Af en toe een cache

In het najaar was er hier net over de brug in Evergem/Belsele een reeks caches uitgekomen, een fijn rondje blijkbaar. Nu, op geocaching.com kan je een hele reeks statistieken bijhouden, onder andere op  welke dagen van het jaar je de meeste caches haalt. Bij mij is dat duidelijk in augustus, kwestie van warm en vakantie en al.

Eind december, toen de rug absoluut nog niet oké was, had ik daar een heel klein stukje van gedaan om de 22ste december ook groen te kleuren in de cachekalender. Sindsdien probeer ik op de nog blanco vakjes daar even te passeren en een cache mee te pikken.

Zo kwam ik vandaag, na de kine, hier in Belzele in een klein fijn bosje uit en genoot ik van een wandelingetje van ocharme tien minuten, maar meteen dus wel met een cache.

Enfin, het zal me niet op elke blanco dag lukken, maar ik ga toch proberen de kalender stilaan op te vullen.

“Orfeus” van Koen De Graeve met de Flat Earth Society

Redelijk op het onverwacht – ze waren me vergeten te verwittigen – stond ik dus vanavond in Brugge. Bart was zo ontzettend lief geweest om me naar het station te brengen en me dan ook in het holst van de nacht weer op te halen: ik wist dat de treinreis, de wandeling en de voorstelling zelf eigenlijk te veel van het goede gingen zijn voor mijn rug, en als ik had geweten, had ik het etentje met Gwen gisteren verzet. Maar bon, het is me gelukt, al was ik Bart bijzonder dankbaar dat ik niet zelf nog naar huis hoefde te rijden: hij zat achter het stuur, en dat zegt wel iets.

Maar bon, het was een zeer aangename avond, al heb ik nog steeds iets van “What the fuck was dat, zeg???” Voor de schoolwebsite schreef ik er het volgende verslag over:

“Op dinsdag 04 februari tekende een hele groep leerlingen uit vier, vijf en zes vrijwillig present in het Sint-Pietersstation: samen trokken ze richting Brugge voor de voorstelling Orfeus/Lazarus. Mijnheer Uyttenhove, geboren Bruggenaar, nam tijdens de twintig minuten durende wandeling doorheen het centrum van Brugge richting de Stadsschouwburg de gelegenheid te baat om hier en daar een weetje ten berde te brengen, zoals bv. over de ondergrondse bierpijpleiding van de stadsbrouwerij, of het feit dat het Belfort stilaan de toren van Pisa achterna gaat. Bij die laatste stop op de Grote Markt gaf ook mevrouw Rombaut een korte samenvatting van het verhaal van Orfeus en Eurydice, wat achteraf geen luxe bleek te zijn.

Want die voorstelling, die ging wel degelijk over Orfeus die al drieduizend jaar na elkaar probeert zijn geliefde Eurydice uit de onderwereld te halen. Alleen was dat verhaal alles behalve rechtlijnig, wel integendeel: ondersteund door een uitstekende Flat Earth Society ontbindt Koen De Graeve al zijn duivels in een meedogenloze woordenstroom. Tweeënhalf uur lang word je als publiek omvergeblazen door iets wat het midden houdt tussen stream of consciousness en verbaal expressionisme: De Graeve stort zijn gedachten over je uit in een mengeling van Nederlands, Frans, Engels, Duits en Aalsters, met af en toe zelfs Latijn en Oudgrieks. Dat hij bij momenten niet te verstaan is, maakt zelfs niet uit: het gaat om de klanken, het effect, de sfeer. Dat is ook de reden, vermoeden we, dat er in de voorstelling geen pauze is: je kan dit niet zomaar onderbreken. Al onderbreekt De Graeve vooral ook zichzelf: zijn gedachten springen alle kanten uit, het verhaal gaat van papa Zeus en Orfeus naar Koen die Sint speelt voor zijn kinderen tot filosofische overpeinzingen over het Γνωθι σεαυτον – Gnothi seauton, ken jezelf – van Socrates. Dit is het om in het hoofd te zitten van iemand met ADHD: hij maant zichzelf dan ook voortdurend aan tot focussen.

Wanneer je de zaal verlaat, heb je dan ook het gevoel dat je net bent omvergereden door een aanstormende sneltrein, waarvan je wist dat die op je afkwam en waar je naartoe zat te kijken als een konijn naar een set koplampen. Sommige leerlingen vonden er niks aan: te lang, te saai, te luid. Maar anderen, waaronder ook de leraars, vonden het eigenlijk best wel een goed stuk, wanneer je er even hebt van kunnen bekomen.

Voor dat laatste deed de wandeling terug richting station wonderen, net zoals de treinreis: om half twaalf stonden we terug in Gent, een aparte ervaring rijker.”

Toneel: “Voor wat zal komen”

Ik had in de schoolkalender gezien dat onze vierdes deze namiddag naar een toneel gingen in de Kazematten, aan de Dampoort. Aangezien ik op maandagnamiddag geen les heb en al graag ne keer een toneel zie, had ik me opgegeven om mee te gaan als begeleiding. Ik wilde wel nog mijn vijfde lesuur geven en ook nog warm eten op school, maar dat lukte wel, want zo ver is dat nu ook weer niet met de auto.

Ik schreef er het volgende over op de schoolwebsite:

Vorige week maandag tekenden onze vierdes onder een stralend blauwe hemel present aan de Kazematten voor een try-out van de voorstelling “Voor wat zal komen” van Boris-Johannes, wat meteen zijn cabaret-debuut is.

Zoals de perstekst het verwoordt: ” Als je kan dromen over later, dan ligt de toekomst aan je voeten.
Maar als de dood voor je neus staat, of je zelfs in de bek spuugt, dan staat de tijd stil.
En wat doe je dan? Doe je een staarwedstrijdje met de dood? Of maak je juist grapjes met elkaar over dat die maar eens in oma’s ogen mag gaan kijken, want die is 97 en mag ook wel eens gaan. Maar als het einde dan toch niet het einde blijkt te zijn, dan wil je wel weer kunnen dromen. Hoe doe je dat ook alweer?

In ‘Voor wat zal komen’ nodigt Boris-Johannes je uit op een theatrale reis. Een reis met obstakels zoals opgroeien als een jonge homoseksuele tiener, zijn gebrek aan aanpassingsvermogen en ouders zonder humor. Genoeg hobbels waarover goed gelachen kan worden.”

Effectief, Boris-Johannes begint meteen bijzonder direct en brutaal over het feit dat hij niet meteen BJ wil worden genoemd, om begrijpelijke redenen. Het zorgde hier en daar voor wat ongemakkelijk gelach, want leerlingen van vijftien zijn niet meteen open over onderwerpen zoals seks, homoseksualiteit, de dood, kanker…

En dat is precies wat de cabaretier met dit stuk wil bereiken: door er zo open en direct over te zijn, voel je je na een tijdje niet meer op je ongemak, maar ga je mee in zijn verhaal: dat van een jonge gast die op een typisch Vlaams familiefeest – zijn vader wordt 65 – tegen wil en dank eruit flapt dat hij hervallen is, dat hij opnieuw kanker heeft. Dan krijg je vooral alle typische reacties daarop: medeleven, goede raad, mensen die er niet mee om kunnen, mensen die in jouw plaats breken, en gelukkig ook een echt goeie reactie, namelijk dat dat ronduit suckt. Want wat moet je zeggen als je plots geen toekomst meer voor je ziet? Dat je wil dromen maar dat eigenlijk niet mag?

En hoe ga je er dan mee om als je, heel voorzichtig, toch jezelf opnieuw toestaat te beginnen dromen? Durf je dat dan wel?

Boris-Johannes doorspekt zijn verhaal met dromerige liedjes die hij zelf begeleidt op zijn gitaar.

Hier en daar liep het nog wat stroef en kon je merken dat het nog een try-out was: de tekst moet hier en daar nog bijgeschaafd worden en mag wat strakker. Maar het belangrijkste was dat het onze leerlingen deed nadenken en vooral ook vragen stellen. De voorstelling is relatief kort – drie kwartier – maar Boris-Johannes neemt volop de tijd om vragen te beantwoorden en doet dat op een heel open, eerlijke manier. Daar gaat het dan ook om: respect voor elkaar, respect voor een andere mening, een anders-zijn, respect voor elkaars gevoelens. We zijn er zeker van dat we onze vierdes dan ook wel wat stof tot nadenken hebben gegeven, en ideale gespreksstof voor de lessen levensbeschouwing.

Rond half vier stond ik dan ook weer buiten onder de stralende hemel en liep nog even rond, want ja, hier heb ik als student op kot gezeten in een huisje dat van mijn ouders was. Vooral in de cité heb ik veel gezeten: daar woonde een paar reguliere mensen, zoals twee oudjes, een beeldhouwer, enkele studenten, maar ook een paar krakers. Niet elk huisje had stromend water, en er was een gemeenschappelijke WC op het einde van de cité. Ik heb er meegedaan aan straattentoonstellingen, heb ’s morgens nog eieren gebakken op een kampvuur temidden van de straat voor de hele cité, ik heb de bewoners helpen zoeken naar een nieuwe woning voor de twee oudjes toen de cité ontruimd werd, ik heb er wietplanten helpen zaaien in potten in de goot, ik heb er genoten van de Fonsmayonaise, ik heb er Willy weten sterven, ik wilde er mijn eerste joint roken maar dat werd me vlakaf geweigerd want ik was Roodkapje, de studente met de rode jas. Heerlijke tijden. En toen werd de hele cité gerenoveerd, iets wat ook wel echt nodig was. Maar het bracht wel wat herinneringen terug, ja. Waar ik sta voor de foto, was de toenmalige toiletblok.

Ik liep nog even rond, maakte wat foto’s en reed naar huis. Met een goed gevoel.

Hotshotsquiz: a near miss

Het was een beetje een vreemde dag vandaag: eerst gewoon lesgeven, dat wel, dan in de namiddag gewoon rustig thuis, wat administratie voor school, een klein tukje, en dan plots vier giechelende tienermeisjes in mijn auto voor een ritje naar Brugge. Merel ging op toneelweekend en ik had me aangeboden om te rijden.

Ik verzeker u: als een van hen een kort filmpje moet maken voor een opdracht voor Duits, en het enige dat ze moeten zeggen is: “Ich bin im Auto mit…” en dan de gsm doorgeven en elk hun naam zeggen, dat is goed voor twintig minuten gegiechel, geproest, geschater en vooral geen bruikbaar filmpje. Zelf ook heerlijk zitten grijnzen, ik geef het toe.

Soit, klokslag half zes draaide ik de parking van het kasteeltje op waar ze gingen overnachten:

In de buurt ging ik daarna nog met enige moeite een cache oppikken, want in het heenrijden stond er een gigantische file aan de overkant van de autostrade en ik had echt geen zin om daarin te gaan staan. Helaas, ik moest wel op tijd terug zijn want om acht uur was er in Destelbergen de Hot Shots Quiz, eentje die vorig jaar bijzonder aangenaam was. Vijf minuten op voorhand tekende ik present op een volle maar wel stille parking. Hmm?

Bleek dat de quiz eigenlijk om half acht begonnen was, maar dat Nicholas dat een klein beetje verkeerd had doorgestuurd en niemand van ons had dat uiteraard gecontroleerd. De eerste ronde hebben we dus maar half kunnen oplossen – ze waren gelukkig niet stipt begonnen – en pas toen ze bij ronde drie vermeldden dat we na die ronde ook de tafelronde moesten afgeven, hadden we de reflex om àlle papieren uit de envelop te halen. Man, nog nooit zo snel een tafelronde proberen invullen!

Bon, we waren uiteindelijk nog 20ste van de 52 deelnemende teams, we hebben veel punten links en rechts laten liggen, maar ik had wel echt een fijne avond. Merci, gasten!

Poëziecentrum en dergelijke

Merel had voor haar verjaardag een prachtig boek gekregen van Marleen, alleen… had ze het al. Tsja, kan gebeuren. We mochten het gerust gaan ruilen voor een ander, alleen was dat er met alle rugperikelen nog niet van gekomen.

Vandaag hadden we daarvoor wel vastgelegd in de agenda: Merel moest een dag vastleggen in een vlogje voor Duits, en dan liefst niet een doodgewone schooldag. En voilà dus.

Na mijn wekelijkse kine namen we dus de auto – te nat en te koud om te fietsen, vonden we beiden – en parkeerden in de Vrijdagmarkt. In het poëziecentrum keek ze haar ogen uit, en na wat getwijfel ging ze voor een bloemlezing over geluk. Niet speciaal jongerenpoëzie, maar in haar geval hoeft dat ook helemaal niet, ze is net zoals ik helemaal enthousiast over de poëziekalender die ik van Marleen had gekregen, en leest ook trouw de gedichten die daar staan. Ikzelf nam nog een bundel mee uit de afgeprijsde boeken en ik kon ook een bijzonder schattig koffiekopje met een tekst op niet laten staan, toch? Zeker omdat we er ook nog een poëzieposter gratis bij kregen. Merel en ik bladerden even en kozen toen een exemplaar van Herman De Coninck, waarvan ik weet dat het ook een van Barts favoriete dichters is.

Het Merelbord lieten we staan: niet direct een plaatsje voor, en 35 euro is wat veel voor dagelijks gebruik, vonden we. Maar wel mooi…

Bon, we liepen nog tot aan de Zeeman om er te kijken voor nog meer basis T-shirts voor Merel, maar haar maat was er niet meer. Ik nam wel garen mee voor Marnes trui en Merel een set hartjessokken, dus dat was niet tevergeefs. En in de Hema vonden we dan wel drie basics voor Merel, en meteen ook nog een leuke toilettas – ze gaat dit weekend op toneelweekend. Oh, en nu we er toch passeerden, sprongen we snel binnen in de C&A, waar ze een megaleuk hartjesbrillenzakje vond.

We kochten ook nog een warme wafel bij wijze van vieruurtje en keerden zeer tevreden naar huis terug. Succesvolle dag, met boeken en zo, dus dat kon niet mislopen, toch?

Lectuur: “Time to depart” (Marcus Didius Falco #7) van Lindsey Davis

Blijkbaar kreeg een terdoodveroordeelde in keizerlijk Rome nog net de tijd om zelf in ballingschap te gaan: time to depart. Wanneer de beste vriend van Falco een van de grootste criminelen kan oppakken, neemt die deze gelegenheid te baat. Maar in het machtsvacuüm dat op die manier ontstaat, gebeuren wel echt veel diefstallen en moorden, en dat kan natuurlijk niet zo blijven, zeker wanneer stilaan duidelijk wordt dat voornoemde crimineel zijn ballingschap met een korreltje zout neemt…

Voeg daar nog een in de steek gelaten baby aan toe, een geadopteerde hond, de nodige corrupte politie en een compleet van de pot gerukte huwelijksceremonie, en je krijgt een bijzonder vlot leesbare detective, alweer, zoals het hoort.

Grootse lectuur zal het nooit worden, maar die ambitie is er gelukkig niet. Maar als je uit bent op vlot leesbare, historische detectiveverhalen met een stevige dosis sarcasme, dan voldoet dit alweer helemaal.

Pull voor Marie-Julie

Op kerstavond had Merel haar nieuwe pull aan, en ik stelde – misschien wat opdringerig – aan Marie-Julie voor om er ook eentje voor haar te breien. Ze zag dat volledig zitten, maar dan wel korter dan die van Merel, en in het grijs, zo stuurde ze me de volgende dag door.

Ik heb me gisteren dan ook nog gerept om het laatste stukje van de mouw af te breien en alles in elkaar te naaien. Maar ze was er wel blij mee.

Merel heeft hem dan even geshowd voor de foto ^^

Pull nr. 2 is dus een feit. Ik ga er nu ook nog eentje breien voor Marne, in het zwart. Maar het eerstvolgende project is een vijfde vest zoals de mijne, voor een fijne collega. Ze stopt me morgen de wol in handen, heeft ze beloofd.

Dik in orde!