Opnieuw rugby

Jawel, Wolf is opnieuw rugby beginnen spelen. Niet vollen bak, nee: hij wil het rustig aan doen met de trainingen en vooral de matchen. Hij is zodanig lang uit geweest – blessures en corona – dat hij zich in die groep van 17 en 18 jaar ook eerst opnieuw moet leren handhaven, dat hij opnieuw een spelerspositie en zo moet zien te krijgen. Hij ziet het in elk geval weer volledig zitten, en dat maakt me blij.

En ik, ik ben opnieuw taxi mama. Vandaag ben ik ietsje vroeger doorgereden en heb ik mijn cache op de Blaarmeersen even nagekeken. Het was stralend weer en er zat behoorlijk wat volk. Maar wat me vooral gigantisch goed gezind maakte: op een van de houten paden was er een groepje mensen aan het dansen. Gewoon, op ’t gemakje, een tango, een lindy hop… De muziek stond niet te luid, ze hadden wijn en wat eten bij en genoten ongelofelijk zichtbaar. Ik werd er echt spontaan vrolijk van.

Gent, mijn Gent: nooit veranderen, alsjeblief.

Confituur, opnieuw van eigen kweek

Vorig jaar was het me niet gelukt: doordat het voorjaar zo warm en droog was, hadden we bijna geen aardbeien. Maar dit jaar begon Wolf er zich mee bezig te houden, zodra die ellendige kou voorbij was. Hij heeft ze tijdens zijn examens alle dagen uitvoerig water gegeven, hij werd daar zen van, zei hij.

Het resultaat was véél aardbeien (en véél slakken) maar wel met een zure nasmaak, en veel later dan anders. Vandaag heb ik een goeie kilo uit eigen tuin in de confituur gedraaid, en dat geeft toch echt ongelofelijk veel smaak.

Hopelijk volgend jaar opnieuw: Wolf ziet het zitten om ze opnieuw onder handen te nemen. Dit jaar is hij trouwens op een bepaald moment zelf naar de Brico om slakkenkorrels gereden: hij was die beesten kotsbeu.

Ik hou hem alvast niet tegen. Hij is dan ook zowat de grootste afnemer van mama’s confituur.

Voorlopig rijbewijs

Het is officieel: ik ben oud. Mijn oudste zoon heeft zijn voorlopig rijbewijs sinds deze middag en mag dus rondrijden met een auto.

Serieus.

Bart en ik gaan hem leren rijden, maar dan vooral met de elektrische auto. Blijkbaar rijden we op een verkeerde manier met onze auto met versnellingsbak, heeft Bart ondervonden. Iets met meer remmen op de motor en zo, geloof ik.

Enfin, hij mag baangevoel opdoen met de elektrische, en ik ga hem wel leren schakelen, maar de rest worden rijlessen, vrees ik. We willen dat hij echt met een  versnellingsbak kan rijden, want stel dat hij ergens ooit eens mee is met een maat die te veel gedronken heeft, en die een benzine of diesel heeft? Ik wil dat hij daarmee kan rijden. Alleen heb ik wellicht deze zomer mijn eigen full electric en gaat mijn ouwe diesel weg, vandaar dus de rijlessen. Dan kan hij meteen ook examen afleggen met de auto van de rijschool, ergens volgend jaar.

Maar yup, Wolf heeft een voorlopig rijbewijs. En ik word 50 dit jaar. Ugh.

Zeepreventorium

Facebook geeft me altijd herinneringen van dingen die op die dag, zoveel jaar geleden, gebeurd zijn.

Deze week zaten daar vooral berichten over het Zeepreventorium bij: blijkbaar was het op 16 april drie jaar geleden dat we Wolf voor het eerst daar achterlieten.

Hij was vol goeie moed, dat wel, maar voor ons was het toch ook met een bang hartje: zou het wel goed komen met hem? Hij was fragiel, uitgeput, mentaal en fysiek bijna gebroken en vooral futloos. Zouden we ooit nog ons gezonde, vrolijke, energieke kind terugkrijgen?

Vandaag is hij een gezonde kerel van 17 die met zijn maten rondhangt, die sport, die zijn voorlopige rijbewijs heeft, die alles doet wat een jonge gast in coronatijden doet.

Het is vooral vreemd dat dat amper drie jaar geleden is. Dat lijkt niks, en toch, in een puberleven, is dat een wereld van verschil. Vooral in het leven van Wolf is dat een wereld van verschil: hij lijkt in niets meer op de breekbare tiener van toen maar is intussen gewoon, tsja, volwassen geworden, breed in schouders, met een vierkante kaak en een ongelofelijk charmante grijns.

Drie jaar geleden had ik dat nooit durven hopen en ik kus mijn pollekes…

Zeventien

Lieve Wolf

helemaal licht was het  nog niet, toen je deze morgen opstond en aan de ontbijttafel kwam. Die was intussen helemaal versierd door je zusje, er hingen slingers op en je broer was pancakes aan het bakken. Je moest zelf niet naar school, maar je had wel online les om half negen, en vooral: Merel moest om acht uur de deur uit.

Erg vond je het dus niet. Met slaapdronken kop opende je eerst het cadeautje van je zusje, en ze glunderde toen je meteen zei: “Oh, zo cool!” Ze had woensdag speciaal lopen zoeken naar iets en had zo’n klein plastieken kauwgomautomaatje gevonden. Van Marleen had ik ook iets mogen kopen voor jou, en ik had toen maar meteen Maltezers, M&Ms en van die Lion bolletjes gekocht voor in dat machien. Je vond het leuk.

En van papa en mij had je eerder al je gewichten gekregen, maar kreeg je nu ook nog een kick ass toetsenbord, eentje dat je zelf had uitgekozen.

Je wordt nu eenmaal niet elke dag zeventien, liefje. Ik keek met een glimlach naar jou, en zag in niks meer dat kleine jongetje van vroeger, maar zag een heuse man. Je bent volwassen aan het worden, Wolf, en ik zie het met gemengde gevoelens aan.

Zeventien jaar geleden mocht ik je voor het eerst in mijn handen houden, en man, wat een rollercoaster was me dat zeg! Ik geef toe: ik besefte niet helemaal waar ik aan begon, maar ik heb ervan genoten, en ik geniet er nog steeds van. Zeventien jaar, van onthaalmoeder naar kleuterklas, naar lagere school naar middelbaar. Van turnlessen tot rugby, met de nodige blessures. Van muziekles op zaterdag om half negen, tot gitaarles, tot een experiment met elektrische gitaar. Van scouts en surfkampen, van vrienden en een heus lief, al meer dan drie jaar. Van een klein afhankelijk jongetje tot een flinke scholier tot een matige puber tot een heuse kerel.

Ik kijk naar jou, en ik ben trots, liefje. Je doet het goed. Je bent een stevige kerel in 5 wetenschappen-wiskunde met een hele fijne vriendengroep, een heel leuk lief, een zeker zelfbewustzijn, een volwassen ingesteldheid, een ongelofelijke zorg voor je omgeving en – laten we wel wezen – best wel een knap snoetje. Ik krijg vaak complimentjes over jou van mijn collega’s: dat je echt een fijne, attente leerling bent.

Wat ik ook vooral zo fijn vind aan jou, is dat je hulp durft vragen. Aan mij, aan je papa, aan je omgeving… Dat is iets wat ikzelf nog steeds te weinig doe en waarmee ik uiteindelijk vooral mezelf in de problemen steek. Een misplaatste trots, vermoed ik. Jij bent trots, maar op de juiste manier. Je bent volhardend, maar je kent ook vooral je eigen limieten. Je probeert die wel te verleggen, gelukkig maar, maar je weet als geen ander waar je sterktes en zwaktes liggen.

En af en toe ben je gelukkig ook nog steeds mijn kleine ondeugende jongen, zeker als ik zie hoe je iets aan het plannen bent om je broer mee in de val te lokken, en hoe je ogen dan glinsteren. Dan lijk je immens op je papa.

Ik weet het, Wolf, ik ga je binnen afzienbare tijd moeten loslaten. Daar ben ik nu al mee bezig: je blijft regelmatig slapen bij Arwen, je spreekt af met je vrienden, je bent de hort op. Ik probeer keihard om geen helicoptermoeder te zijn, om je je onafhankelijkheid en je zelfstandigheid te gunnen. Maar soms maak ik me zorgen: ik heb je niet voor niets bijna een jaar moeten afstaan aan het Zeepreventorium, en ik weet maar al te goed hoe fragiel je soms kan zijn, zowel fysiek als mentaal. Maar ik probeer er vooral te zijn voor jou, dat je weet dat je altijd op ons kan terugvallen.

En gelukkig kom je me nog altijd op dezelfde manier slaapwel zeggen: door gewoon lekker languit bovenop me te komen liggen, en dan knuffelen we even en praten we even. Ik hou je dan vast alsof je weer zes jaar was, en daar geniet ik intens van. Ik hoop dat je dat toch nog wel even zal doen met je kleine mamaatje. Want ja, je bent uiteraard groter dan ik intussen.

Lieve Wolf, verander maar niet te hard. Je bent een zalige kerel geworden in die zeventien jaar dat ik je mocht begeleiden. Ik weet niet in hoeverre ik daar verdienste aan heb, ik denk dat dat gewoon al altijd in jou heeft gezeten.

Voorlopig ben je nog even mijn zalige kerel. En je zal altijd mijn Wolfje blijven.

Gelukkige verjaardag, liefje!

Gewichten

Wolf is al een tijdje op zijn eentje aan het sporten. Tsja, de fitness is niet open, rugby mag niet, dus veel alternatieven zijn er niet.

Bart had nog van op zijn kot een haltertje met gewichten liggen, maar de gewichtsklemmen om ervoor te zorgen dat die gewichten niet van de stang glijden, waren foetsie.

Een tijdje geleden hadden Wolf en ik al naar die klemmen gezocht en er een paar besteld, maar die bleken nu twee millimeter te groot te zijn. Da’s op zich niet veel, maar wel genoeg om absoluut niet te werken.

Nu had hij zijn grootvader zo ver gekregen dat die de grote halter van bij hem thuis meenam met een paar bijhorende gewichten. Zondag had opa die in zijn auto gesleept een meegebracht, en Wolf glunderde.

Hij glunderde eigenlijk zodanig dat ik het niet over mijn hart kreeg om hem nog veertien dagen te doen wachten op zijn verjaardagscadeau dat hier al een week of zo in Barts bureau lag te wachten. We hadden er deze zomer eigenlijk al voor gekeken, maar overal waren de gewichten uitverkocht. Onlangs zocht ik nog eens opnieuw, en lo and behold, er waren er opnieuw te krijgen! Ik heb meteen besteld en laten leveren: ik ga heus niet zelf met twintig kilo gaan zeulen.

Zondag liet ik dus Wolf zelf een pakketje uit Barts bureau sleuren, openmaken, en ja, hij glunderde. Nog harder.

Blije Wolf, blije mama.