Lectuur: “Shadows in Bronze” (Marcus Didius Falco #2) van Lindsey Davis

Zo van die leuke detectivetjes, niet te moeilijk, vlot leesbaar, goed geschreven met een ironische ondertoon, dat lees ik al eens graag tussendoor. En als het zich dan nog afspeelt in het oude Rome, is dat helemaal een plus.

Na deel één van Marcus Didius Falco las ik dus ook deel twee, waarbij Falco ‘vakantie’ neemt in de buurt van Pompeji om daar in opdracht van keizer Vespasianus een aantal samenzweerders op te sporen – met de nodige moeite en doodsverachting, uiteraard.

Maar eigenlijk draait het al evenzeer om de romantische plot: Helena Justina, de senatorsdochter die voor hem als plebejer compleet onbereikbaar is, duikt weer op op een voor hem onverwachte plek, en daar moet hij dan ook mee zien om te gaan.

Is dit topliteratuur? Verre van. Maar is het onderhoudend, doet het waarvoor het bedoeld is? Zeer zeker. Ik las het met plezier en ga de rest ook verder lezen, uiteraard.

Haakproject: een nieuwe vest

Ik vond in de Zeeman deze zomer grote bollen wol in het perfecte auberginekleur, het kleur waarin mijn haar altijd is als het net geverfd is.

Ik keek even rond en vond een heel fijn patroon om te haken. Liever haken dan breien, inderdaad, want zo kan je minder steken laten vallen én ik kan dat rustig doen terwijl ik plat in de zetel lig, terwijl je voor breien toch wat rechter moet zitten.

Het leuke eraan is dat je zelf alles kan bijstellen: langere of kortere mouwen, wijder of minder wijd, langere of kortere vest op zich… Ik opteerde voor de zeer wijde versie, die vlot tot over mijn kont kwam, want dat is nu eenmaal mijn stijl.

Ik had zelfs het geluk de perfecte knopen te vinden, want ja, ik wil ze ook dicht kunnen doen. Kostprijs van de wol? Rond de tien euro, denk ik, quasi niks dus.

En ik heb ze volledig kunnen haken terwijl ik aan het lezen was of aan het tv kijken. Win-win, zou ik zo zeggen.

Havermoutrecept

Af en toe, als er geen brood meer is en ik geen zin heb in cornflakes, durf ik al eens havermout eten als ontbijt. De kinderen gruwen ervan, die vinden rijstpap en griesmeelpap ook al zo vreselijk.

Maar havermout, ja, daar lust ik wel pap van. Ik durf dat zelfs eten als middageten als Bart ’s avonds toch nog kookt. Het is warm, lekker, het vult stevig en het is snel. Toch als ik het klaarmaak: gewoon havermout in een kom, melk erbij, twee minuten in de microgolf, omroeren, eventueel nog wat extra melk, nog twee minuten in de microgolf, klaar. Bestrooien met kandijsuiker en eventueel wat stukjes appel of peer, en voilà.

Maar toen stond er in de Standaard een recept voor havermout dat omschreven werd als het beste ooit, een recept waarvan je nooit meer wil afwijken.

Hmmm.

Ik probeerde het uit, en jawel, best lekker. Je moet wat meer geduld hebben natuurlijk, maar yup, lekkerder dan de gewone. Ik ga in het vervolg vooral het recept minstens halveren want ik heb er dagen van gegeten, en de zoute boter hoeft voor mij ook niet, maar inderdaad, een ideaal ideetje voor een warm ontbijtje in de vakantie, wanneer ik er tijd voor heb.

En bij deze dus vooral ook opgeslagen voor mezelf.

Je m’en fish

Oktober kon toch niet voorbijgaan zonder dat ik met Gwen had afgesproken, toch? We kijken er elke keer weer zo hard naar uit, dat zijn ‘onze’ momentjes.

Deze keer had ze Je m’en Fish voorgesteld, een klein visrestaurant tegenover het oude gerechtsgebouw. De fiets was voor mij geen optie wegens de nog steeds hardnekkig tegenstribbelende rug, maar parkeren was niet echt een probleem.

En dan het restaurant: klein, druk, luid, maar man, zo lekker! Het concept is vrij simpel: je kijkt online op een menu waar een hele resem kleine gerechten staan, bedoeld om te delen. Je bestelt er enkele, en een kwartiertje of zo later worden die netjes aan je tafel gebracht. Zo bepaal je zelf het tempo, of je echt met gangen wil werken, wat je nog wil herhalen, hoeveel honger je nog hebt… De serveuse suggereerde een drietal gerechten om mee te beginnen, en dan konden we verder nog zien. Dat deden we dan ook prompt: we gingen voor de tempura van nobashi garnalen – altijd een favorietje van ons -de lobster roll en nog iets dat ik niet meer precies weet, iets met tonijn.

Jawel, het was zo lekker als het eruit zag. Dessert hoefde voor geen van ons beiden, zodat we wel nog een tweede ronde bestelden, met twee gerechten: de ceviche van roodbaars en vooral ook de ravioli van noordzeekrab. Van dat laatste hebben we met stukjes brood ook zo goed als alle saus opgedept, want die was redelijk fantastisch.

Daar hadden we dan ook meer dan genoeg mee gegeten, geloof me.

Echt goedkoop is het niet – vis is dat nooit – maar het was zeker niet overdreven en echt een aanrader.

Omdat er in shifts werd gewerkt – wij waren er om half zeven, ik vermoed dat de tweede lading tussen half negen en negen verwacht werd – bleven we ook niet hangen maar gingen nog iets verderop in Café Théâtre – dat blijkbaar nu l’Opéra heet – iets drinken. Wij zaten rustig beneden in de fauteuils, maar boven, zo lieten we ons vertellen, was er een speeddating aan de gang. Goed gelachen met de verschillende gezichten en de gefingeerde gesprekken erbij. En een goed glas mocktail, dat ook.

Al bij al een alweer zeer geslaagde avond, en een fijn restaurantjeadresje erbij.

Leesvirus

Die vakantiedag dat je, wanneer je om 23.15 uur gaat slapen, nog licht ziet branden bij je dertienjarige dochter, de deur opent en haar schuldbewust ziet opkijken van haar boek dat bijna uit is: dat is de dag waarop je trots glimlacht en zegt dat ze het nog mag uitlezen, als ze daarna dan maar snel gaat slapen.
En dat je dan met diezelfde glimlach en hoofdschuddend zachtjes de deur van haar slaapkamer weer dichttrekt.

Halloweenschmink

Ik heb nog wel wat andere dingen van de voorbije week te schrijven, maar over Halloween kan je toch echt enkel de dag zelf schrijven, toch?

Vorige week kwam Delphine – die van den apotheker – af dat ze dit jaar graag voor de Halloweentocht van de Evergemsesteenweg – die dit jaar niet voorbij ons passeert dus wij doen niet mee – zou willen gaan als Dia de los Muertos, en of ze bij mij kleren mocht komen halen. Als in: een grote lange zwarte rok, een zwarte bloes, dat soort dingen. En toen vroeg ze of ik ook iets had in de stijl van een bloemenkroon. Euh, nee, maar ik zag het wel zitten om dat te maken: vorige week woensdag had ik toch geen fut meer na dat fietstochtje in de voormiddag, en dus zette ik haar bij mij in de auto en reden we naar Sleidinge naar de Zeeman, om daar een diadeem en een resem kunstbloemen te kopen.  Zelf was ze daarna nog wat zwarte kant gaan halen bij de Turkse stoffenwinkels.

Het resultaat, na wat gepruts met mijn hot glue gun, mocht er wel zijn, ja.

En toen vroeg ze, eerder deze week, of ik haar ook kon schminken, want haar vaste schminkster was niet beschikbaar. Euhm, ik had dat nog nooit gedaan, dus ik dacht wel dat ik dat kon, ja. Met een goed voorbeeld en deftige schmink van de Avothea ging ik aan het werk. Ik heb de stappen ook goed gedocumenteerd, ja.

Ik ben dus helemaal geen professionele schminkster, maar ik vond dat het resultaat er best wel mocht zijn. Alleen moet ik de volgende keer wat fijnere penselen kopen, denk ik dan.

De complete outfit werd uiteindelijk dit:

De cape en de ketting had ze zelf, de rest kwam van mij. Redelijk geslaagd, zou ik zo denken! En meteen heb ik dus mijn outfit voor het feestje bij Bart en Birgit nu zaterdag – als de rug meewil, natuurlijk.

Bon, laat volgend jaar maar komen!

(En ja, ik mocht de foto’s gebruiken van Delphine. Nog eens merci!)

Interview with a teacher

Philip, een goede vriend van me, is begonnen aan zijn lerarenopleiding als zij-instromer. Hij gaat dat goed doen, zolang hij niet op de muur van onwrikbaarheid botst. Als in: hij gaat dingen willen veranderen op meso- en macroniveau, en dat kan je niet in het onderwijs, alle frustraties ten spijt.

Voor een opdracht moest hij iemand interviewen die al lang in het vak staat, bij voorkeur zijn twee vakgebieden, namelijk Nederlands en techniek. Maar als hij een bevlogen iemand vond met veel ervaring, kon dat ook. Dinsdag reed ik dus richting Deurne om zijn kersverse dochter te aanschouwen en hem dus van interview te dienen. Mijn rug doet het nog steeds niet zoals het hoort, maar gelukkig zit ik bijzonder comfortabel in de auto.

Philip had heerlijk gekookt – ik ben niet anders gewoon van hem – en na een standaard uitgebreide babbel en een dikke knuffel met zijn dochtertje heb ik hem anderhalf uur de oren van het hoofd gekletst. En vooral heel veel tips gegeven en realistische verwachtingen geschapen, want dat is het grootste probleem bij zij-instromers: ze hebben een totaal ander beeld van onderwijs dan wat het effectief is, deels door de niet helemaal realistische stages. Ha ja, want tijdens een stage zit er vrijwel altijd een leerkracht in de klas die de klas rustig houdt, en heb je ook niet alle administratieve zaken zoals leerlingenvolgsystemen in te vullen, rapporten te schrijven, klassenraden bijwonen, opvolggesprekken houden, oudercontacten, verbeteringen…

Maar bon, het was een goed gesprek, denk ik dan, en Philip was ook tevreden.

Ik ben redelijk snel vertrokken om de monsterfiles op de Antwerpse ring voor te zijn, en ben dan even gaan uitwaaien – ik had mega koppijn én de rug kon wat rustige beweging gebruiken – in Sint-Gillis-Waas, naast de E34 en voorbij de files, om daar wat caches en vooral labcaches te zoeken: voor die labcaches hoef je je niet te bukken en niet te zoeken, dat is gewoon wandelen.

Lang heeft dat niet geduurd: het werd donker en de rug was niet bijzonder coöperatief, maar het deed me wel deugd.