Romeinse archeologie in de klas

Ergens in de paasvakantie zag ik een item passeren op AVS over een Romeinse opgraving in Merendree. Dat interesseert me sowieso, maar ik vond het nog véél leuker toen ik zag dat de geïnterviewde archeoloog in kwestie een oud-leerling van ons was, een Griekje dan nog.

Maar Lucie, mijn collega Latijn en vooral Grieks, had dat ook gezien en was meteen in actie gekomen: ze had een mailtje gestuurd naar het bedrijf om Maartens gegevens te vragen en had dan ook Maarten de vraag gesteld of hij het zag zitten om op zijn oude school tijdens de lessen Latijn te komen spreken over die opgraving.

En Maarten, die twijfelde blijkbaar geen moment en zei onmiddellijk ja. Vandaag stond hij dan ook op school, bij de derdes van Sam en mijn tweedes, dus nog geeneens bij leerlingen van Lucie. En ja, hij deed dat bijzonder goed. De verlegen, stille leerling van bij ons was intussen een zelfzekere dertiger die het echt kon uitleggen met een passie. En vooral: hij had vanalles meegebracht, een aantal stukken die wel al door hen gecatalogeerd waren, maar die hij daarna naar de Technologiecampus van de UGent ging brengen om ze te laten behandelen door de afdeling chemie tegen oxidatie en ander bederf. Het doet ook gewoon raar om voorwerpen in uw handen te hebben die een Romein een kleine tweeduizend jaar geleden heeft vast gehad. Ik vond het helemaal de max en ging erin op als een kind in een snoepwinkel. Maar zo wijs, gewoonweg! En Maarten komt nog eens terug in mei voor de vierdes, de vijfdes en de eerstes van de vier uur. Echt serieus, zalige kerel intussen!

Ik schreef er het volgende over op de schoolwebsite:

Toen mevrouw Heymans, leraar Klassieke Talen, op AVS plots oud-leerling uit de richting Grieks-Latijn Maarten Praet hoorde praten over spectaculaire vondsten uit de Romeinse periode in Merendree, kon ze niet anders dan hem contacteren, toch?

Maarten stemde toe om op school te komen praten over die bewuste vondsten, voorzag een heuse powerpoint en had een hele resem voorwerpen mee. Hij legde uit wat Group Van Vooren precies doet, hoe een archeoloog te werk gaat en wat er zoal te vinden is daar in de vicus, de Romeinse wijk van Merendree. Daarnaast had hij een aantal interessante artefacten mee: onder andere een dakpan met de afdruk van een hondenpootje, maalstenen, potscherven met terra sigillata en vooral ook enkele van de 65 gevonden fibulae, Romeinse mantelspelden. Die laatste zijn zelfs nog niet gepubliceerd en gingen na de uitleg rechtstreeks naar de afdeling chemie van de Universiteit Gent om daar behandeld te worden tegen oxidatie. De leerlingen luisterden, keken toe, mochten de voorwerpen – de meeste toch – betasten en vonden het bijzonder interessant.

En het fijne? Maarten komt in mei nog even terug, want nu hebben enkel de tweedes en de derdes de uitleg gehad, en dan kunnen ook de andere jaren zijn uitleg horen. Nog eens bedankt, Maarten!

Alle foto’s van de activiteit kan u hier terugvinden in ons archief.

UGent Racing: behind the scenes

Eerder schreef ik al over UGent Racing, het Formule E-team waarbij studenten van de UGent volledig van scratch een eigen racewagen bouwen. Op zich is het racen zelfs bijkomstig: de wagen die ze kunnen presenteren, krijgt punten op alle mogelijke criteria zoals gewicht, topsnelheid, programmatie, dat soort dingen. En wanneer de bolide voldoet aan alle veiligheidsvoorschriften, kan en mag er ook effectief mee geracet worden. Mega cool dus.

Wolf zit sinds dit jaar in het team, en hij steekt daar ook echt wel veel tijd in. Elke maandagavond gaat hij werken in de loods aan de Vynckier, waarbij hij in Mechanical Composites zit. Hij is er bezig met het omhulsel dat volledig uit lichtgewicht carbon gemaakt wordt: er moet eerst een perfecte mal gemaakt worden, waarop dan de carbon aangebracht wordt en kan uitharden.

Deze avond waren we, samen met Arwen, uitgenodigd op een Behind the scenes: alle afdelingen waren aanwezig en deden een uitleg, zowel de bouwers van de software, als die van de batterij, het chassis, de buitenkant, het ontwerp, de marketing, enfin, the whole shebang.

En ja, het was best indrukwekkend om te zien, vooral ook hoe de ontwerpen behoorlijk veranderd zijn de voorbije jaren. En ook hoe mijn oudste stond te glunderen en zich ongelofelijk goed in zijn vel en op zijn plaats voelde. Ik denk dat hij echt, echt zijn plekje gevonden heeft als ingenieur.

En ik, ik ben een bijzonder trotse mama.

Frollitchkay Forrel

Intussen ben ik helemaal fan van mijn wasmachine. Ja, het is nog even wennen en kijken welk programma het beste bij welk type was past en zo, maar verder? Ik word nog steeds vrolijk van dat muziekje wanneer ze klaar is, “Die läunische Forelle” van Schubert.

Maar intussen is er meer…

Bart heeft het ding op onze wifi aangesloten, en wanneer de was klaar is, krijg ik hier beneden op de Google Home een gesproken boodschap: “Ik ben een vrolijke forel”. Zo vergeet ik de was dus niet, al gebeurt dat eigenlijk sowieso niet vaak. Alleen… om één of andere vreemde reden blijft die dat halsstarrig in het Engels doen, en krijgen we dus te horen: “Ik ben an frollitchkay Forrel” wat elke keer opnieuw grappig is en de kinderen intussen doet oogrollen.

Daarenboven is er een heel nieuw vocabularium ontstaan in ons huis: “Ik doe de forel wel!” wil zeggen dat iemand het muziekje heeft gehoord en de was wel naar beneden gaat brengen. Of ik kan vragen aan Bart: “Ga jij even vissen?” om hetzelfde resultaat te krijgen. En ik verklaar zelf dat ik nog moet forellen als ik een was ga insteken. Of: “Aha, de forel is gebakken!” Enfin, woordspelingen alom, om ter flauwst, maar intussen wel gewoon ingeburgerd.

Yup, daarom alleen al ben ik blij met mijn nieuwe machine.

Lectuur: “The Olympian Affair (The Cinder Spires, #2)” van Jim Butcher

Na deel één en een novelle wilde ik ook graag deel twee lezen: dit is geen hoogstaande diepzinnige lectuur, maar wel zeer vlot geschreven, hoogst onderhoudende fantasy, dus waarom ook niet?

De wereld staat op de rand van oorlog: Spire Aurora heeft zijn vloot in gereedheid gebracht en valt zelfs verder gelegen spires aan. Alleen… is dat niet op conventionele manier, maar met een nog onbekend wapen dat een hele bevolking kan uitroeien.

De enige hoop voor Albion is om tijdens een conferentie op Olympia medestanders te vinden én dat wapen uit te schakelen. Uiteraard komen daarvoor de hoofdpersonages uit het eerste boek op de voorgrond: zij moeten de ambassadeurs begeleiden en beschermen, en wie weet ook dat geheime wapen ontmantelen. Dat vergt niet alleen moed en doorzettingsvermogen, maar ook een stevige dosis waanzin, overmoed en uiterlijk vertoon.

Yup, zeer onderhoudend, en eigenlijk niet zo licht als je wel zou vermoeden, want er zit ook een stevige ethische inslag in, zoals we intussen bij Butcher dat wel gewoon zijn.

Graag gelezen dus.

Call of Cthulhu: extra volk

Om de veertien dagen speel ik nog altijd Call of Cthulhu, nu iets meer dan een jaar, met ongelofelijk veel gusto. Het zijn ook wijze mannen, mijn medespelers: de DM is net geen 60 en een bijzonder doorgewinterde speler; Alex ken ik nog van op de Poortlarp jàààren geleden, en daar kom ik ook echt goed mee overeen, ook al is hij intussen al 66; Koen is 65, niet echt een larper, maar ook een fijne speler, en Stefaan kende ik niet, die is ergens in de 40, en speelt ook uitstekend. Een goed groepje dus, maar vier spelers, dat is niet echt veel: zodra er eentje afwezig is, speelt het niet zo makkelijk meer.

En dus zochten we een vijfde man: liefst een rustige speler die in de buurt van het Gentse woont, en zo kwam ik uit op Ruben. Een jonge gast want nog geeneens 30, maar hij past er precies echt wel bij, en hij lijkt zich ook prima te amuseren in mijn clubje van geriacultisten ^^

Vorige maandag hebben we echt quasi niks gespeeld: we hebben meer oeverloos zitten kletsen, bijzonder gezellig, maar niet meteen productief. En onze DM had nog wel zo’n mooie scènes zitten uitwerken…

Hij heeft stapels materiaal van andere games en kan dus zomaar meteen een vechtscène op tafel zetten. Zalig!

Enfin, volgende keer wat meer doorspelen, maar het gevoel zit in elk geval goed!

Vakantiekaartje

Op de valreep dacht ik er nog aan om een foto te gaan nemen voor een vakantiekaartje. Ik geef het toe: met kerstmis heb ik een oud kaartje gebruikt en in de herfstvakantie was er zelfs geen.

Maar nu – de zon was net achter een dikke laag wolken verdwenen, helaas – dacht ik er alsnog aan, ook al zat ik eigenlijk al in mijn auto. Ik wilde uiteraard krokusjes en eigenlijk ook een zicht op de nieuwbouw, en gelukkig had ik alletwee netjes klaar staan. Ik heb me in wat rare bochten moeten wringen, en dat is niet ideaal op een vrijdag, maar bon, het is wel gelukt.

Hieronder dus de foto, en daarna het kaartje. Best wel oké, denk ik dan.