Nog een rokje!

Merel was zo blij met haar rokje, dat ze graag nog eentje in het zwart wou ook. Ik had nu toch gewone zwarte katoen liggen, van de mondmaskers, en dus gingen we aan het werk. Mijn bevallige assistente tekende en knipte de zakken – oh ja, het is een modelletje mét zakken! – ik knipte en naaide de rechthoeken, de boorden en prutste de rekker op zijn plaats, en voilà, een tweede rokje met voldoende stof deze keer en dus nog zwieriger. En ze staat er beeldig mee!

Roze rokjes

Toen ik de pedaal van de naaimachine van ons ma liet repareren, heb ik meteen ook mijn 50 jaar oude Bernina binnengestoken, ook voor nazicht van zowel de kapotte pedaal als de machine zelf. Ik kon een nieuwe pedaal online bestellen voor zo’n 200 euro en dan nog niet eens zeker zijn dat het goed ging zijn. Maar deze enthousiaste kerel heeft dus de condensator van de pedaal vervangen, de hele machine nagekeken, de condensatoren daar vervangen en het hele ding gesmeerd en gekuist. Resultaat: het loopt als een vliemke! En ik gebruik om eerlijk te zijn toch liever de Bernina dan de Singer van mijn ma: de motor is veel krachtiger en ze is simpeler om te bedraden en zo.
Intussen is dus wel de machine van ons ma binnen voor onderhoud wegens een slecht contact aan de spoelopwinder. En zo blijven we bezig, dus.

Maar bon, ik had dus al eerder een roze mondmaskertje gemaakt voor Merel en die was ronduit zot van de stof. Het is iets dat ik letterlijk op zolder had liggen, geen idee eigenlijk waar die nog vandaag komt.

Ik heb dan online om een patroon voor een zwierig rokje met rekker gevraagd – dat was wat Merel zelf wilde – en Patricia stuurde me de link voor de @skirtalert van Bel Étoile. Ik ging nog op zoek naar een rekkerband van 2 cm, vond die simpelweg in de Delhaize, en ging aan het werk. Ik had dan ook de alleraardigste naaiassistente die patronen voor de zakken knipte, speldjes aangaf, dingen uitmat en gewoon voor een opgewekte sfeer zorgde.

Drie kwartier of zo later had ik een bijzonder vrolijke dochter in een roze rokje. Het is wel niet zo zwierig geworden als bedoeld omdat ik niet voldoende stof had, maar bon, ik vind het wel mooi, en vooral: Merel vindt het mooi.

En meer moet dat niet zijn.

Mondmaskertijd

Ik had het al een tijd zitten zeggen dat ik mondmaskers ging maken. Bart had er niet veel vertrouwen in en bestelde er zelf al een aantal, maar intussen ben ik er – zij het met enige hindernissen – aan begonnen. Ik had nog een paar stofjes liggen, maar de jongens en Bart vroegen vooral zwart, en dat had ik niet meer. Tenzij in van die dikke dikke stof, en dat is ook niet de bedoeling of je kan niet meer deftig ademen.

Merel en ik gingen daarom deze middag de fiets op. Allez ja, ook weer een regeling zoals de vorige keer: we fietsten samen tot aan de voet van de fietsbrug, zetten daar haar fiets stevig op slot, en dan ging ze achterop, de brug over, het ziekenhuis door en zo naar de Sleepstraat. Alwaar, tot mijn verbazing, geen rij stond. Voor 18 euro heb ik twee meter zwarte katoen, een meter paarse katoen, een meter streepjes, een meter paarse bolletjes en 10 meter ronde zwarte elastiek. Ik vind dat persoonlijk  niet slecht, nee.

En toen fietsten Merel en ik terug naar haar fiets en vonden we dat het dringend tijd was voor een koekje. Of twee. Of drie :-p

Enfin, ik heb nu dus stoffen en ik kan eraan beginnen. Ik heb er intussen wel al een paar, kijk maar. Een blauwtje en een knalroze voor Merel, ook al hoeft zij dat eigenlijk niet te dragen. En Wolf probeerde het even op een alternatieve manier, maar vond dat precies niet zo comfortabel.

 

Murphy…

Hebt ge ein-de-lijk uw stoffen samengezocht, hebt ge een patroon afgedrukt en hebt ge de naaimachine van uw ma geïnstalleerd met een bang hartje – het is meer dan dertig jaar geleden dat ge die nog gebruikt hebt en van uw eigen naaimachine is de pedaal kapot – valt na vijf centimeter – letterlijk!  – naaien de elektriciteit van het ding uit.

Blijkt de kabel kapot te zitten, vlakbij de -uiteraard volledig in het plastiek ingewerkte – stekker. En dat was blijkbaar al zo, want uw ma heeft er destijds nog een ijzerdraadje rond gedraaid. En dan moogt ge eerst nog beginnen solderen aan die draad, die nog ferm tegenwerkt ook want hij zit precies verkeerd gedraaid. Iets wat trouwens nog langer dan dertig jaar geleden is. En zoekt ge uw kot af waar die soldeer ook alweer ligt. En lukt het met een hoop gepruts, maar hebt ge gelukkig uw vingers voor een keer niet verbrand.

En dan, dan, DAN kunt ge aan die mondmaskers beginnen. Yakshaving, iemand?
Maar bon, dat eerste masker, dat valt precies nog mee. De stof is bij nader inzien wel wat te dik: het is van die dikke dikke katoen zoals voor jeansbroeken. Maar het model, yup, dat is het wel.
Allez hup, de kop is eraf.

Wit

Een van de dingen die al zeker van voor kerstmis op mijn zenuwen werken, zijn de witte muren hier in ons huis. Nu ja, wit… dat is nu net het probleem: vooral achter de zetel zaten ze vol met zwarte vegen, vuile vingers, strepen en alles wat zo’n witte muur zo vreselijk maakt. En niet alleen daar: rond alle lichtknoppen, in de keuken, in de gangen, de inkomhal, Barts bureau, de kamers van de jongens…

Ik had al eerder eens in het tuinhuis staan kijken maar had toen de verf niet gevonden. Wolf verklaarde me een paar weken geleden ziende blind: hij haalde prompt de juiste pot verf te voorschijn, en stelde toen vast dat die verf hard was geworden. Meh. En met alle gesloten winkels was er ook geen nieuwe verf te krijgen.

Maar intussen is de Brico weer open en zijn Kobe en ik gisteren verf gaan kopen. Ik ben me blauw verschoten van de prijs: 134 euro voor vijf liter, maar bon. Wolf en later ook Merel togen aan het werk: met een klein rolletje namen ze alle vuile plekken onder handen, soms twee of zelfs drie lagen, maar het resultaat was… verbluffend.

Ik wist niet dat ik zó goed gezind kon worden van stralend witte muren, maar echt hé!

Enfin, weer een taakje van de quarantaine afgestreept!

 

Extra aankleding

Het voordeel aan deze quarantaine, is dat ik eindelijk allerlei klusjes gedaan krijg waarvan ik soms niet eens wist dat ik ze nog moest doen.

Ik had al op onze gigantische kamer met de kinderen een game room ingericht, en meteen ook alle boekenkasten daar en de stripkast opgeruimd. Wolf heeft zijn eigen kleerkast eens volledig uitgemest, en vond toen op het bovenste schap mijn metalen stripplaten waarvan ik compleet vergeten was dat ik ze had! Vroeger hingen ze inderdaad in de ruimte waar nu zijn kamer is, maar toen we die inrichtten, waren de platen verdwenen.

Ik heb ze nu boven ons bed gehangen, en misschien ga ik er weer beginnen verzamelen. ik heb ze een tijdlang gezocht op Ebay, ik vind het ook echt wel een mooie vorm van decoratie.

En recht hangen is overrated. Neh.

Amerikaanse pancakes

Je kent ze wel, die kleine dikke pannenkoekjes die je altijd ziet in Amerikaanse series, zo op een stapeltje overgoten met maple syrup. Wel, ik had die jaren geleden al eens met succes gemaakt, maar was dat zo’n beetje vergeten.

Ik had ze leren kennen in Schotland waar ze ze crumpets noemen, ook al is dat eigenlijk nog iets anders. Wij hebben er niet echt een aparte naam voor, en in die voornoemde series worden ze altijd vertaald als pannenkoeken, terwijl ze dat niet echt zijn.

Gisterenavond hadden we  nog maar eens vastgesteld dat één groot brood tegenwoordig voldoende is voor het avondeten, maar dat er dan niks meer overblijft voor het ontbijt. En terwijl de kinderen normaal gesproken altijd fan zijn van cornflakes, hadden ze daar intussen wat genoeg van. En dus stelde ik voor: “Wat als ik morgenvroeg eens van die pancakes bak?” Meteen enthousiaste gezichten, dus deze morgen zocht ik nog even het recept van Nigella Lawson dat ik destijds had gebruikt. Simpeler kan eigenlijk niet. Ik geef het even mee.

Ingrediënten:

  • 2,5 theelepel bakpoeder
  • snuifje zout
  • 1 koffielepel suiker
  • 2 losgeklopte eieren
  • 30 gr. boter (vloeibaar of gesmolten en afgekoeld)
  • 300 ml melk
  • 225 gr gewone bloem
  • een beetje boter om in te bakken
  • Het gemakkelijkste is – en dat heb ik ook gedaan – alles gewoon in de blender doen en mixen, en dan heb je meteen ook een kan. Maar als je het met de hand doet, maak dan een kuiltje in de bloem, doe er het bakpoeder, zout en suiker bij, klop er de eieren door, de gesmolten boter en melk, roer goed totdat er geen klodders meer zijn, en giet het in een kan, dat werkt veel beter dan een pollepel. Je giet dus telkens een geut in een pan tot je iets hebt van zo’n 8 cm à 10 cm doorsnede.
  • Bak ze in een goed hete pan in een klein beetje boter. Wanneer bij het bakken de bovenkant wat belletjes vertoont maar nog niet helemaal gestold is, kan je ze al omdraaien. De andere kant heeft ook maar even nodig, dus let op dat ze niet aanbranden.
  • Als je het echt op de Amerikaanse manier wil doen, stapel ze dan op een bord – ze blijven echt lang warm – en overgiet ze met warme esdoornsiroop. Wij aten ze met kandijsiroop, veel lekkerder!

De calorieën mag je niet tellen, maar man, het was gigantisch lekker!