Zonnige zaterdag

Wolf had vandaag om drie uur match, maar moest al op de club zijn om half twee. Ik kon uiteraard een paar keer heen en weer rijden, maar in dit zalige weer is het veel leuker om zelf te gaan rondlopen en te genieten van de zon!

Ik reed dus van de Blaarmeersen door naar het centrum van Sint-Denijs-Westrem dat tegenwoordig ook over een labcache beschikt. Ik reed dus rond, wandelde stukjes en vond vijf fijne Westremse gebouwen.

En toen moest ik dringend naar het toilet, waaide een fijn cafeetje binnen, dronk er zelfs nog een latte met alles erop en eraan voor amper 2.40 euro en loste de bonus op. Die bleek verdwenen maar mocht ik achteraf toch nog loggen. En toen stond ik, met nog een cache langs de baan, tegen twintig over drie op het rugbyplein waar het echt goed opging tegen Luik. Alleen hadden ze op het einde het geluk een beetje tegen, zodat ze nipt verloren. Ik was het eigenlijk niet van plan, maar ik ben gans de wedstrijd blijven kijken, gewoon omdat het zo mooi rugby was. Ze hebben echt goed gespeeld.

Toen ben ik maar naar huis gereden en heb tegen half zeven Wolf alsnog opgehaald. Ik was heerlijk ontspannen en heerlijk uitgewaaid, en ik heb vooral intens genoten van de zon op mijn snoet.

Lectuur: “Magnus” van Arjen Lubach

Ik kende Arjen Lubach van zijn uitstekende satirische programma “Zondag met Lubach”, waar hij bijtende satire heerlijk grappig verpakt. Ik wist helemaal niet dat de man eigenlijk schrijver was, en dan nog een begenadigde.

Toen Wolf zei dat hij “Magnus” ging lezen voor Nederlands, zette ik het boek meteen op mijn eigen leeslijst, en daar heb ik absoluut geen spijt van. Lubach kan schrijven, zoveel staat vast. In hoeverre hij daarvoor uit zijn leven put, is niet duidelijk, maar zeker is dat er een behoorlijk aantal autobiografische elementen in zit.

Merlijn Kaiser is toneelschrijver en epilepticus, maar zijn leven wordt voornamelijk gedefinieerd door zijn relatie met Caro. Wanneer zij hem verlaat – het is te veel hetzelfde met hem – zakt hij weg in een depressie, al heeft hij dat zelf niet eens door. Wanneer iemand van Mastercard hem plots belt over onverwachte uitgaven in Zweden, haalt dit hem uit zijn impasse: hij trekt totaal impulsief naar Stockholm om zelf te proberen achterhalen wie de dief van zijn creditcardgegevens is. Wanneer hij met enige moeite de man effectief ook opspoort en niet alleen kennis maakt met hem maar ook met diens dochter, meet hij zichzelf een valse identiteit aan en blijft hij niet de geplande week, maar meteen een half jaar. Met de nodige implicaties en consequenties natuurlijk.

Lubach zet tegelijk een verhaal neer van ontoereikendheid, grijsheid en depressie en een relaas van een avontuur dat tegen wil en dank romantisch blijkt te zijn. Het hoofdpersonage is vooral kritisch tegenover zichzelf, maar ook zeer herkenbaar in zijn procrastinatiegedrag, zijn ontwijken van verantwoordelijkheid, zijn onwil om volwassen te zijn.

En de plot? Die lijkt op het eerste zicht onrealistisch, maar dan toch weer niet, zodra alle plotlijnen samenkomen. Wat ik ook heerlijk vond, is dat je duidelijk merkt dat dit geen vertaling is, maar een authentiek Nederlands boek, terwijl je toch zelden merkt dat het Noord-Nederlands is. Slechts af en toe sluipt er een woord of een zinswending in die niet in beide Nederlandstalige landen courant is. Ik ben vooral ook fan van Lubachs stijl: ik kan hem niet precies omschrijven, maar het is ongedwongen, ongeforceerd mooi Nederlands. Niet het barokke van een Hertmans, niet het platte proza van zo veel would-be schrijvers. Het zegt wel iets dat ik het boek op twee dagen heb uitgelezen en vannacht blijven lezen ben tot kwart voor twee, tot het uit was.

Aanrader? Jazeker. En gegroeid respect voor Arjen Lubach. Met een e.

Gedichtendag 2022

Oi! Ik was de gedichtendag van vorige week zowaar vergeten! Schande over mij!

Ik had al op voorhand zitten nadenken over welk gedicht ik zou posten, maar zowat al mijn favorieten zijn de vorige jaren al aan bod gekomen.

En toen zag ik het Gent Magazine, en daarin een gedicht over mijn stad van Rhea Cecile. En ik dacht: waarom ook niet? Want poëzie, dat moet je toevallig tegenkomen.

Gent

Zie de stad
als niets dat nadert.

De straten tot de nok
gevuld met drommen hoekstenen en dokken

die elkaar verdragen. Ik wieg me
langs vaarten en vertier naar

rimpels van de binnenstad.
Ze wachten weemoedig op mijn teken en buigen

zalvend de nacht om tot ochtendlicht hees
over wuivende huizen valt.

In een drieluik van nissen blijkt huiswaarts
waar hoeders op torens me sturen.

Binnen wordt buiten
                   – contouren van gulle steegjes

en weids als de blik van passanten
inhaleer ik

de stad
als alles dat voor me ligt.

 

De gedichten van vorige jaren:

2021: William Shakespeare met Sonnet 18
2020: Hugo Claus met Achter deze gevel
2019: Hans Lodeizen met Kus me.

2016: onze trouwhaiku
2015: Rainer Maria Rilke Herbsttag
2014: Horatius met zijn Leuconoë, het gedicht waarin carpe diem ook echt geschreven staat
2013: Jan Engelman met Vera Janacopoulos
2012:  Horatius over de Soracte, mijn sneeuwgedicht
2011: een anoniem Oud-Grieks gedicht,
2010: Cees Buddingh met zijn Blauwbilgorgel
2009: Paul van Ostaijens Melopee
2008: Hans Andreus met Voor een dag van morgen
2007: Catullus met Odi et Amo
2006: Catullus met mijn allerfavorietste gedicht, en ook zijn carmen 5 Vivamus

Geocachen in Lochristi (deel 2)

Twee weken geleden had ik ons pa in een grauw winterweer mee op sleeptouw genomen naar Lochristi. Cacher Francobello zit intussen aan nr. 36 van zijn rondje, en wij hadden er nog maar zes van gedaan.

Vandaag was het stralend weer en ik liet ons pa de keuze: opnieuw Lochristi of een labcache in Gent stad? Zonder aarzelen ging ons pa voor Lochristi en dus zaten we iets over tweeën in de auto richting geocaches. Waar we de vorige keer een foutje hadden gemaakt bij nr. 6, wisten we nu wel zeker waar we moesten zoeken, maar door een foute hint – mijn fout – zochten we ook nu opnieuw vergeefs. Derde keer goede keer, daar ben ik zeker van.

We reden wat verder en vonden uiteindelijk vijf caches van dit rondje en een Church Micro bij de kerk van Hijfte. Meer wilde ik er niet doen, want het ging niet bepaald vlot bij ons pa: hij duizelde en stapte niet vast. Tsja, in dit winterweer gaat hij ook nooit wandelen en daar draagt hij de gevolgen van natuurlijk. Maar het was stralend weer en we genoten er echt wel van.

En foto’s, daar heb ik zelfs niet aan gedacht.

Eindelijk weer koor!

Het was weer heel erg lang geleden, maar eindelijk konden we weer opstarten met Cantandum! Het zal nodig zijn, want eind maart hebben we een concert. Helaas kan ik daar zelf niet bij zijn, al heb ik echt lang getwijfeld. Maar datzelfde weekend is er Omen, een volledig weekend, en als ik dan de afweging moet maken tussen één avond en een volledig weekend… Maar het was dus echt met hartzeer dat ik die beslissing genomen heb, want Jaarringen zal echt wel een fijn concert worden.

Op voorhand was er een doodle rondgegaan: we beginnen met een koordag, en of we liever de zaterdag of de zondag hadden? Goh, de zondag is de dag voor mijn pa, en vorige zondag was hij al thuis gebleven omdat wij corona hadden en volgende zondag gaan Bart en ik gaan eten in The Jane. Zondag was dus geen optie, vond ik. Tot het bericht binnenkwam dat het enkel zondagvoormiddag ging zijn, van half tien tot half een, hier in Wondelgem in de Zulle waar ook ons concert zal doorgaan. Hah, ideaal! Allez, tenminste als mijn liefste dan mijn pa wilde ophalen, en dat zag hij helemaal zitten, gelukkig maar.

Deze ochtend om half tien zat ik dus vrolijk op mijn fietsje in de winterkou met mijn koormap en een thermos koffie richting de Zulle, en ik heb mijn hart uit mijn lijf gezongen.

Ik geef het toe: soms heb ik het lastig met het koor en moet ik me er op donderdagavond naartoe slepen, maar man, ik zing graag… En ik weet ook dat, als ik zou stoppen, dat ik het keihard zou missen. Dus ja, ik blijf zingen, maar dan helaas wel zonder concert. Grr…

Cache-onderhoud, deel 2

Ik heb een aantal jaar geleden een cacherondje gelegd in het park Claeys-Boüüaert naast de school, voor The Final KAMdown: zes caches en een bonus, allemaal op quasi gemillimeterde afstand van elkaar, want elke cache moet in vogelvlucht 161 meter van een andere liggen, en dat park is eigenlijk maar heel nipt groot genoeg.

Soit, ik ga regelmatig die caches nakijken, ik krijg ook telkens een melding als iemand er eentje vindt. Soms krijg ik het op mijn heupen van commentaren als: “doordat sommige logboekjes doorweekt waren en de code niet meer leesbaar was en omdat de app niet meewerkte zodat we geen formule hadden, hebben we deze bonus niet kunnen doen.” Dat staat dan als een ‘niet gevonden’ in de lijst, en dat werkt op mijn zenuwen, zeker als je weet dat twee van de zes codes voor de bonus niet op de logrol staan, maar via de beschrijving te berekenen zijn. En één cache had deze schrijver niet gevonden, hij beweerde dat het touwtje in twee was en de cache in een buis zat, en voegde er trots een foto aan toe van het nylondraadje. Omdat die cache vlak naast de ingang van de school ligt waar ik toezicht heb, was ik de dag nadien al gaan kijken, maar een touwtje heeft twee uiteinden. De cache zat nog netjes op zijn plaats, aan het andere uiteinde dus. Grr.

Maar twee weken later kreeg ik de volgende commentaar: “voor de bonus dan maar even een collegacacher om hulp gevraagd. Dit rondje mag misschien een beetje onderhoud hebben [;)].

Na de reeks Platteland naast de stad wilde ik graag nog een kasteeltje bekijken. Daarom nog dit korte rondje gekozen. Alles werd gevonden, sommige boekjes nat tot doornat en de bonus lag op een mooi plekje. Ook nog een bekende Belg (Ben Segers) gespot [:P].
Thanks !”

Mijn wenkbrauwen gingen de lucht in, en aangezien het vandaag ein-de-lijk een zonnige dag was waarop ik geen les moest geven en niet meer in quarantaine zat, sprong ik op de fiets met de cachebak in de fietstassen en nam een kijkje.

Hmpf.

Ik heb het volgende geschreven als cache-onderhoud bij de verschillende caches: “Na een aantal klachten ging ik verwonderd een rondje onderhoud doen.
– alle codes waren perfect leesbaar. Nee, niet alle logrollen hebben een code
– 1: logrol licht vochtig, vervangen met plastiekzakje
– 2: logrol droog, plastiekzakje vervangen
– 3: logrol droog, plastiekzakje toegevoegd.
– 4: logrol droog, plastiekzakje toegevoegd.
– 5: logrol droog, plastiekzakje toegevoegd.
– 6: logrol droog, plastiekzakje toegevoegd.
– bonus: nog volledig droog
Alles zat ook netjes op zijn plaats.”

Geen idee vanwaar dus de klacht ‘nat tot doornat’ kwam, want dat kon ik zelf dus niet vaststellen. Vreemd, en ja, ik word daar ambetant van. Bart moet daar altijd mee lachen: “Wind u daar zo ne keer nie in op! Dat is maar een spelleke!”

Ja, maar ik steek daar wel tijd en moeite in he!

Enfin, ik heb wel intens genoten van mijn fietstocht, ook al was tegen dan de zon al lang weer verdwenen.