Na een rustige zondag schoot het hier weer een beetje in gang.
Gisteren crosste ik dus eerst naar de rugspecialist om de juiste papieren, waarna ik even een cache in orde ging zetten in het Begijnhof – ik was er nu toch – en de planten ging water geven op het appartement. En daar stelde ik vast wat voor een verstrooide geest die tweede zoon van mij toch is.
Hij was aan het schilderen geslagen in zijn kamer – eerder mag hij zijn tweepersoonsbed niet opzetten van mij – en had daarvoor al zijn meubels buiten op het terras aan zijn kamer gezet. En was toen op de laatste dag voor hij weer ging studeren, toch weer iets anders gaan doen. Zonder die meubels binnen te zetten, want die was hij compleet vergeten.
Ik zag dus een aantal compleet verregende meubels staan. Zijn bed – matras en donsdeken lagen gelukkig binnen – en lattenbodem zijn wel nog oké, maar zijn kast is er compleet aan, en ook zijn nachtkastje heeft betere tijden gekend. Ook de net gekochte legplanken voor in die kast zijn kapot. Zucht.
Soit, ik liet het voor wat het was – zelf kan ik dat niet verzetten – en reed richting school om een aantal praktische dingen te regelen, want ik krijg eindelijk weer een vast lokaal. En yes, ik kreeg ook mijn prachtige lesrooster in handen. Ik ben gewoon op maandag lesvrij, en op donderdag en vrijdag begin ik pas om 10.10 uur, wat voor mij echt een verschil maakt. Alleen jammer dat dat enkel voor september is…
Thuis had Merel al hamburgers gebakken en de tafel gezet, zodat ik maar mijn voeten onder tafel hoefde te schuiven en mijn hamburger te assembleren. Een gemak, jong, zo’n grote dochter!
Vervolgens reden we samen richting Decathlon voor nieuwe sportkleren voor haar, waarna we nog even de Weba binnenstruinden en ook de Jumbo – die we beiden niet kenden – onveilig gingen maken en een hoop typisch Nederlands gerief kochten, zoals gevulde koeken en Schuddebuikjes.
Waarom we dat deden? Wel, Wolf kwam thuis van een weekje Duitsland met UGent Racing en moest rond kwart over vier opgehaald worden daar. Het zou onnozel geweest zijn om eerst naar huis te rijden, vijf minuten thuis te zijn en dan weer terug te rijden om hem op te pikken. En op die manier kon ik met beide kinderen nog even langs het kot rijden om de meubels die nog te redden waren, alsnog binnen te zetten.
Vandaag begon wel een pak rustiger, maar tegen half twaalf reed ik richting het station, want ik had eindelijk – eindelijk! – afgesproken om te gaan lunchen in Café Parti met Barbara. Barbara wie? Wel, de Barbara die zes jaar lang als mijn beste vriendin in de Latijn-Griekse mijn jeugd heeft gekleurd. Mijn redder in nood als ik weer eens mijn boek niet bij had, degene die af en toe van mij een blok papier kreeg omdat ik de mijne toch niet mee had en ik dan telkens blaadjes van haar schooide. De Barbara die steevast naast mij zat en me telkens een djoef verkocht – of toch in elk geval eens wreed vies naar mij keek – als ik weer eens zat te kletsen of te dromen. Wat uiteraard nooit gebeurde.
We hebben elkaar twintig jaar niet gezien, of toch enkel in het voorbijgaan op een quiz. Bij die laatste gelegenheid, ergens in juni, had ik gezegd dat zij me maar na haar gezinsvakantie moest contacteren en dat we dan concreet gingen afspreken.
Het was vreemd, eigenlijk: het voelde alsof we elkaar zowat elke maand of zo nog gesproken hadden. Uiteraard moesten we elkaar updaten over de kinderen en zo, en wilde ik weten hoe het met haar broer en zus gesteld was intussen, maar verder? We zijn ouder, ja, hebben veel meegemaakt, maar het voelde vertrouwd aan, het klikte meteen weer. Ik heb haar dan ook zeer goed gekend natuurlijk, en vice versa, en dat gaf ons wel wat stof tot praten, en dan ook door Zuhal Demir, want Barbara geeft les in het avondonderwijs. Al jaren gaf ze enkel Portugees, maar dat is gigantisch sterk verminderd door het optrekken van die prijzen, zodat ze nu ook weer Frans moet geven, zelfs op twee verschillende vestigingen. Tsja.
Enfin, we hadden afgesproken om twaalf uur en ze heeft pas de trein van vier uur terug genomen, en dat wil wel wat zeggen.
Het was zeker voor herhaling vatbaar, vonden we allebei, en dus heb ik de rekening betaald, goed wetende dat zij dan zeker het initiatief gaat nemen om opnieuw af te spreken zodat zij de volgende keer kan betalen. Hey, als het werkt, werkt het, toch?
