Moeilijke oefening

Wolfs schooljaar is niet eenvoudig gestart, moeten we toegeven. Hij zit al van vorig jaar in een zeer moeilijke klas, waarin het lastig opletten is. Maar ook in de twee parallelklassen zitten blijkbaar ook behoorlijk lastige kinderen, en zijn jaar wordt algemeen als een moeilijk jaar beschouwd. Kan wel zijn, maar wij willen uiteraard het beste voor onze zoon. Alleen geef ik zelf les, en snap ik maar al te goed wat het is als je als leerkracht voor een dergelijke klas staat. Ik heb dus af en toe, als ik toevallig zijn juf tegen het lijf liep, eens een opmerking gemaakt, meer niet. Wolf heb ik op het einde van het jaar gesust met de opmerking dat de vakantie eraan kwam, dat de klassen misschien wel door elkaar gingen gehusseld zijn, en dat hij een nieuwe juf ging hebben, zodat het sowieso een andere situatie ging zijn.

Tot op de voorlaatste schooldag de nieuwe klassen en juffen bekend werden gemaakt. Wolfs klas was inderdaad behouden, maar dan wel zonder zijn twee beste maten, die waren naar een andere klas gezet. Ah ja, die ouders waren blijkbaar wél in extenso gaan klagen. Tot zover de stellige bewering van de directie dat er NIET aan de klassen ging getornd worden, dat was pedagogisch niet te verantwoorden. Toen ik daarnaar vroeg, kreeg ik het antwoord dat er twee lastige elementen uit de klas waren gehaald, en dat het rustiger ging worden. Yep. De nummers twee en drie van de klas, die ik vrij goed ken en waarvan ik weet dat zij zeker niet het probleem vormden. Zucht.

Wolf kwam dus in tranen thuis, en vroeg of hij niet van school mocht veranderen. Want daarbovenop kreeg hij ook nog eens een nieuwe juf. En dan nieuw als in: nog nooit als titularis voor een klas gestaan. Ja, een jarenlange ervaring als logopediste en nu geswitcht naar het onderwijs. En ja, al een aantal taken als zorgleerkracht opgenomen, en ook wel als interimaris, maar nog nooit echt een hele klas een heel jaar. Nog diepere zucht.

Samen met de ouders van de nummer vier van het vriendengroepje hebben we dan maar een gesprek aangevraagd en gekregen bij directie en leerkracht. Men heeft geprobeerd ons te overtuigen, met diverse argumenten, de ene zeer waardevol, de andere ronduit twijfelachtig. Want als men glashard gaat ontkennen wat anderen jou met stelligheid bevestigen, tsja, dan is het vertrouwen snel zoek natuurlijk.

Bon, iet of wat gerustgesteld, maar vooral intens teleurgesteld gingen we de vakantie in. Wolf, mijn leergierige, intelligente Wolf, zag het niet zitten, ook al bezwoeren we hem de nieuwe juf een echte kans te geven. Mijn leraars,- maar vooral ook moederhart brak op het einde van de vakantie, toen ik dit zag:

IMG_8438

Kobe vond de school nog altijd supercool, Wolf had er een week voor de start van het schooljaar ‘een beetje’ naast geschreven. En de maandag ervoor nog ‘een heel klein beetje’ ervan gemaakt.

Maar goed, Bart en ik probeerden hem op te peppen, en hij begon eraan, met alle argumenten en beloften van directie in het achterhoofd. Nee, het liep niet van een leien dakje. Er waren betere en mindere dagen, en zelfs dagen waarop Wolf moedeloos zijn gerief in een hoek gooide en zich in de zetel liet ploffen. Hij had die dag de juf op bepaalde momenten zelfs niet kunnen horen, zoveel lawaai was er. Maar ze deed wel keihard haar best, ook de zorgleerkracht probeerde oplossingen te zoeken, en er waren al veel punten serieus verbeterd tegenover vorig jaar. En voor wiskunde waren ze opgesplitst in differentiatiegroepen, en zijn sterk-rekenwerkgroepje vond hij ronduit de max!

‘Wel, mama, de maandag is er sterk rekenwerk, de dinsdag gitaarles, de woensdag rugby, de donderdag sterk rekenwerk, en de vrijdag opnieuw rugby. Zo heb ik elke dag toch iets om naar uit te kijken en me aan op te trekken om de rest van de dag door te komen.’

Dat klinkt hard, uit de mond van een elfjarige.

Vandaag hadden we opnieuw een gesprek met de directie. Vooral eigenlijk met de vraag naar ons om geduld te hebben, om de nieuwe juf krediet te geven, en hen als team de kans te geven het op te lossen.

Ik hoop dat het lukt. Uit de grond van mijn hart. Want ik geloof in de school, ik geloof in dat team, en ik geloof in hun goede wil. Wolf heeft er altijd graag gezeten, en Kobe vangen ze perfect op, met zijn ‘leerproblemen’. Maar ik hou echt mijn hart vast. Ik wil geen gedemotiveerde, moedeloze puber naar het middelbaar sturen. De capaciteiten zijn er, maar de wil is minstens even belangrijk, en die is nu stukje voor stukje, beetje bij beetje aan het afbrokkelen.

En ik voel me vooral zo vreselijk machteloos, en kan alleen maar lijdzaam toezien…

Vakantie?

Hmmm… Het begint er naar uit te zien dat we ons vakantieplannen zullen moeten wijzigen, of liever nog: schrappen. Helaas. Wat het weekje Kreta op het einde van juli betreft, moet het nog wel lukken. Maar Talinn in de tweede week van de vakantie? Twijfelachtig.

Het is nochtans allemaal geregeld: Bart en ik zouden vertrekken dinsdagmorgen heel vroeg, en terugkomen vrijdagavond laat. We hadden de max van een hotelletje gevonden, ik zag het helemaal zitten.

Wolf is de zondag al weg op kamp, Kobe vertrekt pas dinsdagmorgen, maar mag de maandagavond bij een vriendje gaan slapen. En Merel, daar was wat meer regelwerk aan, maar ook daar lukt het wel. Overdag is ze namelijk op danskamp, van negen tot half vijf met allemaal tweedekleuterklassertjes, en ook haar allerbeste vriendinnetje Lieze. Op maandag- en dinsdagavond mag ze bij Lieze gaan slapen, op woensdagavond bij Gwen (en dus Lena-Mare), op donderdag bij Elke (de mama van Kobes beste vriendje Sebastiaan en diens broertje Elias die bij Merel in de klas zit), en op vrijdag gaat Omaly Merel dan oppikken aan het kamp om ze mee te nemen naar Ronse. Wij moeten zaterdag sowieso naar daar voor de jaarmis van Jeroom. Heel wat regelwerk dus, maar Merel ziet dat zitten.

Mja.

Bart heeft echt veel pijn, en dat zal nog wel een tijdje blijven. Maar vooral: hij is snel moe, en wil vooral dat been plat leggen. Ik weet het, het is nog twee weken, maar ik zie het somber in. Jammer, want ik keek er zo hard naar uit, naar onze vier kinderloze dagen per jaar, en dus vier daagjes voor en met elkaar. Vorige jaren hebben we daar telkens zó hard van genoten…

Ach ja. We zien nog wel, het kan misschien nog, en anders, tsja, dan is het voor volgend jaar zeker?

Een dag van wisselende emoties

Alles begon nochtans vrij rustig, met het standaard ritje om half negen naar de muziekschool, en aansluitend het obligate koffietje thuis. Een uurtje later ging ik Kobe weer oppikken, en gingen we even langs bij de fagotjuf. Jawel, dat bestaat, en jawel, Kobe gaat fagot leren volgend jaar. Hij moest even een fagot gaan passen, om te kijken hoe groot zijn handen zijn en welke maat van instrument hij dus heeft. Dat bleek mee te vallen, eigenlijk. In elk geval stond Kobe gewoon te stràlen.

Nog een uur later bracht ik Wolf naar de muziekles, en wist ik zelf niet wat aan te trekken. Het was wel een begrafenis, maar Vic hield niet van zwart, wel van kleur. Toch heb ik nog voor zwart gekozen, gewoon omdat ik me daar zelf het sterkst in voel, en dat had ik wel nodig. Ik had namelijk aangeboden om, als onze leerlingen die iets gingen voorlezen, niet meer verder zouden geraken, over te nemen en hun tekst af te werken. Net op het moment dat ik Wolf moest ophalen van de muziekles, kwam mijn vriendin toe. Ik had haar al twintig jaar – geen overdrijving, dit keer – niet gezien, maar toen ze mijn oproep voor een babysit had gelezen op Facebook, had ze zich spontaan aangeboden. Ik heb dus met moeite hallo gezegd, Wolf afgegooid, en ben doorgereden naar Lochristi.

De dienst was prachtig. Heel intens, heel oprecht, heel… Tsja. Ik ben nog meegekomen naar de binnentuin van de school, maar echt veel leerlingen waren er niet. Niet erg, we waren er tenminste voor degenen die er wél behoefte aan hadden.

En van daaruit ben ik dan naar het ziekenhuis gereden om Bart op te pikken. Het viel wel mee van pijn, beweerde hij, al zei zijn gezicht iets anders. Maar bon, we moeten erdoor.

Ik heb hem thuis in de zetel geïnstalleerd, Ann ongelofelijk hard bedankt, heel even zelf tot rust gekomen, en heb toen geprobeerd de toiletten te repareren, want die werkten blijkbaar niet meer. Bleek de waterput leeg te zijn (filter verstopt) en het overschakelingsmechanisme naar stadswater niet te werken. Enfin, ik heb nog wat zitten prutsen, en heb dan de kinderen bijeengepakt en ben naar Gwens verjaardagsfeestje gereden. Gwen had meteen ook de kinderen gevraagd voor een gezellige avond met hapjes en drankjes, en we zaten prinsheerlijk buiten. Bart was zelfs eerst van plan geweest om mee te gaan, maar werd uiteindelijk te moe, en had afgezegd. Tegen kwart voor negen ben ik Merel thuis in bed gaan steken, en ben nog teruggekeerd. Het was echt een fijne, fijne avond, en ik denk dat het zelfs na middernacht was toen de jongens in bed lagen.

Maar man, ik was echt aan zo’n zorgeloze avond onder vrienden toe. Bedankt, Gwen!

 

Boompje voor Vic

We hadden het eigenlijk al als leerkrachten tegen elkaar gezegd, dat we misschien een boompje konden planten voor Vic. Zondag was een van zijn vriendinnen er zelf mee afgekomen, met een klein boompje. Een bolacacia, om precies te zijn, eentje met lekker warrige bladeren, net zoals Vics krullen.

Ze hebben hem maandag geplant, met een indrukwekkende twintig minuten stilte. Ik was er niet bij, ik was examen aan het afnemen, maar ben daarna wel ook een handvol aarde aan het stammetje gaan werpen.

IMG_6208

Goh, Vic, het dringt nog steeds niet helemaal tot me door. We zullen je missen, maatje.

(Een langer verslag over het boompje vind je hier op de website van de school.)

En toen stopte de zon even met schijnen…

Ik heb er eigenlijk geen woorden voor… Deze morgen, toen ik Smartschool opende, werd de grond van voor mijn voeten weggeslagen. Ik heb zeker een volle vijf minuten blind naar mijn scherm zitten staren. Hij was een van de mijne…

Hier leest u waar ik het over heb.

Wrange grap…

Ik wou dat het een éénaprilgrap was, eigenlijk. Maar ik vond dit geen slechte dag om erover te schrijven: het is hoe dan ook ironisch.

Om kort te gaan: mijn moeder heeft kanker. Van de taaie, virulente, ongeneeslijke soort.

Eerst wou ik er niet over schrijven, maar ongeveer iedereen in het dorp weet het toch al, alle familie weet het, en voor mij heeft het een te groot impact op mijn leven om het er niet over te hebben, vandaar.

Pancreaskanker dus. Met serieuze uitzaaiingen in de lever. Mijn ma, die nog geeneens 70 is, zo vol leven, bruisend, energiek, en die altijd zo gezond heeft geleefd. Mijn lieve maatje dus. Ze voelde zich moe, behoorlijk moe, en had geen eetlust. In die mate, dat ze vijf kilo afgevallen was, en dus bij de huisarts bloed liet trekken. Daar bleken de waarden min of meer normaal, al had er toch al een belletje moeten rinkelen over de leverwaarden. Toch als je echt naar iets op zoek bent. Maar toen ze maar moe bleef, en bleef vermageren, trok ze naar een internist.

Dat was op vier maart. Die nam een echo van haar lever, zag plekken, had er absoluut geen goed oog in, en wilde haar al de volgende morgen voor verdere onderzoeken en scans. En dan vrijdag opnieuw bij hem, voor nog meer. En toen viel het verdict: pancreaskanker met zware metastasen in de lever. Het was een wonder dat ze er nog zo goed uitzag, en een nog groter mirakel dat ze nergens last van had, behalve dan wat vermoeidheid. Maar zonder behandeling had ze nog drie maanden, maximaal. Mét behandeling kon hij het niet zeggen: één jaar, met wat geluk twee? Eén keer in zijn lange carrière had hij drie jaar meegemaakt, maar dat was hoogst uitzonderlijk.

Het nieuws sloeg in als een bom. Ons ma belde me op het moment dat ik normaal gezien een springuur heb, maar waarin ik ingevallen was voor een collega en Grieks stond uit te leggen aan eerstejaartjes. Ik vluchtte naar het secretariaat en sloot de deur, en liet het nieuws langzaam inzinken.

En dat was dat, eigenlijk. Ons ma en ik, we zijn allebei nogal nuchter. Ja, ik heb er nog om gehuild, toen ik plots een bepaald nummer op mijn Spotify voorbij zag komen. De tranen waren toen even niet te stoppen. En toen ik een krop in de keel kreeg bij de Carpe Diem van Horatius, heb ik het aan die klas verteld, dat was ik hen wel verschuldigd. En ja, ik zal er nog om huilen, want het is zo oneerlijk, zo hard, zo gemeen.

Maar intussen moeten we verder. En hoef ik geen nieuwe fiets te kopen, dixit ons ma, want ik kan over een half jaar die van haar krijgen. Intussen zitten we in het UZ omdat zij verder kunnen gaan met een behandeling dan gelijk welk ander ziekenhuis, en gaan we voor de zwaarste chemo. Vandaag heb ik haar gevoerd en gehaald: er moest een “poortje” gestoken worden, een rechtstreekse lijn in een hoofdader, zodat de chemo net iets vlotter verloopt. Morgen volgt dan de eerste chemo.

We zien wel. Intussen koester ik elk moment dat ik heb met haar, en probeer ik niet te focussen op de ziekte. Want ze is eigenlijk nog steeds niet ziek, alleen moe. Een wonder, ja. En ze ziet er fantastisch uit! Of wat vindt u van de foto van vijf maart?

avatarma

 

Gentblogt: het einde van een tijdperk

Ik ben al heel de dag redelijk emotioneel, en dat komt door Gentblogt.

Ik heb daar de laatste jaren bijzonder veel tijd in gestoken, met doorgaans zeer veel goesting, en soms ook uit puur plichtsbewustzijn, ik geef het toe. Maar het was aan het verwateren: steeds minder mensen die steeds minder schreven, en de paar commentaarders die er nog waren, waren verzuurde azijnpissers die zelfs in het meest positieve artikel wel iets vonden om op te kakken. Daardoor waren de positivo’s weggebleven, en soms maakte het me ook ongelofelijk moedeloos. Je steekt daar dan al je werk in, schrijft, plant, trekt foto’s, selecteert die zorgvuldig, probeert er een deftige layout aan te geven, en het enige wat je naar je kop krijgt, zijn bakken kritiek. Ofwel waren we te links – wie me kent, weet dat ik uit een blauwe familie kom – ofwel waren we voor het karretje van de stad gespannen, ofwel waren we een bende hipsters, ofwel werden we betaald door de mensen van het restaurant, ofwel waren we naieve klootzakken, of… Dat we liever geen negatieve recensies schreven, da’s waar: het internet is onverbiddelijk, en je wil dat meestal niet blijven meeslepen, en dus schreven we liever gewoon niks. Maar ik heb NOOIT gratis gegeten, of zelfs maar een dessertje of zo gekregen voor Gentblogt: het is niet dat we een perskaart op tafel legden of zo.

Gratis kaarten voor voorstellingen kregen we soms wel, maar ook niet in ruil voor een positieve recensie: we schreven altijd ons gedacht, ook als het slecht was.

Ik heb het doodgraag gedaan, ik heb de laatste Gentse Feesten zelfs de monsterplanning op mij genomen, en het laatste half jaar liep zowel de planning als de redactiebox voor het overgrote deel op mij. Omdat ik dat graag deed, let wel. Maar ook wel omdat er eigenlijk bijna niemand nog tijd en/of zin had om dat te doen. Het was ook soms krabben om aan het door onszelf opgelegde tempo van minstens een artikel per dag te komen, en vaak plukte ik dan zelf maar iets uit de redactiebox en brouwde er een aankondiging van. Mager als artikel, maar beter dan niks.

En dus besloten we er de stekker uit te trekken. Mijn hart kromp ineen toen we dat besloten, maar ik wist dat het moest: als ik er nog eens meer dan genoeg van had, wie ging dan overnemen? De volgende die er eigenlijk geen tijd voor had, maar het uit plichtsbesef toch maar deed? Neem daarbij dat Gentblogt ook wel wat geld kostte: niet zozeer de domeinnaam, maar wel de serverkosten en Sabam. We konden het nog wel een tijdje uitzingen, maar niet onbeperkt.

Dus ja, vandaag stopt Gentblogt, voor eeuwig de diepvries in. Het blijft als archief bestaan, daar heeft Michel voor gezorgd, zoals hij altijd al achter de schermen zorgde dat alles op rolletjes liep, en soms ook ganse tijden de planning deed. Maar ook hij heeft het druk, té druk.

Mijn afscheid op Gentblogt zelf kan je hier lezen.

En dan ga ik nu efkes mijn neus gaan snuiten.

Het einde van een tijdperk

Zo voelt het echt, ja: Poort was een tijdperk op zich.

Vandaag werd er helaas niet meer gespeeld, enkel nog opgeruimd, herinneringen opgehaald, en foto’s getrokken met de vogels. Heel leuk was ook dat wij volgens sommige figuranten blijkbaar wel voor hét rollenspelmoment van het weekend hebben gezorgd. De tranen liepen op dat moment uit mijn ogen, en blijkbaar waren ook de figuranten op dat moment emotioneel. Altijd leuk als dat lukt, natuurlijk, dat betekent dat je goed bezig bent.

Man, ik ga het missen… Ik mis het eigenlijk nu al. Maar we hebben met de groep Vossen afgesproken dat we allemaal samen een nieuw evenement gaan zoeken, waar we als deze groep kunnen blijven spelen. We beginnen dan wel allemaal van level 1, maar we gaan elkaar wel kennen, op elkaar ingespeeld zijn, en dat soort dingen. Is ook fijn, natuurlijk. En vooral: ik zal ook de anderen nog wel eens tegen het lijf lopen, hoop ik.

Ach ja… We zien nog wel. Dit is in elk geval niet het einde van het larpen, daarvoor doe ik het veel te graag.

10818379_316979235179453_1692645884579937896_o 10603974_316979135179463_720027057843438609_o 10931725_316979195179457_2644391839029570450_o 10960294_316979215179455_4339490390511939282_o