Wandelingetje in de Blaarmeersen

Marleen moest deze namiddag naar het ziekenhuis voor een scan en had geen vervoer. Geen nood, had ik gezegd, ik kan je wel brengen. Ze had eerst nog geprotesteerd omdat ik dan nodeloos moest zitten wachten op mijn vrije middag, maar dat had ik gecounterd door te zeggen dat het voor mij eindelijk eens de gelegenheid ging zijn om mijn cache op de pier van de Blaarmeersen na te kijken. Die wordt niet zo vaak gelogd, maar was wel gemeld als doornat en dus niet beschrijfbaar. Dat is ook niet zo verwonderlijk, want hij hangt onderaan de pier net boven de waterlijn, na verloop van tijd wordt die quasi onvermijdelijk nat.

Bon, ik gooide haar af, sprak af dat we elkaar zouden treffen daar in de bewuste gang van de scanners, en ging op wandel. Het was ook de eerste keer dat ik eindelijk de nieuwe brug over de Watersportbaan zou betreden, en ze ligt er nu wel al eventjes.

Ik genoot van het uitzicht en het zalige weer, verving de effectief doornatte cache en was een uurtje later terug in het ziekenhuis, nét op het moment dat Marleen buitenkwam. Perfect getimed, dus. En extra karma: Marleen had haar vervoer, mijn cache was hersteld en ik had een fijne wandeling gemaakt.

Lectuur: “Bottle Demon” (Eric Carter #6) van Stephen Blackmoore

Soms is dit soort fantasy zo vlot geschreven en zo logisch in elkaar gezet, dat je er de meest onwaarschijnlijke plot twists gewoon bij neemt.

Eric Carter, necromancer van dienst, was namelijk dood. Morsdood. Koning van de Azteekse onderwereld, zelfs, en daar was hij eigenlijk best tevreden mee. Alleen bleek hij nog nodig op de wereld, en dus was er iemand die erin slaagde hem terug te halen, jawel.

Hij heeft met de  nodige tegenstanders af te rekenen, waaronder de in de titel vermelde flessengeest die al langer mee speelt in de verhalen, maar nu wel helemaal een dramatische invloed krijgt op Carters leven, en eigenlijk zelfs op meer dan dat. Tsja, af en toe moet een held de wereld redden, toch?

Maar al bij al blijft dit zeer aangename snelle lectuur: niet voor de meerwaardezoeker, wel voor wie graag hedendaagse pulpy fantasy leest. Als een trein, dan nog.

Aether: de conclusie

Awel ja, dat het een zalige editie was! Op zich had mijn rol niet zoveel om het lijf, maar ik was wel continu in de weer en deed blijkbaar wel mijn deel van het spelplezier. Man, geen idee hoeveel volk ik verbonden heb, pijnstillers heb gegeven – lang leve de M&Ms! – spuiten heb gezet en dies meer. Mijn persoonlijke plot – een onverwacht weerzien met de vader van mijn 23jarige zoon die van diens bestaan niet af wist – viel een beetje in het water wegens te veel andere dingen, en het proces rond de verdwijning van medicatie werd zonder mij opgelost, zo bleek: ik was niet langer een verdachte en ging niet terechtstaan.

Ik heb me gigantisch geamuseerd, de rug was moe maar deed eigenlijk niet echt pijn, maar dat kan ook aan de pijnstillers gelegen hebben: mijn bakkes is echt niet in orde, maar daarover later meer.

Leuk was ook dat ik plots onverwacht nog mijn mafiabaas moest gaan spelen. Ik had gelukkig andere kleren bij die daarvoor konden dienen – en ik leende een bloes van Valerie – en het kwam al bij al nog wonderlijk goed uit toen spelleiding het me kwam vragen. De zuster was namelijk aan het bekomen van de drukte en de afwijzing van haar vroegere minnaar en had een whiskey gevraagd. Ze kreeg blijkbaar een vierdubbele, maar aangezien ze dat eigenlijk nooit drinkt, had ze dat niet door en kiepte ze dat in één teug naar binnen. Resultaat? Een behoorlijk zatte zuster die haar hart uitstortte bij een van de spelers. Tsja. Blijkbaar kwam dat bijzonder geloofwaardig over, want toen ik dat verder uitspeelde en Jonas me dan ook zogezegd in bed stak, kwam het bericht bij spelleiding – die op me zaten te wachten voor dat mafiastuk – dat ze me noodgedwongen in bed hadden gestoken. Waarop ik enkele minuten later, in andere tenue, vrolijk binnenwalste bij de regie en me klaar voor een confrontatie verklaarde.

Deze ochtend heb ik me ook gigantisch geamuseerd met het uitspelen van de kater, waarbij ik zeer twijfelachtig naar mijn karige ontbijt staarde, veel water dronk, ineenkromp bij elk geluidje en zeer weinig van zeg was. Het leverde me de vraag van Chelsey op of ik iets van Dafalgan of zo wilde. Waarop ik uiteraard nee zei, en pas tien minuten later haar euro viel dat ik helemaal geen alcohol drink en dus ook geen kater kon hebben. Score!

Soit, het was een goeike dus. En bonus: ik heb het net gehaald tot thuis zonder bij te laden.

Aether: zalige foto’s!

Sara Brys, ofte LittleCat, maakte weer zalige foto’s van de Aether. Uiteraard zijn er veel meer dan dit, maar ze heeft er wel een aantal getrokken die perfect de hectiek weergeven die bij momenten heerste in de ziekenboeg van de larp.

Daarnaast was er ook een zalig moment waarop een oproep werd gedaan om bloed te komen geven, en uiteraard eerst en vooral de politiekers hun ding kwamen doen, onder toeziend oog van de pers. Ik moest uiteraard wel de procedure uitleggen aan mijn assistent-zuster, onder auspiciën van een van de dokters.

Gelukkig kon ik af en toe heel even gaan liggen, soms in het gras bij de Ieren, maar ook soms gewoon in de ziekenboeg zelf omdat de heren op missie waren en er elk moment gewonden konden binnengebracht worden.

En tussendoor was er ’s middags een ongelofelijk buffet en ’s avonds een compleet diner met voorgerecht, hoofdgerecht en dessert, allemaal aan tafel opgediend en afgediend. We worden immens verwend!

Aether Sintel in Baarlo

Het was alweer een stevig eind rijden, richting Baarlo, maar het kasteel was ook wel de moeite, ja.

En dit was uiteraard nog voor het volk zich aandiende, al stond het personeel wel al klaar. Goed zot, die mensen: zich een heel weekend vrijwillig uitsloven…

Mijn rol was dus hoofdzuster in de ziekenboeg van de hertog die zijn kasteel had opengesteld voor officieren, aangezien het front tegen de Pruisen – een alternatieve tijdlijn in 1925 – nu echt wel vlakbij was.

Ik had ook nog wel persoonlijke plot, maar vooral de ziekenboeg draaiend houden, wat soms wel wat inventiviteit en creativiteit vergde, maar waarmee ik me stevig heb geamuseerd.

De foto’s zijn overigens van Sara Brys, een van onze vaste larpfotografen.

Dagje Rijsel

Ik ben blij dat ik tijdens deze projectweek toch weer mee kon met de vijfdes naar Rijsel: ik vind dat een fijne uitstap omdat we eigenlijk gewoon ons goesting kunnen doen: we moeten met voldoende begeleiders zijn voor de busreis en om ter plekke in te kunnen springen, maar verder laten we ze in handen van Franstalige gidsen en spreken we gewoon weer om kwart voor vier af. Volgens traditie gaan we eerst om half elf ontbijten in een vast adresje met vooral heerlijke patisserie.

En toen ging de ene op zoek naar comic winkels, gingen de dames shoppen en ging ik de fiets op – jawel, die kan gewoon mee in de laadruimte van de bus – richting de citadel om daar de geocaches te doen die ik de vorige keer niet had gevonden. Het was prachtig weer, maar echt zalig, en dus fietste ik vrolijk een eind weg.

Ik moest me nog reppen om op tijd terug te zijn voor de lunch, bij een zeer fijne Italiaan die er van buiten absoluut niet impressionant uit zag, maar aan de binnenkant mega groot was, knap ingericht en nog eens stampvol ook. Gelukkig had Hannah gereserveerd…

Er was nog net genoeg tijd om nog terug te fietsen naar de citadel en nog een paar caches op te pikken.

En dat was dat: we pikten onze leerlingen terug op, wandelden naar de bus, gingen met die bus een beetje in de file staan, en waren tegen zessen netjes terug in Gent.

Fijne, stralende dag gehad, maar nu ga ik voor de rest van de avond geen vin meer verroeren: de rug vindt het meer dan welletjes.

Magnolia’s in het Leen

Vorig jaar was ik net te laat om de magnolia’s nog te zien bloeien, dit jaar gingen ze me niet bij mijn lepels hebben. Zaterdag was het wel nog mooi weer, maar had ik de energie niet, maar vandaag was ik niet ingeschakeld voor de projectweek en wilde ik de rug toch even losmaken door te wandelen op eigen tempo. Ik reed dus naar het Leen en genoot er met volle teugen van de magnolia’s, een vroege rhododendron en enkele camelia’s.

Daarna ging ik nog enkele labcaches oppikken in Eeklo zelf en reed daarna via Lembeke naar huis, waar ik overigens een pracht van een klein natuurgebiedje vond met een grote vijver, iets waarvan je nauwelijks de ingang vindt vanop straat.

Ik was pas tegen zevenen thuis, de rug was moe maar deed geen pijn, en dat vond ik heel veel waard, om eerlijk te zijn. En ik was vooral ook helemaal uitgewaaid met een leeg hoofd.