Opruimtip

Opruimen, dat is niet mijn sterkste kant.

(En dit zinnetje kan wel eens hét understatement uit mijn persoonlijke leven zijn.)

Ik heb er een bloedhekel aan, ik zie het vaak ook gewoon niet, en ik kan mezelf niet in gang schoppen om het te doen. En nee, het helpt niet om te zeggen dat ik alles altijd meteen moet wegleggen, dan ontstaat er geen rommel, want ook dat lukt niet. Steek het op mijn ADHD – dat is blijkbaar een courant kenmerk – of iets anders, maar dat is dus al mijn hele leven een probleem.

Mijn bureau is vaak een gigantische rommel, omdat ik er nooit meer aan zit – de rug, weetwel – en alles daar dus op gegooid wordt. Idem mijn kleerkast en vooral ook een bepaald stukje in de slaapkamer, waar alle gewassen en netjes gevouwen kledij gewoon gestapeld wordt op de grond. Hmm.

Marie Kondo? Serieus… Ik word niet ‘happy’ van spullen, het meeste ‘doesn’t spark joy’, het meeste heb ik gewoon nodig, zoals katoenen onderbroeken, makkelijke sokken, een vergiet, een basis T-shirt… En toen ze zei dat je maar 20 boeken in je huis moet houden, had het mens meteen compleet afgedaan voor mij. Echt.

Wat helpt dan wel? Wel, onlangs zag ik deze tip: “Als je kat erop gescheten had, zou je dan de moeite doen om het af te kuisen, of zou je het weggooien?”

En dat, dàt werkt voor mij! Want ja, wil ik er moeite in steken? Wil ik het zo graag houden dat ik er kattenstront voor wil verwijderen? Dat ik het wil afkuisen, wil wassen, me ermee bezig houden?

Sindsdien heb ik al de hele slaapkamer en een groot deel van mijn kleerkast opgeruimd, mijn onderbroekenschuif, het badkamerkastje en nog zo’n paar hoekjes. Want dit, dit werkt in mijn hoofd dus wel.

Geen idee of het voor u iets uit zou maken, maar doe er uw voordeel mee. Desnoods als tip voor uw tienerkinderen.

Stevige vooruitgang in het huis van mijn ouders

Zaterdag kreeg ik een berichtje van mijn jongste broer: dat hij met zijn vrouw en zoon in het huis bezig waren. Dik in orde, dacht ik, en in de loop van de namiddag gingen ook Kobe en ik nog even helpen. Lang hou ik het niet vol, want mijn rug vindt het absoluut niet fijn, maar bon, alle beetjes helpen.

Roeland was er met de grove borstel doorgegaan: zijn kamer was zo goed als leeg, net zoals de mijne en die van mijn broer. Mijn eigen kamer had ik liever zelf gedaan, maar bon, die spullen heb ik al dertig jaar niet gemist, ik zal ze nu ook wel niet meer missen, zeker? Gelukkig had Sarah ook nog een stapel voor de kringwinkel gemaakt.

Het resultaat zijn ongeveer 10 grote vuilzakken met onbruikbaar textiel zoals oude gordijnen en dergelijke, vijf matrassen, een hele reeks zakken met restafval die netjes opgestapeld staan in de wachtkamer, en een hoop kapotte stoelen en dergelijke die later ook in de container mogen.

Het is nog maar het begin, maar het is toch al een begin. En ik ben vooral ook blij dat ik er duidelijk niet alleen voor sta en dat mijn broers meewerken.

Even wat voor en na foto’s:

Roelands kamer:

Jeroens kamer, waar mijn pa ook een tijd heeft geslapen:

Mijn oude kamer:

Ook in de rest zijn we uitgebreid bezig, maar daar heb ik niet echt foto’s van, omdat daar nog niet echt veel veranderd is.

Maar ik ben wel al tevreden met het resultaat: je ziet tenminste het verschil.

Volgende kamer in het huis van mijn ouders

Maandag waren we eraan begonnen, dinsdag was ik met ons pa en Merel ook naar Zomergem gereden: Merel en Kobe gingen verder doen, terwijl ik met ons pa naar het hoorcentrum reed om zijn hoorapparaten nog eens in orde te laten zetten. Alexander kwam ook af om naar het containerpark te rijden, en Marie-Julie kwam ook een handje toesteken.

Ik kwam dus terug met ons pa, en die wou nog even blijven, maar het deed hem gigantisch veel hartzeer: we zijn per slot van rekening zijn leven aan het afbreken en opruimen. Ik weet niet hoe ik me erbij zou voelen, maar ik weet dat ik er ook niet gelukkig van zou worden.

Alleen had ik na afloop niet het gevoel dat we veel waren opgeschoten. Meh. Gisteren kon ik me dan ook niet motiveren om nog een paar uur verder te gaan doen, ook al omdat ik me niet zo goed voelde en Bart en ik ’s avonds nog naar de Gentse Feesten moesten. Enfin, dat was het plan, want ook Bart voelde zich allesbehalve oké – hadden we iets verkeerd gegeten of zo? – en we zijn thuis gebleven.

Vandaag trokken Merel en ik opnieuw naar Zomergem en kwam ook Marie-Julie meehelpen, met heel mooi resultaat, eigenlijk.

We hebben vooral verder gedaan aan de vroegere wachtkamer van mijn ma, waar mijn pa de laatste jaren een pracht van een modeltrein had geïnstalleerd. Maar helaas, die grote tafel kon niet in één keer uit die kamer en we hebben alles moeten afbreken. Hij had de sporen vastgenageld, en ze zijn dan ook vrijwel allemaal beschadigd omdat het plastiek ook al ouder is en die spoortjes gewoon braken. Doodjammer… En ik denk dat hij in totaal zo’n 50 locomotieven en wagons heeft, allemaal van Lima, en wellicht zijn er wel een paar die behoorlijk wat waard zijn. Het zat eigenlijk heel, heel erg mooi in elkaar, met verschillende niveaus, en van die kleine houtblokjes in de bochten zodat de sporen lichtjes schuin lagen en de treinen niet uit de bocht vlogen. En heel veel wissels en seinen en een apart bedieningspaneel en al…

Nu stond er vooral ook heel veel rommel op en onder de tafel.

Ik had er dus dinsdag al aan gewerkt en had een deel van de tafel al vrijgemaakt en losgemaakt.

Vandaag, met behulp van de meisjes, werd alles afgebroken en in bakken gestoken, met mooi resultaat.

Nu is het aan de jongens om tafel en poten naar beneden te brengen, en dan kan ik de ruimte gebruiken om alle vuilzakken met rest op te slaan, zodat die later in de container kunnen.

Oh, en ook in de hobbykamer hebben we behoorlijk wat vooruitgang geboekt: de tafel is leeggemaakt, zodat we daar alle boeken van overal kunnen verzamelen en sorteren: romans, non-fictie, kookboeken, kinderboeken, anderstalig…

Yup, er is nog werk. Maar ik zie het voorlopig nog wel zitten.

We zijn eraan begonnen

Yup, ik heb het dan over het gigantische huis van mijn vader. Dat zijn eigenlijk twee samengevoegde woningen met beneden een volledig bankkantoor en boven een tandartsenpraktijk.

Concreet komt dat neer op:
*op de benedenverdieping: 
– een garage voor drie auto’s
– een volledig overwoekerde tuin
– een bankkantoor, met drie loketten en een wachtzaal
– een tweede grote bureau ernaast
– een spreekkamer
– een vroeger salon, mijn vaders muziekkamer
– een nooit afgewerkte middenruimte
– een kamer waarin een megacomputer stond opgeslagen
– een timmerkot, een werkkamer volgestouwd met materiaal

*drie kelders:
– een met verschillende compartimenten met rekken en een grote ruimte, volgestouwd
– een die onder water staat, met intussen allemaal ingestorte houten rekken
– een wijnkelder met nog behoorlijk wat flessen oude wijn

*op de eerste verdieping:
– mijn moeders tandartsenkabinet, nu bureau voor mijn vader
– haar wachtkamer, nu volledig ingenomen door een modeltrein
– een kleine oude badkamer vol poetsgerief en zo
– hun vroegere slaapkamer, nu hobbykamer, volgestouwd
– de woonkamer
– de keuken
– een vestiaire en toilet
– drie kinderslaapkamers, met nog de oude meubels en extra rommel
– de grote slaapkamer van mijn vader
– de badkamer
– een waskot/rommelkot met heel veel boorden die vol staan

*de zolders:
– een centrale ruimte, onder een dikke laag stof, met vooral houtresten en een oude wasmachine, en een kast en zo
– een vroeger duivenkot met wat rommel
– een kleine kamer, onder een dikke laag stof, met rommel
– een tweede kamer, onder een dikke laag stof, met vroegere boeken, magazines, kinderspeelgoed, een oud radiomeubel
– een tweede verdieping met houten bakken en een gigantisch vogelnest

Ik word eigenlijk al depressief als ik eraan denk hoe we dat moeten aanpakken, maar ik heb moed gehaald uit de video’s van Tori Eggy die het huis van de grootmoeder van haar lief moet leeghalen, en dat is pas een echte nachtmerrie want dat is een hoarder die in geen enkele kamer meer binnen kan en ergens anders woont. Zo erg is het echt niet, gelukkig maar. Maar mijn ouders gooiden zelden iets weg, helaas. Het meeste is ook echt niet meer bruikbaar, er is heel veel oud gerief, maar ook bijvoorbeeld nog een mooi servies en zo.

Kobe en ik zijn vandaag naar Zomergem getrokken om de garage vrij te maken om daar te kunnen sorteren. Mijn broers auto staat er geparkeerd, en ook nog heel veel dozen die stammen uit de tijd, zo’n drie jaar geleden denk ik, dat zijn eigen kantoor verbouwd werd en hij zijn bank tijdelijk naar daar had verhuisd. Hij was al bezig om doos per doos weg te halen en gaat daar nu mee verder.

En verder? Oude fietsen, een vijftiental paar verstorven rubber laarzen, heel veel glazen potten, al dan niet gevuld met vervallen voedsel, oude aangevreten jassen, kapotte vloermatjes, kapotte meubels, rommel allerhande, werkmateriaal, een ladder, en overal muizenkeutels en vuil, want nooit gekuist. Enfin, ge hebt er wel een idee van, denk ik.

Tegen de middag kwam Jeroen zijn auto buiten zetten en aangeven wat er nog allemaal van hem was en wat hij dus zelf gaat uitsorteren. We gingen eten en deden daarna vrolijk verder, in totaal 4,5 uur met ons twee. Toen maakte mijn rug me met veel aandrang diets dat het welletjes was en hadden Kobe en ik, ondanks de mondmaskers, allebei stoflong.

Maar het resultaat? De boorden zijn volledig leeggemaakt, alle rommel is uitgesorteerd in glas, papier, vier grote vuilzakken brandbaar, twee zakken kabels en oude elektronica, een doos KGA, een stapel hard plastiek en oud ijzer, en twee bakken met volle glazen potten. Buiten ligt er een stapel hout en staat een torentje houten bakjes.

Jeroen – of zoon Alexander – gaat richting containerpark, zodat wij verder kunnen doen en systematisch dingen uitsorteren in de garage, kamer na kamer.

We zijn er dus aan begonnen, voor Kobe aan 11 euro per uur bij wijze van vakantiejob, en het zou best kunnen dat er nog wat vrienden van hem mee komen helpen, aan hetzelfde tarief.

Morgen doen we verder, beginnen we aan de hobbykamer en breek ik, al zittend, beetje bij beetje de modeltrein af.

Project kast en bureau

Behalve het herschilderen van Merels bureau had ik nog niet bepaald veel uitgespookt hier in huis. Geen idee vanwaar de plotse lust tot opruimen me bekroop, maar die was er plots wel, en ik ging er zeker niet tegenin gaan.

Mijn grote – echt wel grote – bureaukast was me al langer een doorn in het oog. Enfin, dat gecombineerd met mijn bureau dat maar niet opgeruimd raakte omdat de helft ervan in de overvolle rommelkast moest. En die kast kon ik maar beginnen opruimen als ik voldoende tijd had en de rug dus meewilde. Een geval van yak shaving dus.

Soit, de beginsituatie van de kast was als volgt:

Oude cursussen, oude facturen, oude documenten, doosjes allerhande en dingen die er dus zonder meer zijn ingepoeft wegens geen zin en tijd om op te ruimen.

Ik ben rechtsboven begonnen, heb systematisch boord per boord leeggemaakt en van elk item bepaald waar het naartoe moest én dat ook uitgevoerd. En ja, dat was niet op één dag, dat heb ik in stagekes gedaan, ook al omdat de rug dat niet fijn vindt. Ik heb er twee grote dozen papier uitgehaald, een grote vuilzak afval, een hele zak PMD.

En toen was de hele kast in orde. Tot mijn eigen grote verbazing.

Op dat moment was mijn bureau nog een slagveld met enkele grote stapels papier en rommel. Ik heb er geen foto van genomen, maar denk dit:

Verder dan het onderstaande ben ik qua opruimen in de voorbije twintig jaar ook nooit geraakt:

En toen was er nu plots dit:

Jawel.

Ik kan er zelf ook nog niet passeren zonder de nodige verwondering en trots.

En mijn kuisvrouw is luidop in de lach geschoten toen ze het zag, puur uit ongeloof. Ze geeft het een week…

Examenopruim

Bart moet er elke keer weer mee lachen: de examens beginnen, ik moet beginnen verbeteren, en uiteraard moet ik net dan beginnen opruimen. Maar iets in mijn hoofd vindt dat ik enkel maar kan verbeteren aan een opgeruimd bureau. Duh, hoor ik u denken, aan dat bureau kan je niet eens zitten. Euh, ik zou perfect aan de livingtafel kunnen zitten?

Niet dus. En dus pakte ik onderstaande rommel aan…

… en had iets later het volgende. Daar kan ik dan tenminste mijn examens laten liggen zonder dat ze in de weg liggen. En het ziet er eindelijk ook weer deftig uit.

En nu die verbeteringen. Ugh.

Opgeruimd staat netjes

Ik had de kinderen deze week gevraagd om even een uurtje mee te helpen opruimen hier beneden: gewoon de rommelhoekjes aanpakken en vooral ook het gerief voor het containerpark klaar te leggen. Het is niet dat het hier vuil ligt – daar hebben we gelukkig Chantal voor – maar gewoon… rommel. Dingen die blijven liggen. Je kent het wel: een schroevendraaier die gebruikt is om het bakje van iets open te vijzen, die lege batterijen die naar de box in de berging moeten, wat magazines die richting papierslag moeten verhuizen, ontsmettingsgel die op de kast is gezet maar in de berging moet…

Resultaat dik drie uur later, toen ze er eens in gevlogen waren: tuinhuis opgeruimd, garage opgeruimd, berging volledig opgeruimd, alles voor het containerpark klaar gezet, boekenkast in orde gezet, nog extra dingen netjes gemaakt en mijn rug steendood.

Oud zijn, veronderstel ik. Maar wel een ietsjes properder huis. Het zijn schatten.

Murphy en zwembaden

Serieus zeg. 25 graden? 30 graden???

Allez, niet dat ik niet content ben, ik geniet keihard van deze enthousiaste nazomer, ge gaat mij niet horen klagen.

Maar vorige week zaterdag besloot ik dat het zwembadseizoen voorbij was, en heb ik het zwembad laten leeglopen. Zondag hebben we het dan met man en macht schoongemaakt, afgebroken en laten drogen. En dat echt wel met man en macht: we hebben allemaal een stuk gedaan en vooral de zeilen doe je niet eventjes op je eentje.

Het zwembadwater was gewoon vuil: het grootste deel van de maand augustus was het nu niet echt zwembadweer geweest, en aangezien mijn rug het opgegeven had, had ik het ook niet onderhouden en proper gemaakt. En blijkbaar de kinderen ook niet. Tsja.
Met enige moeite en de nodige producten had ik het wel weer bruikbaar gekregen, maar goh, begin september, ik zag daar zo het nut niet van in. En goed weer ging het toch niet meer worden, dacht ik zo.

Meh.

Aan de andere kant: ik heb nu wel mijn terras terug.