De eerste spoed van 2026

Het is ne keer wat anders, de spoed van Sint-Lucas. Hoezo?

Wel, vanmorgen om negen uur belde Wolf me: hij zat bij Arwen, maar hij had geen oog dicht gedaan van de pijn. Donderdag had hij examen gehad en had hij daarna een steek gevoeld aan de rechterkant van zijn torso, ter hoogte van zijn onderste ribben. Kan gebeuren. Ging wel overgaan.

Niet dus.

Vrijdagvoormiddag was Arwen hem komen halen, en beetje bij beetje was de pijn erger geworden: zijn hele rechterkant, en tegen ’s avonds ook zijn schouders, nek en rechterarm. Geen koorts, geen andere problemen, maar wel die pijn. ’s Nachts was zelfs ademen lastig geworden, maar gewoon door de pijn, het is niet dat hij kortademig was, en hij had dus geen oog dicht gedaan. Nu, dat is niet echt normaal voor een jonge, fitte gast van 21, zeker niet voor iemand met zo’n hoge pijntolerantie als Wolf.

Bon, ik hem dus gaan halen en richting Sint-Lucas gereden, want dat ligt naast ons nieuwe appartement en als het iets ernstig was, dan is dat wel makkelijk. Hij werd snel gezien door een triageverpleegkundige die oordeelde dat het voorlopig niks ernstigs was gezien nergens drukpijn, geen koorts, normale bloeddruk en saturatiewaarden. Ze stuurde ons daarom door naar de huisartsenwachtpost in het gebouw ernaast, en ook daar hoefden we nauwelijks te wachten. De dokter van dienst onderzocht hem grondig, maar kwam ongeveer tot hetzelfde oordeel: geen longproblemen, geen darmproblemen, niks ernstigs, maar wel geen echte diagnose. Wellicht is het een zenuw die ambetant begint te doen door de stress, de koude en het vele zitten, en verkrampt daardoor de hele boel. Voorlopig Diclofenac, wisselen van stoelen en houding, veel proberen bewegen, en afwachten. Als het niet betert of zelfs erger wordt: terugkomen en dan foto’s en dergelijke.

Hmpf.

Zoals Wolf zei: opnieuw een vage neuropathie, dan liever nog een ernstiger maar duidelijk probleem waarvoor een duidelijke behandeling bestaat. Geloof me: het Zeepreventorium zit nog steeds vers in ons beider geheugen.

Allez, te hopen dat het snel betert, want op deze manier studeren lukt uiteraard ook niet. Blah.

Noodkuisploeg

Ik was van plan om vandaag me enkel met de was bezig te houden, wat te bloggen, en vooral uit te rusten.

In de voormiddag lukte dat aardig: ik moest enkel nog boodschappen doen en koken, en er gingen warempel vier machines was door. Dit weer is dan ook zalig: machine 1 wassen, buitenhangen, machine 2 wassen, ook buiten hangen, machine 3 wassen, machine 1 binnen halen en opvouwen, machine 3 in de plaats hangen, enzovoort.

Merel was in de voormiddag met Wolf mee boodschappen gaan doen: hij is gisterenavond pas thuis gekomen van UGent Racing competitie in Tsjechië, maar had vandaag een teamdag met het nieuwe autonomous drive team waarvan hij nu de captain is. Die ging eerst door in de loods, maar dan vanaf een uur of zes-zeven in het appartement, zodat ze daar konden eten, chillen, poolen en elkaar wat beter leren kennen.

Alleen… In de week voor de competitie had Wolf geschilderd, samen met Arwen en soms ook Merel. De bedoeling was dat het af was en netjes gekuist. En toen was hij ziek geworden, zodat hij de vrijdag en de zaterdag eigenlijk zo goed als niks meer gedaan had.

Resultaat? Het lag daar ronduit smerig: plastiek op de grond, overal afplaktape, de pompsteen nog vol verfresten en vuil, en alles onder een dun laagje schuurstof. Moesten het Wolfs gewone vrienden geweest zijn, ik had gezegd dat ze eerst gezellig samen konden kuisen en dan chillen. Maar dit waren niet zijn vrienden, dit was zijn nieuwe team waarvan hij de manager is.

Ik keek dus naar Merel en vroeg of ze samen met mij haar broer een mega plezier wilde doen door daar alles toonbaar te gaan maken. Ze twijfelde of hij dat wel zou willen, maar ik belde hem en hij hoorde er ongelofelijk opgelucht uit.

Nu, kuisen is niet mijn ding, of beter gezegd: niet het ding van mijn rug. Maar als Merel kon stofzuigen, afplaktape weghalen en kon dweilen, dan kon ik de keuken en de oppervlakten doen, en dat zou me wel lukken. Wij dus naar ginder, en tweeënhalf uur later trokken we de deur weer achter ons dicht, terwijl Wolf eigenlijk zelfs al vroeger klaar was en had willen afkomen. Maar het resultaat mocht er zijn: alles afgewassen – keuken, boekenkast, tvkast, tafels, keukeneiland, stopcontacten, lichtknoppen – alles opgeruimd en gestofzuigd en gedweild. De koelkast was opgevuld, de rommel stond in de berging. Best wel trots, maar we waren doodop.

En Wolf? Die was bijzonder dankbaar en had een zeer fijne, productieve en vooral propere avond.

Resultaten van de jongens

Het was nog even spannend: Wolf kreeg zijn resultaten om vier uur, Kobe die om vijf uur.

Wolf deed het schitterend: alles erdoor in deze periode, dus enkel nog dat ene vak uit januari, AI, jammer genoeg. Maar de tweede zit valt dus goed mee, en hij kan met een gerust hart mee op de UGent Racing competitie, oef.

Hij kent natuurlijk intussen wel het klappen van de zweep, en de rest van zijn cijfers is ook echt, maar echt wel goed, compleet met een 20/20 voor FSS. Alleen doodjammer dat die 8 niet kan gedelibereerd worden…

Maar bon, dat moet dus nog wel lukken, en dan is hij gewoonweg Bachelor in de Burgerlijk Ingenieurswetenschappen. Megatrots op mijn oudste, geloof me.

Kobes resultaten waren behoorlijk wat minder, maar eigenlijk ook nog niet slecht te noemen. Deze zittijd was beduidend zwaarder dan die van januari, en hij zal het geweten hebben: hij is er slechts voor één vak door. Maar als je rekent dat er al een heel pak heeft opgegeven, en dat we ons hart vasthielden omdat hij echt niet gewoon was te studeren, dan is dit nog oké.

De vakken waar hij door is, zijn dan ook mooie cijfers. De meeste zijn ook kleine tekorten, en die ziet hij wel zitten. De problemen zullen zich bevinden bij Analyse en chemie, want dat zijn stevige tekorten, en daar weet hij ook niet zo heel goed hoe hij het moet remediëren.

Het is ook wel duidelijk waar zijn interesses liggen, en dat zijn niet de pure theoretische vakken.

Ach, hij heeft er echt wel voor gewerkt, gigantisch veel uren geklopt en zijn best gedaan. We zien wel wat het wordt in september, het is alvast een loodzwaar schema. Maar we geven hem krediet, want ik geloof er in: dit is wat hij wil doen, dit is wat hij ook kan.

Allez hup!

Zolder

Vandaag kreeg ik deze foto door van Wolf:

Hij zit voor het UGent Racing team in Zolder. Binnenkort moet hij naar Parijs en daarna naar de Belgian Auto Show hier in Flanders Expo.

Yup, hij is goed bezig, die zoon van me.

21

Lieve Wolf

nu kan ik er echt niet meer omheen: ook in de vroegere, ouderwetse termen ben je nu volwassen. Je prefrontale cortex zou intussen stilaan volgroeid moeten zijn: je bent eindelijk de vlinder – of dikke mot? – die uit dat rupsje is voortgekomen. Een rupsje dat ik heb mogen koesteren, dat ik zich heb zien inspinnen in een cocon, en de vlinder die ik nu echt moet loslaten, want vlinders en gevangenschap gaan niet goed samen.

Niet dat ik je gevangen wil houden, liefje, dat zou je ook niet toestaan, maar soms vind ik het lastig je los te moeten laten. Je hebt een eigen leven, dat heb je al even, maar je huis – ons huis – is al lang niet meer je voornaamste verblijfplaats, behalve dan misschien tijdens de blok en de examens. Je hebt nu eindelijk je definitieve kot voor de komende jaren, ons nieuwe appartement, en dat ben je dan ook met rustige zekerheid aan het inrichten. En daarnaast denk ik dat je meer wakende uren in Lovendegem bij Arwen doorbrengt dan hier bij ons in Wondelgem. Ik begrijp dat volkomen, liefje: zij is een huismus en het is makkelijker voor jou om naar daar te gaan dan voor haar om hier te komen. En daar heb je meer gaming gerief, meer plaats, de dieren, dat soort dingen, terwijl je hier toch maar op je kamer zit.

Maar ik hou van je rustige, kalme aanwezigheid. Daarin trek je zo hard op je papa. Ach, je trekt in zo heel veel dingen op je papa, en dat zorgt er alleen maar voor dat ik je nog liever zie. Je hebt zijn doorzettingsvermogen, zijn vastbijten in de dingen, zijn droge humor, zijn ernst… Maar tegelijkertijd heb je ook mijn koppigheid – al wil ik hiermee niet gezegd hebben dat je papa niet koppig is – en dat zorgt ervoor dat je ook zo vlot door je studies gaat. Je inzet, je werkpaardattitude is immens. En nu is daar, nog meer dan vorige jaren, UGent Racing bij. Je zit in het bestuur, je bent hoofd van de afdeling Autonomous, je werpt ideeën op, raakt gefrustreerd als daar dan niks mee gedaan wordt, werkt dan zelf maar dingen uit, en steekt er uuuuuren in. Met volle goesting en het occasionele gegrommel. Want ja, net als je ouders ben je het principe van Roger toegedaan: “Wat je zelf doet, doe je – meestal – beter”. Dat je tijdsmanagement daardoor niet altijd optimaal is, zal je worst wezen: slapen doe je wel als je dood bent, je bent maar één keer jong, toch?

Ach liefje, ik hou enorm van de man die je geworden bent. Geen idee of we, als we dezelfde leeftijd hadden gehad, ooit vrienden hadden kunnen zijn, dat weet ik nog zo niet. Maar het feit is dat je me gigantisch trots maakt, dat mijn hart telkens weer opspringt als je door de garagedeur binnenkomt, als je hier naast me in de zetel ploft, als je met een grote grijns een snoepje uit een van de glazen potten pikt of als je je zusje kan plagen.

En dan kan je me gemakkelijk manipuleren om toch maar weer een extra pull voor jou te betalen, of je mijn auto te lenen, of iets extra voor je te doen. Jij weet dat je me manipuleert, ik weet dat je me manipuleert, jij weet dat ik dat weet, en stiekem genieten we er allebei van.

Want zolang je zo hulpvaardig blijft, zo lief, zo zorgzaam, zo medelevend, zo onzelfzuchtig en tegelijk toch zo zelfbewust, zolang jij Wolf blijft, zal ik je graag zien. Ook de volgende veelvouden van eenentwintig jaar.

Trotse mama

Vandaag kwamen de punten van de jongens online: om vier uur die van Wolf, om vijf uur die van Kobe. Bij Wolf was ik er redelijk gerust in, bij Kobe was het nog met een bang hartje afwachten, want het was zijn eerste examenperiode en dan kan je echt aan geen kanten inschatten hoe een examen is geweest. Allez ja, hij was er vrij zeker van dat Analyse ging gebuisd zijn en dat hij voor wetenschappelijk programmeren een 18 of zo ging hebben, maar verder? Geen idee. En doordat hij vrijwel altijd op de scouts ging studeren, hebben wij er eigenlijk ook geen zicht op.

Maar bon, iets over vier kwam dus Wolfs uitslag:

Twee keer 15, twee keer 14, maar helaas dus ook die 8 voor AI, en die is niet delibereerbaar, dus toch tweede zit. Hopelijk blijft het bij dit eentje, maar het is wel doodjammer. Tsja… Maar de rest is dus echt wel goed.

En dan, tegen vijf uur, kwam Kobe:

Eerlijk? Doodcontent! We wisten het echt niet, en gezien zijn studiehouding in het middelbaar hielden we ons hart vast. Analyse wist hij dus, en chemie was zijn laatste en dat ging inderdaad ook niet goed, dat had hij gezegd. Het zijn ook redelijk stevige buizen… Maar de rest? Het is niet alsof hij telkens met de hakken over de sloot is: twee keer 12, een 15 en effectief een 18. Knap gedaan!

Het is intussen ook wel duidelijk dat hij, net zoals Wolf, een studierichting heeft gekozen die hem echt volledig ligt. Uiteraard zijn er nog steeds, zoals hij dat zelf noemt, “poepvakken” zoals die wiskunde, maar over het algemeen doet hij het echt graag.

Ze hebben beiden hun nieuwe luxekot dus meer dan verdiend. En ja, ze zullen allebei nog moeten studeren in de grote vakantie, maar voor een groot deel zijn ze er al vanaf. Dik in orde.