Lectuur: “Hate Machine” (Eric Carter #8) van Stephen Blackmoore

Aangezien de vorige geëindigd was op een joekel van een cliffhanger, kan het natuurlijk niet anders dan dat dit verhaal gewoon naadloos verder loopt.

Toch verwijdert het zich enigszins van de plot van de vorige, in die zin dat het niet meer gaat om die vete tussen de machtige magische families, maar om het proberen oplossen van een van de gevolgen daarvan, waarmee Carter ook persoonlijk getroffen wordt. En laat die oplossing nu liggen bij een behoorlijke fout uit zijn verleden, een fout die hij nu probeert recht te trekken maar die grandioos meer fout kan gaan. En de dood van hemzelf, zijn geliefden en, welja, de wereld tot gevolg kan hebben. Want als je iets doet, moet je het meteen goed doen, toch?

Het verhaal blijft echt goed in elkaar zitten, het zware cynisme van Carter kan af en toe wat wrevel opwekken, maar binnen zijn genre blijven dit steengoeie boeken. Nog eentje, en dan is het gedaan. Meh.

Paaseieren

Toen ik er bij Merel gewag van maakte dat ik geen paaseieren had gekocht, keek ze bijzonder beteuterd: geen zoektocht in de tuin? Of, als het zou regenen, zoals mijn argument was, dan maar binnen?

Moeder liet zich vermurwen en passeerde nog even langs de Delhaize om paaseieren, jawel. En ging ze na het eten prompt wegsteken in de tuin, want het was al eventjes droog.

Wat daarop volgde was complete chaos, met drie bijzonder competitieve kinders die alles doorzochten, en met een Kobe die als vanouds won. Zo hoort dat, blijkbaar.

Opa zat erbij, keek ernaar en schudde zijn hoofd. En Bart? Die deed verder in zijn tuin.

Kersenbloesems

Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik vind die roze bloesems van de Japanse kerselaar gewoon prachtig. Hier in Gent ben ik duidelijk niet de enige: los van de toeristenfoto’s is de meest gefotografeerde straat in het voorjaar de Jozef Kluyskensstraat: er lopen voortdurend Gentenaars, mensen komen speciaal tot hier, te voet of met de fiets, en iedereen is er foto’s aan het trekken.

Ik was er overdag nog niet geraakt, maar vorige dinsdag, toen ik naar de Cthulhusessie reed, dacht ik er plots aan. De heren moesten maar eventjes wachten: ik ben speciaal even tot hier gereden, parkeerde me en nam enkele foto’s. En stond toen gewoon nog even ademloos te genieten…

Twee daagjes Dordrecht met de vriendinnen

Gisteren, na het gedoe met ons pa, kon ik alsnog richting Nederland vertrekken. Rond kwart na vier pikte ik Mireille op ter hoogte van Kemzeke, en daarna gingen we vrolijk in de file rond Antwerpen staan. Zodoende was het effectief zes uur tegen dat we onze auto op het vertrouwde plekje bij Hanneke konden parkeren. Rebel, haar poes, kwam ons al meteen tegemoet.

Binnen werden we bijzonder hartelijk verwelkomd door zowel Hanneke als Sabrina: die kwam uitgebreid koken voor ons viertjes en gastvrouw spelen. Met Hanneke gaat het namelijk niet zo goed, en dat is een understatement. We wisten dat uiteraard al een tijdje, maar hadden nog volop genoten op Big Rivers vorige zomer. Maar Mireille en ik wilden dolgraag Hanneke nog eens zien, en we wisten allemaal dat dit perfect de laatste keer kon zijn. We hebben het onderwerp ook niet geschuwd: Hanneke liet ons een pracht van een nummer horen dat ze op haar uitvaart wilde laten afspelen, Sabrina las ons haar speech voor, en Han had net haar Marla-jurk – uit onze favoriete larp Poort – gewassen om daarin begraven te worden.

Het deed niet akelig of vreemd, maar hard en intens was het bij momenten wel, ja. Dat weerhield ons er niet van om extra hard te genieten. Sabrina had een heerlijke, bijzonder uitgebreide chili klaargemaakt, en ik wist dus echt niet dat ik chili lekker kon vinden – ze had er speciaal voor mij de bonen uit gelaten. Maar die waren er dus als extraatje, net zoals de nacho’s met gesmolten kaas, en de guacamole, en de paprika’s en al. Serieus, veel te veel gegeten eigenlijk.

Daarna werd er rustig gechilld in de zetel, zaten we te kletsen, tot er een berichtje van Leon binnenkwam, Hannekes zoon die enkele straten verderop in dezelfde wijk woont: de bevers waren actief! Jawel, die hele wijk is via kanaaltjes en watertjes verbonden met de Biesbosch, een groot natuurgebied naast Dordrecht, en die bevers hebben er niets beters op gevonden dan een burcht te beginnen bouwen daar tussen de huizen.

Wij dus allemaal een vestje aan en naar buiten, naar de bevers. Maar zo wijs!

Eentje zwom wat verderop – er is daar een fijn pad aan deze kant zodat je kan meevolgen – en ging daar vrolijk in een tuin een stuk struik afknagen om die dan naar zijn burcht te slepen. Als die mensen niet op tijd een soort afsluiting voorzien, hebben ze binnen de kortste keren geen tuin meer…

En wij, wij stonden daar als gekken te kijken en te filmen. Serieus, daarvoor moet ge veertien dagen in Canada zitten om geen enkele bever te spotten, en dan gewoon in Dordrecht tussen de huizen hen te zien zwemmen.

We keerden op onze stappen terug, en Hanneke ging rond half tien slapen, het was genoeg geweest. Wij bleven nog even zitten praten, tot Mireille en ik richting de logeerkamer gingen en Sabrina ging overnachten bij haar zoon wat verderop.

De volgende morgen was er een bijzonder uitgebreid ontbijt – die twee zijn gewéldige gastvrouwen – en daarna leerde Sabrina ons werken met ecoline. Ja, een Vossenweekendje is dat niet zonder dat we op zijn minst ook iets maken of knutselen. Ik vond het best wel geslaagd, ja.

Wat later aten we bij wijze van middageten Mireilles zeer geslaagde applecrumble, en nog wat later verklaarde Hanneke dat het welletjes was. Mireille en ik waren sowieso al bijzonder opgetogen dat we hadden kunnen overnachten en op die manier wat extra tijd met ons vieren hadden kunnen doorbrengen.

We namen hartelijk afscheid en spraken meteen ook af voor Big Rivers in juli. Hoop, nietwaar.

Maar het was prachtig weer, en ook al kan Mireille niet echt veel – long covid with a vengeance – rustig wandelen zit er gelukkig nog wel in. We gingen eerst naar het Sterrenburgpark voor vijf labcaches.

En toen zagen we dat er een ongeluk was gebeurd op de autostrade ergens in de buurt van Zwijndrecht en dat we daar twee uur zouden stilstaan, en dus kozen we voor nog een extra wandeling in de Biesbosch, met uiteraard ook nog enkele labcaches. Wat een prachtig, muisstil natuurgebied zeg! Heerlijk gewoon, zeker in die zon…

En toen bleek het bijna half zeven, stond er nog steeds behoorlijk wat file, en kregen we een hongertje. De bistro aan dat Sterrenburgpark had er zeer behoorlijk uit gezien, zodat we daar iets gingen eten: zeer ruime porties voor weinig geld, zo hoort dat.

Het resultaat was dat we rustig zonder file naar huis konden rijden, Mireille werd opgepikt door Arend, en ik tegen tien uur, helemaal uitgerust en opgeladen, terug thuis was.

Vossenweekendjes – al is het tijdens de week – ik ga dat gigantisch missen. En dat niet alleen.

Lectuur: “Suicide Kings” (Eric Carter #7) van Stephen Blackmoore

Al speelt de vorige plotlijn nog mee in de achtergrond en blijft Eric Carter het nog moeilijk hebben met het feit dat hij teruggehaald is uit de dood – en het fijne ‘leven’ dat hij daar had -, we krijgen hier een compleet nieuwe overkoepelende plotlijn. En dat overkoepelend mag je gerust letterlijk nemen: het boek eindigt op een gigantische cliff hanger, waardoor het meer lijkt alsof dit maar een half boek is.

Carter neemt namelijk de opdracht aan van een kennis om een soortement lijfwacht te spelen bij een familiebijeenkomst van een van de grote adellijke magische families, een bijeenkomst waarbij doorgaans de nodige doden vallen. Alleen blijken dat nu plots eerder zelfmoorden te zijn, en dat is absoluut niet logisch.

Carter verzeilt op deze manier in een eeuwenoude twist tussen twee zeer oude, zeer belangrijke families en kan zich er ternauwernood staande houden. Maar als necromancer kan je wel wat extra, natuurlijk, al heeft hij deze keer ook te maken met krachtige magiërs en niet zomaar gewone stervelingen. Maar als je gewoon bent om te gaan met goden…

Ik ben eigenlijk vooral blij dat ik niet hoef te wachten op het volgende boek, zoals veel lezers, maar dat dat volgende deel al gewoon uit is en ik kan verder lezen.

Oef.

Omen Rollercoaster

Het was enkel een mini – één namiddag en avond dus – maar het voelde als een volledig weekend: de Omen mini die eigenlijk had moeten draaien rond de verloving van Eric Ragnarson. Maar man, wat was dit een rollercoaster! Het begon allemaal rustig omdat enkele van de hoofdrolspelers pas later kwamen, maar na het eten brak het hele rumoer los. Ik vreesde even voor het leven van Olga, en heel terecht, zo bleek.

Ik heb uiteindelijk gespeeld tot vier uur en moest dan nog naar huis rijden, ik was dus pas thuis tegen zessen, maar ik heb me ongelofelijk goed geamuseerd! Jammer genoeg was dit wellicht de zwanenzang van Olga Vedordotter, mijn meest geliefde personage ooit. Omen houdt in oktober nog één weekend, en gaat dan eventjes in pauze. Als ze besluiten verder te gaan, komt er een reset, want er zat zodanig veel politieke plot in verweven, dat het voor figuranten bijna niet meer te doen was om een briefing te memoriseren.

De wereld blijft dan gelukkig wel behouden, dat hoeven ze niet opnieuw uit te schrijven, maar personages zoals Olga verdwijnen dan.

Mijn hoop is dat er nog een extra mini komt met het huwelijk van mijn neefje, waar Olga dan waardig afscheid kan nemen, voor ze terugkeert naar Midmark.

Maar wat hou ik van de wereld van Omen… Hard, duister, gritty, en tegelijkertijd zo zalig. Kudos aan het spelteam dat dit uitgewerkt heeft en blijft uitwerken: ik hoop ongelofelijk hard dat jullie de energie vinden om verder te gaan.

Namiddagje geocachen in Ronse

Zalig weertje, en dus werd de fiets opgeladen, reed ik naar Ronse, en vertrokken Véronique en ik bij haar thuis met de elektrische fietsen voor een hele reeks caches.

Ik moet het zeggen: ik genoot intens. Zalig weer, fijn gezelschap dat perfect op dezelfde lijn zit, prachtig landschap en een reeks caches. We hadden het bijzonder aangenaam, dwars door het Ronsische landschap, over een oude spoorwegbedding.

Op het einde toonde Véro me nog het oude kerkhof waar een monument staat van Henri Vandevelde, waar ook graftrommels staan en zelfs een graf met glazen platen, voor het geval dat de dame in kwestie schijndood was.

In elk geval een zeer fijne vakantiedag. Zo hoort dat.