Nieuwjaren

We stonden vandaag tegen kwart voor zeven bij Roeland in Machelen: tijd om nog eens te nieuwjaren! Ons pa was er uiteraard niet bij, die zit nog in het ziekenhuis, maar dat belette Roeland niet om uitgebreid te koken.

Er waren zowaar eerst nog nieuwjaarsbrieven: Chat GPT to the rescue, zoveel was duidelijk, maar dat was echt nog niet slecht! Nand en Marne hadden dat – onder lichte dwang, lieten ze merken – zelfs op een kaartje geschreven.

Na de hapjes verschenen er eerst Sint-Jacobsvruchten met zeekraal op tafel, en daarna een lang gegaarde Mechelse koekoek met een zeer speciale maar echt wel lekkere vulling. En Marne had zowaar chocomousse gemaakt, dik in orde!

En toen bleven we gewoon kletsen, tot Sarah op de proppen kwam met een wreed amusant spel. Ik ben de naam kwijt, maar op een kaartje staat een toch wel zeer vreemde of onwaarschijnlijke vraag, die de speler mag lezen. Op de achterkant staat het antwoord dat aan de rest wordt getoond, maar iedereen moet liegen, behalve één – door een vis aangeduide, I kid you not – persoon die wel het correcte, maar meestal zeer onaannemelijke antwoord geeft. De speler mag drie keer raden wie wél de waarheid heeft gezegd. Maar ik geef u op een briefje: hilariteit verzekerd door de meest bizarre antwoorden die iedereen moet verzinnen.

Enfin, tegen half één waren we thuis van een toch wel zeer aangename avond. Nog eens bedankt, broertje en schoonzusje!

Getekende zeeslangen, editie 2024

Om het voor mezelf wat plezanter te maken, maar ook omdat ze op die manier tonen of ze hun tekst begrepen hebben, geef ik mijn vijfdes om de zoveel jaar op hun examen een tekenopdracht. Ja ik weet het, ik heb een slecht karakter. Let wel, het gaat hier absoluut niet over hun tekenkunsten, wel over het kunnen uitbeelden wat er in de tekst staat.

Het gaat over het paard van Troje, en hoe de priester Laocoön, als hij durft twijfelen aan de goede bedoelingen van de Grieken met dat paard, verscheurd wordt door twee enorme zeeslangen. De tekst van Vergilius gaat als volgt:

Ecce autem gemini a Tenedo tranquilla per alta
(horresco referens) immensis orbibus angues
incumbunt pelago pariterque ad litora tendunt;
pectora quorum inter fluctus arrecta iubaeque
sanguineae superant undas; pars cetera pontum
pone legit, sinuatque immensa volumine terga.
Fit sonitus spumante salo; iamque arva tenebant,
ardentesque oculos suffecti sanguine et igni,
sibila lambebant linguis vibrantibus ora.

Mijn eigen vertaling: “En kijk, daar kwamen echter uit de richting van Tenedos over de kalme zee (ik krijg nog koude rillingen bij de gedachte alleen al) twee slangen in enorme kronkels. Ze stortten zich in de zee, en trokken zij aan zij naar de kust. Hun tussen de golven opgerichte borst en hun bloedrode kammen staken boven het zeeoppervlak uit; de rest van hun lijf streek achteraan over de zee, en deed hun enorme ruggen kronkelen in een bocht; je kon het geluid horen in het schuimen van de zee. En reeds bereikten ze de kust, en hun brandende ogen waren doorlopen met bloed en vuur. Ze likten met hun trillende tongen hun sissende muilen.”

Opdracht: teken minstens één beest. Ik wilde dus zien: een kam, een uit het water opgerichte borst, rode vlammende ogen, een tong, en een lijf dat achteraan kronkelde over het wateroppervlak.

Juist ja. Ik heb me een breuk gelachen met sommige van de bizarre creaturen die ik gekregen heb, maar dat maakte niet uit voor hun punten: het is per slot van rekening Latijn, en geen tekenles. Ik heb dat trouwens in 2012 ook al eens gedaan, en toen kreeg ik dit; in 2018 werd het dit, en in 2021 dit. Vorig jaar heb ik het ook gedaan, dus volgend jaar moet ik echt eens een ander fragment zien te vinden dat ze ook kunnen tekenen, want dit is veel te plezant. Geef toe, er zitten wel een paar knappe ook.

En toen was er die ene leerling die net dat stapje verder ging. Ik weet dat ze goed kan tekenen en dat ze dat hier niet speciaal heeft gedaan, maar dat ze zich precies wel amuseerde bij het examen. Ik lag plat.

Dit is hoe ik ze doorgaans aan bord zet. Een beetje afgelikt, misschien, maar bon.

tToneel: “Wat is de lievelingskleur van de stelling van Pythagoras?”

Net zoals de twee vorige jaren zat Merel ook nu in het schooltoneel: elke woensdag van 12.45 uur tot 15.00 uur en dan in de vakantie ook nog een hele week. Ze was doodop, maar ze vindt het de max, en daar draait het toch om. Het is wel zwaar nu ze ook nog elke woensdag van 18.00 uur tot 20.00 uur dramales heeft aan de academie, maar het tweede semester is nu dus wel wat lichter.

Waar ze vorig jaar amper iets moest zeggen, was dat dit jaar iets meer, maar dan nog: als je 44 leerlingen op een scène hebt staan, kunnen de meesten niet zo heel veel zeggen natuurlijk.

Ze speelde ‘publiek’ in een televisieopname van een quiz en was duidelijk een fan van Fenne, een van de deelnemers. Ja, alweer een bizar stuk, bij momenten grappig, bij momenten existentialistisch. Yup, met tieners kan alles.

Voor de schoolwebsite – soms schrijf ik nog eens iets, gewoon uit pure goesting – schreef ik het volgende:

Je moet het maar doen: al voor de tweeëntwintigste keer met een hele groep leerlingen tussen 12 en 18 zelf compleet een toneelstuk in elkaar boksen en dan drie voorstellingen geven!

Dit jaar waagden regisseurs Mira Bryssinck en Fred Libert zich aan die opgave: samen met 44 leerlingen repeteerden ze elke woensdagmiddag tussen 12.45 uur en 15.00 uur, en dan nog een hele week in de kerstvakantie. En het resultaat mocht er meer dan zijn, vonden ook duidelijk alle toeschouwers.

We kregen de set van een televisiequiz te zien, compleet met cameramannen, catering, make-upafdeling, applausmeesters, kostuumbeheerders en zelfs een zeer arrogante regisseur. Maar wat doe je als die quiz ofwel belachelijk gemakkelijk blijkt te zijn, ofwel levensvragen stelt waarop je, zeker als tiener, geen antwoord kan formuleren? Kan iemand eigenlijk ooit een antwoord vinden op alle vragen? Weet je eigenlijk zelf wel wat je wil? Wat je het liefst van al zou willen? Dat je gelukkig bent? Dat je wil dat je ouders trots zijn op jou? Dat je een taart in iemands gezicht mag gooien? En is dat dan eigenlijk wel jouw keuze? Want wie bepaalt de keuzes die jij kan en mag maken? En besef je wel welk impact die keuzes op jou en je omgeving hebben?

Het stuk werd tegelijkertijd zeer amusant en toch een diepe doordenker, waarbij de levensvragen werden verbroken door de reclames, net zoals in het echt. En wat die kip daar liep te doen, dat weten we zelf ook nog altijd niet, om eerlijk te zijn.

Iedereen bedanken die meegeholpen heeft om dit stuk op poten te zetten, zou ons hier te ver leiden, maar drie namen springen er compleet boven uit: Febe De Clercq, Karel Uyttenhove en Joke Van Bossche zijn de drie leerkrachten die hun schouders onder dit evenement hebben gezet, elke woensdag aanwezig waren, alles in goede banen hebben geleid en dan ook terecht meer dan trots op zichzelf, hun toneelspelers en het hele team mogen zijn.

Alle foto’s van het stuk kan u hier in ons archief terugvinden.

Oh, en we hebben het even voor u opgezocht: de correcte uitspraak van hummus verschilt van land tot land. Wij gaan alvast voor kikkererwtenpuree.

Lectuur: “Last Act in Palmyra” (Marcus Didius Falco #6) van Lindsey Davis

Mja, deze aflevering van Marcus Didius Falco vond ik wat meer bij het haar getrokken. Ja, het is nog steeds lectuurfastfood, en nog steeds amusant om te lezen, zeer zeker.

Maar deze keer moet Falco undercover richting de Decapolis, een regio van tien geromaniseerde steden in het toenmalige Syrië, nu zowel Syrië, Jordanië als Israël. Hij vindt een smoes om in die richting te trekken en sluit zich zowaar aan bij een toneelgezelschap, iets wat voor Romeinen echt zowat de laagste status was die iemand kon bereiken.

Je trekt ook niet zomaar eventjes op een dergelijke reis, zeker niet wanneer je vriendin van senatoriale afkomst ook mee gaat. Maar bon, als je dat even terzijde laat, is dit alweer een knap in elkaar gestoken stukje detectivewerk. Er valt menig dode en er valt, zeker in het begin, geen touw aan vast te knopen. Maar Davis weet beetje bij beetje haar tips te lossen, al is het sarcasme er soms wat over, vind ik dan. Het hoofdpersonage is nogal vol van zichzelf en die arrogantie durft na een tijdje wel op de zenuwen te werken.

Ik ga nog verder lezen in deze reeks, maar ik denk dat ik daarna toch even een pauze ga inlassen en iets anders lezen. En dan wel weer eens terugkomen naar Falco, want ja, het blijft aangename tussendoorlectuur.

Nieuwjaren, deel een

Vanmiddag tekenden van ons gezin enkel Bart en ik present in Ronse: de jongens zijn volop aan het blokken en hebben respectievelijk dinsdag en woensdag hun eerste examen, en Merel is ziek. Ze voelde zich gisteren al niet zo goed, had de hele dag hoofdpijn, net als vrijdag, en deze morgen stond ze plots helemaal witjes in de woonkamer met de boodschap dat ze net had overgegeven. Geen goed idee om haar mee te nemen op restaurant, me dunkt.

We bleven gewoon in Ikaria, het verzorgingstehuis van Nelly, maar dat heeft een degelijk restaurant, waardoor we een feestelijke menu voorgeschoteld kregen: een hapje met steak tartaar, een voorgerecht van scampi in een getomateerde saus, en dan een stevige filet mignon. Toen de kelner daarna kwam vragen of we voor het dessert een grote of een kleine portie dame blanche wilden, kozen we unaniem voor de kleine. Echt.

Daarna trokken we met zijn allen naar Nelly’s appartementje, waar er envelopjes en cadeautjes werden uitgewisseld – een Museumpas voor Koen en Else, een pakket met koffie en een knappe tas voor Bart en een set van twee hele knappe, koperkleurige saladelepels voor mij. Waar Else dat altijd vindt… Oh, en de jongens kregen wijze sokken en Merel fijne lichte slippers.

Het was meteen ook het eind van een tijdperk: Bo zit in het zesde studiejaar en las dus voor de laatste keer een nieuwjaarsbrief voor, eerst voor Nelly en daarna, via Facetime, voor Wolf. En ja, dat was ook wel fijn, ja.

Aansluitend gingen we nog even langs bij nonkel Staf en daarna zelfs nog bij ons pa, die duidelijk bij de pinken was en veel, veel helderder. Alleen herinnert hij zich niks van zijn verwarde episodes.

Enfin, het werd een rondje oudjes, en ik was blij dat wij twee oudjes daarna netjes in onze zetel konden ploffen, jawel.

Chat GPT op het examen

Ja, zelfs op een volledig analoog schriftelijk examen kan je perfecte Chat GPT vragen stellen aan de leerlingen.

In mijn zesdes hebben we een gans stuk van de Pro Milone van Cicero gelezen, een speech waarin hij Milo verdedigt voor de moord op Publius Clodius Pulcher. We hebben de personages uiteraard uitgebreid behandeld en ze moesten ook het boek van Steven Saylor “Murder on the Appian Way” lezen.

Als perfecte synthesevraag kregen ze dus: “Als je Chat GPT een afbeelding van Publius Clodius Pulcher zou willen laten maken, welke prompts zou je dan ingeven? Dat mag gerust zeer uitgebreid zijn: ik zal ze ook echt ingeven en je achteraf het resultaat laten zien. Wees vooral grondig.”

Ik heb momenteel bedroevend weinig leerlingen in het zesde – een gevolg van corona en een annus horribilis – maar ik kreeg wel fijne dingen. En zoals gezegd, gaf ik de prompts ook echt in, met wisselend resultaat (en punten dus). Maar misschien geef ik best eerst even een beschrijving van Clodius, zoals we die zijn tegengekomen. Ik vraag het ook even aan Chat GPT: “Publius Clodius Pulcher (93 v.Chr. – 52 v.Chr.) was een controversiële en charismatische Romeinse politicus en populist die bekend stond om zijn uitdagende karakter, uitgesproken politieke agenda en onconventionele methoden. Zijn leven was doordrenkt van politieke intriges, persoonlijke schandalen en een vastberaden strijd om de steun van het Romeinse volk te winnen.Hij brak met zijn adellijke achtergrond door zichzelf te laten adopteren in een plebeïsche familie, zodat hij als volkstribuun hervormingen kon doorvoeren. Als populist streed hij voor de lagere klassen, onder meer door gratis graan uit te delen, maar gebruikte gewelddadige bendes om zijn macht te versterken. Clodius stond bekend om zijn provocaties en schandalen, zoals het Bona Dea-incident, en zijn rivaliteit met Cicero en Milo. Zijn dood in 52 v.Chr. door Milo’s hand leidde tot grote onrust in Rome. Clodius blijft een complex figuur: gevierd als hervormer, maar gevreesd als bron van chaos.”

1. genereer een afbeelding van een Romeins hoogstaande man, volwassen leeftijd in tunica, licht gepantserd op steigerend paard, in gevecht met een gelijkaardige Romein, op een brede weg op het land.

Goeie prompt maar niet bijzonder goed geslaagd: net iets te symmetrisch, en hoe hebben die hun zwaard vast, zeg?

2. Geef me een afbeelding van Publius Clodius, een erg knappe en mooie man. Hij is rijk en arrogant. Hij is zo knap dat hij alles kan doen wat hij wil en ermee weg komt. Hij is Romeins en sluw.

De ogen zijn wat te groen, maar hij heeft wel charisma en duidelijk de Romeinse achtergrond. Wat voor type zuilen dat moeten zijn, is me wel een raadsel.

3. Genereer een afbeelding van een man rond de 30-35 met zwart haar. Zijn gezicht heeft een beetje een ovale vorm en hij ziet er zelfvoldaan uit, je ziet aan zijn gezicht dat hij zich beter vindt dan de anderen aan zijn uitstraling. Hij heeft groene ogen en ondanks zijn zelfvoldane uitstraling toch een beetje een serieuze blik.

Klein probleempje: ze was vergeten vermelden dat hij Romeins moest zijn, wat natuurlijk een compleet ander beeld oplevert. En die ogen, nope, dat is het nog steeds niet.

4. Genereer een afbeelding van een knappe Romeinse veertiger. In zijn grijsblauwe ogen ligt een arrogante blik en achter hem staat een bende Clodianen die met geweld en wapens het senaatsgebouw in brand steken. Clodius kijkt in de camera en staat op de voorgrond. Hij draagt een toga en zwart-grijze krullen maar je ziet nog steeds dat hij ooit erg knap was.

Deze vind ik eigenlijk nog het beste gelukt, de prompt was dan ook echt wel grondig. Ze geeft er meteen ook de achtergrond bij, en dat is mooi. Dat de dood van Clodius de reden was om het senaatsgebouw in brand te steken, is bijzaak: ze geeft hem echt wel goed weer. De soldaten staan er, het gewone volk met wapens en in massa is er ook.

Deze laatste zou ik misschien wel durven gebruiken in mijn cursus als voorbeeld.

We staan voor rare tijden, voorwaar, ik zeg het u.