Vreemde tijden…

Gisteren werd Mireille, een van ons Vosjes, 50. Een feestje zat er uiteraard niet in, maar Arend, haar man, had vooraf een complot gesmeed met ons: om acht uur zouden we allemaal inloggen en op die manier een virtuele kletssessie houden, zoals ook de vorige keer zo fijn was.

Het toppunt was dat ze ons woensdag nog gecontacteerd had met de vraag wanneer we nog eens virtueel zouden kletsen. Goh, had ik gezegd, het is nogal druk nu. En iets later: doe eens een voorstel?

Ik vond in het in elk geval bijzonder fijn om te doen, beter dan niks in elk geval. Een echt feestje zou, los van de lockdown, toch niet gekund hebben, denk ik: Mireille heeft in maart corona gehad en is nog steeds absoluut niet in orde. Ze is gigantisch snel moe, heeft geen concentratievermogen, doet veel langer over alles… Werken is voorlopig dus nog steeds niet aan de orde, jammer genoeg.

Enfin, na een dik uur was het goed geweest, vond ik: een fijne avond die we hopelijk later in het echt kunnen herhalen.

Man, er gaat nogal wat gefeest worden, zodra het mag!

Nieuw projectje

Deze voormiddag zat ik, zo fier als een gieter en helemaal in mijn element, in een vergaderzaal van The White House,  Barts kantoor, met een eerste klant.

Klant, jawel.

Ik doe nu al een aantal jaar de website/sociale media/externe communicatie van de school en amuseer me daar eigenlijk wel mee. Door de jaren heb ik dan ook wel wat ervaring opgedaan. Ergens vorig vroeg Barbara, mijn nichtje en vooral ook vaste kinesist, of ik haar kon helpen om haar judoclub op Facebook te krijgen. Tuurlijk da: we maakten een afspraak en op een half uurtje tijd had de judoclub een eigen Fbpagina en had ik haar uitgelegd hoe ze alles moest onderhouden en posten en al. Zelf heeft ze wel een eigen FB, maar het is niet alsof ze daar veel mee doet.

Enfin, nichtje blij, ikke blij.

Ik vertelde dat enthousiast aan Bart, en toen begon er een ideetje te rijpen, vooral voor fiscale redenen, eigenlijk feitelijk. Waarom zou ik dat soort dingen niet vaker doen? Heel kleinschalig, mensen en mini bedrijfjes, zoals een bakker of een slager of een hobbyclub, helpen om op FB te gaan of om een eigen WordPresspagina aan te maken. Poepsimpel allemaal. Bon, Mediawijzer werd een feit, heel erg low key.

Intussen volgde ik als mediacoach van de school een opleiding rond recrutering van nieuwe leerlingen en kwam ik er een vroegere adjunct-directeur weer tegen, met wie ik vroeger dus een nieuwe website en infobrochure voor de school had gelanceerd. Ik had echt graag met hem samengewerkt, we hadden een klik.

De volgende ochtend contacteerde hij me: dat het deugd gedaan had om elkaar eens weer te zien en vooral te merken dat de vroegere drive nog steeds bestond. We raakten aan de klap en ik herhaalde mijn aanbod van vroeger nog eens: dat ik met plezier hem zou helpen om ook voor zijn nieuwe school – hij is intussen directeur – de sociale media op poten te zetten en vooral ook de teksten voor zijn website te herwerken. Die website is er, maar de teksten komen eigenlijk van interne visieteksten en zijn absoluut niet geschikt voor extern publiek, laat staan twaalfjarigen.
Hij aarzelde, en pas toen ik zei dat, als hij zich daar comfortabeler bij voelde, het ook tegen betaling kon, een klein bedrag, stemde hij volmondig toe.

En dus hadden we het deze morgen drie uur lang over positionering, logo’s, doelgroepen, recrutering, flyers, merkbekendheid en merkwaardering en uiteindelijk ook over de concrete teksten.

Hij zei dat hem een en ander nu veel duidelijker voor ogen stond, dat zijn doel meer afgelijnd was, en dat hij me nog teksten ging doorsturen.

En ik, ik had er echt een goed gevoel bij. Ikigai, als het ware.

Lectuur: “De passievrucht” van Karel Glastra van Loon

Wolf moest dit boek lezen voor Nederlands en dus las ik het maar meteen mee. Awel, ik moet het toegeven: we konden het beiden wel smaken, ja. Het is geen wereldtopper, maar blijkbaar wel een internationale bestseller, prijswinnaar, vertaald in massa’s talen en zelfs verfilmd. Ho hum.

Het verhaal is vrij eenvoudig qua concept: wanneer Armin tien jaar na de dood van zijn eerste vrouw met zijn huidige vriendin een kind wil en dat niet blijkt te lukken, stelt hij vast dat hij onvruchtbaar is en dat al altijd is geweest. Allemaal goed en wel, maar hij heeft wel een zoon van dertien.
Compleet van zijn sokken geblazen gaat hij op zoek in het verleden van zichzelf en van zijn vrouw, vastbesloten om te ontdekken wie de vader van zijn kind dan wel is.

Maar daarbij komt er natuurlijk een hoop vragen naar boven. En wil hij daar wel altijd het antwoord op weten? Want: zodra je iets weet, durf je al wel eens wensen dat je dat nooit te weten gekomen was. Armin stelt zich daarbij vooral de vraag wat hem nu precies een vader maakt. Is de zoon die hij al dertien jaar liefdevol heeft opgevoed, zijn zoon? Of moet hij er nu afstand van nemen? En kan of mag hij dat aan Bo zelf vertellen? Zijn genen dan echt zo belangrijk?

Intussen loop je door Amsterdamse straten en verdwaal je op de Waddeneilanden, een oer-Hollandse sfeer die tegelijk toch vertrouwd aandoet voor iedereen met een puber in huis.

Een aanrader? Goh… Ik heb er zeker geen spijt van dat ik het gelezen heb, maar er zijn zo veel boeken die eigenlijk nog beter zijn. Al is De Passievrucht zeker niet slecht.

Sea Shanties

Bart kwam me een filmpje tonen vandaag, omdat hij wist dat ik er helemaal van in de ban ging zijn. Ik geef het toe: normaal gezien hou ik niet van filmpjes en het is zelden dat ik er eentje uit kijk. TikTok is dan ook absoluut niet aan mij besteed.

Maar de Sea Shanty van The Wellerman, gezongen door een Schotse postbode, yup, dat was een schot in de roos. Het is knap gezongen, maar vooral de aanvullingen erop zijn de max. Die hele diepe bas van die jonge gast, die vrouwenstem, dat viooltje…

De remix had niet echt gehoeven voor mij, maar het zegt wel veel: sea shanties zijn hot momenteel. En zeggen dat ik er al een tijdje mee bezig was voor een van mijn larps waar we nu in piratengebied gaan verzeilen.

Als jullie nog van die aanraders hebben voor zingbare sea shanties: geef maar door. Ik ben er al een paar aan het bewerken qua tekst.

 

Lectuur: “The Codex Alera” van Jim Butcher

Jim Butcher kende ik al langer: zijn Dresden Files verslind ik met een ongeziene gretigheid, zo vlot zijn die geschreven. Waarom dan ook niet een van zijn andere reeksen lezen? De Codex Alera, bestaande uit zes boeken – Furies of Calderon, Academ’s Fury, Cursor’s Fury, Captain’s Fury, Princeps’ Fury, First Lord’s Fury – werd me links en rechts wel aangeraden, maar niet met veel overtuiging, had ik de indruk.

De premisse vond ik nochtans hilarisch: het verhaal gaat dat iemand Butcher uitdaagde om een verhaal of serie te schrijven waarin zowel de Romeinen als pokémons zijn verwerkt. Challenge accepted, zei Butcher, en hij schreef dit. Ik heb gigantisch genoten, ik moet het zeggen zoals het is: fantasy van de bovenste plank.

Het verhaal speelt zich af in een wereld waarin de samenleving is gebaseerd op de Romeinen: de burgers staan boven de rest, er is adel, en vooral: er zijn legioenen met centurions en alles erop en eraan, compleet met gladius en lorica. Maar waarin zit dan het grote verschil? Wel, de furies uit de titel. Elke persoon in Alera kan in minder of meerdere mate beroep doen, naarmate hij opgroeit, op een soort van oerkrachten, min of meer gelinkt met de vijf elementen. De adel beheerst zelfs alle soorten furies in hoge mate, wat hen dan ook de adel maakt. Zo kan een krachtige beheerser van windfuries stormen oproepen, maar ook vliegen en zichzelf verhullen. Aardemeesters – ja, ik vond er ook redelijk wat van Avatar in terug – kunnen ganse muren oproepen door de aardefuries aan te sturen, enzoverder.
De krachtigere vrije mensen worden de Knights in het leger, maar Butcher heeft duidelijk nooit zelf Latijn gedaan of heeft compleet lak aan de taal, want er zijn wel de Knights Aeris  en Knights Flora, maar hij heeft het ook over de Knights Ignus of Knights Ferrous. Ugh.
Maar als dat zowat mijn enige puntje van kritiek is, dan zit het wel goed, toch?

We volgen doorheen de zes boeken het verhaal van Tavi en hoe hij opgroeit en meegezogen wordt in de gebeurtenissen. Meer ga ik daar niet over zeggen wegens spoilers en al.

Maar verder heeft het echt alle klassieke kenmerken van een fantasy verhaal: een held tegen wil en dank, fysiek minder dan de rest en dus aangewezen op zijn intelligentie, verschillende soorten vijanden waaronder een hive mind, reddingen op het laatste nippertje, de wereld die zal vergaan, vrienden die hem steunen door dik en dun, een goeie vleug niet-expliciete seks, tegenkanting van de gevestigde waarden. Maar Butcher deinst er ook niet voor terug om duizenden mensen te laten sterven in oorlogen, zijn personages genadeloos af te maken en de nodige gruwelen in beeld te brengen. De ‘realiteit’ is nergens verbloemd.

Enfin, ik heb de reeks bijzonder graag gelezen: het is fijne fantasy, goed geschreven en met een goed samenhangende wereld. En die Romeinen, dat is voor mij een pluspuntje, jawel.

Eén dagje sneeuw

Sneeuw, ik vind het aan de ene kant wel leuk, maar als je de baan op moet, hoeft het voor mij echt niet.

Maar zo één dagje fijne, goeie, stevige sneeuw, en dan de volgende dag alles weer, yup, daar ben ik wel fan van! Onze verplaatsingen vandaag hebben we grotendeels naar morgen uitgesteld, en tegen een uur of vier heb ik de kinderen buiten gejaagd. Wolf was jammer genoeg niet thuis, want dat zou extra pret opgeleverd hebben.

Een echte sneeuwman zagen ze niet zitten, maar ze hebben wel kleine Harry en vooral grote Greta gerold.

Het eerste cachetochtje van het jaar

Vandaag scheen de zon toch wel enthousiast, en ik vond dat ons pa dus geen poot had om op te staan om niet mee te gaan cachen. Hij is al weken niet gaan wandelen en dat is niet gezond voor hem en zijn evenwicht.

Dus, zonder pardon, voorzien van een petje en een sjaal uit de kast alhier, sommeerde ik hem de auto in en reden we naar Ertvelde, want daar lagen nog een paar onontdekte cachekes. Aan de eerste hebben we staan kijken als nen uil op ne kluit, want ook al wisten we wat we zochten, we vonden het maar niet. Ik heb dan een berichtje gestuurd naar de cache-eigenaar en kreeg prompt een antwoord met de precieze locatie, en een halve minuut later had ik een valse graspol in handen. Echt, vrijwel niet te bespeuren in dat gras.

We zijn dan verder gereden, hebben nog een paar andere gezocht en eentje gevonden met een wel zeer originele logrol, en dan een mini zoektochtje rond een replica van een oude molen. Origineel, dat zeker!

Al bij al waren we op een kleine twee uur terug, maar hadden we een frisse neus gehaald en meteen ook vijf nieuwe caches.

Goe gereden!