Lieve Hanneke

Lieve lieve Hanneke

dat dit moment er zat aan te komen, wisten we al lang. We hadden al meermaals afscheid genomen, want ja, twee jaar geleden was je nog enkele weken voorspeld. Gelukkig ben jij zodanig eigenwijs dat je het beter wist dan die kanker, en dat je nog meer dan twee jaar hebt gekregen. Maar op een bepaald moment was het op, en heb ook jij het losgelaten.

Drie jaar geleden fietsten we nog vrolijk doorheen Dordrecht: Merel, jij en ik, en we bleven bij jou logeren, zoals gewoonlijk. Hoeveel Big Rivers hebben we eigenlijk gedaan, samen met de Vossen? Hoeveel knutseldagen? Hoeveel larps? Want ja, ik heb je een kleine dertig jaar geleden leren kennen als Marla, de handelaarster op Poort. Echt goed kende ik je toen niet, dat kwam pas later toen we bij Avatar een vrouwenfactie oprichtten, de Vossen. Later is dat wat uit elkaar gevallen, maar een kern Vossen bleef bestaan: Sabrina, Els, Mireille, jij en ik. En ook soms Caterina, en dan papa Vos aka Stefaan, en zelfs een jong Vosje erbij, Jarne. We speelden samen op Poort, op Avatar, op die ene postapocalyptische Vestigo, en uiteindelijk ook op Haven. Ach, wat was dat een fijne larp… Maar onze vriendschap ging verder dan dat: ik herinner me nog goed dat Els en ik tranen hebben gelachen op een verjaardagsfeestje van jou of Sabrina, dat we samen afspraken hier, of bij jou, of bij Sabrina, om vanalles samen te doen. Of om met EVA foam te leren werken bij Danny. Of…

Een van de oudste foto’s van ons samen, buiten larp dan, is uit 2012, op Big Rivers.

Jong en onbezonnen en bijzonder vrolijk. Zo waren we wel, ja.

Of op Poort, uit 2014

En toen viel Els weg. En gebeurde mijn rug. En kreeg Mireille Covid en long-covid. En jij dus kanker. Klote kanker.

Maar schat, ik heb zovele goeie herinneringen, en die wil ik echt niet kwijt. Hoe jij of Sabrien ons altijd een zalig ontbijt voorschotelden, hoe we door Dordrecht hosten met de fiets of te voet, hoe jullie altijd stapels vriendinnen ontmoetten die wij uiteindelijk ook leerden kennen, hoe ook wij knuffels kregen van Kevin en Leon, jouw zonen…

En hoe we jaar na jaar trappetjesfoto’s namen… Ik vind ze blijkbaar niet allemaal terug, maar hier zijn er enkele…


2019


2023

2024


2025
2026

Dit jaar zat je er niet meer bij, daar op die trap. We hadden je gelukkig nog wel even gezien: een half uurtje, meer lukte niet langer. Toen wisten we het zeker: dit was de laatste keer dat we elkaar gingen zien.

Ach Han… Ik zat in Londen met Merel toen jij je laatste afscheid kreeg, maar ik wilde Merel haar enige vakantie niet ontzeggen. Je zou dat wel begrepen hebben: Isa was de wereld voor jou. Ik heb gehuild in Hyde Park onder een boom bij de prachtige woorden van je zonen en je vrienden, en bij het zien van al die foto’s. Wat was jij toch een heerlijke vrouw: vol levenslust, optimisme, creatieve ideeën en eigenwijsheid.

Ik ga je missen, Vos. Big Rivers zal nooit meer hetzelfde zijn. De Vossen waren het al niet zonder Els, en nu al helemaal niet meer zonder jou. Maar ik beloof je: we gaan door. Wij, sterke vrouwen. Al was het maar als eerbetoon aan jou, die sterke vrouw.

Dag lieverd. Geef Els daar een knuffel. We komen af, en ik zal zorgen dat we onze latex zwaarden meehebben, oké?

Kus.

Twee daagjes Big Rivers

Allez ja, die verliepen toch wat anders dan gedacht, maar bon.

Gisterenochtend stonden we vrij laat op, en Sabrina zorgde voor een heerlijk uitgebreid ontbijt.

Nog een geluk, want de rest verliep iets chaotischer.

Tegen een uur of twaalf waren we bij Hanneke, en nee, het gaat niet goed met haar, maar dat wisten we al. We zijn sowieso al tijden bezig met geleende tijd, want eind 2023 had ze te horen gekregen dat ze kanker had, en zonder behandeling had ze nog zes weken. We zijn toen bij haar geweest en hebben toen een eerste keer afscheid genomen. We hadden beter moeten weten: koppig als ze is, vond Hanneke dat ze niet ziek was. We gingen in 2024 nog naar Big Rivers, en zelfs in 2025 lukte dat. En af en toe gingen we ook tussendoor nog even, gewoon voor de gezelligheid en omdat elk gestolen moment met haar er eentje was. Maar deze keer kon het niet: de behandeling slaat niet meer aan, en Hanneke heeft gewoon geen energie meer. We zijn een half uurtje gebleven, maar wat een deugd heeft dat half uurtje gedaan! En die knuffel, dat is er eentje om nooit te vergeten.

Mireille had echter enorm last van haar rug – spieren die vast zaten – en Kevin, Hannekes zoon die er ook was bij zijn ma, is samen met Po, een Thaise jongedame die Ayurvedische massages geeft. Kev heeft gebeld en we mochten meteen komen! Wij dus naar huis en vandaar naar het massagesalon, dat vlakbij Sabrina’s huis is. Het deed duidelijk deugd!

Het resultaat was wel dat we alle drie blauw van de honger waren, en dat we dus snel richting De Klik liepen, ons favoriete lunchadresje bij Maarten en Annemarie, met dat fantastische balkonnetje waarvoor je door het raam moet klauteren. Het was het wachten waard, gelukkig maar.

We slenterden verder, richting Grote Kerk voor de obligate foto op het trappetje, snuisterden even in de merchandise van dit jaar, en gingen op het Kerkplein luisteren naar een goeie Herman Brood Tribute Band. Klonk goed!

Een ijsje kon uiteraard ook, en daarna liepen we nog rond en pikte ik links en rechts wat labcaches op, om uiteindelijk bij Within Tension te verzeilen, een goeie Within Temptation Tribute band. Net voor het einde vertrokken we om een heerlijke Italiaanse pizza te verorberen op een alweer zalig terras aan het water. Dat laatste is niet moeilijk: er is quasi overal water in Dordrecht.

En toen was ons pijp uit: we keerden langzaamaan terug richting appartement, praatten nog even en kropen toen in ons bed. Fijne dag met gemengde gevoelens, kan je wel stellen.

 

Vandaag stonden we iets vroeger en gedisciplineerder op, want Sabrina en ik wilden om tien uur in het park staan voor een Pokemon Go! Event. Jawel, moet kunnen, toch?

Alleen… werd ze gebeten door een hond van een van de andere spelers! Die wimpelde dat zo goed als af, maar Sabrina’s been was echt aan het bloeden en haar broek was kapot, dus nee, het was niet zomaar iets! Ik ben me naar die man geschoten, en na veel gedoe gaf die uiteindelijk toch zijn telefoonnummer. Ik denk niet dat Sabrina daar iets mee gaat doen, ze hoeft niet naar de dokter want haar tetanosspuit is nog geldig, maar man! Die kerel nam dus niet eens zijn verantwoordelijkheid, vroeg zelfs niet hoe het met haar was! Echt he!

Meteen was de toon gezet: we waren allemaal wat van slag!

Soit, we liepen uiteindelijk toch de stad in, gingen een focaccia eten op een stralend terrasje – we zijn echt in Italiaanse doen – en liepen langs Biblis, een verplicht nummertje waar ik een superlichte zwarte wijde broek meenam voor amper 15 euro. We waaiden even langs het nieuwe snoepwinkeltje van Margriet, gingen even luisteren naar het koor van vrienden van Sabrina en Hanneke, en liepen daarna rustig terug naar huis.

Tegen vijven zaten we in de auto, tegen zeven uur was ik weer thuis, met opnieuw een hoop fijne herinneringen aan mijn favoriete Nederlandse stad. En ik vermoed dat haar inwoonsters daar voor veel tussen zitten, ja.

Begrafenis

Een groter contrast met de uitvaart van ons ma was eigenlijk niet mogelijk, en toch was het in beide gevallen 100% persoonlijk.

Ons ma is destijds gecremeerd, en het afscheid vond plaats in de grote aula van het crematorium: persoonlijke foto’s, boodschappen, muziek die ze zelf gekozen had, en na afloop een grote receptie met hapjes en drankjes, waarbij menig anekdote werd verteld en duidelijk werd wat voor een bijzonder persoon mijn ma was geweest. Haar urne staat nog steeds in Zomergem op de schouw.

Ons pa is begraven op het kerkhof in Zomergem, na een bijzonder traditionele mis in het Gregoriaans. Dat had hij ons ooit doen beloven: dat we de In Paradisum zouden zingen voor hem, in het Latijn. De kerk zat quasi vol, en ook de mis was persoonlijk: de pastoor heeft dat echt goed gedaan. Maar tijdens het Requiem van Mozart hield ik het toch niet helemaal droog, nee.

Na de dienst vertrokken we meteen naar de begrafenisondernemer voor een receptie in de stralende zon: met porto, en kaas en salami, ook zoals pa dat wilde. En ja, ook hier werd menig anekdote verteld en werd duidelijk wat voor een bijzonder persoon ons pa was geweest.

Tegen twaalf uur gingen we met wie dat wilde van de familie naar het kerkhof, achter de lijkwagen aan, ook zoals de traditie dat vereist, en zoals pa dat apprecieerde. We keken toe hoe hij ter aarde werd besteld, namen een laatste keer afscheid, en dekten hem met de zachtheid van de aarde toe.

En toen was er de maaltijd. Bijzonder klassiek, ook zoals pa dat wilde: enkel de familie – met uiteraard Martine erbij, dat moest gewoon – en met een klassieke menu, met een garnalencocktail als voorgerecht, varkenshaasje met een roomsaus, groenten en kroketjes, en als dessert aardbeien met ijs en extra veel slagroom. Die werd er overigens nog extra bij gezet, en ons pa zou het zalig gevonden hebben.

Het was goed. Het was zoals het zijn moest. En ik was dankbaar voor de aanwezigheid van mijn broers: we deden dat samen. Ook zoals ons pa dat zou gewild hebben.

Vaarwel pa. Ut requiescas in pace.

Dag pa

Dag pa

zie ons hier eens allemaal zitten. Wij hadden dit niet verwacht, en gij al zeker niet. Twee weken geleden zat ge op zondag, zoals elke zondag, nog rustig bij ons: ge hadt uw voorgerechtje binnengespeeld, met veel smaak uw hoofdgerecht, en zoals altijd hadt ge, toen Merel een koffie met een koekske voor uw neus zette, verbaasd gereageerd met een “Ah? Dank u”.

En daarna gingt ge onverdroten aan het werk om mijn berg gewassen kousen te sorteren en samen te steken. Ge deedt dat graag, want dan kondt ge u nuttig voelen, zeidt ge. En ja, ge deedt mij daar ook echt een plezier mee.

En dan hadt ge u efkes buiten gezet: de zon op uw gezicht deed deugd, zeidt ge altijd. Voor uw taartje kwaamt ge weer binnen, natuurlijk. Want eten, dat was uw lang leven, en naar die zondagen, daar keekt ge naar uit.

Toen ik u tegen vijf uur terug naar uw kamer in het woonzorgcentrum bracht en ik “tot volgende week” zei, antwoordde ge altijd: “Bij leven en bij welzijn, als God het wil”, waarop ik, steevast: “Inshallah”. En ge moest elke keer weer glimlachen daarom.

Het heeft deze keer niet mogen zijn, vader. Heel tegen mijn gewoonte in kwam ik op donderdagavond bij u, net op tijd om te zien hoe ze juist de ambulance hadden gebeld omdat ge 41 graden koorts hadt. De huisdokter dacht aan longontsteking, maar later op intensieve wisten ze te zeggen dat het griep was, maar dat ze er maar niet in slaagden u te stabiliseren. De zuurstof bereikte uw spieren en organen niet meer, pa. Het had geen zin: ze konden u niet redden zonder blijvende schade, en dat wilden we u niet aandoen.

De afgelopen jaren waren sowieso al zo zwaar geweest: de opnames met een psychose, die operatie voor darmkanker, de slokdarmproblemen, uw parkinson die er niet minder op werd… Gelukkig kwam er een plaatsje in de Vroonstalle, op een straat van mijn deur. En daar waren we allemaal gerust in: ge zat daar goed, ge kreegt uw medicatie en de nodige omkadering.

Ge waart ook helemaal anders dan vroeger, pa: vroeger waart ge wat ze noemen “ne moeilijke mens, enen met een serieus karakter”. Maar sinds ons ma er niet meer was, waart ge inschikkelijker, zachter, meegaander. Het heeft wel wat met u gedaan, ons ma verliezen, en ik snap dat. Ik mis ze ook nog altijd, ik kan me niet voorstellen hoe gij u moet gevoeld hebben. Tien jaar zonder haar, pa, ge hebt het toch maar gedaan.

Het is goed geweest, vader. Maar morgen is het zondag, en ik ga verloren lopen, dat weet ik nu al. Wie gaat er nu mijn kousen doen? Wie gaat er nu verlekkerd zitten kijken naar het eten dat Bart op tafel zet? Wie gaat er nu tegen Merel zeggen dat ze weer gegroeid is, tegen Kobe dat hij algelijk toch ne groten is, en tegen Wolf dat hij zo ne stevigen is? En dat hij zo trots is op al zijn kleinkinderen?

Waar ge ook zijt, pa, ik hoop dat het u goed gaat. Dat ge moogt zijn waar ge wilt, en dat ge daar ook bij ons ma zijt. Doe haar de groeten. Wij, wij trekken hier wel onze plan. We kunnen niet anders. Maar we missen u pa, en dat zal nog even zo blijven.

Inshallah.

Rouwbrief

Een tekstje van Felix Timmermans op de voorkant, samen met een jachttekening van Rien Poortvliet, want van beiden was ons pa echt fan.

En de foto, die is bewerkt met AI, want eigenlijk heeft hij een vest aan en zit hij voor mijn rode boekenkast verlekkerd te kijken naar een slagroomtaartje.

De lay-out, die is dan weer zoals de brief van ons ma.

Met dank aan Stefaan (de begrafenisondernemer) en Wim (de drukker) voor alle hulp.

Afscheid

Vandaag is mijn vader overleden. Om 16.10 uur, meer bepaald, in het bijzijn van mijn broers.

Koppig als hij was, heeft hij het niet enkele uren, maar liefst nog 26 uur volgehouden. Du jamais vu, zeiden de artsen van intensieve zorgen.

Mijn broers zijn de hele nacht én dag bij hem gebleven. Tot hij zachtjes gewoon stopte met ademen.

Vandaag is mijn vader overleden.
Ik ben wees.

En het is goed zo. Ik heb er vrede mee.

Totaal onverwacht afscheid

Mijn vader…

Laat me beginnen met het begin: gisterenavond rond een uur of acht had ik plots de behoefte om naar mijn pa te gaan om hem zijn nieuwe shorts te brengen. Ik ga nooit in de week ’s avonds naar hem, hij komt hier altijd de zondag, dus dit was bepaald ongewoon. En die shorts lagen hier al sinds maandag, hij had er per slot van rekening eentje. Merel trok haar wenkbrauwen op: “Ga jij nu naar opa???”

Op het moment dat ik daar uit de lift stap, passeert er net iemand van de verpleging in vijf haasten, en roept me toe: “We zijn net bezig met uw papa, het gaat niet goed met hem, we hebben net de ambulance gebeld!” Euh?

In zijn kamer was het snikheet – 35° – maar hij had zelf niet naar de koelere dagzaal willen gaan, en een ventilator had hij ook afgeslagen want “dan zat hij in den trok, en hij kon goed tegen de warmte”. Er was een huisarts bij hem die zei dat hij precies koortsstuipen had, maar ik ontkende dat meteen: hij had gewoon serieus last van zijn Parkinson-tremor. Hij had wel 41° koorts en moest dus dringend afgekoeld worden, en ze dacht aan een dubbele longontsteking, maar ik vond zijn adem niet anders dan anders. Nu, ze gaven hem meteen antibiotica, koude kompressen en ijspakken, zetten er een ventilator bij, legden zuurstof aan en na enkele minuten kwam de spoedarts erbij. Die luisterde naar mijn anamnese maar oordeelde toch dat hij richting spoed moest om af te koelen, want dit was allesbehalve oké op zijn leeftijd en met zijn problemen. HIj ging daar zelf ook mee akkoord, maar voelde zich niet bijzonder slecht, zei hij.

Soit, ambulance in, en ik nog snel een valiesje klaargemaakt want de kans zat er wel in dat  hij wat langer ging moeten blijven. Ik fietste naar huis, bekwam daar even van de warmte en de adrenaline, en reed vervolgens ook richting spoed.

Daar lag hij al in een onderzoekskamer met een ijskoud infuus en enkele ijskompressen, en hadden ze hem al aan enkele machines gelegd. Zijn hartslag was 104, zijn bloeddruk normaal, maar zijn zuurstofsaturatie naar de lage kant. Een longfoto wees uit dat er wel iets was, maar eigenlijk niet abnormaal gezien zijn COPD. Ze gaven hem daarop een aerosol met Duovent om zijn longen open te zetten. Intussen was zijn koorts naar 39° gezakt, de goeie richting uit dus.

Was het nu die Duovent waarop hij is beginnen hyperventileren of zo? Of iets anders? Feit is dat plots zijn koorts terug omhoog schoot, zijn hartslag naar 160 ging en bleef, en dat het dus gewoon fout aan het gaan was. Intussen was Roeland tegen een uur of elf na een dinertje afgekomen om me af te lossen, want de rug is niet bepaald tuk op die stoelen daar.

Om één uur is pa dan naar de intensieve gebracht, want hij bleef met die hoge hartslag en die hoge koorts. Hmmm.

Deze voormiddag moest ik toevallig in het ziekenhuis zijn voor een bespreking van mijn rug – later meer daarover – en liep ik even langs de intensieve om te luisteren hoe het zat. Ze konden me nog niks vertellen, waren nog volop bezig met onderzoeken, hij was niet stabiel, maar ik mocht rond één uur terugkomen want dan kon de dokter even tijd maken voor mij.

Net toen ik wilde vertrekken thuis, kwart voor één, ging de telefoon: dat we best alle drie langskwamen, want dat het helemaal fout ging. Euhm….

Kwart over één zaten we alle drie aan een bureautje in intensieve en stond een ongelofelijk empathische, zorgende dokter ons te woord. Ons pa kreeg bloeddrukondersteuners, had een speciaal zuurstofmasker op, kreeg allerhande medicijnen, maar… ze zaten aan het maximum en ze kregen zijn zuurstof niet goed. Op zich was zijn saturatie oké, maar ze namen voortdurend bloedgassen, en daaruit bleek dat de zuurstof zijn spieren en organen niet bereikte en dat er altijd maar meer lactaatvorming was, verzuring dus. Ze konden proberen hem erdoor te sleuren, maar dan ging het echt trekken en sleuren zijn, mensonwaardig, en de kans was bijzonder groot dat er al organen zoals zijn nieren aangetast waren, en dat hij daarna drie keer per week naar de dialyse zou moeten. En intubatie bij een parkinsonpatiënt is sowieso om problemen vragen, want die mensen genezen daar vrijwel niet van.

We bleven stil.

Voorzichtig opperde ze dat zijn levenskwaliteit wellicht drastisch zou dalen, en of dat was wat we wilden voor hem. En ja, ze snapte dat het een bijzonder moeilijke beslissing ging zijn, want dat hij nu perfect helder en wakker was, maar dat ze dit al vaker gezien had, en dat hij mentaal misschien wel in orde was, maar dat zijn lichaam hem in de steek liet. En ze stelde voor dat we afscheid namen van hem, dat we hem zachtjes lieten gaan. Dan zouden ze de ondersteunende medicatie afbouwen en hem morfine geven, zodat hij langzaam zou wegzakken en in slaap vallen, in alle comfort.

En dat is wat we ook gedaan hebben. Ons pa wist het: hij is ook niet onnozel, als hij zijn drie kinderen samen ziet binnenkomen op zijn kamer in intensieve. Ik heb het hem ook uitgelegd: dat zijn lichaam op was, en dat dit het was. Hij knikte. En later, toen Jeroen hem vroeg of hij comfortabel was, zei hij: “Joak”. En of hij schrik had: “Neenk”. En dat, dat stemde me gerust.

Ik had zijn hand vast, we zaten alle drie bij hem, toen hij in slaap viel. Zijn hart klopt nog stevig, maar zijn ademhaling vermindert en zijn bloeddruk zakt gestaag. De verpleging zei dat het nu nog enkele uren kon duren, maar wellicht niet meer dan dat.

Rond acht uur ben ik naar huis gegaan: de rug was op. Mijn broers zijn nog bij hem, hij gaat niet alleen sterven, maar we waren erbij toen hij in slaap viel, we hebben afscheid genomen.

Totaal onverwacht dus. En ja, dat doet pijn. Maar ik ben er zeker van dat we de juiste beslissing hebben genomen, en dat stelt me gerust.

Elk jaar opnieuw, nu meer dan ooit.

Het was al een paar jaar geleden dat ik het gepost had, maar het wordt weer actueler dan ooit: de klaprozen, de poppies. Elk jaar opnieuw krijg ik kippevel.
Elk jaar opnieuw, wanneer ik de klaprozen zie in de bermen langs de wegen, in dit geval hier vlakbij aan het Turcqpleintje.

Elk jaar opnieuw denk ik dan aan het fameuze gedicht van John McCrae.

En elk jaar opnieuw weet ik: dit mogen we nooit vergeten. Dit mogen we nooit opnieuw meemaken. Dit mogen we nooit onze kinderen aandoen.

En daarom post ik opnieuw dit gedicht. Om niet te vergeten.

In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.

We are the Dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved and were loved, and now we lie
In Flanders fields.

Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.

– John McCrae