Het zijn stevige boeken, maar ze blijven intrigeren, en dus lezen we uiteraard verder. Centraal blijft Holden met zijn Rocinante en de crew, maar intussen is het ook een pak verder geëvolueerd.
Het buitenaardse wezen dat Julie Mao heeft gedood en eigenlijk intussen enkele complete stations, heeft nu zelf een gigantische constructie gebouwd: een enorme ring, een poort waarachter geen sterren meer te zien zijn, en die zijn er normaal gezien wel daar voorbij Uranus.
De Rocinante gaat het ding onderzoeken, samen met een hele vloot van ruimteschepen, zowel van de Aarde, Mars als de Outer Planets. Holden is ervan overtuigd dat het wezen contact met hem zoekt via de verschijning van Miller, die te pas en te onpas met hem komt praten.
Maar achter de schermen speelt zoveel meer, en dat draait voor een groot deel over het uitschakelen van Holden…
De titelpagina vermeldt: “As close as you’ll get to a Hollywood blockbuster in book form” en dat is niet gelogen. Er blijft een rotvaart in zitten, maar tegelijk sleept ook het intermenselijke je mee.
Ben ik fan? Yup. Onvoorwaardelijk, eigenlijk.

