De foto van de dag toonde het al: ons kleine appelboompje kreunt onder het gewicht van maar liefst 25 appels! Ik vind het zalig, maar heb ook medelijden met het arme boompje: het doet me denken aan een vers van Horatius: ‘Vides ut … nec iam sustineant onus silvae laborantes”.
Daarstraks was er een appeltje afgevallen, en ik heb dat dan maar, onder enig voorbehoud, gewassen en gesneden. Man, maar lekker! Echt zo’n zoet, stevig, sappig appeltje!
We gaan ze niet meteen allemaal plukken: Merel doet elke ochtend een appeltje in haar Skyr bij wijze van ontbijt, en plukt daar nu dus eentje van. Het heeft wel iets, zegt ze: zo ’s morgens buitenstappen, een appeltje plukken en dat dus meteen opeten. Verser kan het niet.
Ik kijk vol verwachting uit naar de komende jaren, want die boompjes zijn nu ocharme vier jaar oud en doen het dus prima. En nu staan er ook twee paulownia’s van twintig centimeter hoog, met hopelijk in de toekomst felpaarse bloemen.

