Tuindraken

Ik weet niet wat het probleem is met ons trottoir, maar daarin groeit alles tien keer sneller dan in onze echte tuin. Allez ja, we hebben helaas geen klagen over de snelheid waarmee ons gras groeit, vraagt dat maar aan de inhuizige pubers.

Maar het onkruid tiert dus bijzonder welig (ik moet daar trouwens toch eens de etymologie van opzoeken, van dat tieren; zou dat iets te maken hebben met roepen?) en neemt soms gewoon draconische proporties aan, waartegen enkel draconische maatregelen werken, of wat had u gedacht.

De draken in kwestie zijn de kinderen, aangezien ik nog steeds niet langer dan een kwartier of zo uit de zetel kan: af en toe trekken ze verplicht de tuin in, gewapend met emmers, handschoenen, krabbers en branders, en dan is het hier heel even een beetje toonbaarder. Vooral Kobe hangt graag de draak uit met een vuuradem van 600°, maar ik heb nog steeds mijn twijfels over de efficiëntie van die onkruidbrander.

Allà, ik ben eigenlijk al lang blij dat ik het niet zelf hoefde te doen.

Jefferson

Wie is dat nu weer, hoor ik u denken tot hier?

Wel…

Ik was zaterdag naar de Aveve geweest om croissants en om surfinia’s: dat zijn mijn favoriete bloembakbloemen die ik elk jaar opnieuw staan heb. Standaard koop ik de Blue Sky variant, en die hebben ze niet in de Brico, vandaar. Al vond ik het wel jammer dat er geen zwarte waren, want die vond ik de max.

Maar bon, gisteren wilde ik die dus uitplanten en vroeg ik aan Wolf om in het tuinhuis de zak met teelaarde te halen: die is te zwaar voor mij. Wolf, lief als hij is, liep naar het openstaande tuinhuis. En toen klonk er een vreemde gil en kwam een opgewonden Wolf teruggelopen: “Mama mama mama, er zat een egel in die zak met aarde, en die sprong eruit, en ik denk dat hij dood is, maar ik weet het niet zeker, en ik ben mij dood verschoten, en kunt ge eens komen kijken?”

Ik ben uiteraard mee gaan kijken, en inderdaad, een mooie grote egel die zich niet verroerde, maar wel duidelijk aan het ademen was. Ik gaf hem een duwtje en hij kroop onder een rek. Ah bon?

Maar egels worden niet verondersteld in tuinhuizen te zitten, dus Wolf legde wat kattenvoer in kleine hoopjes om hem naar buiten te lokken, en installeerde zelfs een heus egelplekje buiten in het achtertuintje, met bladeren en een donker hoekje en een kartonnen doosje en een afdakje.

Een paar uur later was het beest inderdaad verdwenen van dat plekje, maar hij kon evengoed ergens anders onder gekropen zijn, dus lieten we het tuinhuis nog gewoon even open, om zeker te zijn.

Vandaag wilden Merel en ik in de namiddag opnieuw gaan fietsen, en Merel tilde in de garage een grote plastiekzak op, met opnieuw een ietwat vreemde kreet: Jefferson – want zo hadden de jongens hem intussen gedoopt – was onder die plastiekzak gekropen. Euh, geen goed idee, beest! Ik heb een kartonnen doos genomen, hem daar voorzichtig ingerold, nog een vastgesteld hoe schattig zo’n luizenbeest eigenlijk wel is, en hem dan buiten gezet aan dat egelplekje.

We hebben hem sindsdien helaas niet meer gezien, en ook het kattenvoer wordt niet meer aangeraakt, hoewel hij de eerdere hoopjes had opgegeten.

Tsja.

Het was wel leuk geweest, zo’n egel in de tuin. Al was het maar om alle slakken op te vreten die standaard aan mijn aardbeien zitten.