Projectdagen

Yup, ondanks alles zijn er ook dit jaar nog projectdagen gekomen voor onze leerlingen. We hadden ze eigenlijk wel voorzien op fulltime onderwijs, maar bon, het is nu zo.

Waarom projectdagen? Wel, er zijn Vakoverschrijdende Eindtermen die eigenlijk in geen enkel specifiek vak aan bod komen, maar die we wel per graad aantoonbaar moeten behalen. Die steken we dan bij voorkeur in zo’n projectdag of -week. Daar zitten onder andere sociale vaardigheden tussen, relationele vaardigheden en het gebruik van sociale media.
Dit jaar waren er, om begrijpelijke redenen, geen projectweken voorzien, laat staan meerdaagse reizen. We hebben die ontbrekende VOETen dan maar in projectdagen gegoten, waardoor ik vorige week eigenlijk geen extra les moest geven in de derde graad – de uren clashten met mijn eerste graad – maar wel de meest bizarre toezichten had.

Vandaag mocht ik wel optreden: in een tweedejaartje, waarvan ik zelf geen enkele leerling heb, gaf ik een sessie van twee uur rond sociale media. Er was een hele bundel voorzien en ik had daar een aantal werkvormen uit geselecteerd en voorbereid. Alleen… had ik er totaal geen acht op geslagen in welk lokaal die leerlingen zaten, en dat bleek een labo te zijn. Op zich geen probleem, ware het niet dat ik nogal wat groepsdingen in cirkelvorm wilde doen, en je de tafels in een labo niet kan verplaatsen. Meh.

Enfin ja, ik heb het overleefd, en de leerlingen ook. Nee, het was niet mijn meest boeiende les, maar bon. Jammer.

Gerickrolled

Jawel, het bestaat nog steeds: rickrollen.

Wikipedia zegt: Rickroll is een internetmeme, die ontstaan is in 2007.

Rickrollen gebeurt door een ander een link te geven en de indruk te wekken dat daar iets interessants te vinden is. Maar in werkelijkheid leidt de link naar de muziekvideo Never Gonna Give You Up van Rick Astley. De grap begon in 2007, toen mensen die op het internetforum 4chan op een link naar een trailer van Grand Theft Auto IV klikten doorgelinkt werden naar de video van Rick Astley op YouTube.”

Vorig jaar tijdens de lockdown probeerden mijn leerlingen me af en toe te rickrollen, maar dat is ze eigenlijk nooit gelukt.

Nu, deze week komt Kobe met zijn fagot bij mij: “Mama, mama, luister eens? Ik kan iets dat je wijs gaat vinden.”

Vol goeie wil, zoals een goede moeder betaamt, zeg ik: “Ja liefje? Laat maar horen?”

Waarop mijn allerliefste engeltje met een grote grijns – voor zover je kan grijnzen met een fagotboccaal in je mond – “Never gonna give you up” begint te spelen.

Gerickrolled in mijn eigen badkamer op fagot. Dat kan dus blijkbaar ook.

Zucht.

Apple Watch

Mijn fitbit heeft het nog maar eens begeven. Allez ja, het ding werkt wel nog, maar het scherm is weer helemaal flou geworden, ondanks het feit dat hij waterdicht zou moeten zijn. De twee vorige edities hadden dat ook, en ik heb het er een beetje mee gehad.

Wat ik ongelofelijk fijn vond aan dat ding, is dat het me liet weten wanneer ik gebeld werd, want mijn telefoon staat standaard op stil. Ook berichtjes kon ik op die manier zien. Tenminste… als hij wilde meewerken. Want wat ik de laatste tijd ook probeerde, die functie werkt niet meer, en dan wordt het meteen een pak minder interessant.

Nu had Bart nog een oude Apple Watch in zijn schuif liggen. Hijzelf had destijds de nieuwe versie gekregen en de oude lag dus opzij. Wolf wilde die niet meteen dragen omdat dat voor een gast van zeventien nogal patserig overkomt, en eigenlijk draagt hij ook niet graag een uurwerk.

Ik dacht: “Goh, laat ik het eens proberen, dat ding telt ook stappen en zo, en wie weet kom ik er wel nog mee overeen. En het ligt hier toch maar te liggen.”

Awel, ik ben vooral een kieken dat ik dat ding een jaar heb laten liggen. Ik ben zo iemand die nooit weet waar haar gsm ligt, en ik kan dus oppakken met die watch en dan op zoek gaan naar mijn telefoon terwijl ik, als een FBI-agent, met mijn uurwerk praat. Het ding laat me dus uiteraard weten wanneer ik gebeld word, maar stuurt ook berichtjes door van messenger en Whatsapp en zo. Uiteraard telt het stappen en zit er zo’n bewegingsapp op, maar ook het instant weerbericht en dergelijke.

En – ik heb het nog maar één keertje gedaan, maar bon – midden in een les moest ik iets googlen maar ik had geen zin om op mijn bord een aparte google op te starten, en dus vroeg ik aan mijn uurwerk hoeveel meter dunne darm een mens heeft. Altijd fijn om dat meteen te kunnen aflezen. (En ja, het ging over het geluid dat je darmen maken, een mooi Grieks woord, borborigme.)

En dan kan je bijvoorbeeld ook onmiddellijk je agenda raadplegen en andere dommigheden.

Enfin, een dikke aanrader dus. Iets wat ik al veel eerder had moeten beginnen gebruiken. Ik zou er zelf het geld niet aan geven – die dingen zijn pokkeduur – maar het is echt wel handig, yup. Sorry, fitbit!

De Relieken part 2

In februari had ik al eens de auto en daarna de fiets genomen om een eerste stuk van een reeks van 101 geocaches te gaan loggen: De Relieken, raadsels rond Harry Potter die je dus eerst thuis moest oplossen.

Ik had toen intens genoten van de mooie route, de ongelofelijk rustieke streek en de weidse velden, en aangezien het vandaag stralend, maar echt stralend lenteweer was, trok ik andermaal naar Groot Deinze. Eerst pikte ik met de auto nog de bonussen op die ik de vorige keer niet had opgelost en de ene cache die ik toen nog niet had opgelost en ook niet ter plekke had kunnen vinden, en begon toen aan nr. 31. Ik zette mijn auto aan de kant van een boerenbaantje – en zag toen pas dat er daar blijkbaar af en toe een tractor met “aalkerdeel” moest passeren, maar bon, dat lukte hem toch.

Het was 24°, ik fietste rond in een licht topje en genoot. Intens.

Rond cache nr. 50 begon ik moe te worden, en toen ik er daarna twee niet vond, hield ik het bij 54 voor bekeken. De rest is voor een volgende keer, maar ik moet nog een deel van de raadsels oplossen.

Ik pikte nog wat losse caches op in het passeren en was eigenlijk helemaal ontspannen, uitgewaaid en goed gezind.

En die fiets in en uit de auto krijgen, daar ben ik intussen redelijk handig in geworden.

Face ID

Ik heb op mijn iPhone al een behoorlijke tijd de Face ID instelling. Het principe is simpel: het ding herkent je gezicht en geeft je toegang tot je telefoon. Of zelfs je bankrekening, je It’s me, enfin, tal van toepassingen.

Ik geef toe: ik gebruik dat veel want dan heb je maar één hand nodig. Het ding doet het trouwens automatisch, behalve als je een mondmasker aan hebt. Ik heb dus al vaak gevloekt op het ding :-p en dan toch maar mijn code ingegeven.

Wolfs gezicht staat ook ingesteld als herkenning. De kinderen kennen allemaal mijn code – en ik die van hen, eigenlijk – dus was het zelfs handig als Wolf met één beweging mijn telefoon kon openen voor mij, vooral als we in de auto zitten.

Alleen…

Ik vroeg ooit aan Merel om een of ander berichtje te sturen terwijl we aan het rijden waren, en hup, het ding opende zich. Blijkbaar is Merels gezicht het perfecte midden tussen Wolf en mij, en zonder boe of ba had het ding haar gezicht aanvaard en haar toegang gegeven.

Awel, ik vind dat griezelig. Dat betekent dus ook dat iemand die sterk op mij lijkt, zonder meer mijn telefoon kan openen? Of hoe zit dat precies? Want als mijn dochter probleemloos mijn telefoon opent, in hoeverre is dat dan betrouwbaar?

Hmmm….

Een cape: de heel eenvoudige werkbeschrijving

Ik had het in 2016 al over hoe je zelf een poepsimpele cape maakt met kap. Ik had er toen wel de beschrijving bij gestoken hoe je het doet, maar niet met foto’s. Nu had ik al een hele tijd geleden stof gekocht voor een cape voor Wolf, maar het was er nog niet van gekomen die ook effectief te maken. Veel werk is dat nochtans niet: op een uurtje is dat klaar, van begin tot einde. Hij kreeg de cape dus als kerstcadeautje, maar mocht zelf nog de kleur van de kraag en de sluiting kiezen.

Op zich zijn die capes zowat het simpelste dat er is, als je een beetje rechtdoor kan stikken met een naaimachine.

Je neemt een rechthoekige lap stof, breedte zo lang als je je cape wil hebben (voor mij dus 1.50 meter, voor de kinderen uiteraard een pak korter), en de lengte exact twee keer de breedte. Je neemt een stuk touw en een krijtje, en tekent een perfecte halve cirkel af op je stof. Met hetzelfde middelpunt teken je dan ook nog een kleine halve cirkel voor de halsuitsnijding.

Je knipt de halve cirkels zeer zorgvuldig uit, want de twee overblijvende, min of meer driehoekige stukken heb je nodig voor de kap.

Nu heb je twee opties: ofwel een kap met een zéér lange punt of eentje met een kortere punt.

Voor de lange punt: je legt de twee weggeknipte stukken op elkaar (als het goed is, zijn beide rechte zijden exact even lang) en stikt één van de rechte zijden aan elkaar. Je vouwt het resultaat open en maakt een mooie ‘zoom’ rond de gezichtsuitsnijding (of werkt met een bies). Daarna leg je het opengevouwen stuk op de halsuitsnijding, en past een beetje tot je het juiste plekje vindt waar de kap even breed is als de halsuitsnijding. Teken dat af, knip uit en naai vast langs de halsuitsnijding. Daarna nog het overblijvende stuk van de kap dichtnaaien, en voilà, een kap met een heel lange staart.

Voor de kortere punt: neem een van de weggeknipte stukken, vouw dat dubbel en stik de schuine kant samen. Maak een mooie zoom rond de gezichtsuitsnijding of werk met een biesje.

Leg nu je ‘hals’ op de ronde halsuitsnijding van de cape, teken af, knip en naai samen.

Wil je toch ruimer rond het gezicht, neem dan de beschrijving voor de langere punt, maar knip de punt eventueel wat bij.

Voor de afwerking kan je de cape nog een mooie zoom geven, of een biesje, of om het even wat. Je kan ook met wol en een grove biessteek een tekening op de rug maken. Zelf heb ik bij de volwassen capes zo’n nepbonten kraag genomen die je soms bij winterjassen krijgt en die vastgestikt aan de kraag, aan de binnenkant. Dat geeft een mooi effect als de kap naar beneden is en een lekker warm gevoel aan je nek als je de kap opzet.

Een lichte cape kan je gewoon twee haakjes geven als sluiting, of een mooie knoop, of een houtje-touwtje. Voor de zware varianten maak je ter hoogte van de schouders aan de binnenkant twee zeer lange, zeer stevige linten vast. Op die manier kan je die knopen rond je lichaam in plaats van jezelf de keel dicht te snoeren. Voor een versie die wat openhangt, knoop je de linten eerst onder je armen door, kruisen op de rug en een knoop vooraan. Als het koud is of het regent, knoop je de linten vooraan over de borst, en knoop je ze achter de rug. Heel stevig, en vooral geen druk aan je keel.

Enfin, een ideetje voor in deze lockdowntijden?