Marlies @Amsterdam

Soms moet ne mens ne keer zot doen.

Toen Annick me eergisteren vroeg of ik vandaag met haar meeging naar Amsterdam voor een event van Marlies Dekkers, zocht ik een haakje om de kinderen aan op te hangen, en zei ja.

Concreet betekende dat dat ze me om kwart over drie kwam ophalen, dat we een verbazend vlotte rit hadden, en dat we om kwart voor zes parkeerden in de parkeergarage van de Bijenkorf in hartje Amsterdam. Jawel.

Mooi op tijd dus voor het ‘Get Dressed event’ van Marlies Dekkers. De Bijenkorf, dat is eigenlijk gewoon een groot uitgevallen Inno. Daarin was op de lingerie-afdeling met zo van die vip-koorden een stukje afgezet, misschien 20 m², met vooraan een klein podium met belichting en the works. Op de uitnodiging stond: “een hapje en een drankje”, en dat mocht je gerust letterlijk nemen, want het bleef bij eentje. Of nee, op het einde, toen we weggingen, was er nóg een toostje, toch wel. Zo’n dertig dames en een enkele heer stonden dus opeen, en kregen plots een vreemde jonge snuiter op het podium: de spraakwatervallige, in flashy kleuren geklede, en very gay ontwerper Fred van Leer. Hij had de lingerie van Dekkers gecombineerd met stukken uit de Bijenkorf, en gaf algemene tips, en specifieke tips aan dames uit het publiek die daarom vroegen. De typische Nederlandse gevatheid, hij had ze wel. Hij had twee zeer bevallige jongedames meegebracht, die zich gewillig door hem lieten uitkleden en als paspop behandelen. En toen ze mijn ‘grote’ Canon zagen, meteen ook poseerden voor de camera. Alleen jammer dat Van Leer er voortdurend met zijn handen stond voor te wapperen, er zijn niet zoveel foto’s gelukt. Maar ik moet zeggen: niet alle kledingcombinaties waren even geslaagd, maar er zaten echt mooie dingen tussen. Toch wel wat van opgestoken, jawel.

Marlies01

Marlies02

Marlies03

Marlies04

Marlies05

Marlies06

Marlies07

Marlies08

Na amper een half uurtje was het al gedaan, kregen we de goodiebag, en mochten we weg.

Was het dan die rit van vijf uur waard? Toch wel. Want die goodiebag, die mocht er wezen.

goodiebag

Een heel mooi (nep)leren make-uptasje met daarin een bodylotion en een douchegel, een hartvormige zeep met een armbandje bij, een lichtblauwe nagellak (die ik wellicht nog ga weggeven) van MD, en van het cosmeticamerk Koh een handbalsem en een doucheschuim. En boekjes uiteraard. Maar het leukste was wel: als je daar in de Bijenkorf een BH kocht, dan kreeg je er het broekje gratis bij.

In de nieuwe collectie was er niet echt iets waarvan ik een wow-gevoel kreeg (zoals de Lady Astor uit de vorige wintercollectie, die ik nergens gevonden heb en ook niet meer kan vinden in mijn maat, en ik ben er dol op!) maar ik heb de Dame de Paris altijd heel mooi gevonden. Ze hadden hem in taupe, en aangezien ze blijkbaar in Nederland toch een pak minder kosten dan hier bij ons, heb ik hem daar gekocht voor 85 euro. En er dus het broekje van 41 euro bijgekregen.

Dus ja, het was de moeite waard.

Annick en ik hebben dan nog gegeten in het restaurant van de Bijenkorf (waar om het even welk warenhuisrestaurant overigens een puntje kan aan zuigen)

Bijenkorf2

een dessertje genomen, en zijn toen maar naar huis gereden.

Bijenkorf3

Een stommiteit? Ja, misschien wel. Maar ik zou het wel opnieuw doen :-p En dank je, Annick, voor de uitnodiging!

Duplo Creative Sorter

Dat ik graag eens dingen test en bespreek, dat weten ze bij Oona intussen. Dat ik drie kinderen heb die graag met nieuwe dingen spelen, ook.

En dus kreeg ik van Oona een pakketje geleverd, waarin de nieuwe Duplo Creative Sorter zat, ofte een Duplo doos met een wreed speciaal deksel en drieëntwintig blokken. Op zich niet veel blokken, zeker niet voor zo’n grote doos, maar dat is ook echt niet de bedoeling.

duplo1

Deze Duplo is namelijk specifiek gericht op peutertjes, en het oefenen van hun fijne motoriek. Het driedubbele deksel is in feite een sorteerplaat, waar je de blokjes gewoon door kan steken. Naarmate de kinderen groter worden, zijn er andere mogelijkheden.

Duplo2

Je kan de platen op tafel leggen en er de blokjes op hun kant in passen. Het boompje staat op de zijkant van de doos, en heeft geen plaat.

Duplo3

Daarna kan je die blokjes samenvoegen tot de figuurtjes die erop staan. Of je kan er compleet andere figuren mee maken ook natuurlijk.

Duplo4

Aan dat laatste is Merel nog lang niet toe, dat hebben haar broers voor haar gedaan. Maar ze vindt het wel machtig leuk om alle blokken uit te gieten, een deksel op de doos te zetten, en dan de blokken willekeurig door de gaten te duwen. En als dat niet meteen lukt, gaat ze met een ondeugende blik vliegensvlug het deksel optillen en het blokje erin gooien, en doen alsof ik niks gezien heb en er niks gebeurd is.

Als ze wat groter wordt, kan ze dus ook de andere toepassingen van de doos uitproberen. Gegarandeerd een hit, ik weet wat ik straks ga kopen voor het kleine nichtje haar verjaardag :-p

Bedankt, mensen van Lego Duplo en Oona!

Efteling

Of ik het niet zag zitten om eens een dagje met het gezin naar de Efteling te gaan, en daar dan over te bloggen?

Ik hoefde niet lang na te denken, vulde de doodle in, kreeg de nodige mails met uitleg, bracht gisterenavond Merel naar oma, en laadde deze morgen mijn drie mannen in de auto.

Want de Efteling bestaat zestig jaar, en wil eigenlijk ook wat meer bekendheid in België. Misschien heeft u de reclamecampagnes al gezien in de verschillende media? Maar mond-aan-mondreclame werkt nog het beste. En ik geef het u op een briefje: de Efteling is de moeite (en niet alleen omdat we er gratis naartoe mochten).

We waren er twee zomers geleden al eens geweest, met de familie van Bart. Merel was toen nog niet meer dan een bolle buik, en Kobe was amper drie en dus nog bijna een peuter. Het was toen gigantisch goed meegevallen, maar ik vond de kinderen nog wat klein.

Vandaag werden we in Antwerpen opgepikt door een bus, en rond tien uur afgezet aan de Efteling. We hadden op de bus al een serieuze goodiebag gekregen (tickets uiteraard, maar ook een sprookjesboekje, DVD, pins, sleutelhanger, twee doosjes tictac, twee bananen, twee appels, twee Kinder Délice, twee flesjes Fanta, flesjes water en twee kleurboekjes met potloodjes in een stevige zak van de Efteling zelf) maar aan de ingang werd dat nog aangevuld met een doosje snoep (dat ik aan mijn ma heb gegeven) en 20 euro Eftelinggeld, om ter plaatste te spenderen. Mooi!

Efteling9

(wat er nog overbleef na de dag)

En toen konden we gaan en staan waar we wilden, zolang we maar tegen vier uur terug aan de bus waren. We probeerden eigenlijk de dingen te vermijden die we de vorige keer al gedaan hadden, en de nieuwe dingen uit te proberen. Wolf was nu groot genoeg voor de rollercoasters, en ik zag dat ook wel zitten.

Maar, zoals Bart opmerkte: zo’n dagje Efteling (of eigenlijk om het even welk pretpark) moet je zien als een dagje wandelen in het park met af en toe als bij toeval een attractie. De wachttijden zijn namelijk niet van de poes. Maar hierop heeft de Efteling dan net dat streepje voor op de Belgische parken: het is een echt aangenaam park om in te wandelen, met veel bomen, bloemen, waterpartijen en grasvelden. En, bijzonder geapprecieerd: een vrij precieze aanduiding van de wachttijden aan de ingang van elke attractie. Niet zomaar een tijdsaanduiding in de rij, maar echt een variabel elektronisch cijfer.

De eerste attractie van de dag had meteen een wachttijd van 50 minuten, maar omdat het nog maar de eerste was, zagen de kinderen dat wel zitten. Toch gek, eigenlijk: je mag er niet aan dénken om bij de dokter 50 minuten te moeten rechtstaan in de wachtkamer. Maar bon, de Bobslee verdiende het wel: een behoorlijk wilde en geschifte ‘rollercoaster’, een echte bobslee. Je wordt naar boven getrokken, maar de wagentjes gaan inderdaad grotendeels in een halve pijp naar beneden in een waanzinnige snelheid. Kobe zat te roepen naast me, hij was echt bang, het ventje. We hadden dan ook niet goed ingeschat hoe wild het wel ging zijn. Ik vond het in alle geval de max :-p

Efteling1

Efteling7

Kobe zag helemaal wit, dus besloten we om het even wat rustiger aan te doen, en daarna iets te eten. We deden een boottochtje van zo’n twintig minuten (wachttijd vijf minuten) waarbij hij helemaal op zijn plooi kwam. Of lag dat aan het tictacje dat ze kregen?

Efteling2

Efteling3

Qua eten is het ons ook bijzonder goed meegevallen. Je kan er overal picknicken, er zijn frieten, hamburgers, hot dogs maar ook Oosterse dingen te krijgen aan diverse kraampjes, en er zijn verschillende soorten restaurants: self service, maar ook met bediening. Een echt restaurant, quoi. Wij opteerden voor dat laatste, en werden er snel en efficiënt bediend. Bart nam zalm met dikke frieten en sla, en ik koos voor gamba’s met een kruidenrisotto, een fris slaatje en een saffraanmousse.

Efteling4

Het was niet slecht, zeker niet, maar uiteraard ook geen haute cuisine. Dat verwacht je ook niet in een pretpark, vind ik. En alles aan een faire prijs, wat ook niet in elk pretpark het geval is.

Daarna hebben we opgesplitst: Bart en Kobe zijn rustig in het sprookjesbos gaan wandelen en hebben er naar sprookjes geluisterd en gekeken.

Efteling8

Wolf en ik zijn naar de rollercoasters getrokken. De Python, met zijn loopings en zijn kurkentrekkers, zagen we allebei niet zitten: Wolf durfde niet goed, en ik vreesde dat mijn eten er zou uitliggen. Maar Sint-Joris en de Draak, de grootste dubbele houten achtbaan in Europa, oh ja, dat wel. Groot was onze verbazing toen de wachttijd amper vijftien minuten bleek. Dewandeltocht langs de aanschuifroute was bijna langer… En effectief, nog geen vijftien minuten later zaten Wolf en ik stevig vastgesnoerd in zo’n wagentje. Wolf was er niet gerust in, hij was eigenlijk wel wat bang.

Efteling5

Efteling6

Maar ik moet zeggen: het was de max! Een ongelofelijk wijze rups, waar je een paar keer het gevoel krijgt dat je zweeft door de pure snelheid. Zó wijs zelfs, dat we onmiddellijk opnieuw gegaan zijn, maar deze keer in de andere van de twee. Het parcours is lichtjes anders, en de rode is iets straffer dan de blauwe. Echt waar de max, maat!

Wolf was licht euforisch toen we buitenwandelden, zo amusant vond hij het. Adrenaline, het doet wat met een mens. Gillen, bijvoorbeeld, al kan Wolf beweren wat hij wil.

Daarna hebben we vijfendertig minuten staan aanschuiven bij de Vliegende Hollander, ofte de splash, zoals Wolf het noemde. Het aanschuiven gebeurt in een ‘griezelige’ setting, wat er in de praktijk op neerkomt dat het donker, muf en vooral enorm lawaaierig was. Ik kwam er in elk geval met koppijn buiten. En de rit zelf: meh. Je zit in een groot bootachtig iets, en vaart eerst rustig in het pikdonker. Daarna krijgt het ding plots snelheid, en zit je zelfs op een moment vast terwijl je helemaal achterover ligt. En dan kom je terug in openlucht, en komt het ding in het water terecht. Eigenlijk een beetje een teleurstelling: een zeer korte rit voor een serieus lange wachttijd. Wolf deelde die mening, en ik hoorde de mensen rondom mij hetzelfde zeggen. Mja.

En toen was het helaas tijd. We namen het treintje terug, moesten ons nog haasten, en kwamen nog een kwartier te laat bij de bus.

Het weer was overigens zalig: een heerlijke zon, net niet te warm, met af en toe een wolkje, en een zacht briesje. Dat  kan je natuurlijk niet bestellen, daar moet je geluk mee hebben.

Maar voor de rest? We hebben al een paar pretparken gedaan, maar dit komt toch wel bovenaan te staan.
– fijne attracties, voor elke leeftijd
– accuraat aangeduide wachttijden
– verzorgd en proper, ook de toiletten en de paadjes
– een schitterend park, met heel veel groen en heel veel bloemen
– doenbare prijzen voor eten en drank, je krijgt niet voortdurend het gevoel dat ze het geld uit je zakken slaan. Zoals de gratis plattegrondjes, waar je in sommige andere parken twee euro voor moet betalen.
– doenbare afstand: anderhalf uur rijden vanuit Gent

Minpunten:
– de alomtegenwoordige muziek kan op het systeem beginnen werken
– je kan lang niet alle attracties doen (maar dat is in elk pretpark het geval)

Of zoals Bart het zei: in vergelijking met andere pretparken zijn er bar weinig minpunten.

Wij gaan er nog naar toe, dat weet ik alvast. En ik garandeer u met de hand op het hart: de Efteling is een aanrader. Waar ik met plezier ook gewoon voor betaald had, zoals de vorige keer.

Weight Watchers ‘Gezond Gezin’ winnaar!

Ik heb vandaag alle zestig (jawel!) namen in een kommetje gedaan, ze flink door elkaar gehaald, en dan Kobe een naam laten trekken. Ik wilde het eerst laten doen door Merel, maar die snapte het concept niet echt goed. Maar bon, hieronder dus het filmpje om te laten zien dat het eerlijk is verlopen.

En dus is Fie, van Fie Vertelt, de winnaar!

Fie, als je me even je adres kan doormailen, dan laat ik je het boek opsturen. Geniet er maar van!

Enne… Voor wie niet gewonnen heeft: je kan nog je kans wagen bij Saskia (tot en met morgen, en voorlopig nog maar twee inzendingen!) en hou ook Elke in de gaten, want ook zij mag er eentje weggeven. Succes!

UPDATE: je kan het boek effectief ook winnen bij Elke, en wel hier!

Weight Watchers: het nieuwe boek ‘Gezond Gezin’ + give away!

gezond_gezin_coverEen paar dagen geleden zat er een mailtje in de bus: of ik geen zin had om naar de persvoorstelling te komen van het nieuwe boek van Weight Watchers, zijnde een kookworkshop bij Electrolux in Brussel?

Mja, dat moesten ze me eigenlijk geen twee keer vragen: ik ben 100% de doelgroep van dit boek, dacht ik zo. Het is gericht op moeders (of vaders) die ook hun kinderen een gezonde levensstijl willen meegeven, zodat ze eigenlijk nooit hoeven te beginnen met Weight Watchers later, maar die tegelijk ook weinig tijd hebben om te koken wegens net dat gezin en een job en zo.

Ik in de gietende regen naar Brussel dus. Gelukkig waren er drankjes en hapjes (rauwe groenten met dipsaus, of wat had u gedacht) voorzien. Het hoofd van Weight Watchers Benelux, Jeanine Lemmens, deed een introductie over het nieuwe boek ‘Gezond Gezin’, stelde even de kinderarts en kinderdiëtiste voor die hadden meegewerkt, en legde de pijlers uit van een gezond gezin. Eigenlijk draait het daarbij rond vijf dingen die je in je achterhoofd moet houden als je succes wil:

– gezonde voeding is fun. Het hoeft echt niet smakeloos of kleurloos te zijn, wel integendeel. Het boek bevat een massa nieuwe recepten die doorgaans vlug klaar zijn, en waarvan je er ook een aantal met de kinderen zelf kan klaarmaken.

– snoepen mag. ’t Zal wel zijn! Uiteraard moet je het beperken, maar als je snoep volledig gaat verbieden, wordt het een verboden vrucht waar ze dan in het geniep van willen proeven. En als wij als volwassene het al zo moeilijk hebben om pakweg chocolade te laten liggen, hoe moet een kind dat dan niet aanvoelen?

– beperk de tijd die ze voor televisie en computer (alle schermen eigenlijk) hangen. Je krijgt alternatieven aangereikt, maar het boek stelt ook dat je uiteraard op weerstand zal botsen. Voer nieuwe maatregelen stap voor stap in, nooit alles tegelijk.

– beweeg meer. Samen met de kinderen of alleen, maar geef ze wel het goeie voorbeeld. Ons lichaam is gemaakt om te bewegen, niet om op een stoel te zitten.

– iedereen doet mee. Leg maar eens uit aan een tiener dat hij geen cola meer krijgt, als papa bij het avondeten zich toch cola inschenkt. Of dat hij minder tv mag kijken, als je er zelf het ganse weekend voor hangt. Wees consequent, en doe gewoon mee.

Eigenlijk staat het nieuwe boek vol met recepten en tips voor zowel jonge kinderen als al iets oudere kinderen. Snelle recepten, recepten voor een uitgebreide zondagslunch, voor de brooddoos, voor op vrijdagavond, voor de feesten, voor nagerechten…  Allemaal netjes uitgelegd, met de propoints vermeld (uiteraard) en met veel foto’s. Je kan gerust hier een paar pagina’s doorbladeren, mocht je even willen inkijken.

Daarna legde een echte Brusselse chef – dat taaltje! – ons twee gerechten uit, een voorgerecht met tongfilets in papillot (dat we zelf niet meer moesten klaarmaken, enkel nog opeten) en een hoofdgerecht van kalkoenlapjes met vulling van shii take en spekjes, met verse pasta.

WW1

Dat moesten we wél per twee klaarmaken, maar daar hebben we ons ook nog serieus mee geamuseerd!

WW2

WW3

Als afsluiter – desserts, daar doen ze blijkbaar niet aan – kregen we elk nog het bewuste boek mee naar huis. Ik heb het ondertussen al stevig doorbladerd, en ik ben fan. Niet alleen van alle tips die erin staan (ik heb er gisteren al meteen eentje ingevoerd), maar vooral van de recepten. Ik ga de jongens zelf laten kiezen wat we zaterdag eten, en ze mogen gerust meehelpen.

Als ik het al niet had, ik kocht het boek zeker. En daarom is het volgende ook goed nieuws voor jullie: ik mag een exemplaartje weggeven!

Al wat je moet doen, is voor 1 mei (ik ga de jongens een naam laten trekken op die eerste mei, vandaar) een berichtje achterlaten in de comments. De gelukkige krijgt het boek dan thuisgestuurd door de mensen van Weight Watchers. Als dat niet mooi is, want in de boekhandel kost het boek 29,90 euro. Op cursus kan je het voorlopig krijgen voor 19.90 euro, dacht ik.

Succes ermee!

Foto’s afdrukken en dat soort dingen

Opgelet: advertorial!

Foto’s laten afdrukken, ik kom er vaak niet toe, laat staan dat ik ze nog in een album plak. Ja, ik heb nog albums liggen uit het analoge tijdperk, maar toen kon je gewoon niet anders. Dan was het trouwens ook altijd een beetje bang afwachten op de ontwikkelde foto’s: waren ze wel geslaagd?

Nu is het eigenlijk een ander probleem: die van de selectie. Ik neem – zoals veel mensen – een pak meer foto’s dan vroeger, gewoon omdat dat niks meer kost. Je moet je dan wel af en toe door de enorme berg mapjes en foldertjes heenwerken, en foto’s selecteren die je wilt afgedrukt zien. Dus ja, ik laat af en toe nog wat foto’s afdrukken, gewoon om ze dan in kadertjes te kunnen steken, of ze te kunnen uitdelen aan de oma’s en opa’s. Of om voor hen een lekker ouderwets fotoalbum te maken, met plakwerk en al.

Zelf opteer ik voor een digitaal fotoboekje, tegenwoordig. Je selecteert een aantal foto’s, uploadt die met de tool van de firma waar je het wil bestellen, kiest een layout en een volgorde, en dat is dat. Serieus.

Op de laatste Brussels Girl Geek Dinner waar ik naartoe ben geweest, had ik een voucher gekregen van Pixum om een A4 fotokalender te bestellen. Ik heb er me in de vakantie even mee beziggehouden: een aantal foto’s selecteren (het kunnen er gerust ook meer per pagina zijn), een layout van de kalender, achtergrondkleur, formaat en afwerking kiezen, en ook dat was dat. Eigenlijk was ik zo content van het gemak dat ik er meteen drie heb besteld als eindejaarscadeautje: eentje voor ons, eentje voor Barts ouders, en eentje voor de mijne.

Ik moet zeggen: ondanks de drukke eindejaarsperiode kwamen ze vijf dagen later al toe, netjes verpakt in stevig karton. Ik ben echt wel tevreden met het resultaat, scherpe afdrukken en al. Er is één minpuntje: de bladen hebben de neiging lichtjes op te krullen, dat vind ik eigenlijk wel jammer. Maar het was gratis (toch ons exemplaar) dus mij hoor je niet klagen.

pixum1

Nu had ik ook de aanbieding gekregen van datzelfde Pixum om een fotoboek uit te proberen. Ik zei niet nee :-p Ik downloadde de fotoboekjessoftware, en koos hetzelfde vierkante formaat als waarin ik al ooit een boekje van Photobox had laten maken. Zwarte achtergrond, vierkant formaat, glanzende softcover, en zesentwintig foto’s voor de zesentwintig pagina’s. Van elke foto kan je – uiteraard – zelf het formaat of de layout kiezen. Niet alle afdrukken waren even scherp, maar dat leerde me enkel dat ik beter mijn foto’s moet selecteren, want aan de fabrikant lag het duidelijk niet, gezien de scherpte van de andere foto’s :-p

In elk geval ben ik bijzonder tevreden. Ik geef toe: ik ga dat regelmatiger doen, zo’n fotoboekje laten maken. Ik heb er nu twee, en ik kan me voorstellen dat het een mooie serie wordt. Per stuk betaal je bij Pixum voor zo’n vierkant softcover geval 18,95 euro, en nog 5 euro verzendkosten. Ik vind dat dat best wel meevalt: voor losse afdrukken en een deftig boek betaal je meer, plus dan nog het inplakwerk.

pixum2

Al moet ik eerlijk zijn dat ik ga rondkijken wat het goedkoopste is, want voor zover ik kan zien, was de kwaliteit van het andere boekje minstens even goed, maar toch wel vijf euro duurder voor vier pagina’s meer. Kijken en vergelijken, dus.

Weight Watchers: het nieuwe programma ProPoints 2.0

Iedereen die me een beetje volgt, weet dat ik een overtuigd Weight Watcher ben. Die drieëntwintig kilo is er niet zomaar afgegaan, en toch heb ik niet echt een dieetgevoel. Weight Watchers, da’s een nieuwe gezondere levensstijl, met serieus wat aandacht voor wat je eet. Ik ben al een dikke maand niet meer actief bezig, en als ik een beetje oplet, blijf ik netjes stabiel qua gewicht, en dat vind ik al heel wat. (Alleen let ik niet altijd even goed op, al ben ik me er dan wel van bewust.)

Vorige donderdag was ik uitgenodigd, als blogger, op de press release van het nieuwe programma. Er waren journalisten, Els De Schepper en Maurane waren er, uiteraard waren alle hoge piefen van WW België er, en nog wel een aantal bloggers.

Wat verandert er nu eigenlijk? Basically niet zo heel erg veel, maar het maakt het wel iets makkelijker. Want WW, da’s punten tellen, eigenlijk al altijd geweest, en dat blijft ook grotendeels zo.

De verandering van het vorige programma naar het ProPoints plan, was dat ze niet meer zuiver naar calorieën keken, maar ook naar de hoeveelheid energie die het je lijf kost om de betreffende voedingsmiddelen te verbranden. Vandaar dat fruit geen punten kost. Ook een banaan mag je eten, omdat het blijkbaar veel vraagt om te verteren. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat je een ganse tros naar binnen speelt. Druiven kunnen ook, maar je mag ze niet pellen. Appelsienen: doe gerust, maar voor appelsiensap moet je wél rekenen. Want dan krijg je de vezels niet meer binnen, en bevat het enkel nog zeer veel vruchtensuiker. Dat soort dingen dus.

Er waren in het programma ook al ‘groene producten’ opgenomen: voedingswaren met een verzadigingsindicator. Deze geven je sneller een verzadigd gevoel dan andere, en je mag ze ook ‘onbeperkt’ eten voor een vast aantal punten. Uiteraard is het nooit de bedoeling je rond te eten, je eet net tot je genoeg hebt. Pasta bijvoorbeeld kost 7 punten voor een verzadigende portie, je hoeft ze niet te wegen.

Wel, een vernieuwing is het invoeren van ‘groene dagen’. Je eet die dag enkel ‘groene producten’, en je hoeft niks te tellen. Je krijgt er ook gratis en voor niks twee vetporties bij, want ook die zijn broodnodig in het verteringsproces. Je moet natuurlijk wel zorgen voor je ‘fitformules’: voldoende groenten, fruit, calciumhoudende producten, twee porties vet, en water. Neem je toch iets dat buiten de groene producten valt, dan trek je dat af van je extra vrije punten.

Mja. Er waren veel enthousiaste reacties, maar ik weet dat het niks voor mij zal zijn. Ik eet doorgaans veel gevarieerder dan dat, en dan hou ik me wel aan mijn gewone programma. Wat je overigens perfect kan doen.

Ook worden de basispunten per persoon scherper gesteld, en krijgt iedereen 49 vrije punten, ongeacht je basisaantal. Dat is, denk ik, wél een verbetering.

We kregen dus de uitgebreide uitleg, het nieuwe – overigens schitterende – handboek (heel knappe layout en dergelijke), de nieuwe basispapieren, en ook nog een mooi setje van sushigerief: eetstokjes, sauskommetje en rietmatje.

WW5

Het restaurant was overigens ook volledig in diezelfde lijn gekozen: Rouge Tomate op de Louizalaan in Brussel. Heerlijk!

WW1

Het restaurant gaat er prat op zoveel mogelijk te koken met groenten en kraakverse producten, met zo weinig mogelijk boter en room.

WW2
Carpaccio van St Jacques, avruga, brunoise van groene selderij en knol, emulsie met oesters

Deze avond had de Amerikaanse kok zelfs compleet met groene producten gekookt, maar dat durf ik met een korreltje zout te nemen, want ik zag heerlijke noten en caramel verschijnen in het dessert :-p

WW3
Baby gebraden lot, mirepoix van groenten, bouillon van kokos(groenten) à la “basquaise”

WW4
Apple Strudel “destructed”, bruin-brood ijs, rozijnen

In elk geval was ik vereerd aanwezig te mogen zijn, en als goeie evangelist verspreid ik het woord dus verder. Dat doe ik uiteraard alleen als ik er volledig achtersta, en dat doe ik dus, met gans mijn drieëntwintig kilo minder dan twee jaar geleden.

WW6

(Met dank aan Sara Van de Velde voor de prachtige foto’s)

VZW Legia – Forum voor Ijzertijdstudie

Geef toe, de titel is niet echt uitnodigend. Zelfs niet voor mij, die nochtans in die branche zit.

Maar deze avond gaven ze een lezing die, weliswaar wat lang, toch zeer boeiend was. Er was amper 25 man, maar wat me wel opviel, was dat ongeveer de helft daarvan jonger dan 30 was.

Ik ben trouwens meteen lid geworden, compleet met abonnement op hun tijdschrift. Dat overigens zeer professioneel oogt, helemaal niet knullig, zoals vaak het geval is.

Ze willen nu ergens een terrein aankopen, om daar dan een reconstructie van enkele Gallische huizen te bouwen, en daar dan historische evocatie te doen. Lijkt me vreselijk wijs.

Op zaterdag 21 januari geven ze daarom in Destelbergen een Gallische avond: Keltische livemuziek, breughelmaaltijd, nog meer livemuziek, en een afterparty. De opbrengst ervan gaat naar voornoemd project. Ik weet in elk geval al wat ik die avond ga doen, en ik hoop dat ik zoveel mogelijk leerlingen, vrienden en kennissen kan optrommelen, want ik ben deze vereniging wel genegen. Folkies, Latinisten, oudleerlingen met behoefte aan een reünie: u weet wat u te doen staat!

Hey, ’t zijn Romeinen en Galliërs!

http://www.legia-forum.org/

Luisterboeken

Wij zijn hier ten huize gigantische fan geworden van de luisterboeken van Het Geluidshuis. Jaren geleden hadden we er al eentje gekregen – De Wilde Zwanen – maar toen waren de jongens nog wat te klein.

Als we nu langer dan een uur in de auto moeten zitten, komt er elke keer weer zo’n luisterCD op te liggen. De jongens zijn muisstil en vervelen zich niet langer, en de liedjes zingen ze soms dagen later nóg. Want wat zijn die luisterboeken nu? Het zijn bekende sprookjes of verhalen, die opnieuw verteld worden door bekende acteurs. De personages, stemmetjes en vooral de liedjes zijn schitterend gedaan, maar ook voor volwassenen valt er een en ander te rapen, want de dubbele bodems, politieke verwijzingen en woordspelletjes allerhande zijn legio. Wolf vraagt me geregeld waarom ik in de lach schiet, en vaak moet ik hem dan het antwoord schuldig blijven omdat ik het gewoon niet uitgelegd krijg.

Intussen hebben we er toch wel al een aantal gekocht: De Reisgenoot (“Toppie, toppie, deze job is toppie! De satisfactieradius maakt happy in het koppie!”), De Nachtegaal, en Bart kreeg onlangs ook De Bremer Stadsmuzikanten als bedanking voor een lezing. Blijkbaar kan je ze hier tegen betaling ook downloaden, en dat is zo mogelijk nog interessanter. Nochtans hebben de boeken ook wel een meerwaarde: Kobe zit er graag in te bladeren om naar de maffe tekeningen te kijken, en Wolf leest de liedjesteksten erop na.

En nee, ik krijg hier niet voor betaald, ik vind die CD’s gewoon de max!

Lego Heroica

We hadden al eerder de Lego Minotaurus mogen uittesten, nu kwam de vraag of we het nieuwe Lego Heroica wilden proberen. Daar zeiden we uiteraard geen nee tegen, en dus lagen er hier een paar dagen later twee dozen te blinken: Fortraan en Waldurk. Ze mochten even blijven blinken, door ziek te zijn zag ik het niet zitten om de regels aan een scholier en een kleuter uit te leggen, en ik wilde ze eigenlijk ook houden voor in Center Parcs.

Man, het is een hit!

legoheroica

Je steekt met de blokjes een parcours in elkaar, en daar ben je al gauw een uurtje zoet mee. Een fijn uurtje, eigenlijk. En dan is het de bedoeling om met je held – daar bestaan er verschillende soorten van, met elk hun eigen speciale krachten – zo snel mogelijk het einddoel te bereiken: de zombiekoning verslaan, of de Kelk des Levens pakken, of dat soort dingen. Onderweg kom je voor gesloten deuren te staan waar je dan een sleutel voor moet vinden, kom je zombies, spinnen of weerwolven tegen, kan je flesjes of goudstukken ontdekken, of open je een schatkist waar evengoed een valstrik in kan zitten.Voor wie iets van spelletjes kent: het doet me denken aan Warhammer Quest.

Maar het gigantisch leuke is – en een voordeel tegenover de meeste klassieke gezelschapsspelen – dat je voortdurend zelf je parcours kan aanpassen. De jongens hebben al de meest wijze dingen gebouwd, en zelfs Kobe, die nochtans nog maar vier is, kan ongelofelijk goed meespelen, al zegt de doos dat het vanaf acht jaar is.

De twee dozen zijn apart te spelen, maar vormen samen een nog veel wijzer parcours, met extra mogelijkheden.

Mocht je twijfelen wat je je kind wil geven voor Sinterklaas of Kerstdag: dit is een aanrader. En niet alleen omdat we ze gratis gekregen hebben, want ik denk dat ik me nog een extra doos (er zijn er vier) ga aanschaffen.

(De foto is van hier thuis, omdat ik het ginder te druk met spelen had.)