Woensdagmorgen.

In de woonkamer hangt nog de lichte, onmiskenbare geur van het haardvuur van gisterenavond. Langzaam schuif ik de gordijnen open, waardoor het zonlicht naar binnen stroomt. Een felgekleurd windmolentje waait me tegemoet, en het gras glinstert bij elk zacht briesje.

De hond heft argwanend zijn kop op wanneer ik het speelgoed van de kinderen begin op te ruimen, maar droomt daarna ongestoord verder. Langzaam verdrijft de geur van verse koffie die van het verbrande hout, terwijl het gepiep van de microgolf me laat weten dat de melk warm is.

Behaaglijk vouw ik mijn benen onder me in de zetel, de latte in mijn handen, de krant naast me.

Ik mis mijn kat.

Niet mijn dagje…

Daarnet zag ik het even niet meer zitten: vrijdagavond, en moe.

Kobe was al de hele avond aan het huilen omdat hij net een spuitje had gekregen, en niks was goed: zelfs tijdens het eten zat hij nog te trunten. Wolf werd van de weeromstuit ook lastig.
Mijn voet deed gemeen zeer, en de brace werkte flink op mijn zenuwen. Tegelijkertijd heb ik ook nog een mega verkoudheid, waardoor mijn neus ofwel volledig verstopt zit, ofwel om de drie minuten moet gesnoten worden. Mijn lippen zijn gesprongen, en het stukje onder mijn neus voelt rauw aan. Het hoofd voelt navenant: een sluimerende koppijn.
De hond had nog steeds geen eten gehad (ik wilde de huilende Kobe niet alleen laten, en om hem mee naar buiten te dragen doet mijn voet teveel pijn) en was voortdurend tegen het raam op aan het springen.
keuken.jpg

De keuken was een complete puinhoop: de propere vaat stond nog steeds in de machine sinds woensdag, waardoor de vuile vaat zich op het aanrecht opstapelde, er stonden nog boodschappen die niet opgeborgen waren, en overal lagen kinderspullen. Zucht.

Intussen zijn we een dik half uur later. Kobe lijkt rustig te slapen, net als Wolf. De vaatwas is uitgeleegd, de vuile vaat zit in de machine, en het beetje handafwas is ook gedaan. De boodschappen zijn opgeborgen, de spullen opgeruimd, en het aanrecht proper.

keuken1.jpg
De hond ligt aan mijn voeten te slapen met welgevuld buikje.
Ik heb intussen een neusspray gebruikt, waardoor mijn neus zich een beetje gedraagt en ik weer kan ademen, en op mijn lippen ligt een dikke laag lippenbalsem. De stilte doet mijn hoofd goed.
Alleen mijn voet doet nog pijn, maar wanneer ik me direct, bij het licht van de schemerlampen en wat kaarsjes, met gesloten gordijnen, neervlei op de zetel en de brace kan uittrekken, zal de kloppende pijn ook langzaam wegebben.

En dan maar hopen dat mijn lief snel thuiskomt, zodat ik me in zijn armen kan nestelen. Dan, dàn zal het in orde zijn.

Windmolentje

Ik ben weer emotioneel vandaag.

ms102_a.jpgDaarnet ging ik mijn inktpatronen (examens moeten geprint worden, weetuwel) laten bijvullen in Evergem, en parkeerde ik zodoende aan het tegenoverliggende kerkhof.
Toen ik terug in mijn auto stapte, zag ik uit mijn ooghoeken in de halve schemering iets bewegen. Ik keek iets scherper door een getraliede opening in de kerkhofmuur, en zag een vrolijk roze windmolentje draaien in het speelse briesje. Een windmolentje waarvan ik dergelijke exemplaren al drie jaar aan een stuk in onze tuin heb staan, tot groot jolijt van mijn twee jongens.

En toen moest ik slikken: het stukje achterkant van de bijhorende zerk dat ik nog net kon zien, had de vorm van een teddybeer. Hoe vreselijk moet het zijn voor die ouders, en hoe graag moeten ze dat kind gezien hebben, als ze de moed hebben om een vrolijk windmolentje aan het grafje van hun kind te zetten.

Eventjes bleef ik gewoon zitten in mijn auto.

Toen reed ik naar huis, naar mijn wachtende examens en mijn twee rustig slapende zoontjes, en ik voelde me eventjes de gelukkigste moeder ter wereld.