Ziekteverlof is een moeilijk concept…

Ziekteverlof, dat vind ik dus een moeilijk concept. Ik doe mijn werk zo graag en ik leef zo mee met mijn leerlingen, dat ik niet graag thuis zit. Nu, echt ziek = echt ziek. Maar toen ik bv. corona had, was ik gewoon moe en af en toe een beetje mottig, maar heb ik gewoon online les gegeven. Dat bespaart een hoop gedoe van studies en lessen inhalen en al dat soort dingen.

De galblaasoperatie had ik met opzet deze week gelegd: ik zou na drie weken voldoende moeten hersteld zijn om weer aan het werk te kunnen, en dat is dan netjes na de kerstvakantie. De chirurg opereert enkel op maandag, maar vorige week had ik nog een examen en dat wilde ik zonder risico kunnen verbeteren. En deze week, goh, dan zijn het vooral klassenraden. Ik had nog het geluk dat alles opnieuw online moest: de directie ging de klassen waar ik klastitularis van ben, wel voor haar rekening nemen, maar dat was nu eigenlijk niet nodig. Fysiek zou ik absoluut niet naar school gekomen zijn, maar online vanuit mijn zeteltje? Goh ja, dat moest wel kunnen.

En dus deed ik gisteren al een duit in het zakje bij de klassenraad van mijn zesdes, en hield ik vandaag gewoon zelf mijn eigen klassenraden als titularis. Maar ik moet wel toegeven: na afloop van dat anderhalf uur was ik gewoon doodop, en ik heb een stevige tuk gedaan.

De directie had me vorige week ook gevraagd of ik het zag zitten om mijn eigen oudercontacten te doen. Uiteraard geen enkel probleem als ik dat niet wilde, dan gingen ze iemand anders voorzien. Maar ze kennen me intussen een beetje, vrees ik. Ik wilde dat inderdaad graag zelf doen: de eerdere contacten met de ouders waren ook via mij verlopen en dat zal ook nog zo zijn voor de rest van het jaar. En vooral: dat zijn ongeveer tien gesprekjes van tien minuten – als het meevalt – en ik had telkens na twee ook een buffer van tien minuten ingebouwd.

Alleen… bij de eerste liep het al mis want die had blijkbaar aangegeven dat die liever gebeld werd, maar die boodschap was nooit tot bij mij gekomen. Ik heb dus tien minuten zitten wachten achter mijn scherm, en na een berichtje van die ouder dan maar in buffertijd gebeld. Resultaat: veertig minuten aan een stuk, en dat was eigenlijk wel lastig voor iemand die nog maar 3 dagen geopereerd is.

En toen kwamen er nog een paar lastige gesprekken en vooral ook een telefoon van een half uur…

Ik geef het toe, ik was echt op. Maar ik ben wel blij dat het me gelukt is, want ik moet de rest van het jaar nog verder met die ouders en die leerlingen, en dan wil ik het niet graag via een andere partij vernemen.

En dan nu: vakantie! Allez, ziekteverlof, want de leerlingen en collega’s moeten morgen wel nog naar school. En het kerstkaartje van de school, dat heb ik gelukkig ook al gemaakt.

Operatie nr. 19

Deze morgen om twintig voor zeven stonden Bart en ik in het Jan Palfijn om ons aan te melden. Vroeg? Jazeker, maar ik werd dan ook vandaag geopereerd en ik stond er als eerste op, om acht uur.

Ik kreeg een kamer toegewezen, zag dat de operatiehemden een deftige update hadden gekregen, en voelde me helemaal le sexy. Uiteraard.

Om half acht lag ik al in de wachtzaal van het operatiekwartier en kreeg ik een infuus, om acht uur stipt bevond ik me op de operatiezaal, werd ik op allerhande machinerie aangesloten en zei ik “tot straks” tegen chirurg, verpleging en anaesthesist.

En om twintig over negen had ik moeite om mijn ogen open te krijgen op de ‘verkoeverkamer’ maar ik voelde me precies best oké. Fijn was ook dat ik, zodra iemand opmerkte dat ik wakker was, meteen mijn bril terugkreeg, zodat ik tenminste mijn omgeving kon herkennen.

Om kwart voor tien was ik al terug op mijn kamer, iets later kwam Bart vrolijk aangehopst  en ik viel helemaal gerustgesteld gewoon opnieuw in slaap. Het enige lastige is dat ze je dan voortdurend wakker maken om je bloeddruk te meten en te kijken of alles nog in orde is. Ik snap dat wel, uiteraard, maar het zou fijner zijn als ik gewoon had kunnen slapen. En de galstenen, dat bleek een behoorlijk hoopje kleine bolletjes te zijn, best wel indrukwekkend.

Bon, tegen vijf uur was ook het infuus verwijderd, had ik de ontslagpapieren en bracht Bart me naar huis, naar mijn zeteltje. Pijn? Eigenlijk niet nee, meer een gevoel alsof ik een veel te zware buikspiertraining achter de rug heb en daarna nog eens keihard tegen een tafel ben gelopen. Veel meer blauweplek-achtig dus dan eigenlijk pijn.

Ik moet wel toegeven dat ik misselijk werd na het avondeten en dat slapen toen ook niet zo goed lukte, maar het werd duidelijk hoe dat kwam zodra ik naar mijn bed was gegaan: ik heb toen zeer uitgebreid moeten overgeven en het bleek gewoon allemaal donkerbruine vloeistof te zijn: wellicht water met wat oud bloed van tijdens de operatie dat heel ambetant op mijn maag bleef liggen.

En toen? Toen heb ik geslapen als een roosje. Geen idee hoe rozen eigenlijk slapen, maar bon, ge snapt mij.

(Oh, en operatie 19? Jawel, als je die tien lichte verdovingen van de IVF-behandeling meerekent. Dat lijf van mij, dat werkt gewoon niet mee.)

Nog maar eens een operatie…

Weet je nog dat ik halverwege oktober een blaasontsteking had? Eentje die al opgeklommen was naar mijn nieren?

Wel, na tien dagen antibiotica was dat nog helemaal niet voorbij, en de huisdokter schreef me nog vijf dagen extra medicatie. Hmm. Toen bleef ik nog steeds steken voelen, dus op vrijdag ging ik opnieuw naar de dokter. Die boekte meteen een afspraak bij de uroloog op maandag.

Die luisterde, bekeek de urinewaarden, zag via een echo dat er kleine steentjes in mijn nieren zaten en boekte een CT-scan  voor de woensdag, tijdens Merels verjaardagsfeestje. Op woensdag bekeek ze die scan, verklaarde dat die steentjes niet zo erg waren, dat ik die ooit wel ging uitplassen, maar… dat mijn galblaas wel vollédig vol zat met steentjes. Als in: een massa kleine steentjes zodat die blaas eruit zag als een golfbal, iets wat elk moment eigenlijk fout kan gaan.

Meteen liet ze haar secretariaat een afspraak maken met een chirurg, want jawel, als ik niet dezelfde weg wil opgaan als Bart, moet die er zo snel mogelijk uit. Afspraak voor de woensdag erna, een week later dus. Dat moest wel kunnen. En toen zat ik in quarantaine, en werd de afspraak een week verzet. Toen ik effectief positief was.

Bon, vandaag dus wél naar de chirurg. Die opende de foto’s op haar scherm en riep bij het aanschouwen van mijn CT-scan, enthousiast uit: “Oh maar da’s een mooie galblaas! Da’s een hele mooie!” Ik heb dus nog maar eens bewijs dat ik aan de binnenkant mooier ben dan aan de buitenkant, voilà.

Enfin, besluit: op maandag 20 december ga ik nog maar eens een stukje Gudrun laten wegnemen. Als corona er geen stokje voor steekt, natuurlijk, want het is nog maar de vraag of chirurgische ingrepen nog wel zullen mogen en kunnen. En ik zou één nachtje moeten blijven, voor de zekerheid.

Allez hup. En dan drie weken plat, zodat ik na de vakantie opnieuw kan gaan werken. Als dat geen mooie planning is!

Update over de voet

Zeg, hoe is het intussen nog met uwe voet?

Awel. Vree goed, eigenlijk!

Twee weken na de operatie had de chirurg nog verwonderd vastgesteld dat ik zo goed genees, en verklaarde hij me net niet voor gek dat Bart en ik vier dagen gingen rondlopen in Kopenhagen. Maar hij gaf me wel zijn zegen: ik ging het zelf wel voelen als ik overdreef. Hmm, ofwel waren die zenuwen nog pieredood, ofwel heb ik gewoon een hoge pijntolerantie. Tsja…

In elk geval heb ik mijn voet eigenlijk gewoon genegeerd. De dokter had me ook kinesietherapie voorgeschreven om de soepelheid te bevorderen, en dat heb ik dan ook plichtsgetrouw enige keren gedaan, maar eigenlijk was dat niet nodig. Ja, de eerste keer had de kinesist nogal hard doorgewerkt, zodat de hele voet voor het eerst sinds de operatie pijn deed, en dat was nu ook weer niet de bedoeling. Maar nu zei ze zelf dat het eigenlijk niet nodig was, dat de rest gewoon zijn tijd nodig had.

Ik draag dus ook gewone schoenen, en het is een mooi litteken geworden. Ik ben alleen benieuwd wat hakken zullen geven: daar ben ik nog niet echt aan begonnen.

Maar ja, het is dus goed met de voet. Yippie.

Update bij de dokter

Deze voormiddag had ik een afspraak bij dr. Burssens. Toen hij binnen kwam, reageerde hij meteen verwonderd: “Moh, al gewone schoenen, zie ik?” Euh, al een dag of vijf?

Hij onderzocht de voet, vond het wondje bijzonder mooi, en verklaarde dat ik blijkbaar bijzonder snel genees. Hij moest lachen met het feit dat ik me mijn voet eigenlijk niet aantrok, dat ik de maandag – vijf dagen na de operatie – al met de auto reed en meteen meer dan 10.000 stappen had afgelegd, en dat ik vond dat mijn voet zich niet te moeien had. Hij beschouwde dat als een lovenswaardige instelling, en verklaarde het feit dat ik zelf de draadjes had verwijderd, als bijzonder positief. Oh, en het neurinoom was inderdaad gewoon een standaard goedaardig neurinoom, niks speciaals. Oef!

Toen ik zei dat we morgen op citytrip gingen naar Kopenhagen, trok hij even de wenkbrauwen op, maar zei niet dat ik me koest moest houden, gewoon dat ik goeie schoenen moest aantrekken. Mijn sandalen waren wel oké, vond hij. En meteen voegde hij er een paar tips aan toe: dat er een prachtige Bang & Olufsenwinkel was, en daarnaast een winkel met de beste wandelschoenen ooit, maar hij kon even op de naam niet komen. Maar als een absolute voetenspecialist zegt dat dat de beste schoenen zijn, dan geloof ik hem op zijn woord.

Enfin, nu nog wat kine om het oedeem weg te werken, en dat zou dat moeten zijn. Goed nieuws dus.

Mocht ook wel eens.

Draadjes

Gisterenavond begonnen de draadjes in mijn voet op mijn zenuwen te werken: ze jeukten en trokken tegen.

IMG_1036

Aangezien het toch al tien dagen was en alles er heel netjes uitzag, heb ik een pincet, een schaartje, ontsmettingsmiddel en steriele compressen gepakt, en heb ik ze er uitgehaald, néh.

En man, dat deed deugd! Het ziet er ook meteen een pak beter uit, vind ik persoonlijk. Het voelt in elk geval goed.

IMG_1038

Thuis. Oef.

Na de stevige nachtrust was gelukkig alles in orde vanmorgen. Ik ontbeet, kleedde me aan, en zag dat het goed was.

Burssens kwam even langs, en ik zei dat ik zo blij was van de operatie, want dat ik geen pijn meer had. Hij schoot in de lach, en zei dat hij dat nu niet bepaald vaak te horen kreeg.
Maar wat was er nu precies aan de hand? Wel, het was niet één, maar wel twee zenuwen die allebei ontstoken zaten, geïrriteerd en opgezwollen, en er was zowaar een neurinoom aanwezig, dat hij opgestuurd heeft voor onderzoek.

Even wikipedia raadplegen:

Een neuroom, ook wel neurinoom is een kleine, goedaardige woekering van zenuwweefsel die ontstaat op een plaats waar een zenuw beschadigd is, doordat de zenuwuitlopers blijven groeien in een poging hun aansluiting te hervinden maar daarvoor geen richting hebben. Hierbij ontstaat een kluwentje van zenuwvezels dat vaak als een enkele mm groot bobbeltje voelbaar is en meestal bij aanraking een gemene pijnscheut veroorzaakt. (Als hij geen pijn zou veroorzaken wordt een dergelijke kleine afwijking in het algemeen niet eens opgemerkt).

De beschadiging kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van een val op een rand of van een operatie, waarbij in het litteken weleens neuroompjes ontstaan. Speciale vermelding verdient Mortons neuroom, dat soms ontstaat als een zenuwtje in de voet tussen twee middenvoetsbeentjes bekneld raakt.

Juist ja. Nu ja, hij had alles netjes opgekuist en het zag er goed uit, zei hij.

De drain ging eruit, en in plaats van het dikke verband kwam een elegant klein verbandje bovenop een kleine snee. De bandagist was ook al langs geweest, en die had me een speciaal schoentje bezorgd, eentje met een speciale zool om de voorvoet te ontlasten.

Enfin, Bart nam me mee in een rolstoel, maar eigenlijk kan ik gewoon stappen, zij het al mankend. Zolang ik op mijn enkel steun en niet op mijn voorvoet, lukt het probleemloos. Dik in orde dus!

En thuis werd ik omver geknuffeld door de kinderen, en werd ik netjes in de zetel geïnstalleerd, alwaar ik prompt nog eens in slaap viel.

Straks dan richting het UZ met Wolf: dat moet wel lukken, denk ik. Ik heb in elk geval geen pijn.

Operatie

Jawel, vandaag onder het mes.
Ik vond het wel grappig: om kwart voor zeven stonden Bart en ik netjes aan de balie, ik werd ingeschreven, Bart kreeg een zoen, en ik ging verder naar wachtkamer 2.

Daar werd ik nog eens extra ingeschreven, en bleek op papier de rechtervoet aangeduid voor operatie, in plaats van het linker exemplaar. Euh… Ne mens kan zich soms ergeren aan drie keer dezelfde vraag, maar deze keer was ik toch wel echt blij dat ze nog eens navroegen wat er precies moest gebeuren.

Bon, ik kreeg een armbandje met mijn gegevens, en werd naar een kleedkamertje gebracht. Euh?

Blijkbaar geeft het Maria Middelares geen kamer meer op voorhand, maar word je min of meer rechtstreeks naar de operatiezaal geleid. Ik kreeg dus een zak voor mijn kleren, de sleutel van een lockertje, een operatiehemdje, een sexy paar antislipsokken, en een badjas.

IMG_3126

Alle spullen vlogen in het kluisje, en de sleutel daarvan mocht in een klein zakje, waar later dan ook bril en gsm bij vlogen, en dat dan aan het bed werd gehangen.

En toen zaten we met een man of vijf, in badjas en sokken, gezellig samen in een lounge. Ik merkte op dat we precies in een wellnesscenter zaten, wat op algemeen gelach werd onthaald, gezien het feit dat wij allemaal op een operatie zaten te wachten.

Maar bon, ik werd geroepen, installeerde me op een operatietafel, kreeg een infuus, deed een klapke met de anaesthesiste, werd vrolijk begroet door Burssens, en werd toen wakker in de recovery. Mijn voet was stevig ingepakt, maar ik voelde totaal geen pijn.

Een half uur later lag ik al op mijn kamer, liet Bart weten dat alles in orde was, en deed een stevige tuk, net zoals mijn kamergenote. De boterhammetjes gingen vlot binnen, en ik legde me nog wat te lezen.

En toen… werd ik misselijk. Eigenlijk mocht ik al naar huis, maar blijkbaar was de verdoving harder aangekomen dan gedacht. Ik kreeg iets tegen die misselijkheid, maar dat leek niet echt te helpen. Meh. De misselijkheid bleef zodanig aanhouden, dat de verpleegster van het dagziekenhuis – dat sluit om 19.00 uur – een kamer voor me regelde. Ik kon dan nog zien of ik later alsnog naar huis ging.

Ik deed nog een stevige dut, en voelde me toen merkelijk beter: geen misselijkheid meer, en eigenlijk algemeen een prima gevoel. Ik belde Bart dat hij me mocht komen halen, ook al was het al half tien, en de verpleegster haalde het infuus weg.

En toen…

Toen werd ik weer kotsmisselijk. Bart zat er dan, en ik zag het totaal niet meer zitten om naar huis te gaan. Bart is dan maar onverrichter zake terug naar huis gegaan, en ik ben in een diepe slaap gevallen. Gelukkig heb ik geen nood meer aan pijnstillers, de voet doet absoluut geen pijn.

Blah.