Dagje Nederland, in casu het Kröller-Müller

Bart moest vandaag in Ede zijn, tussen Arnhem en Utrecht, voor een podcast. Hij had gevraagd of ik geen zin had om mee te komen, en daar zei ik geen nee tegen: het is bijna drie uur rijden, maar twintig minuten verder zit je in Otterlo, meer bepaald in het Kröller-Müller museum, en voor zover ik me herinnerde, heeft dat een prachtige collectie. Meteen kon hij me in het terugrijden afgooien in Dordrecht, voor Big Rivers. Normaal gezien zou ik vrijdag zelf rijden en dan Mireille oppikken, maar mijn auto is nog steeds in de garage, helaas, ik heb dus geen vervoer. Ik had de trein kunnen nemen of iets anders proberen verzinnen, zoals het huren van een auto, maar een van de logische routes van Otterlo naar huis is via Dordrecht, en wie ben ik dan om moeilijk te doen?

Rond negen uur vertrokken we, kwart voor twaalf stonden we op de markt in Ede, nog wat later genoten we allebei van een fijne salade en had ik al wat labcaches gevonden. Tsja…

Om één uur moest hij bij OMA zijn voor zijn podcast, en ik ben dan maar in de buurt gaan rondlopen voor een paar geocaches. Er was een hele leuke multi rond vijf grote kunstwerken op ronde punten, maar jammer genoeg klopte mijn berekening voor de uiteindelijke cache niet helemaal. Maar ik had dus wel een fijne wandeling in een mooie buurt.

Iets voor drie waren we in Otterlo. Wat een prachtig museum, wat een collectie! Ik heb veel te veel foto’s genomen, maar bon, het is mijn blog :-p

Voor de beeldentuin deed Barts voet te veel pijn, dus liepen we daar niet echt rond.

Het zorgde er wel voor dat ik netjes tegen zessen in Dordrecht was, wat ervoor zorgde dat ik mee kon eten – Sabrina had heerlijk gekookt met gnocchi en soep en salades – en dat ik vooral ook mee kon op het bootje. Maar dat is voor een volgende blogpost.

Zomertruitje (nr. 4)

De bedoeling was dat Peggy vandaag hier haar nieuwe zomertruitje kwam ophalen, maar ze voelde zich niet zo goed, zodat ik maar tot daar ben gefietst. Het scheelt dat ze hier amper vijf minuten fietsen van woont.

Ze had al een kleedje aangetrokken waar wit in zat en waarvoor ze dat nieuwe zomertruitje wilde, in het wit dus. En ja, het staat haar echt wel. Ik heb het zelf ook even aangetrokken, puur voor de foto: ik wilde haar tonen dat het klaar was.

Het is dus nog steeds helemaal wat ze wil en waar ze ook goed mee staat, dus ja, die volgende komen er ook nog aan, nog zwart, grijs en dan in een lichter materiaal beige en grijs.

De eerste waren sowieso gratis, enkel het materiaal moest ze betalen, maar intussen betaalt ze me er ook voor: niet veel, ik ga er niet rijk van worden, het is omgerekend iets meer dan een euro per uur, maar daar doe ik het uiteraard niet voor. Het is wel mooi meegenomen natuurlijk voor al het werk, want het haken zelf doe ik terwijl ik tv kijk of lees, maar het samennaaien en de draadjes instoppen is een knap vervelend werkje waar ik wel mijn hoofd moet bijhouden en dat ik dus niet graag doe. Ach ja, de rest is leuk, en zij is er bijzonder blij mee.

Oh, en het patroon? Poepsimpel, ik heb het van onderstaande foto gehaald, maar dan zonder mouwtjes, en met acht herhalingen ipv. zeven. De breedte die ik gebruik is 90 cm, en ik doe de halsopening ook met een rij dubbele stokjes.

Mocht iemand de steek ook willen uitproberen maar heb je moeite met het patroonlezen: vraag gerust, ik leg het met plezier uit.

Lectuur: “Silver Bullet (Preternatural Affairs #2)” van S.M. Reine

Na het einde van boek 1 van Preternatural Affairs krijgt heks Cèsar Hawke niet eens de tijd om zich te douchen vooraleer hij met zijn vaste partner Suzy, zijn baas Fritz en consultant Isobel naar Reno wordt gestuurd om daar een piek in magische energie te onderzoeken. Hij is namelijk gepromoveerd naar een nieuwe task force  waarbij hij dus, tot zijn eigen gruwel, veldwerk moet doen. En dan blijkt dat hij niet alleen een reeks demonen ontmoet – een arachnide, een nachtmerrie – maar ook een weerwolf, en dat hij vooral ook de confrontatie binnen eigen rangen moet aangaan, een confrontatie die hem makkelijk de kop kan kosten.

Reine gaat verder op de weg die ze was ingeslagen: een mannelijk hoofdpersonage met het nodige relativeringsvermogen en vooral een stevige dosis zelftwijfel, licht sarcastisch, maar ook vooral niet bang om toe te geven dat hij bang is, dat hij zwak is, dat hij twijfelt. En dat is wel mooi, ja. Maar ze heeft vooral goed gekeken naar haar voorgangers. Niet dat daar iets mis mee is, maar je kan het vergelijken met de zoveelste NCIS kloon op televisie: goed gemaakt, maar niet bijster origineel.

Sushi

Om een of andere reden had Bart aan Merel beloofd dat we nog eens sushi gingen eten. Ze is daar zot van, en wij zeggen daar zo gelijk ook geen nee tegen. Ze mocht zelfs kiezen: aan huis laten komen of op restaurant.

In dit zalige weer reden we gisterenavond dus met de fiets naar de Korenmarkt, want de Twilight Sushi daar heeft, zover we al kunnen uittesten hebben, de beste Dragon Eye rolls die er zijn. Kobe is op kamp, maar Wolf zat al de hele dag in de loods voor UGent Racing, dus niet echt ver. Sushi is zijn ding niet, maar die Dragon Eyes kan hij wel smaken, en hij mocht gerust ook kiezen voor teriyaki of zo. Hij kwam dus ook vrolijk aangefietst daar op de Korenmarkt.

En zo zaten wij gisterenavond dus met zijn viertjes op een heerlijk terrasje midden in ’t stad voor een sushiboot met extra Dragon Eye rolls, zomaar, omdat het kon. En omdat het vakantie is. En zomer. En lekker weer. En vrijdag.

Ik fietste daarna nog even verder om een cache te vervangen en om op ’t appartement de planten water te geven. En ik zag dat het goed was.

Rondlopen in Heusden

Via GIFT Gent had ik twee hele leuke, donkere nachtkastjes op de kop kunnen tikken, perfect voor Wolfs slaapkamer. Alleen waren die wel op te halen aan het station van Gentbrugge, zowat de andere kant van Gent. Geen nood, er is altijd wel een geocache in de buurt, in casu in Heusden deze keer: twee reeksjes labcaches, de bonussen daarvan en nog een losse enkeling.

Het leverde me een leuke wandeling op, wat rondgerij met de auto en uiteindelijk ook nog een ijsje op de markt van Heusden, op aanraden van een Heusdense collega. Ik was geïntrigeerd door een brandraam in de kerk, ging er even binnen en zong er meteen ook iets, want ik was er toch helemaal alleen en de akoestiek was prima.

Resultaat: ik was pas tegen acht uur terug thuis, maar wel helemaal ontspannen en uitgewaaid. En… ik had een ijsje! Nè!

Oh, en die nachtkastjes? Die heb ik persoonlijk nog uit de auto gekregen en op hun plaats gezeuld. Mijn rug was er niet dankbaar om, maar mijn tevredenheid was groot.

 

Lectuur: “Witch Hunt (Preternatural Affairs #1)” van S.M. Reine

Ik was op zoek naar nog een hersenloos, zeer licht en very pulpy reeksje om nu, tijdens de examens, te lezen. Mijn brein kan op het einde van het schooljaar geen zware lectuur meer aan, en daarom heb ik voorlopig Possession van Byatt opzij geschoven.

Deze reeks voldoet aan alle vereisten: geen diepgang, hedendaagse hersenloze fantasy, een charmant hoofdpersonage, een vleug seks, en veel magie en doden. Zo hoort het.

Hoofdpersonage van dienst is Cèsar Hawke, een witch in Los Angeles, gerecruteerd in de Office of Preternatural Affairs (OPA) die als een geheime, extra dienst naast de gewone politie en de FBI alles waar magie mee gemoeid is, onderzoekt. Cèsar is vooral een veredelde privédetective die kleinere misdadigers gaat opsporen en arresteren. Hij zit eigenlijk vooral aan een bureau, samen met zijn partner Suzy, en leidt een kleurloos bestaan. Tot hij, na een redelijk uitzonderlijke, wilde nacht, een lijk in zijn bad aantreft, en alles erop wijst dat hij haar wel degelijk vermoord heeft. Hij vlucht voor zijn eigen dienst en roept de hulp in van Isobel, een necrocognitive, om zijn onschuld te bewijzen. Maar dat lijkt een pak makkelijker gezegd dan gedaan, en is hij eigenlijk wel onschuldig?

De plot zit goed in elkaar, dat moet ik toegeven. Ik ben er ook in sneltempo doorgegaan en heb niet echt op gaten of inconsistenties gelet, dat geef ik ook toe. Maar dat wil ik ook niet in dit soort boeken, zoals ik al eerder The Dresden Files, The Iron Druid, Alex Verus of Eric Carter  las: allemaal hedendaagse magiërs van een of andere soort – tovenaar, druïde, toekomstlezer of necromancer. Al van de eerste pagina’s merk je wel dat dit de ‘volwassen’ soort wordt: Hawke verwijst al meteen naar zijn ballen. Maar gelukkig blijft het doorgaans bij dit soort verwijzingen: ik hoef hier geen stomende seksscènes, daarvoor is er andere lectuur. De auteur weet overigens zeer goed wie of wat haar doelpubliek is: ze verwijst naar voornoemde Iron Druid, maar evengoed naar Brandon Sanderson of de science-fiction reeksen Battlestar Galactica  of Firefly.

Het is niet zo goed als pakweg The Dresden Files, maar het is ook nog maar het eerste boek, ik geef het nog wat tijd. Hoe dan ook ga ik de reeks lezen, want dat is wat mijn arme brein momenteel nodig heeft.

Proclamatie

Yup, het is weer die tijd van het jaar: de proclamatie. Waar ik vorige jaren me bezig hield met de muziek, is dat nu vooral Nicolaas die dat overgenomen heeft, en ik doe nog wat assistentie. Zo ben ik gisteren nog de piano gaan ophalen bij Maarten, een van onze werkmannen, en ben ik die dan vandaag gaan afzetten. Daardoor heb ik ook nog even geluisterd en wat feedback gegeven bij de twee muzikale nummers, ook al was dat eigenlijk niet nodig. Vooral Ben, een van mijn zesdes, heeft me van mijn sokken geblazen met My Way van Sinatra: hij zingt echt wel goed en meende het vooral ook heel hard, want hij is echt ook wel op zijn eigen manier doorheen zijn middelbaar gegaan.

Het was gelukkig niet al te warm tijdens de proclamatie, en onze eigenste Kamiel De Bruyne, die destijds een reeks prijzen wegkaapte waaronder die van Latijn, hield een schitterende laudatio. Sommige mensen kunnen echt wel spreken…

En toen was er de receptie en bleef ik alweer te lang voor mijn rug, en nam ik nog een fijne foto met mijn twee vrouwelijke Griekjes, en was ik alweer pas na middernacht thuis.

Maar bon, de laatste loodjes.