Nerdlab
Kobe had inderdaad een tijdje geleden een foldertje meegekregen naar huis, maar zoals zovelen lijden ook wij aan foldermoeheid. We hadden het dus niet eens bekeken.
En toen kwam hij woensdag enthousiast thuis van school: dat ze in de bibliotheek meegedaan hadden aan Nerdlab Het mobiele Makerslab, en dat hij dat de max had gevonden.
Ha ja? Bleek dat Nerdlab met hun mobiele makerslab van Bibliotheek De Krook in 2017 naar verschillende wijkfilialen reist. “Daar kunnen tieners (10-14 jaar) hun eigen stad bouwen, met behulp van lasercutting, elektronica, videomapping en streetart. Een creatieve en leerrijke dagen, met een spectaculair resultaat!”
Het was vorige zaterdag al geweest, en vandaag wilde hij dus ook wel gaan. Alleen… Kobe zou Kobe niet zijn mocht hij om tien uur klaargestaan hebben. Hij vond dat hij later ook nog wel kon aansluiten, en wie ben ik dan om dat tegen te spreken. Zodoende stond hij niet om 10.00 uur, maar wel pas om 14.00 uur in de bib, iets waar hij achteraf spijt van had.
“Want ja, mama, we hebben een bristlebot gemaakt, en nog veel wijze dingen! Kijk maar!”
Jammer genoeg waren er maar drie kinderen aanwezig. Allez zeg, zo spijtig!
Volgende week wil hij ook gaan, maar we moeten dat nog bekijken, want er is ook rugbymatch in Oudenaarde…
Enfin, we zien wel, ik ben in elk geval al blij dat hij het leuk vond!
365 – 18 november 2017 – zatte Olga
Cantandum
Doordat mijn rug kapot is, geraak ik uiteraard ook niet in mijn koor. Ik heb daar hartzeer van, echt, want ik kon de repetities goed gebruiken. In januari hebben we namelijk twee concerten, en ik heb nog serieus wat oefenwerk. Maar bon, ik zal dan maar hier thuis zorgen dat ik alles instudeer zeker? Het is niet hetzelfde, maar het zal wel helpen, en hopelijk lukt het me tegen december om toch tenminste die twee uur in het koor te zitten. Ach, we zien wel.
Ik heb van hen in elk geval al een allerliefst kaartje gekregen om me beterschap te wensen en me een hart onder de riem te steken. Ze missen me, zeggen ze…
Ik kan gelukkig wel op mijn laptop werken, hier al liggend in de zetel, en dus had ik tijd genoeg om aan de website van het koor te werken. Veel is het nog niet, want het is niet alsof we een echte historiek hebben, en voorbije projecten en zo, maar bon, er staat tenminste al iets op.
Voor wie het eens wil zien: www.cantandum.be. En wie over een goeie stem en een stevige dosis notenkennis beschikt, mag ook altijd gerust komen meezingen hoor!
First to Find
Bij het geocachen gaat het om het plezier van het zoeken, het ontdekken van plekjes, en het wandelen of fietsen. Het is niet alsof je er iets mee wint, en toch zit er een sterk competitieve kant aan: om ter meest, om ter moeilijkst, om ter snelst…
Zo is het ook altijd een wedstrijd om op het ‘podium’ van een cache te staan: First to Find, Second to Find, Third to Find. Ik had al eens een STF gescoord een tijd geleden bij een nieuwe cache in de buurt van het Gaardenierspad hier in Wondelgem.
Maar vandaag was ik rustig bezig, had ik al vanalles gedaan, net (nogal laat) gegeten, en kom ik dus terug aan mijn bureau, wanneer ik in mijn inbox zie dat er een nieuwe cache is uitgekomen op een vijftal kilometer. In Sleidinge. Oh yo en al!
Ik geef het toe: ik ben in mijn auto gesprongen en naar Sleidinge gereden: op een simpele maandagmiddag maak je meer kans dan op pakweg een zaterdagavond, wanneer er veel meer volk beschikbaar is. En jawel, ter plekke had ik de nieuwe cache al snel gevonden in een buis van een vuilbak. Maar het is niet omdat ik het potje zag zitten, dat ik het ook kon pakken! De hint bij deze nieuwe cache was: “Magneetkracht of drijfkracht”. De magneet die ik bij had, was helaas niet sterk genoeg, maar ik had nog wel een kwart bidon water in de koffer staan. Bon, teruggelopen naar de auto, water in de buis gegoten, en jawel, mijn eerste First To Find was een feit! Yay!!
Ik dacht: ik heb nog eventjes, laat ik dan maar meteen de korte multi van Ronde van Evergem – Sleidinge erbij nemen. Dat bracht me vanop de markt in ocharme tien minuten te voet tot in de velden. Mooi!
Het is misschien stom, maar de combinatie van de FTF, de geraapte kastanjes en de korte wandeling in de wind gaven me een bijzonder voldaan gevoel. Heh.
The Expanse
Wie me kent, weet dat ik een grote fan ben van zowel science fiction als fantasy. Dat mogen boeken zijn, strips, films, larps… Regelmatig vraag ik op Facebook naar nieuw kijk- en leesvoer, en dankzij mijn geweldige, diverse en geeky vrienden krijg ik massa’s aanraders.
Eentje die telkens terug kwam, was de reeks The Expanse op Netflix.
Ik geef het toe, Bart en ik waren na de eerste twee afleveringen – die kans geven we zo goed als altijd, het moet al echt erg zijn al we na één aflevering afhaken – nog niet helemaal overtuigd. Als in: had ik niet aangedrongen, dan hadden we opgegeven. Maar man, die reeks groeit! En groeit!!!
Het is voor een keer ook een zeer realistische sci-fi: geen glimmende omgevingen en prachtige uniformen, maar het grauwe, het grijze, het vettige, de worsteling om lucht en water, het algemeen menselijke tegenover daarnaast een schitterend geopolitiek – zeg gerust: interplanetair macropolitiek – thema. Om maar iets te zeggen: je vindt intussen hele wetenschappelijk onderbouwde theorieën over de snelheid van de ruimtetuigen in de reeks, en ook de garderobe van een van de hoofdpersonages heeft haar eigen website. Terecht ook, ik heb er ook al op zitten kwijlen, op die kleren.
Ik durf gerust beweren dat The Expanse de beste sci-fi is die ik in jà ren heb gezien. Na een aflevering blijft die even doorzinderen. En ik heb erover gedroomd, dat ook. En ik vind het ongelofelijk spijtig dat ik einde seizoen twee zit, en dat het dus wachten is.
Met andere woorden: ben je nog op zoek naar een nieuwe reeks, heb je niks tegen sci-fi, en heb je Netflix? Niet aarzelen. U mag me achteraf op een koffie trakteren als bedankje, jawel.
365 – 27 juli 2017 – nieuw speelgoed
Leeswoede
Begin september had ik nog eens gezegd hoe graag ik opnieuw aan het lezen ben, na jà ren van grotendeels inactiviteit.
Intussen heb ik er alweer stapels verslonden, maar met één duidelijke constante: op de Kindle. En eigenlijk gewoon omdat ik ze op die manier veel rapper in handen heb – een paar kliks op Amazon en ik heb het -, ik in het volle zonlicht kan zitten lezen zonder zonnebril, en ook in mijn bed geen nachtlampje hoef aan te steken, waarbij mijn boek dan in tegenlicht zit. Ik kan het ook overal meenemen, het is serieus dun, en ik heb er altijd wel meerdere boeken op staan.
Bon, wat heb ik de voorbije maanden, sinds september, nog gelezen?
Wel, die Michael Ondaatje waarover ik het had. Niet slecht, niet slecht, maar niet meesterlijk, nee. En toen bleken er nog extra boeken te zijn van de Masters of Rome reeks van Colleen McCullough, en moesten die er ook aan geloven, ook al zijn ze elk meer dan 1000 bladzijden lang.
- Caesar
- The October Horse
- Anthony and Cleopatra
Meer dan 3000 bladzijden later nam ik met pijn in het hart afscheid. McCullough had nog perfect verder kunnen schrijven over Augustus, ware het niet dat ze intussen zo’n klein beetje gestorven is, en dat dat een beetje roet in het eten gooit.
Tussendoor kwam er Oorlog en Terpentijn bij, van Stefan Hertmans, voor de leesclub van school. Ik was echt van mijn sokken geblazen door dat boek: meesterlijk! Zowel qua schrijfstijl als qua inhoud. Ik weet zeker dat ik dat over een paar jaar nog eens ga herlezen. Mijn bespreking voor de schoolwebsite staat overigens hier te lezen.
Ook The Nest van Cynthia d’Aprix Sweeney werd gelezen, ook alweer in het kader van de leesclub, want ik zou er zelf nooit op gekomen zijn. Ook een zeer fijn, beklijvend boek, vond ik. Bespreking hierzo.
Verder had ik weer eens zin in goeie fantasy, en een vraagje op Facebook overlaadde me met titels. Ik pikte er de trilogie “The First Law” van Joe Abercrombie uit, en ik moet zeggen: ik was onmiddellijk verslaafd! Tv kijken hoefde niet meer, ik las, en op een paar dagen zijn zowel The Blade Itself, Before they are hanged en Last Argument of Kings eraan voor de moeite. Magnifiek gewoon! Allez, toch als je van fantasy houdt.
Momenteel zit ik zo’n beetje in de fantasy, dus ik denk dat ik daar nog een beetje aan verder doe, wellicht met The Black Company van Glenn Cook. Maar eerst nu, voor de leesclub, La Peste van Camus. Geen idee of ik dat eigenlijk wel zie zitten, dat Frans. Da’s echt van het middelbaar geleden dat ik nog Frans heb gelezen.
Soit, allons-y!





