Potjes potjes potjes!!!

Ik vermoed dat ge dat thuis ook wel ergens hebt, zo’n kast of schuif vol plastieken potjes. Potjes van Tupperware, ijscrèmedozen, van die bakskes van den traiteur, gekochte dozekes uit den Aldi, geërfde stukken van uw grootmoeder…

Enfin, potjes dus.

Het probleem is eigenlijk niet zozeer die potjes, maar wel die dekseltjes. Want op het moment dat je een potje nodig hebt en het juiste formaat hebt gevonden, moet je ook nog dat bijhorende dekseltje vinden. Een dekseltje dat ergens anders onder zit, of gesneuveld is, of kwijtgespeeld… Frustratie alom.

Ik heb niet alleen een grote schuif met potjes, maar ook nog twee boorden in een kast en een verzameling in de berging. Véél te véél potjes dus. En ik dacht: ons pa puzzelt graag, het is zondag, laat ik die mens aan het werk zetten.

Hij begon er vol goeie moed aan, maar toen bleef ik maar potjes en dozekes bijzetten. En nog wat. En dan nog een paar. Hij werd stilaan simpel, en ik haalde er een grote blauwe zak bij voor alle kapotte of verweesde exemplaren. Samen zijn we eruit geraakt en ik heb ook een stapel potten die gewoon te veel waren, weggegooid. Tsja.

Maar nu heb ik een schuif met drinkflessen en dozen voor vieruurtjes, een stapeltje boterhamdozen in de berging en een schap met grotere dozen allerhande. En dat is dat.

Merci, pa!

Beetje teleurgesteld

Op woensdag moet ik niet naar school en kan ik dus koken tegen dat de kinderen thuis komen.

Maar daarstraks voelde ik me als in een restaurant, maar dan wel aan de andere kant: de kinderen kwamen thuis en schoven de voeten onder tafel. Ik voorzag hen van verse soep en quiche, en nog voor ik zelf klaar was met eten, waren ze alweer verdwenen. Met de tafel en het aanrecht een puinhoop, zelfs de glazen waren in niet in de afwasmachine gezet.

Ik heb dan alles zelf maar opgeruimd, maar jammer genoeg waren het tafelschuimers en hebben ze niet betaald in restaurant mama.

Tsja. Tieners.

Diepvriesperikelen

Onze diepvries was nog maar eens aan ontijzen toe. Vreemd eigenlijk, want er is zogezegd een no frost functie, waardoor hij niet zou mogen aanijzelen. Maar bovenaan, aan de twee bovenste vakken met klapdeurtjes, was er ongeveer 4 cm ijs, denk ik. Kobe had in elk geval per ongeluk het deurtje gebroken omdat hij het niet meer dicht kreeg.

Bon, afgelopen week hebben we vooral dingen uit de diepvries gegeten, en vandaag is Bart eigenlijk aan het grote werk begonnen. De ijskast stond op 2° en alles is naar daar verhuisd, en toen is Bart beginnen krabben. Met een steekmes, schroevendraaiers, alles wat nodig was. En ja, hij was voorzichtig dat hij niks beschadigde. Een paar uur later was zo goed als alles weg en was er enkel bovenaan nog een dikke laag doorzichtig ijs. Ik heb dan maar de haardroger bovengehaald, en toen smolt het als, jawel, ijs voor de haardroger.

Héélder emmers hebben we eruit gehaald, ik heb alles laten drogen en afgedroogd en de boel weer aangezet. En raad eens? Tegen ’s avonds lag er alweer een dun rijmlaagje op de bovenste ijzers. Meh.

Tot zover de no frost

Huisvrouwdinges

Dingen waar een Rombaut al eens goed gezind van wordt ’s morgens: een verrassingsontbijtje, zomaar, zonder reden, met gekookte eitjes en gesneden aardbeien en skyr en al. Liefje, ik zie u graag! Ik was nota bene nog net vroeg genoeg wakker om nog mee te eten met de rest – ik moet niet naar school op woensdag –  maar Merel had al een prachtig briefje voor me geschreven.

 

Koken hoefde ik niet te doen, er was nog genoeg van in het weekend, maar ik was on a roll en maakte meteen ook vanillepudding met speculoosjes en confituur van de gele pruimen die ik speciaal daarvoor op de markt gekocht had.

Zo af en toe heb ik eens een huisvrouwdagje, blijkbaar ^^

Pitapizza’s

In de categorie “snel klaar en super lekker” de pitta-pizza van Weight Watchers.

Het is vreselijk simpel en snel klaar: je zet je oven op 180°, legt vier pitabroodjes of kebabbroodjes, waarin je met een scherp mes een kruis in hebt gesneden, op een bakplaat, je wrijft ze in met een klein beetje olijfolie, en belegt ze zoals een pizza. Vijf minuten later: voila!
Het recept van Weight Watchers is met rode ui en spinazie: twee rode uien in ringen, met twee fijngesnipperde teentjes knoflook bakken in een een beetje olijfolie, en dan een ganse zak spinazie erbij laten slinken. Daarmee de pita’s beleggen, afwerken met geraspte fontinakaas, en klaar. Simpel, snel en lekker. En zelfs nog vegetarisch.

Ik had geen rode uien, en het werden dus gewone uien, en er zat bij mij nog hesp bij, en de fontina werd vervangen door mozzarella, maar het was minstens even lekker. En klaar op een kwartiertje.

Dik in orde!

Nog meer wafels

Deze keer geen wafeltjes, maar echte, zelfgemaakte gistwafels. De kinderen, en dan vooral Kobe, vroegen daar al een tijdje naar, en er lag dus ook al een hele tijd verse gist in de ijskast. Vandaag heb ik er op tijd aan gedacht om het deeg te maken, want dat moet toch wel een tweetal uur rijzen. Maar ze waren fantastisch lekker, geen idee wat het verschil maakte met andere keren, maar bon.

Ik had er eigenlijk gewoon veel te veel en heb twee uur staan bakken, maar man, ze zijn echt lekker, ook nog de volgende dag.

En de kinderen zijn dus echt wel vragende partij om dat vaker te doen. Ik denk dat ik de volgende keer wel met twee ijzers ga bakken, dat van ons ma staat hier ook.

Oh, en het recept?

  • een kilo bloem
  • daarin 35 gram verse gist, gebroken in een beetje lauwwarm water
  • twee eierdooiers erbij
  • een liter melk
  • een liter water, opgewarmd, met daarin gesmolten
  • 175-200 g margarine of boter
  • 8 lepels kristalsuiker
  • snuif zout
  • en dan drie opgeklopte eiwitten erdoor

Na elke stap goed mengen of mixen.

Anderhalf tot twee uur laten rijzen, afgedekt met een handdoek, op een warme plaats, bv de oven op de lichtste stand.

Smakelijk!

Wafeltjes

Enkele jaren geleden kreeg ik van Edwin, een medelarper, een speciaal soort wafelijzertje: eentje om zelf ijshoorntjes mee te maken, of als je ze niet oprolt: ongelofelijk lekkere dunne wafeltjes.

Het deeg is blijkbaar op vijf minuten gemaakt, het bakken duurt wel wat langer, maar Kobe was razend enthousiast over die wafeltjes en nam het bakken over. Ik heb wel zelf de eerste hoorntjes gerold met de roltuut – don’t ask – want daar heb je vuurvaste handen voor nodig. Je hebt namelijk zo’n 15 seconden voordat het stofslappe wafeltje afkoelt en keihard wordt, en in die tijd moet je het gloeiend hete wafeltje over de kegel draperen. Dat was dus geen werkje voor Kobe, de rest van de wafeltjes wel.

Die wafeltjes zijn wel gigantisch lekker, beter dan wat je in de winkel kan kopen, en Kobe wil die wel vaker maken: hij zit tijdens het bakken dan youtubefilmpjes te kijken.

Of zoals hij het samenvatte: “Zeg mama! Waarom wisten wij van het bestaan van dat machientje niet af, en waarom heb je dat niet veel eerder gebruikt??”

Tsja.

Nog een rokje!

Merel was zo blij met haar rokje, dat ze graag nog eentje in het zwart wou ook. Ik had nu toch gewone zwarte katoen liggen, van de mondmaskers, en dus gingen we aan het werk. Mijn bevallige assistente tekende en knipte de zakken – oh ja, het is een modelletje mét zakken! – ik knipte en naaide de rechthoeken, de boorden en prutste de rekker op zijn plaats, en voilà, een tweede rokje met voldoende stof deze keer en dus nog zwieriger. En ze staat er beeldig mee!

Roze rokjes

Toen ik de pedaal van de naaimachine van ons ma liet repareren, heb ik meteen ook mijn 50 jaar oude Bernina binnengestoken, ook voor nazicht van zowel de kapotte pedaal als de machine zelf. Ik kon een nieuwe pedaal online bestellen voor zo’n 200 euro en dan nog niet eens zeker zijn dat het goed ging zijn. Maar deze enthousiaste kerel heeft dus de condensator van de pedaal vervangen, de hele machine nagekeken, de condensatoren daar vervangen en het hele ding gesmeerd en gekuist. Resultaat: het loopt als een vliemke! En ik gebruik om eerlijk te zijn toch liever de Bernina dan de Singer van mijn ma: de motor is veel krachtiger en ze is simpeler om te bedraden en zo.
Intussen is dus wel de machine van ons ma binnen voor onderhoud wegens een slecht contact aan de spoelopwinder. En zo blijven we bezig, dus.

Maar bon, ik had dus al eerder een roze mondmaskertje gemaakt voor Merel en die was ronduit zot van de stof. Het is iets dat ik letterlijk op zolder had liggen, geen idee eigenlijk waar die nog vandaag komt.

Ik heb dan online om een patroon voor een zwierig rokje met rekker gevraagd – dat was wat Merel zelf wilde – en Patricia stuurde me de link voor de @skirtalert van Bel Étoile. Ik ging nog op zoek naar een rekkerband van 2 cm, vond die simpelweg in de Delhaize, en ging aan het werk. Ik had dan ook de alleraardigste naaiassistente die patronen voor de zakken knipte, speldjes aangaf, dingen uitmat en gewoon voor een opgewekte sfeer zorgde.

Drie kwartier of zo later had ik een bijzonder vrolijke dochter in een roze rokje. Het is wel niet zo zwierig geworden als bedoeld omdat ik niet voldoende stof had, maar bon, ik vind het wel mooi, en vooral: Merel vindt het mooi.

En meer moet dat niet zijn.