Krak.

Nee, dat was niet het geluid van mijn voet of mijn rug, wel van mijn geest. Ik heb namelijk het einde van Omen eigenlijk niet helemaal gehaald, nee.

Nochtans was het prima begonnen: ik mocht helaas geen schildmaagd meer spelen, maar kreeg in de plaats een fijne heks, die laffelijk vermoord werd door een aantal dolksteken in de rug. Shit happens, zeker?

Maar toen kwam het tot een akkefietje met spelleiding, en werd ik eventjes serieus afgeblaft. En blijkbaar kon ik dat even niet meer aan: ik ben prompt mijn gerief beginnen pakken, en wilde naar huis. Ik heb nog even bij Els haar hoekje gezeten, iets geschreven in het rouwboekje, en ben vertrokken zodra het spel gedaan was, zodat ik niemand stoorde.

Nee.

Het ging even niet meer, nee.

 

Gemengde gevoelens

Eigenlijk heb ik zelden of nooit gemengde gevoelens voor ik op larp vertrek. Ja, soms wel omdat ik vreselijk moe loop en het druk heb, maar eigenlijk valt dat goed mee.

Deze keer dus wel, en dat heeft alles te maken met Els.

Ik weet het echt niet, hoe ik straks ga reageren. Weet je, toen ik daarstraks met Wolf naar huis reed – zijn rug begint zorgwekkend veel zeer te doen, hij reed liever met mij mee – bedacht ik plots dat de larp in De Pinte was en niet in het verre Limburg, en dat het dus amper 20 minuten rijden was. En dat ik dan Kobe nog gerust van zijn fagotles kon afhalen. Dat ik dan, om me een slaapplaatsje te houden, wel eventjes zou bellen naar…

Juist ja.

Een van de andere spelers heeft een A3 blad met foto’s van Els gemaakt, en ze gaan een klein herdenkingshoekje maken, en een rouwschriftje leggen en zo.

Ik weet niet hoe ik me ga kunnen houden als ik daar toekom en iedereen zie, en zelf een plaatsje moet zoeken en zo.

Zucht.

Larpen gaat nooit meer hetzelfde zijn.

Kluts kwijt

Yup, ik ben mijn kluts kwijt.

Gelukkig kan ik op school een knop in mijn hoofd omdraaien, en lukt het wel.

Maar verder…

Nee, vandaag even niet. Echt.

Eventjes alles stil

Deze avond kreeg ik bericht waar ik totaal niet goed van ben.

Els, een vriendin die ik al jaren ken, met wie ik larp, die dan heel vaak met me meerijdt, mijn medekrijgster, mijn maatje naast mijn zijde, heeft het niet gehaald.

Ja, ze was zwaar ziek, lymfeklierkanker, maar de behandeling ging bemoedigend. Alleen was bij de laatste chemokuur haar lever lastig aan het doen. Maar niemand van ons die ook maar een moment dacht dat ze het niet ging halen. Niet Els, zo’n straffe madam zeg!

Ik weet het even niet meer.

Het enige wat ik nu kan doen, is op mijn blog alle fantastische momenten samen – voor zover dat die gedocumenteerd zijn – opnieuw bekijken, en huilen. Want we hebben fantastische, idiote dingen samen gedaan, en vooral gigantisch veel gelachen. En veel, veel meer herinneringen dan ik terugvind.

Els toch…

Poort28

Een jaar…

Dat het vandaag al een jaar is, ma.

Het is bijna niet te geloven. Nog altijd heb ik het gevoel dat ge zomaar hier binnen kunt komen stuiken, met een grote ‘joehoe!’ aan mijn tuinvenster. Dat ik u zomaar kan bellen over het prachtige weer, en of ge straks niet meegaat naar de Blaarmeersen of zo.

Ge zoudt genoten hebben van het weer vandaag, ma. Vanmorgen ben ik op mijn sandalen meegewandeld met Kobe en Merel tot aan ’t school. Allemaal niet ver, ik weet het, maar mijn voet doet nog altijd serieus pijn. En ja ma, ik heb goeie sandalen, ’t zijn nieuwe, Hush Puppies. Misschien geen Mephisto’s zoals uw tertsandalen, maar ook goeie, ge weet dat wel.

Vanmiddag heb ik een fricandon gemaakt met gebakken patatjes en een paprikaratatouille die al veel te lang in mijnen diepvries zat. Ja, ’t is warm voor zo’n eten, maar ik doe de kinders geen plezier met nen bak sla. Ge zoudt het ons pa ook niet zomaar moeten voorzetten, toch? En ’t is zalig om zitten in den hof, we hebben buiten gegeten. Ons pa is trouwens zot van onze nieuwe buitenzetels, kijk zelf maar.

IMG_0229

Ge moet u geen zorgen maken in ons pa, ma. Hij redt zich wel. De ene dag al beter dan de andere, en ik moet soms flink zagen tegen hem, maar het lukt wel. Martine is gelukkig een godsgeschenk, en dat weet ons pa ook. Zij kotert hem uit zijn bed, houdt zijn kot proper, doet de was, en jaagt hem in de douche. Ik weet niet wat we zouden doen zonder haar, ma.
Jeroen gaat elke middag bij ons pa eten, en ik weet niet hoe ze het doen, maar blijkbaar gaat ook dat allemaal redelijk. Op die manier houden we een oogje in het zeil. En elke zondag komt ons pa hier eten, en kan ik zagen over de nodige dingen. Volgens hem kan ik al even goed zagen als gij. ’t Moet zijn dat het nodig is, hé ma.

Ik heb hem naar de psychiater gekregen, kunt ge het geloven, ma? Serieus! De eerste twee keren ben ik nog meegeweest, intussen gaat hij op eigen houtje, en ça va. Alleen zijn tanden… Moest ge een graf hebben, ma, ik kon er een accu op aansluiten, want ge zoudt u blijven omdraaien. D’er is intussen nog nen tand afgebroken, en ik heb moeten dreigen met hel en verdoemenis en met het feit dat hij niet meer mocht komen, voor dat hij er iets aan wilde laten doen. Maar bon, Mortier heeft er die tand nu ook uitgehaald, en de volgende stap is een gebit. Ik moet het zeggen, een van de meest doorslaande argumenten was dat gij u zoudt geschaamd hebben in hem. Hij kan met moeite knabbelen, ma, ’t is een schande.

En verder? Dat bolt hier… Ge moest de groeten hebben van Marc en Annemie, we zijn daar foto’s gaan trekken voor Merels communie. De kinderen worden zo groot, ma, en ze missen u. Ze zeggen dat allemaal wel zo af en toe ne keer, zo gewoon tussendoor. Zo van die kleine dingen, zoals spaghetti met bollekes, of een ketting van u die ik aanheb, of gewoon dat goeie weer van ’t moment. Er zijn zoveel dingen die aan u doen denken, weete. En Wolf… Hij is groter of gij, intussen, en uitgegroeid tot een slanke puber. Hij is zoveel veranderd, ma, en ’t is ne wijzen. Ge zoudt u er zot mee geamuseerd hebben, hij heeft uw droge gevoel voor humor. En hij mist zijn omaatje, zegt hij.

Ik had nog zoveel met u willen doen, ma.

Maar bon, ik ga toeleggen, want ik moet nog nen was ophangen, en straks met Kobe naar de muziekles. Oh, en ge hebt de groeten van de kwissers! We hebben gewonnen vorige week, we zijn tweedes geëindigd, een paar punten na Veto Ledebergse, ge weet wel. En we stijgen naar eerste klasse. Dienen ouwen speelt trouwens niet meer mee, ’t is al een tijdje geleden dat ik hem nog gezien heb.

Allez, ik bel morgen nog wel ne keer.

Salu, ma! Houdt u goed he!

Geen kind meer…

Ik laat Spotify (=muziekprogramma op mijn computer) me altijd voorstellen doen, de Discover Weekly. En toen zat er plots het onderstaande tussen, en mocht ik beginnen met het examen dat ik aan het verbeteren was, droog te deppen. Al een chance dat het niet met pen geschreven was.

Mijn oma

Mijn broer heeft een prachtige beschrijving van mijn grootmoeder voorgelezen op haar begrafenis. Ik geef ze hier even mee, zodat ik ze ook vooral zelf niet kwijtspeel.

Beste familie, beste vrienden

we zijn hier vandaag samengekomen om afscheid te nemen van Erna Gysel, een moeder van 10 kinderen, een grootmoeder van 13 kleinkinderen, en de overgrootmoeder van 17 achterkleinkinderen.
We doen dit enerzijds met veel verdriet voor het verlies van een voornaam en geliefd persoon, maar anderzijds ook met dankbaarheid omdat ze zo lang in goede gezondheid bij ons mocht blijven.
Met haar overlijden verdwijnt er ook een getuige van meer dan een eeuw geschiedenis. Erna werd immers geboren op 26 november 1911, bijna 105 jaar geleden, als middelste van 3 kinderen. Haar vader, brouwer Arthur Gysel, was afkomstig van Assenede en haar moeder Julma Dhooge was een dochter van de mosselkweker Dhooge uit Philippine in Zeeuws-Vlaanderen.
Als klein meisje heeft ze nog de Eerste Wereldoorlog meegemaakt, en dit van dichtbij. De brouwerij van haar ouders lag immers in Moershoofde in Sint-Laureins, een straat gelegen over het Leopoldkanaal vlakbij de Nederlandse grens. De Duitsers hadden tussen België en Nederland de zogenaamde dodendraad gebouwd, die onder hoogspanning stond. Aan Moershoofde had men om praktische reden de draad verschoven van de grens naar het kanaal, omdat de bruggen over het kanaal waren opgeblazen en de inwoners van Moershoofde anders noch in Sint-Laureins noch in Nederland konden geraken. Erna groeide dus op in een stukje België maar aan de Nederlandse kant van de draad, wat toch speciaal was. Tot voor kort vertelde ze ons nog levendig over de smokkelaars die met gevaar voor eigen leven smokkelwaar over en onder de draad vervoerden, maar ook over haar lieve hond die ze als klein meisje levend heeft zien verbranden toen die de draad raakte. Het zijn dingen die haar levenslang zijn bijgebleven.

Na haar lagere school in Sint-Laureins voltooide ze haar middelbare studies aan de Visitatie in Sint-Amandsberg. Op haar 25ste huwde ze met Oscar Rombaut, directeur van de Kredietbank in Zomergem maar afkomstig van de Kruipuit in Adegem. Ze kreeg tien kinderen, waarvan er tot haar grote spijt maar zes zijn kunnen opgroeien. Ze verloor 3 kinderen door vroeggeboorte, maar verloor ook een dochter tijdens de Tweede Wereldoorlog. In april 1944 nam ze de tram naar Gent om daar haar zes maanden oud dochtertje Hedwig te laten behandelen in het ziekenhuis voor een longontsteking. Daar hebben ze Erna echter terug naar huis gestuurd met haar baby omdat de dag voordien Merelbeke was gebombardeerd en men geen tijd en plaats had voor haar. Hedwig is in haar armen gestorven op de tram naar huis… Vorig jaar nog vertelde ze het aan Delphine en begon ze zachtjes te wenen. Het zijn gebeurtenissen die haar getekend hebben voor het leven en die ze zelfs na 70 jaar nog steeds verdriet gaven.

Nochtans was haar leven geen kommer en kwel, want buiten de oorlogsjaren heeft ze een lang, kleurrijk, gevuld en boeiend leven geleid, samen met haar man en zes kinderen. Na de Tweede Wereldoorlog verhuisde ze met haar gezin naar de Kloefkapperstraat, de huidige Alfons Sifferstraat, waar zij naast de zorg voor haar 6 kinderen samen met haar man, dag en nacht ijverde in het nieuw opgestarte filiaal van het Gemeentekrediet. In de haar weinig resterende vrije tijd vond zij er plezier in om kledij te naaien voor haar en de kinderen. Haar naaikamer lag vol met stoffen en patronen en van haar hand kwamen de mooiste stukken.
Na veertig jaar van inzet en hard werken, en nadat alle kinderen het huis uit waren, werd het bankkantoor overgedragen aan haar zonen Koen en Frank en verhuisde ze in 1975 naar de Guido Gezellestraat, waar ze samen met haar man en oudste dochter Lieva genoot van een welverdiend pensioen.
Vanaf dan kon ze tijd maken voor haar 13 kleinkinderen, die ze doodgraag zag. Als kleinkind herinner ik me dat we heel graag op bezoek kwamen, want er was altijd wel iets te beleven. Er waren de vele bloemen in haar tuin, er was het duivenkot van opa, en af en toe werd er cider gemaakt van de appels uit de boomgaard. En om vier uur kregen we steevast een glaasje limonade en een kommetje pudding of een stuk zelfgemaakte crème-au-beurre-taart.
Als ze aan het koken was hoorden we haar zingen tot in de living. Ze kookte graag, en haar specialiteit waren duifjes met zelfgemaakte kroketten. Ze luisterde ook veel naar muziek, vooral La Esterella, maar ook opera en belcanto.
Omdat Erna langs moederszijde van Nederlandse afkomst was, sprak ze geen dialect en ijverde ze er altijd voor dat de kinderen en kleinkinderen mooi Nederlands spraken. Zij moedigde haar kinderen ook aan om gebruik te maken van spreekwoorden en gezegden. Als er bijvoorbeeld iets niet zo goed ging zei ze ”al doende leert men” of “niet opgeven want oefening baart kunst “. Wanneer we ons ergens wilden vanaf maken klonk er ”willen is kunnen” of “waar een wil is een weg”.  Haar slagzin “problemen zijn er om opgelost te worden” demonstreerde haar nooit aflatend doorzettingsvermogen en werklust.
Ze voedde haar kinderen en kleinkinderen ook katholiek op. Voor elke maaltijd was er steeds een dankgebed. Ik herinner me goed toen we bleven logeren dat we steeds de 4 aktes opzegden voor we gingen slapen. Hier onder de preekstoel had ze haar vaste plaats tijdens de hoogmis op zondagvoormiddag, ook al kwam ze soms wel een beetje te laat.
Haar man Oscar overleed in 1991, waardoor ze alleen achterbleef met haar oudste dochter Lieva. Ondanks het feit dat ze intussen 80 was kon zij nog steeds goed haar plan trekken in het huishouden, en bleef ze nog heel actief bezig. Zo ging ze op haar eigen vraag voor mij met haar Toyota nog regelmatig langs bij oude klanten en vrienden van haar, waar ze bij de koffie en een stuk taart en passant nog geldzaken ging regelen en kasbons ging vernieuwen. Ze genoot daar echt van. Ook ging ze tot op hoge leeftijd nog jaarlijks op reis naar haar zus Angèle in Tenerife. Ze ging graag op reis, en het vliegtuig nemen schrok haar niet af.
Toen ze 97 was, na het overlijden van Lieva eind 2008, verhuisde ze naar het rust- en verzorgingstehuis Ave Maria in Sleidinge, waar ze goede zorgen kreeg en kon genieten van haar oude dag. Ze was daar een graag geziene gast, en las daar nog elke dag haar krant en veel boeken. Twee jaar geleden las ze zelfs nog een Frans boek, waarbij ze ons liet weten dat ze dit deed om haar Frans te onderhouden. Ze ging ook nog regelmatig kaarten bij tante Angèle in Knokke, of legde een kaartje met familie en vrienden in Ave Maria zelf. Ze genoot van het bezoek dat ze kreeg van haar kinderen en kleinkinderen en was steeds nieuwsgierig naar de bezigheden en schoolresultaten van haar achterkleinkinderen.
Tot op het einde mocht ze genieten van een goede gezondheid en bleef ze kranig en sterk. De laatste dagen echter werd ze stiller en doofde ze langzaam uit. Het was mooi geweest maar genoeg. Ze overleed stilletjes in haar slaap.

Ons mama en oma mag terecht een straffe madam genoemd worden.

We zullen haar dankbaar blijven gedenken, en haar stilletjes missen.