Lectuur: “Just Kids” van Patti Smith

Na de talloze bladzijden van “Tout le bleu du ciel” hadden we deze keer in de leesclub van school geopteerd voor een iets minder dik, non-fiction boek, zijnde “Just kids” van de gekende artieste en zangeres Patti Smith.

Niet alle leerlingen kenden haar, en ook niet iedereen kende fotograaf Robert Mapplethorpe. Toch is dit het knap neergeschreven relaas van hun stormachtige relatie, hun wel en wee in de jaren 60 en vooral ook de jaren 70, hun opkomst in de kunstwereld en hun verblijf in het mythische Chelsea Hotel.

Smith vertelt in een vrij afstandelijke stijl hoe ze als jong meisje naar New York trekt, vol met ambitie en dromen, zonder geld op zak. Ze weet op straat te overleven tot ze een job vindt en ergens een minuscuul plekje om te wonen. En ze ontmoet Robert Mapplethorpe, met wie ze uiteindelijk een relatie krijgt en met wie ze vooral een leven en een levensvisie zal delen. Ze komt bijna per ongeluk terecht in de meest uiteenlopende artistieke kringen, vol bekende namen en locaties, maar blijft volhardend haar eigen artistieke pad volgen. Ze is een visueel artieste, die beeld en poëzie combineert en daar uiteindelijk ook een dikke snuif muziek aan toevoegt, maar dat komt weinig aan bod. Ze zet niet zichzelf in de bloemetjes, maar beschrijft vooral de New-Yorkse scene om haar heen, het leven in het beruchte Chelsea Hotel, en doorheen dat alles haar leven met Robert, ook wanneer de fysieke relatie tussen hen al lang afgelopen is en Mapplethorpe zijn duisterder homoseksuele kanten verkent.

Het boek was vooral een eye-opener: niemand wist echt veel over die fameuze jaren zestig en zeventig, en het boek kwam dan ook vaak als een verrassing over. Een aangename verrassing, gelukkig maar. Niet iedereen was even enthousiast, maar niemand was echt negatief over het boek, de meesten hadden het graag gelezen. Wat ook hielp, zijn de talloze foto’s doorheen het boek, die momenten vastleggen waarnaar Smith verwijst. Het leest als een roman, en soms moet je jezelf eraan herinneren dat dit een waargebeurd verhaal is, geen fictie.

Wat we er vooral van onthouden, is de diepe relatie tussen Smith en Mapplethorpe, de innige vriendschap, het volledige vertrouwen, zelfs wanneer ze uit elkaar groeien en deels uit elkaars leven verdwijnen, zoals dat gaat. Iedereen drukte de hoop uit om ooit een dergelijke vriendschap te kunnen meemaken.

Repetitie met een cacheke

Zondag hebben we een concert met ons koor in de kleine protestantse kerk in de Geuzenhoek in Horebeke, in de Vlaamse Ardennen dus.

Vandaag hadden we onze generale repetitie, in dat kerkje dus. Het is ook het kerkje waar we destijds ons eerste concert gaven met dit nieuwe koor, intussen meer dan vijf jaar geleden. En ja, het is er bijzonder aangenaam zingen, al is het een beetje weg van de wereld. En waarom Geuzenhoek? Wel, om een of andere reden – er is hier een heus museum aan gewijd en er zijn infoborden – is hier een protestantse enclave, compleet met veel nog steeds Hollands sprekende inwoners.

In het naar huis rijden na een aangename repetitie – ik doe er ook de presentatie en het voorlezen van de teksten – wilde ik ook nog een geocache oppikken en verzeilde ik bij een pracht van een molen. En ja, alle onderstaande foto’s zijn op hetzelfde moment genomen, met mijn Iphone, maar de ene dus met langere sluitertijd dan de andere. Ongelofelijk toch, wat die computerkracht met zo’n foto’s kan doen, want nee, er zit geen nabewerking op.

Leesclub: “Legion” van Brandon Sanderson

Zelf had ik Legion al veel eerder gelezen en daarom had ik het ook aangeraden: kort en eens iets compleet anders dan dat de leerlingen gewoon zijn.

Op de site van de school schreef ik het volgende:

In november kwam de leesclub van vier, vijf en zes samen voor Before the coffee gets cold van Toshikazu Kawaguchi,  in februari pakten we de Franse klepper Tout le bleu du ciel van Mélissa Da Costa aan, in maart gingen we voor non-fictie met Just Kids van Patti Smith.

Het jaar afsluiten wilden we met een korter boek dat vooral ook een compleet ander genre aanboorde, met name fantasy, en dan gingen we voor het kortverhaal Legion van Brandon Sanderson.

Hoofdpersonage is Stephen Leeds, een man die ergens tussen krankzinnig, compleet gek en geniaal zit. Zijn bijnaam is Legion omdat hij zichzelf omringt met hallucinaties die elk een meester zijn in een bepaald aspect, een deel van zijn persoonlijkheid, maar ook weer niet. Het is geen meervoudige-persoonlijkheidsstoornis, het zit veel dieper. Alleen wil Leeds vooral met rust gelaten worden, ook door psychiaters en onderzoekers. Wanneer hij een nieuwe skillset nodig heeft, zoals bv. een nieuwe taal, doorbladert hij een grammatica en een woordenboek, en dan dient zich een nieuwe persoonlijkheid aan die die taal spreekt en kan tolken. Juist ja. Alleen heeft elk van die persoonlijkheden een eigen willetje én een eigen kamer, zodat Leeds in een gigantisch huis woont.

En dan wordt er een bijzonder unieke maar ook gevaarlijke uitvinding gestolen en wordt er beroep gedaan op Leeds, die zich tijdens zijn onderzoek standaard laat vergezellen door een viertal van zijn hallucinaties.

Sanderson slaagt erin om het verhaal vorm te geven in een tachtigtal bladzijden, wat volgens sommige leerlingen veel te kort was. Eentje bleef op haar honger zitten, vond het verhaal niet diep genoeg uitgewerkt, had graag meer diepgang van de personages gezien. Anderen vonden dat het net genoeg was uitgewerkt om de nieuwsgierigheid te prikkelen, ook al is het behoorlijk onwaarschijnlijk. Aan de andere kant is het dan weer net realistisch genoeg om waar te kùnnen zijn en speelt het zich af in onze hedendaagse wereld.

De meningen waren duidelijk verdeeld: de meerderheid wilde wel deel twee en deel drie lezen, een enkeling had zich al het hele oeuvre van Sanderson digitaal aangeschaft. Iedereen was het er wel over eens dat het een compleet andere genre was en dat dit wel verfrissend werkte, al vond de kritische geest in het groepje dat dit dan net niet fantasy genoeg was: als het een verhaal was geweest met elfen, dwergen, magie en dat soort dingen – denk Lord of the Rings – dan had ze wellicht er meer van genoten. Toch kon dit wel een fijne, want korte introductie in het genre zijn.

Bij het verorberen van de nog lauwe cake werd er overeen gekomen om volgend jaar te starten, voor de herfstvakantie, met Little Women van Louisa May Alcott. Dit Engelstalige boek is al wat ouder, maar blijft vooral in de Angelsaksische wereld razend populair en duikt ook hier op in verschillende leeslijstjes, mede door de recente verfilming van Greta Gerwig met onder andere publiekslieveling Timothée Chalamet in een van de hoofdrollen. De afzwaaiende zesdes hoopten dat ze volgend jaar ook nog kunnen meelezen en mee bespreken, maar dat zal afhangen van hun lesrooster, vermoeden we.

De juiste datum delen we eind september nog mee, dat hangt af van de lesroosters en de C-uren, maar je kan zeker al in de vakantie dit fijne boek beginnen lezen.

Hopelijk tot volgend jaar!

Lentefeest van Bo

Yup, zowaar ons laatste lentefeest/communiefeest!

Bo had gevraagd om in het thema van Liverpool te zijn, zijnde rood en wit. Voor mij was dat niet meteen een probleem, ik had de keuze tussen verschillende outfits, maar Merel had speciaal een rood-wit gestreepte pull gekocht, en Bart had zich zowaar helemaal een witte outfit aangeschaft. Voor de jongens was het simpeler: een van Wolfs maten is zwaar Liverpoolfan en hij was daar gewoon twee clubshirts gaan halen.

De jongens waren dus allebei mee, ook al had Else gezegd dat dat niet per se hoefde, want Kobe heeft woensdag al zijn eerste examen. Maar de heren wilden heel graag zelf mee, al was het maar om Bo een plezier te doen want die keek daar zo naar uit, en de jongens zijn zijn grote helden. Samen hebben ze dan ook even gevoetbald, wat Bo’s grote passie is.

Het weer was niet ideaal maar het regende tenminste niet, en zodra de zon scheen, werd het ook wat warmer. Het werd zelfs warm genoeg om even in het zwembad te springen, dat gelukkig wel verwarmd water heeft. Ze genoten er duidelijk van.

En de arme Kobe had zich intussen in Koens bureau gezet om daar te studeren.

Gelukkig was er ook het lekkere eten, Italiaans geïnspireerd, aan een prachtige tafel waar Liv voor gezorgd had.

Het was half zeven tegen dat we ginder vertrokken, en we waren dan nog als eerste weg, maar de jongens wilden echt nog wat studeren, en het was welletjes geweest. Maar het was een fijn familiefeestje, dat zeker!

Nog eens proficiat, Bo!

Lectuur: “Defiant (Skyward #4)” van Brandon Sanderson

Dit is het vierde boek in de reeks Skyward van Sanderson, een young adult science fiction reeks, maar geen hardcore, gewoon goed geschreven verhalen. Deze gaat naadloos verder op de vorige, maar was nog niet uit toen ik die gelezen had. Het duurde dus wel even voor ik er weer inkwam.

Spensa, het jonge hoofdpersonage, heeft haar avontuur in de Nowhere overleefd, maar voelt zich bij haar terugkeer nogal uitgesloten: het leven van de anderen ging verder, ook zonder haar. En hoe zit het met haar relatie? Leeft die nog?

Intussen heeft de Superiority niet stilgezeten en is de leider, Winzik, vast van plan alle mensen uit te roeien. Ja, ook hier is er dus een red-de-wereld-verhaaltje, zoals dat hoort. Alleen kan Spensa pas die moed opbrengen wanneer ze door krijgt dat ze misschien wel alles moet opofferen daarvoor, dat ze niet puur egoïstisch mag handelen maar haar vrienden, haar wereld voorop moet stellen.

Uiteraard kan Sanderson vertellen – ik ben een echte Sanderson fan, maar dat wist u wellicht al – en ook hier gebruikt hij het aloude verhaaltje van de held die tot inkeer en inzicht moet komen vooraleer hij het Kwade kan overwinnen. Maar Sanderson doet dat gewoon goed, elke keer weer, en de wereld zit zo knap in elkaar dat het fijn blijft om te lezen.

Bedankt, mister Sanderson.

Lunchdate

Op de laatste Aether hadden ze me ’s nachts gevraagd om snel even een vroeger NPC-personage te komen spelen, zodat ze dat stukje plot konden afronden. Blijkbaar wilden ze haar daar ook laten doden. Euh, ik protesteerde, niet omdat ik dat op zich zo erg vond, maar wel omdat dat personage met een andere groep spelers echt nog wel spel had en dat er zelfs naar gevraagd was bij het begin van het weekend.

Blijkbaar wist deze vernieuwde spelleiding daar niet echt van, of hadden ze dat in de database niet opgemerkt. Ze lieten haar dus ternauwernood ontsnappen, en vandaag kwam Laurens speciaal uit Brugge om te bespreken wat ze precies had uitgespookt vorige weekends dat plot opgeleverd had.

Ik nam hem mee naar de Ooievaar: rustig, gezellig, niet duur en ook wel een beetje zijn ding als zijnde een sociaal restaurant. En het waren net frietjes, en ze hebben daar ongemeen goeie frieten.

Soit, na een dik uur kwamen we nog bij mij thuis een koffie drinken en het gesprek afronden. Geen idee wat ze er nu verder mee gaan doen, maar Laurens gaf toe dat hij ook wel inzag dat het jammer ware geweest mochten we het personage daar laten sterven hebben, want er zit nog zo veel meer in.

Maar eerlijk? Ik speel haar niet zo graag, ze ligt me niet helemaal. Maar toch: alles voor de plot, alles voor de spelers. En mij heeft het een fijne middag en een lekkere lunch opgeleverd.

Nog eens merci, Laurens!

Roll-out van Elektra

Vorig jaar was er de roll-out van Orion, de auto van UGent Racing waar Wolf aan gewerkt had bij Mechanical Composites en waarvoor hij destijds de stoel had gemaakt uit carbon fiber.

Intussen zijn we een jaar verder, heeft hij dus een jaar meegedraaid bij Autonomous Control en ontelbare uren geklopt, ging zijn Bachelor proef over het kalibreren van de Lidar en de optische camera zodat die exact op hetzelfde moment hetzelfde beeld weergeven, en is hij verkozen in het bestuur van UGent Racing als Chief Autonomous. Right up his alley, zeggen we dan, al was hij liever Captain van het hele team geworden. Yup, hij is altijd al ambitieus geweest, onze Wolf.

Maar vandaag was er dus de Roll Out  van de nieuwe auto, waarvan hij me zelfs de naam nog niet had willen verklappen. Ik stond dus tegen half acht in de Handelsbeurs, samen met blijkbaar zo’n 700 anderen, en keek vol trots naar de presentatie en uiteraard ook de auto zelf. En ja, het is een knap ding geworden. Elektra, heet ze.

Maandag waren ze nog foto’s gaan nemen met de auto overal in ’t stad:

Deze zomer gaan ze aan drie competities meedoen: Nederland, Hongarije en Duitsland. En nu maar hopen dat Wolfs tweede zit meevalt zodat hij mee kan.

Maar wat ik eigenlijk nog wijzer vond, was het nevenproject van UGent Racing: Hydra! Ze hebben de auto van twee jaar geleden, Artemis, omgebouwd naar een verbrandingsmotor. Vreemd, zegt u, en dat vonden we eerst ook, toen we het filmpje zagen en vooral ook het brullende geluid van de motor hoorden (een filmpje dat Wolf afgelopen nacht nog met een paar heeft gemaakt). Maar dit blijkt op aanvraag te zijn van ABC, de Anglo-Belgian Corporation die een van hun grootste sponsors is en op wiens terrein ze zitten, een bouwer van scheepsmotoren. Het is namelijk de bedoeling om hiervoor een waterstofmotor te ontwikkelen en verder uit te bouwen. Puur research dus, niet om mee te racen, maar wel voor praktisch gebruik in de industrie. Zalig, toch?

Enfin, leerrijke, fijne avond gehad en vooral bijzonder trots op mijn zoon die volgend jaar daar ook op dat podium zal staan met een hele uitleg rond de Autonomous control.

Cerberus

Al een paar jaar leg ik in het eerste jaar de Griekse goden uit aan de hand van Playmobil. Ik zet dan de sokkeltjes op tafel en laat alle leerlingen er eentje pakken, alsook een figuurtje en een van de andere voorwerpen.

Dit jaar had ik hen de goden op voorhand laten opzoeken en invullen, ze wisten er dus een pak meer van. Maar uiteraard vertel ik er hen het hele ontstaansverhaal bij, van Kronos die een orakel krijgt dat zijn zoon hem zal verslaan en dus maar voor het gemak al zijn kinderen opvreet. Maar goden zijn onsterfelijk, en Zeus slaagt erin zijn broers en zussen te bevrijden en de hegemonie over te nemen. Daarna verdeelt hij de drie gebieden – alles wat lucht ademt, alles wat in het water leeft en alles wat in de onderwereld zit – tussen de drie broers. Ha ja, want zussen tellen niet mee.

Alleen…

Playmobil is zo’n typisch bedrijf, weliswaar van Duitse oorsprong maar met een Amerikaanse insteek, dat niet aan dood en verderf en onderwereld en dergelijke voor kinderen doet. Er is dus ook geen figuurtje voor Hades, maar zonder hem krijg je die mythologie dus niet uitgelegd. Vorige jaren werd hij ‘gespeeld’ door een bloempotje of een sleutel of zo, maar dat slaat eigenlijk nergens op. Online had ik wel een afbeelding gevonden van iemand die hem zelf had gemaakt voor de volledigheid en die staat dan ook in mijn cursus.

Ik heb dit jaar een zalige kerel in mijn zesde die nogal een Lego aficionado is, maar die ook niet vies is van een Playmobilleke. Op mijn vraag heeft hij me een Hades samengesteld en vooral ook een Cerberus gemaakt, de driekoppige hond uit de onderwereld. Heel fijn was dat niet afgewerkt, dus heb ik aan Geraard – mijn GM van de Call of Cthulhu en notoir figurineschilder – of hij die kon bijwerken. Hij is dan aan de slag gegaan met putti en verschillende soorten verf en kwam tot een zeer fijn resultaat.

Hades was nu tenminste al aanwezig in de les. Nu nog het sokkeltje bijwerken, een troon en een kroon zoeken, en ik kan de afbeelding in de cursus ook aanpassen.

Maar dat spelen in de klas, dat blijft wel wijs natuurlijk!