Mijn kleine prinses, al twee jaar

Lieve Merel van me,

ik weet het, het is lang geleden dat ik je nog eens een echte brief schreef. Het is dan ook nogal druk, met drie kinderen. Maar alle verhalen en foto’s over jou kan je hier op dit blog vinden, lieverd, je hoeft ze maar te zoeken.

verjaardagMerel1

Je bent intussen een echte ‘pinses’, zoals je het zelf noemt. De wereld draait om jou, en ik moet eigenlijk wel toegeven, hier thuis is dat soms ook zo. Je krijgt alle aandacht die je maar wil van je broer Wolf, die je trouwens zonder meer ‘mijn’ noemt.

Gisteren moesten we lachen daarmee: Wolf ging van tafel, en jij propte nog snel je laatste boterhammetje naar binnen, rukte je slabbetje af, veegde daarmee je mond, en riep naar Wolf: ‘Wof! Mijn!’ Wolf bleef niet-begrijpend staan: hij had toch niks van jou afgepakt of zo? Jij klauterde zo snel mogelijk van je stoel, liep op hem af, nam hem bij de hand, en zei parmantig: ‘Wof mijn! Kom, Wof’. Daarop nam je hem mee naar de zetel, gebaarde dat hij moest gaan zitten, en klom op zijn schoot. En dat was dat.

Je begint dus beter en beter te praten, en als je netjes alleen zit te spelen (bijvoorbeeld wanneer je broers naar de ’tuppy’ (rugby) zijn), zwijg je ook geen moment. Ik kan er doorgaans nog geen touw aan vastknopen, maar gezien jouw intonatie begrijp je je eigen verhaal maar al te goed. Soms zit je ook zachtjes te zingen.

‘Boke’ is jouw tweede grote vriend, maar dan om onnozel mee te doen. Hij zet dan een CD op, en dan staan jullie samen te springen en te schateren in de zetel.

Intussen heb je ook het potje ontdekt, en krijg je vooral in de crèche een gedegen training. Hier lukt het nog niet al te best, omdat we meestal gewoon vergeten om je op dat potje te zetten, en je het zelf maar vraagt als het al te laat is. Maar we doen dapper voort, meisje, je bent natuurlijk nog maar net twee.

verjaardagMerel2

Je hebt ook al je sterke karaktertje getoond: als je iets van kleren niet mooi vindt, zal je dat ook luidkeels te kennen geven. Gelukkig lijken onze smaken voorlopig nogal gelijk te lopen, liefje. Maar jij mag dan koppig zijn, ik ben minstens even koppig, en ik heb veertig jaar meer ervaring.

Soms zit je aan tafel ’s avonds, en wil je je boterham niet opeten. Ik forceer je niet om teveel te eten, je bent doorgaans een goede eter, maar één boterhammetje is toch het minimum, kleintje. Als ik dan merk dat je zit te draaien op je stoel, zeg ik je dat je minstens die paar stukjes moet opeten. Prompt komt je tongetje een klein beetje te voorschijn, en dan weet ik het al: je gaat met je kop spelen. En dan zit je daar: je zegt geen woord, verroert amper een vin, maar weigert resoluut te eten. Ik blijf dan rustig zitten en lees een boekje. Na een minuutje of twintig vind ik het dan welletjes: ik ruim al de rest op, terwijl jij rustig blijft zitten. Pas als ik aanstalten maak om de keuken te verlaten en jou alleen te laten zitten, prop je snel die stukjes in je mond, en geeft me dan een stralende glimlach. “Zie je wel, mama, dat ik het kan?” Maar twintig minuten stilzitten is lang voor een tweejarige, stiekem heb ik een beetje bewondering voor jouw standvastigheid.

Ach liefje… Je wordt zo snel groot… En je bent in alles een echt meisje: je voorkeur voor roze en paars, het feit dat je dolgraag met je poppen speelt, dat je in de spiegel gaat kijken als er iets speciaals aan je kleren is, of dat je komt knuffelen en manipuleren zoals enkel een peutermeisje kan.

Maar kleine muis, weet vooral dit: ik zie je dol- en dolgraag!

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.