe is wel de bakker hier in huis.

Vogeltjes

De winter zou de winter niet zijn zonder een obligate vogeltjespost. Ik blijf er immens van genieten om de vogels te zien die in onze tuin zich komen bevoorraden aan de mezenbollen en de nootjes.

Helaas, mijn telelens heeft de geest gegeven, het zijn dit jaar dus foto’s geworden met de iPhone en de gewone lens van de camera, maar het blijft mooi om zien. Ik heb een paar merels gespot, een roodborstje (of meer) dat hier heel regelmatig komt pikken, wat koolmeesjes en iets minder vinkjes dan vorig jaar.

Lectuur: “Honderd jaar eenzaamheid” van Gabriel García Márquez

Dit was er eentje van mijn lijst van klassiekers uit zowel de BBC-lijst als de Big Read.

Toen ik op voorhand meldde dat ik dit ging lezen, kreeg ik daar behoorlijk wat commentaar op, gaande van zeer positief tot een aantal mensen die hem absoluut niet uitgelezen kreeg. Enkele mensen die me vrij goed kennen, waarschuwden me dat ik er een kluif aan ging hebben. Maar het boek is niet voor niets een klassieker, dus ik ging ervoor.

Hmmm.

Als ik nog één keer de naam José, José Arcadio of Aureliano hoor, ga ik gillen, denk ik. Ik heb niks tegen magisch realisme, wel integendeel, maar hier had ik bij momenten zin om een stamboom op te stellen om toch maar de verschillende personages uit elkaar te kunnen houden. Het zouden er al genoeg geweest zijn moesten ze allemaal verschillende namen hebben gehad, maar als je meerdere, soms zelfs gelijktijdige personages krijgt met dezelfde naam, dan wordt het een beetje moeilijk. Naar het schijnt zit er standaard een stamboom in de meeste uitgaven, maar dat is een van de weinige nadelen aan een ebook: het bladert niet zo eenvoudig.

Enfin, ik heb me er bij momenten toch wel een beetje moeten doorheen worstelen. Het is dan ook bijna een stream of consciousness die meandert over de verschillende generaties heen, met vooral heel veel liefdesintriges en bizarriteiten. Nu, ik ben een fantasy lezer, die bizarre dingen storen me allerminst. Maar soms lijkt het wel een beetje op een soap, met van die kleine cliffhangers en goedkope plotwendingen. Waar ik het ook lastig mee had, was dat Márquez bepaalde gebeurtenissen beschrijft die achteraf absoluut niet gebeurd blijken te zijn. Ik weet wel dat het net voor een stuk om die lotsbestemming gaat, maar toch…

Ik kan eigenlijk wel begrijpen dat sommige mensen dit een prachtig boek vonden, maar mij kon het niet echt bekoren. Slecht is het niet, maar ik heb al beter gelezen. Ik heb er ook tien – weliswaar drukke – dagen over gedaan, en dat is eerder uitzonderlijk bij mij.

Hmmm.

Nope.

Dansmeisje

Merel moest al eventjes nieuwe leggings hebben: haar oude zitten vol gaten en zijn dus niet meer bruikbaar voor school. En wat nieuw ondergoed, een maatje groter, mocht eigenlijk ook wel.

Wij deze namiddag dus naar de Zeeman, want daar hebben ze volgens mij nog altijd prijs-kwaliteitsgewijs het beste ondergoed.

Ze kreeg een stapel nieuwe sokkies, nieuwe onderbroeken – en helaas niet meer de vrolijke kleurtjes maar grijs en zwart, echt waar – een paar nieuwe topjes, en… een dansoutfit. Ik zag er namelijk een flashy zwart-met-oranje-en-roze spandex broek hangen, met bijpassend haltertopje. Ze was meteen wildenthousiast, die dochter van me. En toen vonden we er nog een bijpassende scrunchie bij, stel je voor zeg! En paste een van de nieuwe paren sokkies er ook nog perfect bij!

Hier thuis heeft ze het meteen aangepast en eventjes geshowd. Zalig toch, zo’n dochter?

Je zou alleen niet zeggen, vind ik, dat ze nog maar tien is…

Sleeën

Wolf was deze morgen speciaal vroeg opgestaan – hij zit in een afkoelingsweek en moet dus niet fysiek naar school, hij had het eerste lesuur ook geen online les of zo – om met zijn zusje per slee naar school te gaan. Ze heeft dat namelijk nog nooit gedaan, en de kans is groot dat dit ook de laatste keer zal zijn voor haar dat dat überhaupt mogelijk is.

De laatste keer dat we die slee gebruikt hebben, was in 2017 in de Ardennen, in Waimes. En zelf herinner ik me dat ik ooit nog de jongens per slee naar school heb gebracht, maar da’s echt lang geleden, in 2013. Merel zat toen nog in de crèche. Toen had het echt een dik pak gesneeuwd, zo van die goeie plaksneeuw.

Vol goeie moed en twinkelende ogen ging Merel dus op de slee zitten. Helaas, poedersneeuw heeft geen enkele draagkracht… Al meteen werd duidelijk dat het niet ging lukken, de slee ging dwars door de sneeuw heen en zat op de stenen.

Ze zijn dan maar samen te voet gegaan, kleine zus naast haar grote broer.

Man, ik ben blij dat mijn kinderen elkaar zo graag zien…

Sneeuw, jawel

Het zal vermoedelijk niemand verbazen dat het vandaag over sneeuw gaat. Die hadden ze immers met veel bombarie aangekondigd, en dan vooral ook het feit dat het de komende dagen gaat blijven vriezen en dat die sneeuw dus gaat blijven liggen. Da’s al een behoorlijk tijdje geleden…

Ons pa durfde het – terecht – niet aan om zelf met de auto tot bij ons te komen. Ik twijfelde even, maar toen ik hoorde dat net nu zijn chauffage het begeven heeft en hij dus in de kou zit, ging ik hem fluks halen. De warmte deed hem zichtbaar deugd, net zoals het gezelschap.

En intussen viel er poedersneeuw. Helaas niet van die mooie dikke vlokken zoals die ene zaterdag een paar weken geleden, maar van die sneeuw waar geen zak mee te beginnen valt: je kan er amper een sneeuwbal mee maken. Op de stenen bleef ze eerst ook niet liggen, zeker niet op ons terras, behalve dan op één steen. Begrijpe wie begrijpen kan, wij hebben er alvast geen uitleg voor.

De kinderen trokken naar buiten en Wolf had een groots plan opgevat: een heuse glijbaan! En dan echt wel eentje met een ramp, iets met de bank en een stoel en zo. Ze hebben er veel meer werk aan gehad dan gedacht, net omdat het geen poedersneeuw is, maar ze hebben zich wel keigoed geamuseerd. Ze hebben er zelfs de bolderkar bij gehaald om sneeuw te verzamelen, want een grote sneeuwbal rollen als basis lukte niet.

En intussen deed moeder wat schoolwerk en bakte ze een speculoosbrood. Ha ja, want ik ging ons pa echt niet naar huis sturen om daar in de kou te gaan zitten eten. Hier had hij zich bij de haard geïnstalleerd, hij slaagde er gewoon niet in om warm te blijven.

Al bij al een fijne winterzondag.

Gewichten

Wolf is al een tijdje op zijn eentje aan het sporten. Tsja, de fitness is niet open, rugby mag niet, dus veel alternatieven zijn er niet.

Bart had nog van op zijn kot een haltertje met gewichten liggen, maar de gewichtsklemmen om ervoor te zorgen dat die gewichten niet van de stang glijden, waren foetsie.

Een tijdje geleden hadden Wolf en ik al naar die klemmen gezocht en er een paar besteld, maar die bleken nu twee millimeter te groot te zijn. Da’s op zich niet veel, maar wel genoeg om absoluut niet te werken.

Nu had hij zijn grootvader zo ver gekregen dat die de grote halter van bij hem thuis meenam met een paar bijhorende gewichten. Zondag had opa die in zijn auto gesleept een meegebracht, en Wolf glunderde.

Hij glunderde eigenlijk zodanig dat ik het niet over mijn hart kreeg om hem nog veertien dagen te doen wachten op zijn verjaardagscadeau dat hier al een week of zo in Barts bureau lag te wachten. We hadden er deze zomer eigenlijk al voor gekeken, maar overal waren de gewichten uitverkocht. Onlangs zocht ik nog eens opnieuw, en lo and behold, er waren er opnieuw te krijgen! Ik heb meteen besteld en laten leveren: ik ga heus niet zelf met twintig kilo gaan zeulen.

Zondag liet ik dus Wolf zelf een pakketje uit Barts bureau sleuren, openmaken, en ja, hij glunderde. Nog harder.

Blije Wolf, blije mama.

Lectuur: “Het tij hoog, de maan blauw” van Jolien Jantzing

Een tijdje geleden bladerde ik door de Standaard der Letteren – ik krijg die wekelijks van ons pa – toen mijn oog viel op een Nederlandstalig boek, meer bepaald een historische roman over Adrien de Gerlache en zijn Antarcticareis met de Belgica, en parallel het verhaal van Léonie Osterrieth, zijn Antwerpse geldschieter.

Geïntrigeerd las ik de bespreking en besloot om ook effectief het boek te lezen. Het leunt namelijk helemaal aan bij de larp Aether die ik beginnen spelen ben: steampunk in een interbellumwereld, waarbij mijn vorige personage zich begaf in salons en geld probeerde in te zamelen voor, jawel, een poolexpeditie.

Eigenlijk is het hoofdpersonage niet eens de Gerlache, maar wel de rijke weduwe Léonie. Ze omringt zich met kunstenaars, avonturiers en andere interessante personen in de salons die ze geeft in haar stadspaleis op de Meir. Daar leert ze dus ook Adrien de Gerlache kennen, de veel jongere ambitieuze poolreiziger. Er bloeit een innige vriendschap tussen de twee, waarbij het vooral voor Léonie jammer is dat hij qua leeftijd haar zoon zou kunnen zijn.

Na veel moeite en gelobby vertrekt de Belgica, en Léonie droomt ervan om mee aan boord te zijn, wat voor een dame van haar leeftijd en in haar positie totaal onmogelijk is. Maar dan stoppen de brieven… Wat gebeurt er met de Belgica? Waarom blijft het schip zo lang weg?

De expeditie van de Belgica was me niet onbekend, en ook de naam Roald Amundsen zal bij velen wellicht een belletje doen rinkelen. Jantzing heeft zich dan ook in allerlei bronnen verdiept, waaronder niet in het minst de correspondentie van Osterrieth met de Gerlache en daar een mooi boek uit gepuurd.
Naar mijn mening geeft het boek echt wel goed de sfeer van de Antwerpse salons weer, maar ook de bittere armoede die er bij de gewone bevolking heerste. Daarnaast krijg je, volgens Jantzing zelf toch, een accuraat beeld van de expeditie, gebaseerd op alweer de brieven van de Gerlache maar ook het dagboek van Amundsen.

Het dompelde me meteen onder in de Aethersfeer en dat had ik wel eens nodig, ja, aangezien we nu al een jaar zonder larps zitten… En daarnaast is het ook gewoon goed en vlot geschreven.

Oh, en geef toe: die boekomslag is toch om van te snoepen?

Eindelijk de Sluizen afgewerkt!

Koud of niet koud, het was eindelijk nog eens niet aan het regenen en dus wilde ik per se nog eens naar buiten.
Het was nodig ook: ik moest mijn bonuscache van de Sluizenreeks nog gaan versteken, die lag al een tijdje te wachten.

Half november was ik twee locaties gaan spotten: eentje voor sluis nummer 8 aan het Rabot en eentje voor de bonus. Alleen is een stad geen evidente locatie voor nieuwe caches: altijd ligt er wel ergens eentje in de buurt die je al dan niet al gevonden hebt.

Midden november was ik die van het Rabot gaan wegsteken: afgekeurd wegens een andere te dicht. Wellicht eentje van een vaarcache, die heb ik namelijk niet gedaan wegens met mijn rug niet kunnen kayakken, maar bon. Eind november deed ik een nieuwe poging met drie verschillende locaties, maar alle drie afgekeurd. Hmpf. Blijkbaar ligt er een fysieke cache echt aan het Rabot zelf dus. Bon, ik heb er dan een multi van gemaakt: je moet eerst aan het Rabot een plakkaat gaan lezen en daar dan nieuwe coördinaten mee berekenen. De cache lag dan een 200 meter verderop. Té dicht bij een andere cache, waar ik begot niet op gelet had. Grr. Dan maar een nieuwe eindlocatie in de andere richting gezocht, en toen kreeg ik de commentaar dat het te dicht bij de tramsporen lag. Ik zat op mijn paard, maar toen ik ging kijken, had de reviewer eigenlijk wel een punt: anderhalve meter van tramsporen is misschien wel oké, maar niet voor kinderen. Bon, ik heb hem dan vorige week nog een eindje verder in een verkeersbord gestoken. Zevende keer, goeie keer: goedgekeurd!

Intussen had ik ook een coördinatencheck aangevraagd voor het Rabot, en ook daar bleek er eentje te dicht bij te liggen. Ik vroeg rond bij de cache-eigenaars en yup, ik kreeg prompt de coördinaten van Google Street View, een mysteriecache. Oef. De locatie die ik in gedachten had, aan het Sluizeken – waar anders? – was maar een paar meter te dicht en ik had de mogelijkheid om hem verder te steken.

Vandaag sommeerde ik dus ons pa om zijn sjaal en pet aan te doen en we trokken op pad. Hij was wel aan het grommelen: het was hem veel te koud, vond hij. Maar ik had geen medelijden: mee moest hij! Enfin, we hebben de bonuscache verstoken, hebben er een klein ommetje bij gemaakt, en zijn toen nog een andere cache hier in een Wondelgems park gaan controleren. Die was als onvindbaar opgegeven, maar zat nog netjes op zijn plaatsje. Oef.

Enfin, we zijn een uurtje weggeweest en de koffie en de taart smaakten. Maar het mag van mij echt snel lente beginnen worden, want dit weer hangt gigantisch mijn voeten uit!

Gedichtendag 2021

Gedichtendag was eigenlijk gisteren, maar bon, toen had ik het over mijn nieuwe bril en had ik er even niet bij stilgestaan.

Ik moest eigenlijk ook wel even nadenken: mijn favoriete gedichten zijn de vorige jaren al aan bod  gekomen, en het is niet alsof ik veel poëzie lees, als ik eerlijk ben.

Ik heb dan maar voor een absolute klassieker gekozen, eentje dat iedereen zou moeten kennen: Sonnet 18 van de bard, William Shakespeare.

Shall I compare thee to a summer’s day?
Thou art more lovely and more temperate:
Rough winds do shake the darling buds of May,

And summer’s lease hath all too short a date;

Sometime too hot the eye of heaven shines,
And often is his gold complexion dimm’d;
And every fair from fair sometime declines,

By chance or nature’s changing course untrimm’d;

But thy eternal summer shall not fade,
Nor lose possession of that fair thou ow’st;
Nor shall death brag thou wander’st in his shade,

When in eternal lines to time thou grow’st:

   So long as men can breathe or eyes can see,
   So long lives this, and this gives life to thee.

 

 

De gedichten van vorige jaren:

2020: Hugo Claus met Achter deze gevel
2019: Hans Lodeizen met Kus me.

2016: onze trouwhaiku
2015: Rainer Maria Rilke Herbsttag
2014: Horatius met zijn Leuconoë, het gedicht waarin carpe diem ook echt geschreven staat
2013: Jan Engelman met Vera Janacopoulos
2012:  Horatius over de Soracte, mijn sneeuwgedicht
2011: een anoniem Oud-Grieks gedicht,
2010: Cees Buddingh met zijn Blauwbilgorgel
2009: Paul van Ostaijens Melopee
2008: Hans Andreus met Voor een dag van morgen
2007: Catullus met Odi et Amo
2006: Catullus met mijn allerfavorietste gedicht, en ook zijn carmen 5 Vivamus