
365 – 8 juli

Rijsel, ofte Lille
Hah, Rijsel, shoppingstad, zo blijkt!
Het was natuurlijk wel zaterdag, mooi weer, en solden, maar dan nog. De winkelstraten in Rijsel liepen om tien uur al vol volk, en dan hebben we Euralille nog angstvallig vermeden.
Ik had al even opgezocht of ze hier in Rijsel ook een Desigualwinkel hadden, en ja hoor, zelfs twee, en niet in een department store! Het was dan nog om de hoek ook, dus stonden wij na ons ontbijt buiten op het terras (zo zalig, maat!) aan en vooral in die winkel. En jawel, daar lag de sportieve gilet in wit en rood van 99 euro voor 62 euro, en zelfs in mijn maat. Ikke content!

En toen viel mijn oog – je kon er moeilijk naast kijken, zelfs Bart had het al gezien – op een prachtig rood vestje. Eigenlijk in regenstof, maar met een ganse tekening in velours op, en in de snit van een blazer. Knap, jong! Het ging van 124 naar 62 euro, en dan vond ik dat te doen. Mee dus.

En jawel, op de hoop van -50% vond ik ook nog een, voor Desigual zeer sober, kleedje in zwart en grijs, ideaal voor deze winter met een zwart souspulletje en zwarte nylons. 50 euro, mee!
Hmpf. En ik die niks van kleren meer ging kopen, jawel.
Enfin, met een grote zak en een nog grotere grijns op mijn smoel liepen we richting het Palais des Beaux Arts, alweer. Gelukkig hebben ze overal in alle musea vestiaires, zodat je niet met je gerief moet blijven zeulen. Het oorspronkelijke plan om de vaste collectie te bezoeken, werd snel vervangen door het idee om naar de tijdelijke tentoonstelling te gaan: Traits de Genie, ofte tekeningen. Maar dan wel zeldzame en broze tekeningen, die niet vaak tentoongesteld worden. Tekeningen van Michelangelo, Rafael, David, …, meestal voorstudies voor latere schilderijen. Die tekeningen werden dan in juxtapositie gezet met tekeningen van Ernest Pignon-Ernest, een mij tot hiertoe onbekend kunstenaar die levensgrote tekeningen maakt naar model of oude meesters, en die dan als affiches laat aanplakken op de meest onwaarschijnlijke plaatsen. De foto’s daarvan hingen in de tentoonstelling, samen met een aantal tekeningen die Pignon-Ernest speciaal voor deze exhibitie maakte. Straf! Serieus!
Het loopt maar tot 22 juli meer, maar als je nog een uitstapje wil doen met een culturele kant: doen!


Fabres Wolkenmeter staat trouwens nu daar.
Opnieuw maakten we een mooie wandeling, doorheen het gewoel, als echte toeristen. We zagen de grote markt en de toren die enorm op die van de post hier op de Korenmarkt in Gent lijkt, maar van de Kamer van Koophandel blijkt te zijn.

We aten een dagschotel op een van de vele terrassen, en – hoe kan het ook anders? – een café gourmand,

en wandelden nadien verder, doorheen de iets oudere straatjes van het stadscentrum, met de iets chiquere of alternatievere winkeltjes, tot we aan de kathedraal uitkwamen. Die is eigenlijk recent want twintigste-eeuws: de eerste steen is gelegd in 1854, maar ze is pas afgewerkt in 1999, waardoor ze toch wel een moderne voorgevel heeft. Ook binnenin is ze best wel mooi.




We slenterden terug richting auto, en reden naar onze kinderen. We hadden die eigenlijk best wel gemist, en we werden dan ook door een schaterlachconcert vanuit een venster op de eerste verdieping begroet, toen we bij oma aankwamen. Het bleek dus wel wederzijds.
Nog een half uur later reden we naar huis, en dat was dat. Al bij al was het fijn om thuis te zijn, maar toch… La douce France was toch écht wel douce!
Verrassing!
We waren al vrolijk de kilometers aan het vreten op de snelweg, toen plots de telefoon ging: mijn ma. Of we al aan het rijden waren? Ja, tiens, als we binnen anderhalf uur in Zomergem moesten staan, zaten we niet meer in Rouen, nee.
Ze wist ons gewoon te melden dat Merel en Kobe best nog wel een extra nachtje en dagje bij oma en opa wilden blijven, en dat wij dus ook nog mochten wegblijven. Yay! We sloegen het aanbod niet af, wel integendeel!
Terugrijden naar Rouen zagen we niet zitten, dat zou al te stom geweest zijn, hoe zalig het daar ook was. Maar we zaten op ongeveer 50 kilometer van Rijsel, en daar was ook een zeer befaamd museum voor Schone Kunsten, dus… Op naar Lille! Bart regelde vanuit de auto een kamer in een designhotel (Best Western Why, een aanrader overigens), 110 euro zonder ontbijt, dus wel wat duurder dan ons voorbije logies, maar we konden niet kieskeurig zijn. Iets na zessen reden we de auto de parking binnen, en installeerden we ons in onze hotelkamer. Niet zeer ruim, maar ruim genoeg, met een schitterend bed, overal kleine designdetails, een nespressomachine op de kamer, een (met frisdranken) gevuld frigootje dat inbegrepen was in de prijs, en vooral een schitterende douche. Ik heb er zowaar een foto van genomen, gewoon om thuis na te kijken of het betaalbaar is voor hier in onze tweede badkamer.


We puften even uit, ik maakte gebruik van de gratis wifi terwijl Bart het stof van zich afspoelde, en we liepen doorheen de stad naar een Japans restaurant. Bart had zin in sushi, en ik zei geen nee tegen een gemengd bord tempura. Al moet ik zeggen: als zelfs alle groenten gefrituurd zijn, is het een beetje van het goede teveel.

We maakten nog een wandeling, zagen het stadscentrum en vooral de gigantische massa volk die van de eerste warme avond genoot door op een terras te gaan zitten.
We sloten af met een Haägen Dasz ijsje, nadien zelfs nog een cocktail op het bijzonder hippe (alweer) terras van ons hotel, en zagen dat het goed was. En genoten vooral van ons onverwachte extra dagje.
Dank u, ma!
Amiens
Ik had tijdens onze rit naar huis nog tijd voorzien om even te stoppen in Amiens. Amiens staat bekend om haar kathedraal, en die wilden we eigenlijk wel zien. Ik had ongeveer een uur voorzien, voor de kathedraal en nog ergens een koffie, aangezien we volgens plan er rond een uur of vier zouden zijn.
En zo geschiedde.
De kathedraal is vooral van buitenaf zeer indrukwekkend, binnenin viel ze, na Rouen, een beetje tegen, vond ik. Goh, hoe blasé kan een mens eigenlijk zijn, hm?



We liepen even doorheen de wijk met de vele kanaaltjes, dronken een koffie op een hip terras, en zagen hoe het weer langzaam aan het veranderen was. Je moet maar eens op de foto’s kijken, die staan chronologisch.





Best wel een charmante stad: als we terugkomen, nemen we de tijd voor een van de uitgestippelde wandelingen, zoals die van Jules Verne.
Bon, intussen was het vijf uur, en als we zoals beloofd de kinderen tegen zeven uur wilden ophalen, maakten we best voort dus.
Op naar huis!
Rouen, de volgende dag.
Na een zeer goede nacht in een echt wel goed bed bleek ’s morgens de zon toch niet te schijnen. “Geen nood”, verzekerden de gastheren me, “het is hier vaak zo, het zal wel opklaren, en ze voorspellen 25° voor vandaag”.
Dus rekte ik me eens flink uit, nam een foto vanuit bed,

en nam een ontbijt waar wel zeven verschillende soorten zelfgemaakte confituur bij zelfgebakken brood stonden, en uiteraard ook een croissant en een soortement oliebolletje. En zelfgemaakte yoghurt, dat ook nog.
We namen afscheid, en reden terug naar Rouen, om daar rugbyshirts voor de kinderen te zoeken, even langs de Galeries Lafayette te gaan om te kijken of ze die ene vest van Desigual (die ik zo graag wilde maar te gierig was om ze aan volle pot te kopen) nog hadden (helaas), en uiteraard om de kathedraal te gaan bekijken, en ook, op aanraden van onze gastheren (wat is eigenlijk het neutrale woord in het meervoud voor de gastheer en gastvrouw?) naar le Palais des Beaux Arts te gaan voor een prachtige tentoonstelling. De vaste collectie zou ook de moeite waard zijn, maar er loopt momenteel een expositie over de weerspiegelingen in het water bij de impressionisten.
Knap. Echt knap. Bart en ik waren beiden onder de indruk, moet ik toegeven. Als je zelf in Rouen komt deze zomer: doen!

We wandelden rustig terug richting de Vieux Marché, ik nam nog wat foto’s links en rechts, we bekeken de kathedraal,


en we zochten een plekje op een terras in de schaduw, want wil je geloven dat het al te warm was in de zon?
Het is trouwens op dat eigenste plein dat destijds Jeanne d’Arc is terechtgesteld, en daarom staat er op de plaats van haar brandstapel nu nog een groot kruis, met daarnaast een moderne kerk. Mooi, overigens.

Ik at er – alweer - een heerlijke salade, met foie gras, eendenborst en eendenbilletjes, en genoot er enorm van. Ook van de obligate café gourmand, trouwens ^^


We sloegen nog wat macarons in voor de grootouders, keerden terug naar onze auto, en zwaaiden Rouen vaarwel. Op naar huis, via Amiens.
Rouen! Quelle ville!
Het was toch nog wel even tuffen naar Rouen, maar uiteindelijk zagen we de stad opdoemen. Een weelde aan gotische torens, een hele knappe moderne brug, en een stadsring later… verlieten we Rouen blijkbaar weer. De chambre d’hôte die ik gevonden had, lag buiten de stad, en zelfs zo’n twintig minuten rijden, omhoog slingerend, en daarna langs een beue steenweg. Maar het bleek uiteindelijk meer dan de moeite te zijn: La Parenthèse Normande was een oase van groen en rust, met een ongelofelijk sympathieke gastheer en -vrouw, en een bijzonder knappe, vrij strak en vooral helder ingerichte kamer in een apart gebouwtje. Ronduit zalig! Dit is er eentje om te onthouden, ik verzeker het u, en dat voor 75 euro per nacht voor twee, ontbijt inbegrepen.





Alle stress van het toch wel drukke verkeer gleed van ons af, Bart nam nog snel een douche, ik luisterde even wat de aanraders waren qua diner, en we reden terug naar de stad. Intussen was het weer helemaal opgeklaard, was het toch wel een graad of drieëntwintig, en beloofde het een prachtige avond te worden.
En jawel.
Le tout Rouen was buitengekomen voor de eerste warme avond in weken, de straten liepen vol, en wij parkeerden onder de Place de la Pucelle, vlakbij het verkeersvrije centrum. Het zicht bij het buitenkomen van de parking was meteen al raak, vond ik.

Ik had er trouwens geen idee van dat de stad vol stond met vakwerkhuizen. De gothische torens, ja, daar had ik wel al van gehoord, en die deden precies wat ik had verwacht: overdonderen in al hun schoonheid.
Maar eerst moest de innerlijke mens, en vooral dan die van Bart, versterkt worden. We liepen naar de Place du Vieux Marché, en Bart wist er weer feilloos het meest hippe plekje uit te pikken, een echte place m’as-tu vu, duidelijk. Het terras van La Terrasse was dan ook strak in zwart en rood, het personeel jong, knap en hip, en de prijzen al bij al best te doen. Het was sowieso een van de adresjes die de gastheren aanraadden, dus waarom niet? En jawel, voor vijfentwintig euro voor een menu hebben we er schitterend gegeten.
Een ruime salade als voorgerecht:

een perfect gebakken stuk zalm als hoofdgerecht

en een stevige chocolademousse die wel pure choco leek, als dessert.

Kijk maar hoe verguld mijn ventje eruit ziet, nu hij gegeten heeft (en wijn heeft gedronken):

Intussen was het bijna half tien, en gingen we nog voor een avondwandeling bij 22° en vooral prachtig avondlicht. Het is niet vaak dat je dergelijke foto’s bij zo’n licht en zo’n staalblauwe hemel kan nemen…











En toen was het na tienen, was het licht om foto’s te nemen toch weg, en zijn we zachtjesaan naar ‘huis’ teruggekeerd.
Ik zat daar nog even in de ontbijtkamer gebruik te maken van de wifi (in de kamer was er enkel internet met kabel) toen de eigenaars binnenkwamen. Ik vroeg waar in Rouen we rugbyshirts konden vinden, en toen… bleken beide zonen ooit nog Frans kampioen te zijn geweest in de jeugdreeksen. Het was een dik uur later voor ik uiteindelijk terug op de kamer was, zo lang en fijn was het daaropvolgende gesprek met de heer des huizes, die ongelofelijk geklappig bleek.
Fijne dag, fijne dag. Echt waar.
Vakantie! En route vers Rouen, via Le Touquet en Dieppe
Omdat het echt wel aan het regenen was, zagen we het niet zitten om nog in het nieuwe gedeelte van Boulogne te gaan rondlopen. De haven, de grootste vissershaven van Frankrijk overigens, blijkt nochtans best mooi te zijn, maar in de regen zou de charme toch verloren gaan. En dus reden we maar naar onze volgende stopplaats, Le Touquet Paris-plage. Het oorspronkelijke plan om langs te kust te rijden lieten we varen, want intussen was er zelfs een behoorlijke mist en zag je toch geen ene bal.
Le Touquet heet niet voor niets Paris Plage. Denk aan Knokke, maar dan erger. Een eenkamerappartementje kost er, volgens de etalage van een immo, gemakkelijk 600.000 euro… We liepen er even rond, verzeilden in een plaatselijke markt/braderie, zochten en vonden er een simpel lunchadresje, wandelden even tot aan de zee, flaneerden over de dijk (een waaiden bijna weg), en reden dan maar weer door. Veel valt er namelijk niet te zien, om eerlijk te zijn. Ja, kasten van huizen waarvan ik de prijs zelfs niet eens wÃl weten, omgeven door halve parken, maar verder? Nah… Ik heb er blijkbaar niet eens een foto genomen, daarvoor was het te klam en kil, overigens.
Opnieuw langs de grote baan zijn we tot in Dieppe gereden, en daar kwam de zon er eindelijk door, zoals ons beloofd was. Dieppe op zich vind ik dan wel weer veel leuker als stadje, maar dat kan ook aan het weer gelegen hebben.De GPS had ons echter eerst doorheen vervallen industriële wijken gestuurd, de eerste indruk was niet zo bijzonder geslaagd. Maar aan de haven bleek er iets te doen te zijn, was er massa’s volk, en bleek het stadje toch wel mooi te zijn. Met enige moeite heb ik Bart overtuigd om even tot aan het strand te lopen, voor een korte wandeling, en om de café gourmand eraf te lopen :-p



Vlak voor het strand, dat uit keien bestond, was er een groot grasplein, bizar om zien voor ons Belgen. Maar zoals gezegd was er een beetje zon, en genoten we van onze wandeling.

En rond vijf uur namen we het laatste stukje weg voor vandaag, terug richting binnenland, naar Rouen. En route!
Vakantie! In Boulogne-sur-Mer
Gisterenavond zaten we dus heerlijk in Boulogne, en ook al zat het weer niet helemaal mee, het regende toch niet. En dus trokken Bart en ik elk een pull aan, en wandelden naar la Vieille Ville, het oude ommuurde stadscentrum van Boulogne, een vierkant van nog geen halve kilometer lang.

Er is daar één straatje dat perfect te vergelijken valt met de Rue de Bouchers in Brussel: het ene restaurantje naast het andere, van alle mogelijke pluimage en prijsklasse. We streken neer in Restaurant de la Haute Ville, en zoals altijd had mijn dierbaarste perfect gekozen: relatief chic, te doen van prijs, maar vooral heel lekker.
Kikkerbilletjes…

Voorgerechten hoefden niet, desserts wel. En hoe…

Profiteroles met caramel au beurre salée, en het bleek een zwaantje te zijn. De calorieën, daar durf ik zelfs niet aan dénken, maar lekker man, ge hebt er geen gedacht van!
De volgende morgen ontbeten we rond acht uur, laadden alles weer in de auto, lieten die staan, en trokken opnieuw naar la Vieille Ville, maar dan om de kerk en vooral ook het kasteelmuseum te gaan bekijken.
Die kerk, daar is werk aan. Mooi, maar serieus in verval, en da’s jammer. De koepel is nochtans best imposant.





Dat altaar is trouwens een unicum: opgebouwd uit massa’s kleine stukjes graniet.
Op naar het museum. Ik had geen al te hoge verwachtingen, om eerlijk te zijn: een kasteel uit de dertiende eeuw, het eerste in zijn soort zonder donjon, maar met acht kleinere bolwerken, en binnen dus een museum. Het bleek om kwart voor tien effectief nog niet open te zijn, en dus wandelden we er even rond, in zo’n lucht waarvan je nu twijfelt of het aan het miezeren is of niet. De binnenplaats was niet zo indrukwekkend, de wandeling eromheen al iets meer. Prima kasteeltje, overigens, met wat modificaties, om een zombie-apocalyps te weerstaan.





Stipt om tien uur ging het verrassend modern museum open. Hier en daar maakt het echt gebruik van de oude kasteelmuren, maar vaker is het precies opgebouwd aan de binnenkant, en merk je helemaal niet dat je in zo’n oud gebouw rondloopt.
De zalen zijn thematisch naar tijdperk en/of land van herkomst: Egypte, een hele mooie verzameling Griekse vazen, (waaronder eentje met Aeneas die zijn vader op zijn schouders draagt en zijn zoontje meeneemt tijdens de vlucht uit Troje)

maar evengoed Afrika of Oceanië, zoals deze prauw.

In een van de trappenhuizen, langs de oude muren, had een klimplant zich een weg gezocht doorheen een barstje. Charmant, en leuk dat de suppoosten (die trouwens vrij overvloedig aanwezig waren in een verder leeg museum) die niet verwijderen.

De collectie is dus best mooi, en knap gepresenteerd, en toen gingen we naar de kelders. Ideale timing, want er kwam net een meute jongeren op schooluitstap toe, met bijpassend volume en interesse.
Die kelders, wel, daar kan het Gravensteen, of zo goed als elk kasteel dat ik al gezien heb, een puntje aan zuigen. Knap zeg! Ideaal voor een binnenlarp, overigens. Je kon er ook restanten zien van Romeinse gebouwen, compleet met Korintisch kapiteel en inscripties. Putten, cisternes, zalen, gangen… En alles netjes onderhouden.

Al bij al een aanrader van een museum, vonden wij.
Buiten bleek het intussen echt aan het regenen te zijn. Ondanks een tegenpruttelende Bart wilde ik toch nog eventjes op de versterkte muren, maar meer dan een kijkje zat er niet in, want de nattigheid was er teveel aan. Nochtans moeten ze heel mooi zijn, bijna zoals een park, want bijzonder breed, kijk zelf maar.

Oorspronkelijk waren we van plan om met de auto naar de nieuwe stad te rijden, omdat Boulogne de belangrijkste vissershaven van Frankrijk is en het daar best mooi blijkt te zijn, maar in dit weer zagen we dat niet zitten, om eerlijk te zijn.
We liepen terug naar de auto, schudden ons even uit als jonge honden, en stippelden een route uit naar Le Touquet-Paris Plage.
Da-ag Boulogne!
365 – 4 juli

