Planckendael

Ik had hier nog steeds die tickets van Planckendael liggen, en het was er nog steeds niet van gekomen om ernaartoe te gaan. Niet dat het niet interessant is, verre van. Maar met drie kinderen, waaronder een baby van zes maanden, is het nogal een onderneming. Mocht ik in Brussel of Antwerpen wonen, dan had ik wellicht een abonnement, want het is een heerlijk park. En voor mensen met een abonnement gaat het tegenwoordig al om negen uur open, een uur vroeger dus dan voor de rest van het publiek, zodat het er heerlijk rustig is en je de dieren nog wat vroeger kan zien.

Om negen uur gingen wij er niet geraken, dat wisten we op voorhand al. Het was echter uiteindelijk twaalf uur voor we er waren, wat dan ook weer een pak later was dan bedoeld. Aan de andere kant: jongetjes van nog geen vier stappen niet graag, en zagen al vrij snel dat hun voeten pijn doen, dat hebben we andermaal mogen ondervinden.

Zelf had ik zo rond tien uur buikkrampen, maar ik dacht dat die wel gingen overwaaien in de loop van de voormiddag. Niet dus. In de auto had ik meerdere keren het gevoel dat ik ging moeten stoppen langs de weg om over te geven, zo mottig voelde ik me intussen. Toch gebaarde ik me van niks, en ging dapper mee binnen. We werden begroet door ooievaars, en liepen vrijwel direct richting eethuisje met grote speeltuin bij. De jongens wisten niet goed hoe snel ze hun eten moesten binnenspelen om daarna de speeltuin in te duiken, Bart nam een soepje, ik gaf Merel haar groentepapje, en worstelde om één croissant binnen te krijgen. Hmmpf. En intussen was het warm, serieus warm.

We liepen nog wat verder rond, zagen de giraffen, een vosje, maar de meeste dieren had verkoeling gezocht in hun hok, en waren dus niet te bespeuren. Jammer. Merel was intussen behoorlijk lastig aan het doen, en eiste opnieuw eten. Ik gaf haar dus de borst terwijl de mannelijke helft van de familie moest wachten, maar… Plots stak ik haar – onder prompt en luid protest van harentwege – in Barts handen, en rende richting toiletten. Helaas. Tot zover de croissant. Maar ik moet toegeven, ik voelde me nadien een pak minder misselijk. Alleen de buikkrampen bleven.

We liepen verder rond, in het boomklimgedoe (ik wachtte, blij, op een bankje in de schaduw met een zeer wakkere Merel die nog de hele dag niet in haar buggy had gewild), de tropische serre binnen, naar het donkere gedeelte met de paar slangen en zo, en uiteindelijk was het rond vier uur, was Kobe serieus aan het zagen over zijn voetjes, waren we allemaal oververhit, kreeg ik het behoorlijk moeilijk om op mijn benen te blijven staan, en zijn we maar naar de auto teruggekeerd. Geen leeuwen of olifanten gezien, of zelfs nog niet de helft van de dieren, heb ik de indruk.

Wat dus een goed idee leek, draaide op een halve flop uit omdat ik me ellendig voelde, Merel lastig deed (ze viel natuurlijk gans op het einde wél in slaap) en het veel te warm was om goed te zijn. Ik denk dat we nog wel eens teruggaan naar Planckendael, maar dan zonder Merel, op een minder warme dag, wanneer ik me goed voel. En dat zal véél beter zijn.

(Thuisgekomen ben ik onmiddellijk in de zetel in slaap gevallen. Ik kon niet meer. Ik heb zelfs geen foto’s genomen gedurende de dag, gewoon omdat ik me te slecht voelde.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *