Pitapizza’s

In de categorie “snel klaar en super lekker” de pitta-pizza van Weight Watchers.

Het is vreselijk simpel en snel klaar: je zet je oven op 180°, legt vier pitabroodjes of kebabbroodjes, waarin je met een scherp mes een kruis in hebt gesneden, op een bakplaat, je wrijft ze in met een klein beetje olijfolie, en belegt ze zoals een pizza. Vijf minuten later: voila!
Het recept van Weight Watchers is met rode ui en spinazie: twee rode uien in ringen, met twee fijngesnipperde teentjes knoflook bakken in een een beetje olijfolie, en dan een ganse zak spinazie erbij laten slinken. Daarmee de pita’s beleggen, afwerken met geraspte fontinakaas, en klaar. Simpel, snel en lekker. En zelfs nog vegetarisch.

Ik had geen rode uien, en het werden dus gewone uien, en er zat bij mij nog hesp bij, en de fontina werd vervangen door mozzarella, maar het was minstens even lekker. En klaar op een kwartiertje.

Dik in orde!

Nog meer wafels

Deze keer geen wafeltjes, maar echte, zelfgemaakte gistwafels. De kinderen, en dan vooral Kobe, vroegen daar al een tijdje naar, en er lag dus ook al een hele tijd verse gist in de ijskast. Vandaag heb ik er op tijd aan gedacht om het deeg te maken, want dat moet toch wel een tweetal uur rijzen. Maar ze waren fantastisch lekker, geen idee wat het verschil maakte met andere keren, maar bon.

Ik had er eigenlijk gewoon veel te veel en heb twee uur staan bakken, maar man, ze zijn echt lekker, ook nog de volgende dag.

En de kinderen zijn dus echt wel vragende partij om dat vaker te doen. Ik denk dat ik de volgende keer wel met twee ijzers ga bakken, dat van ons ma staat hier ook.

Oh, en het recept?

  • een kilo bloem
  • daarin 35 gram verse gist, gebroken in een beetje lauwwarm water
  • twee eierdooiers erbij
  • een liter melk
  • een liter water, opgewarmd, met daarin gesmolten
  • 175-200 g margarine of boter
  • 8 lepels kristalsuiker
  • snuif zout
  • en dan drie opgeklopte eiwitten erdoor

Na elke stap goed mengen of mixen.

Anderhalf tot twee uur laten rijzen, afgedekt met een handdoek, op een warme plaats, bv de oven op de lichtste stand.

Smakelijk!

Wafeltjes

Enkele jaren geleden kreeg ik van Edwin, een medelarper, een speciaal soort wafelijzertje: eentje om zelf ijshoorntjes mee te maken, of als je ze niet oprolt: ongelofelijk lekkere dunne wafeltjes.

Het deeg is blijkbaar op vijf minuten gemaakt, het bakken duurt wel wat langer, maar Kobe was razend enthousiast over die wafeltjes en nam het bakken over. Ik heb wel zelf de eerste hoorntjes gerold met de roltuut – don’t ask – want daar heb je vuurvaste handen voor nodig. Je hebt namelijk zo’n 15 seconden voordat het stofslappe wafeltje afkoelt en keihard wordt, en in die tijd moet je het gloeiend hete wafeltje over de kegel draperen. Dat was dus geen werkje voor Kobe, de rest van de wafeltjes wel.

Die wafeltjes zijn wel gigantisch lekker, beter dan wat je in de winkel kan kopen, en Kobe wil die wel vaker maken: hij zit tijdens het bakken dan youtubefilmpjes te kijken.

Of zoals hij het samenvatte: “Zeg mama! Waarom wisten wij van het bestaan van dat machientje niet af, en waarom heb je dat niet veel eerder gebruikt??”

Tsja.

Nog een rokje!

Merel was zo blij met haar rokje, dat ze graag nog eentje in het zwart wou ook. Ik had nu toch gewone zwarte katoen liggen, van de mondmaskers, en dus gingen we aan het werk. Mijn bevallige assistente tekende en knipte de zakken – oh ja, het is een modelletje mét zakken! – ik knipte en naaide de rechthoeken, de boorden en prutste de rekker op zijn plaats, en voilà, een tweede rokje met voldoende stof deze keer en dus nog zwieriger. En ze staat er beeldig mee!

Roze rokjes

Toen ik de pedaal van de naaimachine van ons ma liet repareren, heb ik meteen ook mijn 50 jaar oude Bernina binnengestoken, ook voor nazicht van zowel de kapotte pedaal als de machine zelf. Ik kon een nieuwe pedaal online bestellen voor zo’n 200 euro en dan nog niet eens zeker zijn dat het goed ging zijn. Maar deze enthousiaste kerel heeft dus de condensator van de pedaal vervangen, de hele machine nagekeken, de condensatoren daar vervangen en het hele ding gesmeerd en gekuist. Resultaat: het loopt als een vliemke! En ik gebruik om eerlijk te zijn toch liever de Bernina dan de Singer van mijn ma: de motor is veel krachtiger en ze is simpeler om te bedraden en zo.
Intussen is dus wel de machine van ons ma binnen voor onderhoud wegens een slecht contact aan de spoelopwinder. En zo blijven we bezig, dus.

Maar bon, ik had dus al eerder een roze mondmaskertje gemaakt voor Merel en die was ronduit zot van de stof. Het is iets dat ik letterlijk op zolder had liggen, geen idee eigenlijk waar die nog vandaag komt.

Ik heb dan online om een patroon voor een zwierig rokje met rekker gevraagd – dat was wat Merel zelf wilde – en Patricia stuurde me de link voor de @skirtalert van Bel Étoile. Ik ging nog op zoek naar een rekkerband van 2 cm, vond die simpelweg in de Delhaize, en ging aan het werk. Ik had dan ook de alleraardigste naaiassistente die patronen voor de zakken knipte, speldjes aangaf, dingen uitmat en gewoon voor een opgewekte sfeer zorgde.

Drie kwartier of zo later had ik een bijzonder vrolijke dochter in een roze rokje. Het is wel niet zo zwierig geworden als bedoeld omdat ik niet voldoende stof had, maar bon, ik vind het wel mooi, en vooral: Merel vindt het mooi.

En meer moet dat niet zijn.

Mondmaskertijd

Ik had het al een tijd zitten zeggen dat ik mondmaskers ging maken. Bart had er niet veel vertrouwen in en bestelde er zelf al een aantal, maar intussen ben ik er – zij het met enige hindernissen – aan begonnen. Ik had nog een paar stofjes liggen, maar de jongens en Bart vroegen vooral zwart, en dat had ik niet meer. Tenzij in van die dikke dikke stof, en dat is ook niet de bedoeling of je kan niet meer deftig ademen.

Merel en ik gingen daarom deze middag de fiets op. Allez ja, ook weer een regeling zoals de vorige keer: we fietsten samen tot aan de voet van de fietsbrug, zetten daar haar fiets stevig op slot, en dan ging ze achterop, de brug over, het ziekenhuis door en zo naar de Sleepstraat. Alwaar, tot mijn verbazing, geen rij stond. Voor 18 euro heb ik twee meter zwarte katoen, een meter paarse katoen, een meter streepjes, een meter paarse bolletjes en 10 meter ronde zwarte elastiek. Ik vind dat persoonlijk  niet slecht, nee.

En toen fietsten Merel en ik terug naar haar fiets en vonden we dat het dringend tijd was voor een koekje. Of twee. Of drie :-p

Enfin, ik heb nu dus stoffen en ik kan eraan beginnen. Ik heb er intussen wel al een paar, kijk maar. Een blauwtje en een knalroze voor Merel, ook al hoeft zij dat eigenlijk niet te dragen. En Wolf probeerde het even op een alternatieve manier, maar vond dat precies niet zo comfortabel.

 

Murphy…

Hebt ge ein-de-lijk uw stoffen samengezocht, hebt ge een patroon afgedrukt en hebt ge de naaimachine van uw ma geïnstalleerd met een bang hartje – het is meer dan dertig jaar geleden dat ge die nog gebruikt hebt en van uw eigen naaimachine is de pedaal kapot – valt na vijf centimeter – letterlijk!  – naaien de elektriciteit van het ding uit.

Blijkt de kabel kapot te zitten, vlakbij de -uiteraard volledig in het plastiek ingewerkte – stekker. En dat was blijkbaar al zo, want uw ma heeft er destijds nog een ijzerdraadje rond gedraaid. En dan moogt ge eerst nog beginnen solderen aan die draad, die nog ferm tegenwerkt ook want hij zit precies verkeerd gedraaid. Iets wat trouwens nog langer dan dertig jaar geleden is. En zoekt ge uw kot af waar die soldeer ook alweer ligt. En lukt het met een hoop gepruts, maar hebt ge gelukkig uw vingers voor een keer niet verbrand.

En dan, dan, DAN kunt ge aan die mondmaskers beginnen. Yakshaving, iemand?
Maar bon, dat eerste masker, dat valt precies nog mee. De stof is bij nader inzien wel wat te dik: het is van die dikke dikke katoen zoals voor jeansbroeken. Maar het model, yup, dat is het wel.
Allez hup, de kop is eraf.

Wit

Een van de dingen die al zeker van voor kerstmis op mijn zenuwen werken, zijn de witte muren hier in ons huis. Nu ja, wit… dat is nu net het probleem: vooral achter de zetel zaten ze vol met zwarte vegen, vuile vingers, strepen en alles wat zo’n witte muur zo vreselijk maakt. En niet alleen daar: rond alle lichtknoppen, in de keuken, in de gangen, de inkomhal, Barts bureau, de kamers van de jongens…

Ik had al eerder eens in het tuinhuis staan kijken maar had toen de verf niet gevonden. Wolf verklaarde me een paar weken geleden ziende blind: hij haalde prompt de juiste pot verf te voorschijn, en stelde toen vast dat die verf hard was geworden. Meh. En met alle gesloten winkels was er ook geen nieuwe verf te krijgen.

Maar intussen is de Brico weer open en zijn Kobe en ik gisteren verf gaan kopen. Ik ben me blauw verschoten van de prijs: 134 euro voor vijf liter, maar bon. Wolf en later ook Merel togen aan het werk: met een klein rolletje namen ze alle vuile plekken onder handen, soms twee of zelfs drie lagen, maar het resultaat was… verbluffend.

Ik wist niet dat ik zó goed gezind kon worden van stralend witte muren, maar echt hé!

Enfin, weer een taakje van de quarantaine afgestreept!