Verjaardagsdrink
Kris en Lies nodigden me, net zoals vorig jaar, uit voor een verjaardagsdrink. Deze keer dus niet in de Comic Sans, maar wel in de Trollenkelder, en zelfs buiten op het terras.
Ik bracht mijn pa terug naar huis en sprong op de fiets, want dat ging wel deugd doen voor de rug: die is namelijk licht aan het protesteren tegen het vele zitten momenteel. Jammer genoeg zijn de houten banken daar buiten ook verre van ideaal, zodat ik niet lang gebleven ben: lang genoeg voor een drankje en een taartje en een fijne babbel. En een selfie, dat ook ^^
Lectuur: “Firstborn” van Brandon Sanderson
Ik ben fan van Sanderson, dat is wel duidelijk, denk ik. Zijn grote reeks, The Stormlight Archive, bestaat uit kleppers van allemaal rond de 1000 bladzijden. Gelukkig schrijft hij ook kortverhalen, en in dit geval betekent dat ook echt kort, amper 43 bladzijden.
Het is dan ook een ware gave hoe hij er ook hier weer in slaagt, om in die luttele bladzijden, een ganse wereld en een gans verhaal te schetsen.
Dennison Crestmar is de tweede zoon in de dynastie van Crestmar, en zijn veel oudere broer is een strategisch genie dat erin slaagt wereld na wereld te veroveren. Dennison wordt verwacht in zijn voetsporen te treden en wordt daarin dan ook tot het uiterste getraind en gepusht, maar hij heeft niet de talenten, hij verprutst simulatie na simulatie. Tot de omstandigheden hem verplichten ook met échte levens te spelen…
Yup, Sanderson is gewoon klasse. 43 pagina’s, voor de meesten nog niet voldoende voor een proloog, en toch al een hele wereld. Ik zou het niet erg vinden moest hij ook echt een boek schrijven in deze setting. Maar we hebben geen klagen: de man is sowieso een veelschrijver.
365 – 19 juni 2025 – het groeit en bloeit
Cthulhu in de tuin
Het was een prachtige dag vandaag en het beloofde ook een prachtige avond te worden, en dus nodigde ik de roleplaygroep uit om hier in de tuin te spelen. Vorig jaar was dat niet gelukt wegens te nat en te koud en op de mooiere dagen geen game wegens vakanties en zo. Ik wou er nu dus van profiteren, en de heren zeiden geen nee. Stefaan zegde nog op het laatste moment af, maar Alex had netjes Geraard opgehaald, en die had voor een tussensessie eigenlijk geen attributen nodig, dus dat viel allemaal reuze mee.
Ja, tegen tien uur hadden de meesten wel een vestje of een pull aangetrokken, het is per slot van rekening nog steeds niet officieel zomer, maar ik vond het wel zeer aangenaam, zo hier in de buitenlucht.
Meer van dat, zou ik zo zeggen! Allez, als er niet te veel scenery moet opgezet worden tenminste.
Lectuur: “A dying light in Corduba” (Marcus Didius Falco #8) van Lindsey Davis
Rome barst van de kleine verenigingen die geen belastingen hoeven te betalen omdat ze een vereniging zijn. The Society of Olive Oil Producers of Baetica is er zo eentje, waar eigenlijk nauwelijks Spanjaarden in vertegenwoordigd zijn (nvdr: Baetica is een provincie in het zuiden van Spanje). Marcus Didius Falco woont op uitnodiging een diner bij van de Society met het idee een fijne avond te hebben. Alleen… worden er twee aanwezigen aangevallen, waarbij eentje wordt gedood en de andere, de Keizerlijke Spion en een rivaal van Falco, het net overleeft maar voorlopig in coma blijft. Falco kan uiteraard niet bij de pakken blijven zitten en gaat op onderzoek, iets wat hem naar Baetica voert, samen met zijn zwangere vriendin. De tijdsdruk is hoog: hij wil dat zij bevalt in Rome, en hij moet dus op tijd het onderzoek zien af te ronden. Dat wordt er niet makkelijker op wanneer er nog doden vallen en het een kluwen van politieke en economische intriges blijkt te zijn.
Opnieuw een degelijk geschreven, behoorlijk sarcastische historische detective. Ik durf mijn hand niet in het vuur steken voor de historische correctheid, maar Davis doet aan grondig bronnenonderzoek, dus ik vermoed dat het wel oké zal zijn. En anders heb je toch maar mooi een fijne detective gelezen.
54 en woest
Maandag wordt Gwen 54 – ik volg in november – maar dan zit ze de hele dag in Brussel. En in juni doen wij al graag eens van ontbijtje. Vandaag stonden we dus om negen uur – en we vonden het allebei eigenlijk te vroeg – in de Brugsepoort bij Woest. Ik kende het niet, maar ik vond het er zeer aangenaam: je kon buiten zitten of binnen, of, zoals wij, strikt genomen binnen maar bij een volledig opengeschoven raam, dus eigenlijk ook buiten.
Ik had voor haar een mandje gemaakt, geïnspireerd op wat Merel doet voor haar vriendinnen. Er zat een soort lantaarn in voor buiten, met drie appelblauwzeegroene kaarsen en drie nepkaarsen op batterijen, een theelichthoudertje in dezelfde kleur, een snoer lichtjes voor eventueel rond de lantaarn, een fijn notitieboekje zoals ze vaak gebruikt, een set stylo’s in snoepkleurtjes en vooral… een fotoboekje. We gaan nu al jaren samen eten en dingen doen, en vrijwel elke keer neem ik wel een foto. In het begin was dat analoog, en die foto’s heb ik dus niet meer, maar ergens, zo’n 14 jaar geleden, begon ik digitale foto’s te nemen. Nee, ik heb ze lang niet allemaal teruggevonden, maar de recente waren wel oké. De helft heb ik afgedrukt als foto in het Kruidvat, de helft wilde hij niet afdrukken wegens te slechte kwaliteit en die heb ik dan maar hier op mijn printer afgedrukt. Resultaat: ik heb gisterenavond nog ettelijke uren zitten knippen en plakken en data zitten opzoeken, want ja, ik wilde er wel zo veel mogelijk de juiste datum bij zetten. Ik had dus een fotoboekje met foto’s van toen Merel en Lena-Mare nog baby’s waren, tot vorige maand.
Bart had het gezien, vond het wel mooi, maar zei dat hij dat niet zo leuk zou vinden wegens nogal confronterend. Ja, we zijn een pak ouder geworden in die tijd, dat klopt. Gelukkig ken ik mijn bestie wel een beetje, en zij begon zowaar te huilen toen ze het kreeg, zo zalig vond ze het. Kroniek van (een deel van) een vriendschap, als het ware.
En toen was er dus het ontbijt met uitgebreid buffet, zowel zoet als hartig, met basisdranken à volonté, met een heerlijke zalmbereiding maar ook eitjes en alles erop en eraan. Aanrader, jawel.
Een goeie twee uur later, toen we zelf al aan het denken waren om te vertrekken, kwamen ze ons vriendelijk vragen of we het zagen zitten plaats te ruimen voor een groot gezelschap dat kwam lunchen. Zo staat het ook op de website: ze voorzien twee uur voor het ontbijt.
Samen trokken we nog naar de Kringwinkel van de Haspelstraat, om de hoek, eentje die ze niet kende. Ik vond er zowaar, voor tien euro, een prachtige set van rok en iets tussen vestje en tuniek van Kaat Tilley, in een donkerpaars, en in perfecte staat. Ik was er meteen verliefd op, ik had het ook meteen in de gaten. Jammer genoeg is het niet mijn maat, maar dat deerde niet voor die tien euro. De rok is maat 42, dat zal dus een wensdroom blijven, maar het vestje, daar kan ik al in, al is het nog bijzonder krap en dus niet draagbaar. Maar het is wel een extra reden om verder te vermageren, en dan lukt het hopelijk wel.
Ik heb het trouwens even opgezocht: online zou ik het kunnen verkopen voor rond de 300 euro, denk ik. Serieus.
Enfin, ik was pas weer thuis tegen half één, maar wat een heerlijk ontspannende voormiddag in de examens, en wat een machtige uitdrukking op Gwens gezicht toen ze het fotoboekje zag. Héérlijk!
365 – 14 juni 2025 – nog net geen 54
Tuinverlichting
En dan nog tuinverlichting op twee verschillende plaatsen!
Onze tuinverlichting werkte al jaren niet meer:Â er zat ergens een waterlek en dus kortsluiting, en onze vorige elektricien had dan maar meteen alles netjes afgesloten. Alleen werkte daardoor ook ons buitenstopcontact niet meer, en dat was wat minder praktisch. De elektricien die het oorspronkelijk had gelegd, een hele goeie nochtans, was enkel nog met grotere projecten bezig en kwam niet meer langs voor dat soort dingen.
Via via kreeg ik een tip voor een ecovriendelijke elektricien, en laat dat voor ons nu net een verkoopsargument zijn, los van het feit dat hij aangeraden werd door een kennis van me. Hij rijdt namelijk rond met een bakfiets met al zijn materiaal, zodat hij overal in Gent kan komen, geen last heeft van parkeerproblemen en meteen ook ecologisch verantwoord is. Je moet hem online boeken, een tijdslot ingeven en uitleggen wat de bedoeling is, zodat hij het juiste materiaal mee heeft.
Hij heeft hier onze oude spotjes uitgegraven, vastgesteld dat de bedrading kapot is, toch even nagekeken of dat ook te herstellen was, en dan gezien dat het een pak goedkoper is om meteen nieuwe te bestellen, waarvan je dan ook zeker bent dat ze – tenminste toch tijdelijk – waterdicht zijn. De draad in de grond en de aansluitpotten kon hij hergebruiken, alleen ging hij niet meer met gel werken maar met hars: een dure maar wel duurzamere oplossing. En meteen kon hij ook het lelijke en vooral ook kapotte licht boven ons voordeur vervangen door een eleganter exemplaar, ook op bewegingssensor.
Hij was dus eerst komen kijken, had alles uitgegraven, had wel al het stopcontact weer kunnen fixen, had toen alles besteld en was het dan onlangs komen installeren. Ik heb nu dus weer lichtjes in de tuin en ik steek ze steevast aan, al is het maar eventjes, zo voor het slapengaan, omdat ik er zo kan van genieten. In combinatie met het lichtsnoer op batterijen dat ik gekregen heb voor moederdag vind ik het al helemaal zalig. En toen bleek ook nog het licht naast de heel vroegere voordeur, een lichtje uit 1985, ook nog te werken, geheel tegen de verwachting in! Ik heb er een nieuwe lamp in gestoken, wat gewrikkeld en gewriemeld tot het slechte contact omzeild was, en jawel, fit lux! Voeg daar nog het geluid van de krekels bij die echt wel luid zijn, en ik voel me helemaal op vakantie in eigen tuin.
Oh, en gisterenavond, toen ik van het koor kwam, ben ik nog even langs het appartement gefietst om er de planten water te geven. De tuin was dit voorjaar nog kaal, wat bijzonder logisch is, maar het begint stilaan te komen, en ik had ook de lichtjes nog niet gezien: fantastisch! Het lijken allemaal kleine pacmannetjes en ik vind het gewoon feeëriek!
En dan is er natuurlijk ook nog het buitenlicht op het terras:
Ik heb toch echt iets met lichtjes…
Parkjes zoeken
Elf juni, midden in de examens dus, en ik moet mijn rug echt wel een beetje in beweging houden, heb ik gemerkt.
Ik ben dus na mijn kiné – die wel per auto was – nog op de fiets gesprongen en heb een stevig eindje gefietst om enkele caches na te kijken – de meeste waren gewoon nog in orde – en vooral ook een nieuwe cache te versteken. Ik had er eentje weggestoken op een prachtig plekje, aan de doorgang naar het Prinsenhof, maar daar ligt het eindpunt van een multicache waar ik totaal niet op gelet had. Mja.
Ik heb dus eerst stevig doorgefietst om die rug in beweging te krijgen, en heb er andermaal enkele mooie foto’s genomen langs mijn route.
Ik ging dus op zoek naar nieuwe parkjes, en zo kwam ik in de Rozanetuin terecht, een parkje dat ik wel al van de overkant gezien had maar waar ik nog nooit binnen was geweest. Dat ligt namelijk aan de Brug der Keizerlijke geneugten, maar dan wel aan de kant van het Zilverhof. Mooi parkje, maar soms afgesloten en dus geen cachemateriaal.
Ik fietste verder naar een ander groen plekje op mijn kaart, en dat bleek een heel strakke, mooie publieke binnentuin te zijn, helaas dus ook niet ideaal voor een cache.
Uiteindelijk werd het een verkeersbord aan de zij-ingang van het Sint-Lucas, aan de Molenaarsstraat.
Ik was helemaal uitgewaaid, helemaal ontspannen en klaar om nog wat examens te verbeteren en dan te gaan kwissen, de laatste kwis van het seizoen.









