Eindelijk van die tv af!

Er staat hier al jaren een gigantische tv op ons kamer. Jaren geleden hebben Jeroom en Staf die voor ons naar boven gezeuld. Ik weet al niet meer vanwaar die kwam, maar het was een breedbeeld met beeldbuis, dus ook nog eens pokkezwaar. En ik denk dat hij misschien hoop en al vijf keer zal gebruikt zijn: we kijken echt niet graag tv vanuit ons bed, we blijven gewoon beneden, comfortabel in de zetel.

Het ding stond dus ook al jaren in de weg en werkte stilaan op mijn zenuwen. Maar zelf naar beneden dragen was absoluut geen goed idee: de heren hadden dat destijds zelfs met van die spanbanden gedaan om te kunnen dragen op onze trap.

Nu had ik deze voormiddag tegen Wolf gezegd dat, als hij hier nog eens wat vrienden over de vloer had, ze dat ding eens naar beneden moesten brengen. Plots belde hij – hij zat met zijn maten in het kot van Wout, naast de school – dat ze dat eventueel wel deze namiddag konden doen, ze kwamen toch nog naar de Colruyt. Euh, voor mij prima! En jawel, iets later stonden er hier zes potige knapen die naar boven gingen kijken, de gang leegmaakten en eerst een kwartier palaverden over hoe ze het gingen aanpakken. En twee minuten later het ding in de garage neerpootten.

En daarna schoven ze vrolijk aan, allemaal, voor verse pannenkoeken, want die had ik hen beloofd en intussen gebakken. Zo zes stevige gasten in uw kot, dat heeft wel wat ja. En die pannenkoeken waren lekker!

Nu moet het ding nog in het containerpark geraken, maar dat zal voor een andere dag zijn.

Een kot voor Wolf…

Ik word oud, man, ik word zo oud…

We – Bart, Wolf en ik – zijn vandaag namelijk voor een kot gaan kijken. Wolf heeft beslist dat hij burgerlijk ingenieur gaat studeren, zoals ik hier al schreef. Nu is er aan Barts kantoor een volledige nieuwe wijk aan het komen, waarvan sommige delen zelfs al in gebruik zijn genomen. Een van de buildings daar is een kotgebouw aan het worden met drie types koten: de eenvoudige, met een gemeenschappelijke keuken, toilet en douche; de luxekoten met ofwel een toilet ofwel een douche; en dan de studio’s met een eigen toilet, douche en kleine keuken.

We waren niet van plan om voor een studio te gaan – de prijzen zijn de moeite: gewoon kot (met telkens EGW en vaste kosten inbegrepen) 500, luxekot 600, studio 700 euro per maand – maar toen we het zagen, zijn Bart en ik gewoon overstag gegaan, ook al vroeg Wolf daar niet expliciet om. Er was nog maar één studio afgewerkt, de rest is nog casco, maar het zou eind augustus af moeten zijn.

Wolfs kot is dus een studio op het vijfde verdiep, niet met zicht op het water, maar met zicht op de andere kant: de ene aan het water lag naast de gemeenschappelijke keuken, en dat lijkt me ook niet ideaal. De meubels zijn niet verplaatsbaar, er is een keuken, een bureau en een bed, maar er is nog voldoende plaats voor een zeteltje ook. De layout is niet die van op de foto hierboven maar met een bureau voor het venster en daarvoor wat meer ruimte.

Hij ziet het volledig zitten.

Ik word oud…

Logica

Wolf wilde deze namiddag naar een verjaardagsfeestje (low key) van een maat in Drongen. Blijkbaar had hij zich een beetje verkeken op de afstand, want het is toch vlot een half uur fietsen.

Hij was vrolijk naar ginder gefietst en had zich toen gerealiseerd dat het vandaar naar de rugby amper een goeie tien minuten was. Hij ging sowieso toch met de fiets naar de rugby moeten, want ik ging ’s avonds eten met Gwen en kon hem dus niet ophalen.

Hij belde me heel liefjes en vroeg of ik dan, in plaats van hem straks met fiets en al naar de rugby te voeren, niet gewoon zijn rugbygerief tot bij Daan in Drongen kon brengen. Dan kon hij daar wat langer blijven en scheelde het hem toch wel wat gefiets. Dan hoefde hij ook de fietsdrager niet te installeren. Als hij daar nu eens wat vroeger aan gedacht had, dan had hij zelf zijn rugbygerief al kunnen meenemen, toch?

Mama roloogde even, kreeg het rugbygerief in handen van Kobe – die broers zorgen toch goed voor elkaar – en reed naar Drongen. En toen kon ik het uiteraard niet laten om alsnog een cacheke wat verderop te gaan loggen, eentje dat ik vroeger niet had gevonden omdat de hint zei “1.5 meter’ en ik nog serieus op mijn tenen moest staan om hem te vinden.

Maar ontspannend was het eigenlijk wel, ja, daar aan de mini jachthaven van Drongen.

Oh, en dat gefiets van Wolf? Ik zou hem toch niet kunnen brengen hebben met fiets en al, want Bart was met mijn auto weg, en op de kleine auto kan ik de fietsdrager niet installeren. Nog een chance…

Italiëreis

Eindelijk kan er weer op schoolreis gegaan worden! In 2019-2020 waren de tweedes en de vierdes wel nog op schoolreis kunnen gaan, respectievelijk naar Bredene en Engeland, maar dat was omdat ze toen de week voor de herfstvakantie gingen. Italië was gepland voor de zesdes de week voor de paasvakantie, midden in volle lockdown. Ze hadden toen nog net hun uitvaart (100-dagen) gehad, maar dus geen bal, geen live proclamatie, geen eindejaarsbarbecue. In 2020-2021 is er compleet niks doorgegaan, helaas: geen uitstappen, geen reizen en vaak zelfs geen les…

Maar dit jaar liepen onze tweedes de week voor de herfstvakantie weer heerlijk op het Bredense strand, en vanavond was er dus de infoavond voor de GWP-reis naar Italië voor de laatstejaars. Dat deed vreemd aan op verschillende fronten: al die ouders zonder mondmaskers, eindelijk weer een reis, maar vooral: Wolf zit in het laatstejaar. In het zesde. Is zowaar 18 geworden.

Het dringt nog steeds niet altijd tot me door, maar ik heb dus een volwassen zoon, een laatstejaars. Hij zit in het zesde, gaat volgend jaar naar ’t unief, en nu dus ook naar Italië.

Damn…

Achttien

Lieve, lieve Wolf

plots ben je achttien. Zomaar, zonder waarschuwing, ben je volwassen. Mijn kleintje, waar ik achttien jaar geleden met grote ogen naar lag te kijken, nog niet goed beseffend hoe grondig je mijn wereld en mijn leven zou veranderen.

En nu, nu heb ik plots een volwassen zoon. En wat voor een zoon… Je weet dat misschien niet, maar telkens wanneer ik jou zie lopen, ben ik trots. Trots op wie je bent, waar je voor staat, de mening die je op je eigen respectvolle manier toch uit, waar je voor uit komt en waar je dan ook achter staat, met enige koppigheid die jouw papa en mij niet vreemd is. Dat leidt soms tot heftige discussies, maar ik denk niet dat we ooit echt kwaad van elkaar zijn weggelopen of dat je met deuren heb gegooid. Daarvoor ben jij veel te respectvol, te begaan met andermans gevoelens, te medelevend, te zachtaardig. Ja, hier thuis kan je wel eens sakkeren op de wereld en je medemens, je medeleerlingen, je leraars, je broers, ons, maar dat doe je dan om je hart te luchten en daarna kan je weer met de wereld om.

Ik zeg nu wel dat je plots volwassen bent, maar eigenlijk komt dat absoluut niet onverwacht. Qua mentaliteit ben je immers al jaren veel volwassener dan je leeftijdsgenoten. Ik vermoed dat je tijd in het Zeepreventorium daarvoor heeft gezorgd, liefje. Daar heb je gezien hoe sommige kinderen worstelen met zichzelf en met een oncontroleerbaar lichaam, daar heb je ook relativeren en heb je een gevecht geleverd met je eigen oncontroleerbare pijn. Die pijn is overigens niet weg, dat weet ik: in stresssituaties steekt ze onveranderlijk de kop op, maar we weten intussen gelukkig dat je jezelf fysiek niet kan beschadigen door ze te negeren. Daarom ben je ook zo hard aan het sporten: op maandag en donderdag ga je meestal fitnessen, op woensdag en vrijdag heb je rugbytraining, en soms ga je op dinsdag ook gaan lopen. Je ziet er ook fantastisch uit: smalle heupen, brede schouders, niet bijzonder groot, maar wel knap. Allez ja, dat kan een moeders perceptie zijn ook natuurlijk, maar ik zie soms ook de blikken van de meisjes op school…

Al blijven die blikken een ijdele hoop: al sinds het eerste middelbaar ben je samen met Arwen en dat gaat blijkbaar nog steeds prima. Soms denk ik wel dat dat veel te vroeg was, dat het beter zou zijn mocht je eerst wat andere liefjes gehad hebben, zodat het gras niet groener lijkt aan de overkant. Maar als ik zie hoe goed jullie samen passen… Soms lijken jullie wel een oud getrouwd koppel!

Op school heb je intussen ook al helemaal je eigen zelfbewuste draai in het laatste jaar gevonden. Die 6 Wiskunde-Wetenschappen, dat doe je wel even. Met het nodige gebrom en gegrommel, bij momenten, en af en toe eens een toets die niet zo heel goed is, maar ik hoef je nooit te vertellen dat je moet gaan studeren, dat je je werk moet plannen. Dat doe je zelf heel consciëntieus, zoals je eigenlijk altijd alles doet. Ja, soms besluit je ook welbewust om een taak niét te maken, omdat je die onzinnig vindt, en ik ga daar niet tegenin: daarin herken ik te veel van mezelf, ik deed net hetzelfde.

Je hebt ook een extra rol opgenomen op school: je coördineert de Uitvaart, zoals de 100 dagen bij ons op school genoemd worden. Er is een heus Uitvaartcomité en daar ben jij dus de voorzitter van en ook wel de drijvende kracht. Dankzij jou zijn er intussen hoodies ontworpen, besteld en geleverd, wordt er een show in elkaar gestoken en is er een hoop filmpjes. Maar het heeft jou al wat grijze haren bezorgd, vrees ik: ook hierin ben jij zeer plichtsbewust en je ergert je dood als de anderen dat niet zo zijn. En discussies dat wij al gevoerd hebben hierover! Ja, want het is je mama die de begeleidende leerkracht is hiervoor, al jaren, en eigenlijk is dit nu wel praktisch.

Intussen heb je eigenlijk ook al min of meer een beslissing genomen wat je studiekeuze betreft. Na dat gesprek met Jarne heb je gekozen voor burgerlijk ingenieur en papa heeft al iet of wat een kot voor jou geregeld. In de wijk aan zijn kantoor komen immers ook nieuwbouwkoten, en die ligging is ideaal, netjes tussen de studentenbuurt en de Rozier, en het Technologiepark in Zwijnaarde. Jij zag dat al helemaal zitten: tussen de twee, nieuwbouw, en als het moet ook je vader in de buurt die spullen kan meebrengen of meenemen, en bij slecht weer jou wellicht ook wel heen en weer kan brengen. Niemand kan jou gebrek aan praktisch inzicht verwijten.

En ik, ik ga je meer en meer moeten afgeven, en vooral ook je zusje zit daar nu mee in. Dat jij in de week  niet meer zal thuis zijn, en wellicht in het weekend ook regelmatig weg. Dat is niet meer dan logisch, liefje, en toch zal dat raar doen.

Want jij bent bij momenten ook nog steeds mijn kleine Wolf. Die perfect met puppy-oogjes en een grote glimlach zijn moeder weet te manipuleren om hem naar Arwen te brengen, en dat soort dingen. En dan ongegeneerd een grote grijns ten toon spreidt wanneer het hem gelukt is.

Die grijns was er ook deze morgen, toen je je cadeautjes kreeg. Er was een ontbijt met fruitsla en chocomousse en vooral spek met eieren, en van ons kreeg je geld om op vakantie te gaan met je maten en een bon om onze auto’s te gebruiken wanneer we ze zelf niet nodig hebben.

Van je broer kreeg je een speelgoedautootje en van je zus een grote ingepakte doos. Jouw grijns was onbeschrijfelijk toen je zag wat er in zat: niks, alleen maar een bon met de meme:

Jij vond dat hilarisch! Maar ze gaf je wel een knap zelfgemaakt kaartje en een bon voor twee keer vlaai, wanneer je maar wil. Van Marleen kreeg je ook nog twee zakken van je favoriete snoep. En uiteraard waren er slingers en ballonnen met 18 op.

Ik zie je graag, Wolf. Al achttien jaar. Je zal altijd mijn Wolf blijven, ook al ben je nu officieel volwassen en krijg je meer en meer verantwoordelijkheid. Je mag altijd bij je mama en je papa aankloppen, wij zullen er altijd zijn voor jou.

Maar blijf voorlopig nog maar even mijn middelbare-schoolstudent, oké?

Zonnige zaterdag

Wolf had vandaag om drie uur match, maar moest al op de club zijn om half twee. Ik kon uiteraard een paar keer heen en weer rijden, maar in dit zalige weer is het veel leuker om zelf te gaan rondlopen en te genieten van de zon!

Ik reed dus van de Blaarmeersen door naar het centrum van Sint-Denijs-Westrem dat tegenwoordig ook over een labcache beschikt. Ik reed dus rond, wandelde stukjes en vond vijf fijne Westremse gebouwen.

En toen moest ik dringend naar het toilet, waaide een fijn cafeetje binnen, dronk er zelfs nog een latte met alles erop en eraan voor amper 2.40 euro en loste de bonus op. Die bleek verdwenen maar mocht ik achteraf toch nog loggen. En toen stond ik, met nog een cache langs de baan, tegen twintig over drie op het rugbyplein waar het echt goed opging tegen Luik. Alleen hadden ze op het einde het geluk een beetje tegen, zodat ze nipt verloren. Ik was het eigenlijk niet van plan, maar ik ben gans de wedstrijd blijven kijken, gewoon omdat het zo mooi rugby was. Ze hebben echt goed gespeeld.

Toen ben ik maar naar huis gereden en heb tegen half zeven Wolf alsnog opgehaald. Ik was heerlijk ontspannen en heerlijk uitgewaaid, en ik heb vooral intens genoten van de zon op mijn snoet.

Studentenjob

Wolf was eigenlijk al lang op zoek naar een jobke, in ’t weekend of een paar uur in de week, liefst flexibel. En ook geen rekkenvuller of zo, liefst van al in de horeca. Hij had al zowat alle restaurants in de buurt afgelopen, maar zonder ervaring kom je niet ver. Waar hij dan die ervaring moest opdoen, dat bleef een raadsel.

Tot ik bij het nieuwjaren bij Koen en Else aan de klap geraakte met Branko, Elses neef. Die zei dat hij regelmatig in Wondelgem kwam, tegenwoordig, omdat hij naast assistent-manager van de Wasbar nu ook de voetbalkantine van Wondelgem, het tweede veld van KAA Gent, onder zijn verantwoordelijkheid had. Ah? Ja, en hij kon nog wel extra volk gebruiken, op flexibele basis. Ahaa!

Het resultaat is dat Wolf zich, samen met een aantal anderen, kan opgeven voor shifts in de voetbalkantine, om daar achter de toog te staan. Het is vlakbij, het is flexibel – Wolf heeft regelmatig op zaterdag ook match – en het verdient nog niet slecht.

Happy Wolf.