Bloederig opstaan

Geloof me, het was ietwat bizar opstaan deze morgen. Allez ja, beneden komen tenminste. Want wat zag ik op de livingtafel? En op het parket, en de keukenvloer?

Juist ja. De twee snoodaards lagen allebei netjes te slapen, er was gelukkig niks op de zetel aan te merken.

Ik stekte eerst Gandalf in zijn nekvel, en onder protesterend gegrom en geblaas – waar ik me niks van aantrek, overigens – controleerde ik zijn pootjes. Geen problemen, oef. Ik kreeg nog een vieze blik, en toen ging hij weer slapen.

Daarna nam ik Nazgûl onder handen: die legde ik gewoon op mijn schoot op zijn rug, iets waar ook hij niet zo blij mee was, maar ik ben nu eenmaal de baas, dus hij liet me begaan. En jawel, geen idee wat hij heeft uitgespookt, maar de nageltjes van zijn achterpoten zijn zwaar beschadigd. Wellicht heeft hij in allerijl moeten wegspringen voor een auto of zo, of ergens zijn sprong gemist, maar hij heeft het equivalent van meerdere gescheurde nagels. Nu, ik mocht eraan komen, zoveel pijn deed het blijkbaar ook niet. En het was ook netjes schoongelikt, ik zag zelfs de wondjes op zich niet.

Soit. Nu gewoon in de gaten houden dat het niet ontsteekt, dat hij er geen last van krijgt.

Goh. Katten. Een gemak, jong…

Zwanen

Er zijn zo van die kleine dingetjes waarvan ik instant gelukkig word. De zon in mijn woonkamer tijdens de winter, bijvoorbeeld. Of een zeer enthousiaste vogel in de tuin. Mijn kat die tegen me aan komt liggen en zachtjes begint te spinnen.

Toen ik onlangs nog eens naar Zomergem reed, was er zo nog eentje. Toen ik ons pa nog wekelijks ging ophalen, reden we altijd vanuit de Durmstraat via de vaart naar Gent. Op dat stuk staan geen huizen: dat is een en al veld en weide, en een van die weides loopt regelmatig onder water. Sinds een paar jaar woont daar een koppel zwanen. Elke keer weer zagen we hen zitten, in de winter toch. In de zomer zochten ze andere oorden op, maar we waren er telkens blij om als we hen weer zagen verschijnen.

Nu rij ik enkel sporadisch nog naar Zomergem: om iets in ons pa zijn huis  te halen, als er iets is met zijn hoorapparaten, of als ik bij Jeroen moet zijn.

En onlangs reed ik dus nog eens langs dat stuk langs de vaart, en jawel, wie zat er als twee helderwitte vlekken in het vale wintergroen? Het koppel zwanen.

Ik werd er instant gelukkig van.

Achter de kerstboom

Het valt echt niet te zien, en het heeft wellicht ook even geduurd voor we het door hadden, maar Gandalf heeft dus een nieuw slaapplekje gevonden. Vorige week, terwijl we in de zetel zaten, zagen we hem plots voorzichtig van achter de kerstboom komen en over de pakjes springen. Geen idee hoe lang hij daar al ligt, we hebben het in elk geval niet eerder gezien.

Ik kan het me wel voorstellen, eigenlijk: hij ligt daar helemaal verscholen, heeft er voldoende plaats en ligt wat hoger dan de rest. En ook belangrijk: Nazgûl kan er hem niet ambeteren.

Het is wel grappig hoe hij, sinds hij weet dat wij het weten, aankondigt dat hij daar gaat slapen. Hij stelt zich pontificaal voor de kerstboom, miauwt mega luid – ik moet het echt eens proberen op te nemen of een decibelmeter gebruiken – kijkt dan of we het gezien hebben, en springt dan voorzichtig op het tafeltje waarop de kerstboom staat.

Benieuwd wat hij gaat doen wanneer we de kerstboom weghalen. Misschien dat ik dat tafeltje daar nog even laat staan en er een kartonnen doos of zo op zet. Of heeft iemand nog suggesties?