Veertien

Lieve Kobe

vandaag was eigenlijk vooral een dag van wachten. Wachten tot we jou, na tien dagen kamp, eindelijk weer mochten ophalen en jou een verjaardagsknuffel konden geven. Ik heb je gemist de voorbije dagen, en ik duidelijk niet alleen.

Wolf en Merel waren mee om jou om één uur in Ertvelde op te halen, en we stonden zelfs alle drie in de gietende regen te wachten tot jij eindelijk gepakt en gezakt uit de tent tevoorschijn kwam. Mager, gebruind, met een woeste haardos en vooral een ongelofelijk brede glimlach.

Iedereen zegt dat, Kobie: je bent op zich al niet lelijk, maar zodra je lacht, straal je echt helemaal. Zo’n reeks perfecte, witte tanden in die grote lach, met dat kuiltje bovenaan je kaak, dat is echt onweerstaanbaar. Zeker als je er dan nog die blinkende ogen bij neemt.

Thuisgekomen waren er ook knuffels van papa en opa, en cadeautjes zoals snoep van je zus, en een chocoladetaart met kaarsjes. Fopkaarsjes, uiteraard, en je moest ook echt lachen toen je dat doorhad.

Je lacht veel, Kobe. Toch op de momenten dat we je zien, want hier thuis verschans je je bijna voortdurend in de game room waar jij echt je nest hebt gemaakt. Je gamet, kletst met een van je talloze online vrienden, drinkt iets, kijkt naar youtubefilmpjes of reeksen op Netflix, maar je doet dat allemaal daarboven. Je komt pas naar beneden als je iets komt halen om te chappen: eten is en blijft heel erg belangrijk voor jou, dat is al je hele leven zo.

Eigenlijk dans je nog steeds door het leven, Kobe. Het leven waait voorbij en Kobe waait vrolijk mee. Enfin, zo vrolijk als het kan voor een puber, want je wordt zelden nog enthousiast over iets dat niet met gamen te maken heeft. Of met Nazgûl, want je katje, daar ben je gewoon gek op. Maar verder…

Soms vergeten we hier wel eens dat je nu pas veertien bent geworden, liefje. Je gaat naar het vierde middelbaar, zonder noemenswaardige problemen, en dan lijk je soms volwassener dan je eigenlijk bent. We merken dat vooral in je studiehouding: je hebt een schitterend verstand en een ongelofelijk geheugen, maar die ijver, he, dat studeren zelf he, dat is zoooo lastig… Je bent daarin zo anders dan je broer, dat we dat soms vergeten en dan voor voldongen feiten, of cijfers gezet worden.

Tsja. Je bent nu eenmaal gewoon Kobe. Kobe, van wie ik zo ongelofelijk vrolijk kan worden, maar op wie ik zó vaak kwaad ben, aan wie ik me zo hard kan ergeren, die gewoon veel te hard op mij lijkt in zo verschrikkelijk veel facetten… Soms denk ik dat ik je niet vaak genoeg laat voelen hoe vreselijk graag ik jou zie, liefje. Maar dan leg ik mijn armen rond jouw middel – rond jouw schouders begint wat moeilijk te worden, aangezien je toch wel wat groter bent dan ik inmiddels – en dan geef je me een knuffel, gevolgd door die grote grijns, en dan weet ik dat je dat wel weet. En dat ik vanbinnen telkens weer smelt als ik jou zie.

Gelukkige verjaardag, Kobe. En verlies bij het volwassen worden vooral je levensvreugde niet.

Tachtig: hiep hiep hoera voor Nelly!

Jawel, mijn schoonmoeder wordt vandaag gewoonweg tachtig! Ze is niet goed ter been meer – heeft een rollator nodig – en heeft veel pijn door een spierziekte, maar ze is wel nog steeds de oma van de kinderen en we zijn blij dat ze er is!

Vandaag had ze ons uitgenodigd om te gaan eten bij Paul de Pierre in Maarkedal, eventjes rijden voor ons maar vlakbij voor haar.

Bart ging haar samen met Wolf en Merel in de nieuwe auto oppikken, ik kwam achter met Kobe en mijn vader.  Hij was, tot mijn plezier, ook uitgenodigd en was strak in pak met strikje en een cadeautje vol chocolade en snoepgoed.

Het eten was, zoals altijd, meer dan in orde.

Ze had gevraagd voor een familiefoto en die namen we buiten in de zon bij het afscheid nemen. Yup, een mooie groep, toch?

De kinderen reden allemaal met Bart mee naar huis, wat mijn pa en ik de gelegenheid gaf om, nu de regen eindelijk gestopt was en de zon meer dan scheen, nog een paar caches te zoeken in Oudenaarde. Ver mochten we niet gaan want hij had zijn kostuumschoenen aan ^^

We hadden er een vrij gewone, dan een mooie aan het water en dan een virtuele in het kleine begijnhof van Oudenaarde, mij totaal onbekend maar wel echt mooi.

Een mooie dag, voorwaar.

En dan nu mijn valies maken, want we vertrekken morgenvroeg naar Frankfurt voor 5 dagen en ik moet er nog aan beginnen. Tsja.

Zeventien

Lieve Wolf

helemaal licht was het  nog niet, toen je deze morgen opstond en aan de ontbijttafel kwam. Die was intussen helemaal versierd door je zusje, er hingen slingers op en je broer was pancakes aan het bakken. Je moest zelf niet naar school, maar je had wel online les om half negen, en vooral: Merel moest om acht uur de deur uit.

Erg vond je het dus niet. Met slaapdronken kop opende je eerst het cadeautje van je zusje, en ze glunderde toen je meteen zei: “Oh, zo cool!” Ze had woensdag speciaal lopen zoeken naar iets en had zo’n klein plastieken kauwgomautomaatje gevonden. Van Marleen had ik ook iets mogen kopen voor jou, en ik had toen maar meteen Maltezers, M&Ms en van die Lion bolletjes gekocht voor in dat machien. Je vond het leuk.

En van papa en mij had je eerder al je gewichten gekregen, maar kreeg je nu ook nog een kick ass toetsenbord, eentje dat je zelf had uitgekozen.

Je wordt nu eenmaal niet elke dag zeventien, liefje. Ik keek met een glimlach naar jou, en zag in niks meer dat kleine jongetje van vroeger, maar zag een heuse man. Je bent volwassen aan het worden, Wolf, en ik zie het met gemengde gevoelens aan.

Zeventien jaar geleden mocht ik je voor het eerst in mijn handen houden, en man, wat een rollercoaster was me dat zeg! Ik geef toe: ik besefte niet helemaal waar ik aan begon, maar ik heb ervan genoten, en ik geniet er nog steeds van. Zeventien jaar, van onthaalmoeder naar kleuterklas, naar lagere school naar middelbaar. Van turnlessen tot rugby, met de nodige blessures. Van muziekles op zaterdag om half negen, tot gitaarles, tot een experiment met elektrische gitaar. Van scouts en surfkampen, van vrienden en een heus lief, al meer dan drie jaar. Van een klein afhankelijk jongetje tot een flinke scholier tot een matige puber tot een heuse kerel.

Ik kijk naar jou, en ik ben trots, liefje. Je doet het goed. Je bent een stevige kerel in 5 wetenschappen-wiskunde met een hele fijne vriendengroep, een heel leuk lief, een zeker zelfbewustzijn, een volwassen ingesteldheid, een ongelofelijke zorg voor je omgeving en – laten we wel wezen – best wel een knap snoetje. Ik krijg vaak complimentjes over jou van mijn collega’s: dat je echt een fijne, attente leerling bent.

Wat ik ook vooral zo fijn vind aan jou, is dat je hulp durft vragen. Aan mij, aan je papa, aan je omgeving… Dat is iets wat ikzelf nog steeds te weinig doe en waarmee ik uiteindelijk vooral mezelf in de problemen steek. Een misplaatste trots, vermoed ik. Jij bent trots, maar op de juiste manier. Je bent volhardend, maar je kent ook vooral je eigen limieten. Je probeert die wel te verleggen, gelukkig maar, maar je weet als geen ander waar je sterktes en zwaktes liggen.

En af en toe ben je gelukkig ook nog steeds mijn kleine ondeugende jongen, zeker als ik zie hoe je iets aan het plannen bent om je broer mee in de val te lokken, en hoe je ogen dan glinsteren. Dan lijk je immens op je papa.

Ik weet het, Wolf, ik ga je binnen afzienbare tijd moeten loslaten. Daar ben ik nu al mee bezig: je blijft regelmatig slapen bij Arwen, je spreekt af met je vrienden, je bent de hort op. Ik probeer keihard om geen helicoptermoeder te zijn, om je je onafhankelijkheid en je zelfstandigheid te gunnen. Maar soms maak ik me zorgen: ik heb je niet voor niets bijna een jaar moeten afstaan aan het Zeepreventorium, en ik weet maar al te goed hoe fragiel je soms kan zijn, zowel fysiek als mentaal. Maar ik probeer er vooral te zijn voor jou, dat je weet dat je altijd op ons kan terugvallen.

En gelukkig kom je me nog altijd op dezelfde manier slaapwel zeggen: door gewoon lekker languit bovenop me te komen liggen, en dan knuffelen we even en praten we even. Ik hou je dan vast alsof je weer zes jaar was, en daar geniet ik intens van. Ik hoop dat je dat toch nog wel even zal doen met je kleine mamaatje. Want ja, je bent uiteraard groter dan ik intussen.

Lieve Wolf, verander maar niet te hard. Je bent een zalige kerel geworden in die zeventien jaar dat ik je mocht begeleiden. Ik weet niet in hoeverre ik daar verdienste aan heb, ik denk dat dat gewoon al altijd in jou heeft gezeten.

Voorlopig ben je nog even mijn zalige kerel. En je zal altijd mijn Wolfje blijven.

Gelukkige verjaardag, liefje!

49

Nee, ik had er absoluut geen zin in, in deze verjaardag. Ligt het aan het weer, aan de coronamaatregelen of gewoon aan mezelf? Feit was dat ik al een paar dagen slecht gezind ben: ik voel me oud en lelijk en ben ik gans mijn leven nog nooit zo dik geweest als nu. Dat laatste, dat ligt volledig aan mezelf, dat weet ik, maar ik heb dan ook de wilskracht van een verlamde inktvis op weed, en ik heb al te vaak medelijden met mezelf waardoor ik vind dat ik een beloning heb verdiend in de vorm van iets zoets. Tsja. I know.

Maar toen was er een heerlijk ontbijtje met verse croissants, gesneden mango – mijn favoriet – Skyr en zelfs een Alproding en een gekookt eitje. Zalig!

Er was een kroon en er was ook een cadeautje: Assassins’ Creed Valhalla. Op zich was dat nu niet de grote verrassing, maar wel dat ze het meteen op mijn PC hadden geïnstalleerd, want daar heb ik een bloedhekel aan! Ze hadden wel wat moeite om mijn Ubisoft account te kraken, maar bon ^^

Helaas… Ik had speciaal gisteren stevig doorgewerkt aan mijn examens om vandaag een hele dag te kunnen spelen, maar het spel wil niet draaien op mijn game laptop. Het ding is anderhalf jaar oud, maar zou het normaal gezien wel moeten aankunnen. Helaas, het start wel op maar blijft daarna maar crashen. Bon, we zien wel, en anders is deze versie voor Wolf en koop ik het zelf voor de Playstation. Meh.

Halverwege de voormiddag ging de bel: een man met de vertwijfelde vraag: “Mevrouw, weet u waar nummer 1 is?”
” Euh dat bestaat niet.”
“Serieus??? Ik moet bloemen leveren op nummer 1!”
“Euh dat zal wellicht voor mij zijn?”

Ja dus, gewoon een verkeerd huisnummer, maar ik heb nu wel pràchtige bloemen staan, van een lieve lieve vriendin. Dankjewel, Marleen!
Bart kookte heerlijk, mijn vader was er en ik genoot van mijn gezin.
En mijn humeur klaarde helemaal op – ondanks de Valhalla die niet wil draaien –  toen Gwen met Erik aan mijn deur stond met een ruiker bloemen en we toch een kwartier staan kletsen hebben in de hal. Op afstand. Met masker. Maar toch…
En toen was er nog taart, en rust, en een goed boek, en massa’s wensen op FB en andere kanalen, en ik had er eigenlijk wel vrede mee, ja.
Ja, ik ben oud en versleten en kapot en nog niet eens 50, en beter wordt het niet. Maar eigenlijk heb ik een heel mooi leven en dus geen reden om te klagen.
Op naar de 50, zou ik zo zeggen…

Tiende verjaardag!

Zoals ik gisteren al schreef, had ik mijn vrienden opgeroepen om kaartjes te sturen. En toen waren er niet alleen kaartjes maar ook cadeautjes en lag de hele keukentafel vol.

Deze morgen kwam ze om acht uur bij mij in bed kruipen, we maakten de rest wakker, Merel deed een maskertje aan, en we namen haar mee naar beneden. En toen…

Dat enthousiasme, dat is toch zalig???

Vooral met de mechanische eenhoorn van Mario en Babeth hebben we ons een kriek gelachen: dat ding stapt bijzonder snel, schudt dan al hinnikend met zijn kont en dan begint hij een liedje te zingen. Het effect op Gandalf was grandioos…

Intussen bakte Kobe pancakes bij wijze van ontbijt en mocht zij alles uitpakken en alle kaartjes opendoen, iets waar ze echt lang mee bezig was. En toen maakte ze dit filmpje:

’s Middags waren er wraps van broerlief, en in de namiddag was er uiteraard ook taart. Haar lievelingstaart was er niet meer in gewone vorm, alleen in de Sint-uitvoering, maar dat vond ze niet erg. Alleen is zo’n dikke laag chocolade niet zo handig voor kaarsjes ^^

En ’s avonds, toen waren er frietjes van de frituur.

’t Is niet dat we volgevreten waren of zo, hoor!