Een nieuwe basgitaar

We hadden het er al eerder over gehad: Kobe wilde een nieuwe basgitaar. Per slot van rekening speelde hij op een instrument dat ik destijds, in 2022, voor amper 100 euro had gekocht omdat basgitaren gewoon wijs wijn en dat geen geld was.

Van de Moer hield vandaag een speciale gitaardag met kortingen en al, maar daar viel onze aankoop helaas niet onder. Tsja. Na lang wikken en wegen en uitproberen ging Kobe voor een Music Man Sterling, met een basversterker van Peavey en een stevige draagzak. Een stevige rekening, dat ook, maar bon, hij speelt vaak genoeg, treedt ook op en daarbij, het is een instrument. Tsja.

Geslaagd shoppingdagje

Het is niet altijd even gemakkelijk, shoppen met mijn dochter. De vorige keer hebben we ettelijke winkels afgelopen op zoek naar een geschikte jeans, en man, dat was een bezigheid…

Maar vandaag zat het allemaal mee. We parkeerden in de Sint-Michielsparking en liepen langs de Ajuinlei richting de Snipes, want ze wilde een specifiek paar Adidassen. In het passeren kwamen we dus voorbij de Think Twice, waar het echt wel druk was, maar ik toch even wilde kijken. Ze stribbelde tegen – nogal snel overprikkeld door de drukte – maar kwam aanzetten met het ideale jeansshortje – dat is ook al zo’n moeilijke! – en een leuk topje. Score dus. Ik had een lichtgroene avondjurk voor Aether mee, en dat ging op zo’n 30 euro komen in totaal. Groot was mijn verbazing toen dat amper 12 euro was: alles was aan vier euro! In de gauwte hebben we dan ook nog een lange groene bermuda voor Kobe meegegrist, eentje voor de scouts.

Helemaal in ons nopjes gingen we lunchen op de hoek bij Café René, en toen was ik plots helemaal star struck, iets wat me zelden overkomt: een tafeltje verder zat zowaar een grote man, strak in het pak, met heel speciale schoenen, lang grijs haar en een snor: Ilja Leonard Pfeijffer! Merel moest me nog net niet tegen de schenen schoppen en siste me toe dat ik niet zo mocht staren! Maar serieus! Ik heb de man wel met rust gelaten, maar ik had toch bijna een foto genomen.

Enfin, wij verder, en jawel, het gewenste paar schoenen voor haar en een extra paar Skechers voor mezelf in een zacht auberginepaars. En, lo and behold, we vonden zelfs een geschikte jeans voor haar in de Stradivarius! En nog een bijzonder mooi bloesje ook, en een broeksriem.

Ik denk dat we zelden zo snel ons goesting vonden. We zijn nog even de Pull & Bear binnengelopen voor een extra broek voor Kobe, en dat was dat. Iets na vier waren we alweer thuis en kon ik in de zetel ploffen. En Merel kan weer een tijdje voort qua schoenen en jeansen.

Transcripts of a sea

Eigenlijk houden Bart en ik altijd al van fotografie, en dan bedoel ik kunstfotografie, niet zomaar snapshots.

Eerder had Bart me voor mijn verjaardag al een foto uit de reeks Unwanted Flowers van Hannes Couvreur cadeau gedaan:

Nu had hij geheimzinnig gedaan over een meer dan behoorlijk prijzig cadeau voor Valentijn (al doen we daar niet echt aan).

In december 2023 had ik hem in Parijs meegenomen naar een galerij met werk van Stephan Vanfleteren, Nature morte – still life. Toen waren we er allebei stil van geworden, van wat Vanfleteren doet met het licht in zijn foto’s.

En toen was er, twee jaar later, de tentoonstelling Transcripts of a sea met foto’s van de zee, waarin hij uiteraard nog veel meer speelt met het licht. Overweldigend, en opnieuw om stil van te worden.

Blijkbaar was Bart beginnen mailen met de kunstenaar en had hij onderhandeld over een van de foto’s. Vandaag werd die foto gebracht. Allez, ’t is te zeggen: vandaag stond Vanfleteren hier in eigen persoon met zijn camionetje om de foto te leveren, netjes ingepakt in karton, noppenfolie, nog karton, plastiek en met hoekbeschermers.

We pakten hem samen uit en zetten hem voorlopig tegen een van de muren, waarna ik ademloos kon kijken naar de prachtige foto. Of, zoals de kinderen later zeiden: “Goh ja, het is een foto van de zee hé.” Cultuurbarbaren.

Vanfleteren bleef nog even voor een koffie en een babbel, en hij bleek een bijzonder innemend, sympathiek man van het diepe West-Vlaanderen. We hebben over zowat alles staan kletsen – hij had al lang genoeg in de auto gezeten en stond liever – en ik denk dat hij hier drie kwartier is gebleven, tot hij verder moest met zijn leveringen.

De foto is me nu nog dierbaarder omdat ik weet hoe de persoon is die erachter zit.

Bart en ik hebben hem voorlopig boven de zetel gehangen, aan de ophanging van de Unwanted Flowers, maar hij moet iets lager en centraler. De bloemen komen boven de eettafel te hangen. Maar de zee hangt er nu wel al prominent te prijken.

En vooral: hij gaat prachtig zijn in het appartement…

Weekendje Parijs: dag 2

We waren vroeg op, omdat we om 10 uur aan de Fondation Louis Vuitton moesten staan, en die ligt buiten het centrum, voorbij de péripherique, aan de Bois de Boulogne. Gisterenavond was dat drie kwartier per auto, vandaag bleek dat – maar dat zagen we pas toen we al op waren – amper 25 minuten.

Soit, tegen half negen hadden we onze spullen opgeruimd, waren we via het piepkleine – en dus claustrofobische – liftje naar beneden gegaan en zaten voor een croissantje.

We wandelden iets verderop om onze bagage af te geven en namen dan een Uber. Het is wel makkelijk zo: tegenwoordig bestaat er een service die aangeeft waar je overal je bagage in bewaring kan geven voor een dagje: voor 6 euro konden we ons valiesje afgeven om 9.00 uur en die dan later, rond een uur of vijf, weer gaan ophalen. Dat was in een gewoon kleiner hotelletje, maar ik kan me voorstellen dat die op een dag zo ook wel een fijne bijverdienste hebben. Handig!

Een dik half uur te vroeg stonden we dus voor de Fondation Louis Vuitton, zodat we nog een wandeling door het park achter het gebouw maakten. Wel, daar heb ik dus ook van genoten, zo aan de arm van mijn liefste.

En toen stonden we bij Gerhard Richter, maar die krijgt zijn eigen aparte blogpost. Die verdient dat.

Soit, we liepen nog eens door en rond het gebouw, verzeilden zowaar in het Aziatische pretpark dat daarnaast ligt, en namen de metro richting centrum.

Ons verblijfje lag pal tegenover de Samaritaine, maar we waren er niet binnen geweest. Dat euvel gingen we rechtzetten door er dan ook maar te gaan eten.

De bijzonder vriendelijke ober wist ons te vertellen dat er wel degelijk nog een terras was, maar tegenwoordig was dat gelinkt aan een poepchic hotel en was het ook niet open in de winter. Jammer.

Voor Bart was het stilaan welletjes, zodat we nog langs de oevers van de Seine liepen en hij zich dan, halverwege de Île de la Cité, achter een koffie parkeerde, terwijl ik vrolijk op het eilandje een eind weg ging cachen. Blijkbaar had ik nog wat adrenaline over.

We gingen de bagage ophalen, kwestie van dat achteraf niet meer te moeten doen, en schoven tegen vier uur aan bij het Musée des Arts Décoratifs, maar dat was duidelijk de verkeerde volgorde: het valiesje mocht niet mee binnen. Hmpf. Bart ging dan maar in de Starbucks zitten daar tegenover het Louvre, terwijl ik het museum deed, en daarna wisselden we om.

Ik ben zot van Art Déco en had uitgekeken naar de tentoonstelling, maar… ook al was het met tijdsslots en werd het publiek zogezegd beperkt, het was er zeer onaangenaam druk. Als in: ik heb bepaalde vitrines gewoon overgeslagen omdat er drie rijen mensen voor me stonden. Bepaalde gangen kon je alleen door al schuifelend, het was aanschuiven en wachten. Blah. Op een goeie drie kwartier stond ik weer buiten, terwijl ik daar anders wellicht een uur of twee had doorgebracht. Teleurstellend, maar wel enkele prachtige dingen gezien.

En dan waren er de interieurs van de Orient Express…

Bart kwam me ophalen, we namen de Uber richting station, en dat was dat. Daar moesten we nog even wachten – liever te vroeg dan te laat -, installeerden ons op de trein, en tegen iets over negenen stonden we weer thuis.

Amai mijn voeten. Letterlijk.

Weekendje Parijs: Picasso en Minimalism

Bart had een paar weken geleden geopperd om naar Parijs te gaan: er waren enkele tentoonstellingen die we wilden zien, vooral dan die van Gerhard Richter, en er was ook Minimalism in de Pinault, maar dan was dit het laatste weekend dat het kon.

Euh, wij dus deze ochtend om half zeven per auto richting Rijsel, en dan om acht uur de TGV op. Ja, het was vroeg, maar dat stoorde niet: in die trein kan je lekker chillen. Iets over negen namen we een Ubertje richting de plek waar we onze bagage konden droppen – onze slaapplek was nog niet beschikbaar – en dan ging het te voet, doorheen het op dat moment nog rustige Parijs, richting het Picassomuseum een heel eind verder. We wandelden een heel eind parallel met de Champs Elysées, over de Place de La Concorde, doorheen de Tuileries, en zagen dat het dan nog een dik half uur was, en dat we het niet op tijd gingen halen.

Elk museum is tegenwoordig met tijdslots, en het is dan ook redelijk belangrijk om daar op tijd te zijn. Aangezien we toen al drie kwartier aan het stappen waren, namen we voor die laatste drie kilometer alsnog een Uber, zodat we netjes op tijd waren in het Picassomuseum, maar, zodra we er binnen waren, toch eerst een koffietje gingen drinken. Dat smaakte overigens, geloof me. En het museum was groter en viel beter mee dan verwacht, om eerlijk te zijn.

Iets na twaalven liepen we rustig door de Marais, keken even in de Marché des Enfants Rouges, liepen verder en waaiden een klein Japans – in elk geval Aziatisch – restaurant binnen voor een bentobox.

En toen was er meer dan tijd genoeg om rustig verder te wandelen langs Les Halles, uiteraard mijn favoriete beeld ‘Ecoute’ aan de Saint-Eustache, en dan nog een deftige koffie voor Bart, met een vleugje Epictetus, terwijl ik wat labcaches ging oppikken rond de kerk.

Tegen drie uur stonden we aan te schuiven aan de Bourse Commerciale, het gebouw van Pinault, voor de tentoonstelling rond Minimalisme. Die was, euh, minimalistisch. Ik kan niet zeggen dat het me echt aansprak, maar wat een gebouw zeg! Aan de binnenkant van de koepel heeft Tadao Ando een betonnen constructie gezet waardoor je het geheel nog veel beter kan bekijken. Knap!

Ons logement lag op vijf minuten stappen verder, aan de Rue de Rivoli, tegenover de Pont Neuf, dus gingen we eerst daar naartoe, want de rug begon het behoorlijk op te geven. Alleen stond onze bagage dus vier kilometer verderop. Meh. Bart had een schitterende locatie uitgezocht, maar over die bagage hadden we dus niet goed nagedacht. Soit.

Het appartementje – zitkamer-keuken in elkaar, apart toilet, slaapkamer met een soort open badkamer – moet vroeger de helft van een groter appartement geweest zijn, maar voldoet volledig aan de vereisten van een toerist. Het valt ook onder een hotelketen, en was dus voorzien van alle comfort en toiletbenodigdheden, maar met twee ruimtes, met zelfs een wasmachine, afwasmachine en diepvries. Niet dat we die nodig hadden, maar het was wel makkelijk dat er twee ruimtes waren.

Ik ging liggen en viel prompt in slaap. Bart was, zoals altijd, een schat en ging de bagage ophalen, waarna hij rustig nog een koffietje nam en een beetje schreef of zo.

Tegen zeven uur waren we verwacht in een chic Japans restaurant wat verderop, zodat we ons in het intussen nachtelijke Parijs begaven. En dat restaurant? Meh. We waren allebei echt niet onder de indruk, er was geen enkel gerecht dat echt de moeite waard was, het was alleen maar duur. Tsja. Dat weten we dan ook alweer.

Via een kleine omweg liepen we terug naar huis, zo rond kwart over negen, staken even de Seine over, en zagen dat het goed was. Paris Ville Lumière, wel degelijk.

Maar geloof me, we waren doodop tegen dat we in ons bed lagen, en we sliepen snel. Het was dan ook een lange, goed gevulde dag, zoals mijn echtgenoot pleegt te zeggen.

Moscou

Bart had in mijn agenda gezet: “gewoon nog eens samen gaan eten”. Dat “samen gaan eten” klopte wel, dat “gewoon” iets minder, want Moscou is het nieuwe restaurant van de intussen 71-jarige Danny Horseele, en hij heeft duidelijk torenhoge ambities.

De locatie is ietwat vreemd, aan de afrit van de E17 in Gentbrugge, achter de Gamma, in een industrieterrein. Dat zie je overigens totaal niet van binnen: daar is het bijzonder aangenaam zitten, met een greige interieur en een groot raam waardoor je in de piekfijne keuken kan binnenkijken.

We namen de vijfgangenmenu – niet dat er keuze was, maar bon – en daarbij het aangepaste saparrangement. Beginnen deden we met een alcoholvrije cocktail, en daar kwamen verschillende hapjes bij: een mini ‘croque deluxe’ met onder andere foie gras en coquille, scheermes op drie verschillende manieren klaargemaakt – en ja, de ‘schelp’ is geen schelp maar perfect eetbaar – en iets dat Maldonado chimichurri heet. We wisten meteen dat het niveau hoog, zeer hoog ging zijn.

Het eerste voorgerecht was een cevice van skrei, en complimenten voor de sapsommelier: als je het sapje op voorhand proefde, smaakte het soms zeer vreemd. Maar zodra je het bij het gerecht dronk, klopte het volledig, een perfecte samengang. Daarna kwam een Rubia Capricho d’Oro met makreel. En ja, het ene moest een lente voorstellen, compleet met eetbare vlindertjes, en het andere was dus een pizzaatje, maar met nog twee andere gerechtjes bij.

En toen kwamen er kikkerbilletjes met zwarte look, waarbij een moeras geëvoceerd werd. Het lekkerste van de avond, echt…

Het echte hoofdgerecht was duif met tijm en peer, maar dus een stukje borstvlees in een sausje met kers in verwerkt, en dan een boutje, daarnaast nog een derde potje met een stoverij, en zelfs nog een soortement pizzaatje. Vier bereidingen, alle vier even lekker.

Tegen dan was het voor mij meer dan welletjes, maar echt. Als ik nog meer ging eten, ging ik misselijk zijn – nadeel van de Mounjaro – en mijn rug was het ook compleet aan het opgeven. Vrijdagavonden zijn lastig: een ganse werkweek, daar moet de rug van bekomen. Het waren ook geen ideale stoelen, al had ik halverwege een andere stoel gekregen omdat ik even naar de gang was gegaan om recht te kunnen staan en de rug te stretchen. Heel attent, echt.

Het dessert heb ik dus afgeslagen – ik ben ook al geen fan van bloedappelsien – maar Bart had dat wel, natuurlijk.

Toen we daarna de rekening vroegen, werd daar verbouwereerd op gereageerd: er waren nog koffie of thee met versnaperingen, maar toen ik zei dat de rug niet meer mee wilde, gaven ze ons die dessertjes gewoon mee in een doosje. Maar zalig, toch?

En de rekening? Eerlijk, ik denk dat ze een foutje hebben gemaakt, want dit was echt spotgoedkoop en minder dan dat er op de menu aangekondigd stond. Ware het niet dat de rug niet mee wilde en dat ik dus echt naar huis wilde, ik had het aangehaald en laten nakijken, want dit was echt te weinig voor de topkwaliteit die we kregen. EDIT: nagekeken, en bij de menuprijs zit een aperitief, de wijnen of saparrangement, water en koffie of thee gewoon inbegrepen. Spotgoedkoop.

Bij het dessert kwam de chef zelf even groeten, en ik zei het hem, dat ik een enorme bewondering voor hem had, dat hij op zijn 71ste nog die ambitie had. Hij had evengoed na zijn ‘pensioen’ een brasserie kunnen beginnen of zo, maar nee, een toprestaurant. Hij heeft geen ster omdat het nog niet lang genoeg open is, maar ik ben er zeker van: minstens één ster, en wat mij betreft zelfs twee. Complimenten voor zijn hele team en dus ook sous-chef Nicolai Van Quickelberghe.

Top.

 

Nieuwe koffiemachine

Blijkbaar is de levensduur van een koffiemachine zo’n acht jaar: eind november 2016 heeft de vorige de geest gegeven, en kwam er dus een nieuw exemplaar.

Dat begon nu toch wel te sputteren: af en toe weigerde ze dienst, kregen we een gevarendriehoekje, en dan was het een kwestie van het waterbakje onderaan en achteraan af te drogen, en er redelijk hard weer in te rammen, in de hoop dat dat zou helpen. Soms ging het dan meteen, soms moest je een keer of vijf proberen, wat wel tot enige frustratie leidde. Soms ging het dan weer een week goed, en dan wilde ze enkele dagen weer absoluut niet meer. Jammer, want het was echt een fijn machien, een Delonghi.

En dan was het Black Friday en kon Bart zo’n Philipsmachine scoren voor de helft van de prijs, die waar zo reclame wordt voor gemaakt.

Intussen hebben we die dus al even, en ik ben matig enthousiast. De koffie is goed, het waterreservoir ongeveer hetzelfde, de opwarmtijd ook. Bart had deze genomen omdat die zo’n fijn melkbakje heeft dat je heel makkelijk kan afwassen, zonder gedoe, en dat je ook gewoon in de ijskast kan zetten. De geschuimde melk is dan ook echt goed, alleen… is de koffie voor mij dan gewoon echt niet warm genoeg. Ik ben dus na een tijdje weer overgeschakeld op melk warmen in de microgolf en daar dan koffie bij. Jammer!

En een stevig minpunt is dat het niet laat weten wanneer de koffiebonen op zijn. Ik heb al een paar keer gehad dat ik mijn melk opwarm en daar dan blijkbaar gewoon heet water laat bij lopen. Resultaat: het hele boeltje in de pompsteen en opnieuw beginnen. Meh.

Maar het werkt dus wel gewoon zonder tegensputteren, zonder gedoe, en het is goeie koffie. En ik zal u wel laten weten of het opnieuw acht jaar mee gaat. Hopelijk wel.

Sin

Ik was er eerder voorbijgelopen met Gwen en had toen gedacht dat dit wel een fijn restaurant kon zijn voor een volgende keer. Ik had zelfs de menukaart gefotografeerd.
En toen zette Bart dit in de agenda als verjaardagsetentje, puur toeval.

Sin is een… concept. Als in: het heeft allemaal wel iets met zondes te maken, zowel menukaart als tafelschikking als de uitleg bij de verschillende gerechten. Ik kon het wel smaken, ja.

We gingen voor een alcoholvrij aperitief, en dan de menu van vijf gangen. Wél met vlees (The Full Sin, versus Sin-free) maar zonder wijnen, uiteraard. En ja, het was goed. Niet ze-zijn-op-weg-naar-een-ster-goed, maar wel echt goed.

En, zoals je kan zien, heel mooi gepresenteerd. Goedkoop? Nee, maar dat hoeft ook niet, want het was wel op niveau.

Een aanrader dus, tussen de Vrijdagmarkt en het Anseeleplein.

Japan!

Jawel, de kogel is door de kerk, de beslissing is gevallen: we gaan in de paasvakantie met zijn allen naar Japan!

Bart had dat al lang op zijn verlanglijstje staan, maar ik zag dat niet zo heel erg zitten wegens echt wel lang vliegen, en de rug vindt dat niet fijn. Maar lang leve de erfenis van Nelly: we vliegen in business class, zodat ik languit kan liggen en hopelijk minder last heb. Het is helaas wel met een tussenstop in Shangai, maar bon, dat overleven we hopelijk ook wel weer.

En voor de rest blijven we enkele dagen in Tokio, nemen we onder andere de bullet train naar Kyoto, doen we ergens een theeceremonie en een samoerai-initiatie, gaan we allerhande dingen bekijken, maken we een wandeling door natuurgebied, slapen in zo’n echt oud Japans huis, dat soort dingen. Een beetje zoals in Canada, maar dan op zijn Japans. En er is uiteraard ook tijd voor eigen inbreng.

Deze keer is het niet met een auto maar per trein, en ook dat komt wel helemaal goed, denk ik.

Waarom de paasvakantie? Omdat het dan een stuk minder warm en vochtig is, en omdat de jongens dan allebei kunnen. Want in de grote vakantie is Kobe eerst op kamp, en daarna heeft Wolf al die competities met UGent Racing, waar hij als bestuur niet onderuit kan en wil. Eerst twijfelden we nog omdat in de paasvakantie Arwen eerst niet mee kon wegens een stage of zo, maar dat heeft ze kunnen aanpassen of regelen, zodat ze ook mee kan. Wolf blij, Merel blij, Arwen blij, en wij dus ook blij.

Japan, begot!