Opruimen, dat is niet mijn sterkste kant.
(En dit zinnetje kan wel eens hét understatement uit mijn persoonlijke leven zijn.)
Ik heb er een bloedhekel aan, ik zie het vaak ook gewoon niet, en ik kan mezelf niet in gang schoppen om het te doen. En nee, het helpt niet om te zeggen dat ik alles altijd meteen moet wegleggen, dan ontstaat er geen rommel, want ook dat lukt niet. Steek het op mijn ADHD – dat is blijkbaar een courant kenmerk – of iets anders, maar dat is dus al mijn hele leven een probleem.
Mijn bureau is vaak een gigantische rommel, omdat ik er nooit meer aan zit – de rug, weetwel – en alles daar dus op gegooid wordt. Idem mijn kleerkast en vooral ook een bepaald stukje in de slaapkamer, waar alle gewassen en netjes gevouwen kledij gewoon gestapeld wordt op de grond. Hmm.
Marie Kondo? Serieus… Ik word niet ‘happy’ van spullen, het meeste ‘doesn’t spark joy’, het meeste heb ik gewoon nodig, zoals katoenen onderbroeken, makkelijke sokken, een vergiet, een basis T-shirt… En toen ze zei dat je maar 20 boeken in je huis moet houden, had het mens meteen compleet afgedaan voor mij. Echt.
Wat helpt dan wel? Wel, onlangs zag ik deze tip: “Als je kat erop gescheten had, zou je dan de moeite doen om het af te kuisen, of zou je het weggooien?”
En dat, dàt werkt voor mij! Want ja, wil ik er moeite in steken? Wil ik het zo graag houden dat ik er kattenstront voor wil verwijderen? Dat ik het wil afkuisen, wil wassen, me ermee bezig houden?
Sindsdien heb ik al de hele slaapkamer en een groot deel van mijn kleerkast opgeruimd, mijn onderbroekenschuif, het badkamerkastje en nog zo’n paar hoekjes. Want dit, dit werkt in mijn hoofd dus wel.
Geen idee of het voor u iets uit zou maken, maar doe er uw voordeel mee. Desnoods als tip voor uw tienerkinderen.
